Interventie bij gedragsproblemen - De Eerste Stap

Monique Baard

Trainer, coach, SWPBS, gedragsspecialist bij Pica Pedia

  

  Geplaatst op 1 juni 2015

Baard, M. (2015). Interventie bij gedragsproblemen - De Eerste Stap.
Geraadpleegd op 21-09-2017,
van https://wij-leren.nl/interventies-bij-gedragsproblemen.php

Ouders en school samen op stap

Probleemgedrag van jonge kinderen kan een kopzorg zijn voor betrokken leerkrachten en ouders. Dit artikel laat zien hoe een vroeg-interventieprogramma ondersteuning kan bieden. De Eerste Stap is er voor leerkracht én ouder. De doelstelling van dit programma is om negatief gedrag al op jonge leeftijd om te buigen naar positief gedrag.

Gedrag is communicatie

Gedrag is een vorm van communicatie. Het kind met probleemgedrag wil ons via dit gedrag iets duidelijk maken. Het gedrag heeft dus een doel en een functie. Professionals in het onderwijs hebben de lastige taak ‘de boodschap’ achter het gedrag te ontcijferen en vervolgens de juiste aanpak te bepalen zodat het ongewenste gedrag omgebogen wordt naar gewenst gedrag.

Probleemgedrag beperkt jonge kinderen in hun ontwikkeling. Wanneer kinderen al op jonge leeftijd een patroon van probleemgedrag laten zien, lopen zij een groot risico op een heleboel negatieve gevolgen, zoals afwijzing door medeleerlingen en leerkrachten, slechte schoolprestaties en schooluitval, criminaliteit en doorverwijzing naar het speciaal onderwijs.

Deze kinderen met probleemgedrag of antisociaal gedrag reageren niet op dezelfde manier als andere kinderen op opvoedkundige correcties van leerkrachten en ouders. Onderzoek laat zien dat vroeg ingrijpen bij jonge kinderen met probleemgedrag veel problemen kan voorkomen.

‘Tijdig ingrijpen heeft aantoonbaar effect bij het verminderen van criminaliteit en schooluitval en kost veel minder dan wanneer de schade op latere leeftijd moet worden hersteld,’ aldus Hans Koot, hoogleraar ontwikkelingspsychologie. De Eerste Stap is dan ook juist bedoeld voor deze groep kinderen (groep 1 t/m 4). Het kan met wat aanpassingen ook voor jongere en iets oudere kinderen worden gebruikt.

Probleemgedrag heeft een doel en een functie.

Wat is een gedragsprobleem?

De vraag ‘wanneer is gedrag echt probleemgedrag?’ is lastig te beantwoorden. De eigen beleving van leerkrachten en ouders speelt bij het beoordelen van gedrag een grote rol. Iedere leerkracht en ouder neemt daarin eigen normen en waarden mee. De ene leerkracht kan een leerling als lastig en druk zien, terwijl een andere leerkracht dezelfde leerling ziet als een levendige kleuter.
 
Het vaststellen of een leerling probleemgedrag vertoont is dus niet eenvoudig. Van der Ploeg stelt dat gedrag probleemgedrag is wanneer het gedrag frequent voorkomt, in meerdere situaties en blijvende en ernstige gevolgen heeft voor het kind en zijn omgeving. Bij het vaststellen van probleemgedrag is het dus van belang om in beeld te krijgen hoe vaak het gedrag zich voordoet, in welke situaties en wat de gevolgen van het gedrag zijn.
 
Veel  scholen hebben inmiddels een sociaal- emotioneel leerlingvolgsysteem dat twee keer per jaar objectief het gedrag van de leerlingen in beeld brengt. Scholen die dit nog niet hebben kunnen een gedragsvragenlijst gebruiken om gedrag van de leerlingen te volgen. Dit is een belangrijke eerste stap om risico kinderen met probleemgedrag vroeg te signaleren.

Een handleiding voor probleemgedrag

Ieder kind is anders en ook ieder kind met probleemgedrag is anders en uniek. Er bestaat daarom geen standaardhandleiding voor het onderwijs aan deze kinderen. Iedere leerling met moeilijk gedrag, vraagt een objectieve, frisse blik.

Na het signaleren van probleemgedrag is het analyseren van gedrag van de leerling met probleemgedrag de volgende stap. Hierbij observeer je objectief wat er gebeurt qua gedrag. Vervolgens kun je een Gedragsfunctieanalyse maken. Je stelt jezelf dan als het ware de vraag: waar komt dat gedrag vandaan? Gedrag is meestal een reactie op een gebeurtenis.
 
