Waar het bij sociale veiligheid écht om draait

Henk Galenkamp

Consultant, trainer, coach bij Bureau Galenkamp & Schut

 

  Geplaatst op 12 oktober 2020

Galenkamp, H. (2020). Waar het bij sociale veiligheid écht om draait.
Geraadpleegd op 28-10-2020,
van https://wij-leren.nl/sociale-veiligheid-oorzaken.php

Dit artikel is geschreven samen met Jeannette Schut

In het sociale verkeer zijn gevoelens van onveiligheid en angst diepgeworteld. Dat los je niet zomaar op, ook niet op school. In drie artikelen leggen we stap voor stap uit hoe dat precies zit. Ook beschrijven we wat je wel kunt doen om sociale veiligheid in het onderwijs te creëren: onacceptabel gedrag vriendelijk en duidelijk begrenzen. In dit eerste artikel een verheldering van het begrip 'sociale veiligheid'

1 Inleiding

Aandacht voor veiligheid in het onderwijs staat al enkele tientallen jaren op de agenda. Dat is volkomen terecht.

Leren en ontwikkelen gaan nu eenmaal niet samen met onveiligheidsgevoelens.

De Stichting School & Veiligheid bezit een voortrekkersrol in het agenderen van het thema. En in 2015 is de Wet Veiligheid op school van kracht geworden. Ondanks deze aandacht weet en voelt iedere leidinggevende en leraar het ergens wel: allerlei maatregelen die scholen nemen om beleid rond veiligheid tot uitvoering te brengen, leveren niet het gewenste effect op.

Om dat te verklaren, onderzoeken wij in deze artikelen het begrip ‘sociale veiligheid’, een onderdeel van deze  aandacht voor veiligheid. We zien namelijk dat er veel misverstanden over deze term bestaan. We geven in deel 1 mogelijke oorzaken daarvan en schetsen hoe scholen gevoelens van onveiligheid wél kunnen verkleinen. In deel 2 gaan we in op de begrippen bang en boos en hoe deze (dis)dunctioneel kunnen zijn. In deel 3 gaan we nog meer de diepte in en dagen we scholen en andere onderwijsinstellingen uit om op een (nog) bewustere manier veiligheid te brengen in de persoonlijke ontmoetingen in en rond de school.

2 De misleidende term ‘sociale veiligheid’

Veiligheid is cruciaal

Voor mensen is, net als bij dieren, de behoefte aan veiligheid cruciaal. In een situatie van onveiligheid gaat deze vóór alle andere menselijke behoeften, zoals aan voedsel, drinken, steun, liefde, aandacht en nog veel meer.

Gevoelens van onveiligheid verstoren bovendien de hogere cognitieve functies, waardoor leren moeizaam wordt.

Het is dus logisch en volkomen terecht dat in het onderwijs aandacht gevraagd wordt voor veiligheid. Er worden veiligheidsplannen geschreven, veiligheidscoördinatoren benoemd en calamiteiten geregistreerd. Er wordt antipestbeleid ontwikkeld en beleid om calamiteiten te voorkomen. Ook is er volop aandacht voor omgangsregels in scholen en professionalisering van leraren op dit gebied.

Vaak echter blijft het bij structuuroplossingen. Scholen beschrijven regels, protocollen en gedragscodes, gericht op beheersing.Of ze organiseren de bewaking (denk aan detectiepoortjes). Maar in essentie gaat het daar niet om als je streeft naar veiligheid in de school.

Om dit te verduidelijken, maken we in dit artikel onderscheid tussen fysieke veiligheid en sociale veiligheid en tussen feitelijke onveiligheid en onveiligheidsgevoelens.

Onveiligheidsgevoelens: wat gebeurt er precies?

Allereerst zoomen we in op gevoelens van onveiligheid. Neurologisch gezien wordt ons gedrag dat voortkomt uit onveiligheidsgevoelens vooral bepaald door de amygdalae. Deze amandelvormige delen van de hersenen worden ook wel het angstcentrum genoemd. Deze bevinden zich in de hersenen onderin het limbische systeem, vlak boven de hersenstam.

Wanneer er een onveilige situatie ontstaat en de amygdalae geactiveerd worden, brengt dit een stroom van hormonen op gang die zich razendsnel via de bloedsomloop door het lichaam verspreiden. Ze maken het lichaam klaar om snel en effectief te handelen: meestal is dat vluchten of vechten. De ademhaling wordt sneller (er komt meer zuurstof in het bloed), de hartslag ook (het zuurstofrijke bloed gaat naar de spieren), we gaan zweten en worden rood (er worden afkoelingsmechanismen geactiveerd), de energie voor de spijsvertering wordt stilgelegd en ook ons denken wordt bemoeilijkt.

Dit laatste is maar goed ook: het denkproces is namelijk te traag om functioneel te zijn in een acute situatie van gevaar. Deze lichamelijke reacties op een bedreigende situatie noemen wij ‘bang’. Bang is dus een gezond, soms levensreddend gevoel in een situatie van feitelijk, fysiek gevaar.

3 Omstandigheden

Fundamenteel zijn er in grote lijnen vier omstandigheden waarin het gevoel bang een uitstekend signaal is (in ons naschrift lees je over een vijfde omstandigheid). Dat zijn:

  • de aanwezigheid van wilde dieren;
  • de aanwezigheid van (een mens met) een wapen;
  • natuurrampen;
  • gevaarlijke verkeerssituaties;

In deze situaties is er