Een volgende stap is dat je het probleemgedrag dat ontstaat concreet en objectief omschrijft: hoe ziet het gedrag er precies uit? Bijvoorbeeld: Koen duwt tijdens 20 minuten buitenspelen drie keer een ander kind van de fiets. En tot slot kijk je wat het gevolg is van het gedrag. Met andere woorden wat gebeurt er na het gedrag? Hoe reageren de andere kinderen en hoe reageer jij als leerkracht?

ABC schema

De analyse van het gedrag kan in een zogenoemd ABCschema worden gezet:
 
Antecedenten zijn de dingen die voorafgaand aan het gedrag gebeuren
Behavior is het bewuste gedrag
Consequents is dat wat volgt op het gedrag
 
In het Nederlands heet dit GGG: Gebeurtenis-Gedrag-Gevolg. Dit is een eenvoudige en handige manier van analyseren van gedrag om de ‘boodschap’ van gedrag helder te krijgen en zo mogelijkheden voor het veranderen van gedrag te ontdekken.

Gedragsonderzoeken tonen aan dat er twee belangrijke functies van probleemgedrag zijn, namelijk het vragen van aandacht en het ontlopen of vermijden van moeilijke of makkelijke taken of situaties (overvraging of verveling).

Belangrijk bij het analyseren van probleemgedrag is ook om te onderzoeken wanneer en waar het kind zich wél goed gedraagt. Wanneer doet het probleemgedrag zich dus niet voor? Wanneer lukt het het kind wél om gewenst gedrag te laten zien? De uitzonderingen bieden waardevolle aanknopingspunten voor oplossingen. In een pedagogisch handelingsplan worden deze oplossingen omgezet in doelen en beschreven in een concreet plan van aanpak.

Sámen zoeken naar de oplossing

Wanneer jonge kinderen gedragsproblemen vertonen wijzen leerkrachten soms te snel met een beschuldigende vinger naar de opvoeders. Andersom zie je dat ook vaak. De vraag wie verantwoordelijk is voor de opvoeding van kinderen zorgt dan alleen maar voor een patstelling, waarmee het kind niet geholpen is. In het belang van het kind, is het daarom productiever om samen naar een oplossing te zoeken.

Josien heeft moeite om zich aan de regels van de juf te houden. Zij vermaakt zich buiten op het plein heel goed als zij op de grote driewieler mag, maar als deze fiets bezet is kan ze ontzettend boos worden. Zij is dan moeilijk te benaderen en schreeuwt onaardige dingen naar de juf of andere kinderen. Ook in de klas gaat het vaak mis als zij iets niet mag of als het anders gaat dan zij verwacht. Wanneer haar moeder haar ’s middags komt halen en soms nog even met andere moeders staat te praten in de gang rent Josien hard door de gangen en gooit daarbij regelmatig spullen of bouwwerken omver. 

De onmacht bij zowel de leerkracht als de ouder is groot. Haar moeder laat het gebeuren en grijpt niet in. De juf voelt zich hier zeer ongemakkelijk bij en grijpt uiteindelijk zelf in. Nadat deze situatie zich enkele keren herhaalt besluit de leerkracht
een gesprek met de moeder van Josien aan te gaan. De informatie van thuis is enorm belangrijk. Het is tijd om samen naar een oplossing te zoeken. 

Regels en grenzen

Essentieel bij het opvoeden van kinderen is het stellen van regels en grenzen. Vooral jonge kinderen moeten leren wat wel en niet gewenst is qua gedrag. Volgens Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de universiteit van Utrecht ‘is het probleem tegenwoordig dat veel ouders, maar ook veel leerkrachten, ten koste van alles bevriend willen zijn met hun kinderen. Ze willen ‘horizontaal communiceren’.

Het kind is de baas, thuis, maar ook op school. Regels geven we nauwelijks, vinden we eng, en als ze er zijn, hoe consequent handhaven wij ze dan?’ Tot voor kort waren er in ons land nog weinig effectieve programma’s waarbij zowel de school als de ouders betrokken werden. Wel zijn er programma’s voor de school en programma’s voor de ouders. Gebleken is dat lijnen die in de school werken of die juist thuis werken moeilijk samen te brengen zijn.

Vroege interventieprogramma’s waarbij school en ouders samenwerken als opvoeders van het jonge kind met gedragsproblemen blijken het meest effectief te zijn. De Eerste Stap is zo’n programma. Het is geschikt voor jonge kinderen met alle soorten gedragsproblemen, zowel externaliserend als internaliserend. Onder externaliserend gedrag verstaan wij gedrag dat naar buiten gericht is, zoals; boosheid, schelden, fysieke en verbale agressie. Internaliserend gedrag is gedrag dat naar binnen gericht is, zoals; teruggetrokkenheid,verlegen, somber, niet willen praten (zie het voorbeeld van Bas). Het Eerste Stap programma wordt in veel landen gebruikt en heeft positieve onderzoeksresultaten. Sinds kort is het ook in
Nederland beschikbaar. Er zijn reeds enkele pilots geweest in basisscholen en de eerste coaches hebben inmiddels een training gehad. 

De Eerste Stap

Het programma De Eerste Stap bestaat uit drie onderdelen:

- Het Screeniingsprogramma (om vast te stellen of een leerling een geschikte kandidaat is voor het programma)
- Het klasprogramma
- Het thuisbasis-programma

Een coach, bijvoorbeeld een intern begeleider of ambulant begeleider, begeleidt de leerkracht en de ouders tijdens het programma. De ouders krijgen een zes weken durend programma voor opvoedingsondersteuning. Op school bestaat het programma uit het groen/roodspel waarbij het kind op eenvoudige wijze positieve gedragsvaardigheden aanleert. De eerste vijf dagen voert de coach het programma uit in de klas, daarna neemt de leerkracht het over. De basis van het programma:

- positief versterken van gewenst gedrag
- verminderen van ongewenst gedrag (via directe visuele feedback en door er minder aandacht aan te besteden)
- vaardigheden van het kind vergroten via rollenspellen en via het thuisprogramma

Het positieve van het programma is dat ook de groep profiteert van deze aanpak en de positie van het kind in de groep verbetert. Ook staan ouders en school niet tegenover elkaar, maar náást elkaar om het kind de juiste hulp te bieden. Bas valt vanaf groep één al op. Hij is snel angstig en trekt zich terug als het te druk wordt in de klas. Bij samenspelen met andere kinderen huilt hij snel en hij kan zich niet goed verweren als er conflicten zijn. De ambulant begeleider van cluster 4 steunt enkele rugzakkinderen op deze school is coach van De Eerste Stap. Hij begeleidt ook de leerkrachten en ouders van Bas.

Ze gebruiken De Eerste Stap om Bas te leren beter voor zichzelf op te komen. Hij moet leren aangeven wanneer hij iets eng vindt, en leren hoe te verbeteren in plaats van zich terug te trekken. Via rollenspellen oefent Bas in diverse situaties met het groen/roodspel. Telkens als Bas iets durft te zeggen, als andere kinderen bijvoorbeeld iets doen wat hij onprettig vindt, krijgt hij direct feedback via de groene kaart. Hiermee verdient hij een beloningsactiviteit die hij zelf mag kiezen voor de hele klas. De leerkrachten en de ouders geven door het programma bewuster positieve feedback op kleine uitzonderingen, bijvoorbeeld als Bas minder angstig of teruggetrokken is. Minder aandacht geven ze als hij dit gedrag wel laat zien. Al heel snel zijn er positieve veranderingen te zien in het gedrag van Bas. Hij wordt duidelijk weerbaarder en gaat met veel meer plezier naar school. In de vierde week is er een kleine terugval. Dan is het even een stapje terugdoen in het programma. Daarna ontwikkelt Bas zich in een stijgende lijn. Bas is geen ‘stoere’ jongen, maar hij handhaaft zich beter tussen klasgenoten en durft meer te ondernemen.

Succesvolle interventies

Bij jonge kinderen met gedragsproblemen kan je denken: ach ze zijn nog zo jong, dat gaat wel over. Maar probleemgedrag dat lange tijd bestaat wordt een gedragspatroon dat steeds moeilijker te veranderen is, naarmate kinderen ouder worden.

Vroeg signaleren, analyseren en interveniëren bij jonge kinderen met probleemgedrag is dus belangrijk Aan de andere kant: een kind met moeilijk gedrag zien als een probleemkind, is onjuist. Het is geen probleemkind, maar een kind met probleemgedrag dat vaardigheden mist om zich anders te gedragen. Het unieke aan de De Eerste Stap is dat leerkrachten en ouders op een positieve manier werken aan het leren van die vaardigheden. Die samenwerking tussen school en ouders vergroot het succes van interventies. Duidelijke regels en grenzen en één lijn in de opvoeding, zowel op school als thuis, helpen jonge kinderen bij het leren van gewenst gedrag.

Baard, M. (2015). Interventie bij gedragsproblemen - De Eerste Stap.
Geraadpleegd op 21-09-2017,
van https://wij-leren.nl/interventies-bij-gedragsproblemen.php

Gerelateerd

Groepsdynamica in het primair onderwijs
Groepsdynamica in het primair onderwijs
Voor het creëren van een positieve groep
Medilex Onderwijs 
Roos van Leary -1-
Roos van Leary - uitleg - test - gebruik
Arja Kerpel
Functie gedragsproblemen
‘Waarom doe je dat!?’ - Functie en aanpak van probleemgedrag
Kees van Overveld
Omgaan met gedragsproblemen
Omgaan met gedragsproblemen
Anton Horeweg
OGW HGW en gedrag
Opbrengstgericht en handelingsgericht werken rondom gedrag: het kan!
Sandra Koot
Omgaan met agressie
Korte lontjes en coole gasten. Gericht omgaan met agressie in school
Kees van Overveld
Gedragsproblemen
Indicaties van gedragsproblemen en werkhoudingproblemen
Machiel Karels
Co-teaching
Co-teaching: een pakkende aanpak voor passend onderwijs
Sandra Koot
Positive Behavior Support
Schoolwide Positive Behavior Support (SWPBS)
Monique Baard
Professional in de spiegel 1
Professional in de spiegel - achtergronden
Hanne Touw
Gedragsproblemen tips
Gedragsproblemen: rol pedagogische sensitiviteit leerkracht
Peter de Vries
Preventie gedragsproblemen
Onderwijs en gedragsproblemen: Prioriteit voor preventie
Kees van Overveld
Werken met Groepsplan gedrag
Passend onderwijs: werken met een groepsplan gedrag
Kees van Overveld
Gedragsproblemen leerkrachtgedrag
Gedragsproblemen in de klas: preventie
Anton Horeweg
Scheiding ouders
Kinderen en echtscheiding - papa wil niet dat zijn dochter getest wordt
Miriam de Heer
Vluchtelingen begeleiding
Vluchtelingkinderen in de Klas
Hélène van Oudheusden
Spijbelen
Spijbelen? Communicatie is het sleutelwoord
Miriam de Heer
Maatwerk en vakmanschap
Van maatwerk naar vakmanschap bij gedragsproblematiek
Peter Mol
Gedragsproblemen in de klas
Gedragsproblemen in de klas
Arja Kerpel
Voorkom probleemgedrag
Voorkom probleemgedrag
Arja Kerpel
Roos van Leary -2-
Werken met de Roos van Leary - boek over communicatie in het team
Arja Kerpel
Groepsplan gedrag
Groepsplan gedrag - passend onderwijs in PO en VO
Arja Kerpel
Interactiewijzer
Interactiewijzer - Analyse en aanpak van interactieproblemen
Helèn de Jong
Interactiewijzer
Interactiewijzer - Analyse en aanpak van interactieproblemen
Helèn de Jong
Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen
Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen
Anton Horeweg
Gedragsproblemen bij kinderen
Gedragsproblemen bij kinderen
Marleen Legemaat
Wat stuitert daar door je klas?
Wat stuitert daar door je klas? Over kinderen met ADHD en hun leraren
Helèn de Jong

Cyberpesten en andere digitaal ongewenst gedrag
Wat zijn effectieve interventies om digitaal ongewenst gedrag in het onderwijs tegen te gaan?
Gedrag en schoolprestaties
Invloed van antisociaal gedrag en prosociaal gedrag op schoolprestaties
Interventies adhd
Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD
Taakspel vso cluster 4
Taakspel in het voortgezet speciaal onderwijs cluster 4
Competentie leraren po gedrag
Gedragsproblemen in de basisschool en competenties van leraren
Groei gedragsproblemen
Groei aantal leerlingen gedragproblemen; vergelijkend onderzoek Nederland-Vlaanderen
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Kennisrotonde - stel je vraag

Wandelen voor water

Kwink op school

Leerlingen met dyslexie

Academica Business College

Veilig vuurwerk

Interventies gedragsproblemen



Inschrijven nieuwsbrief



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.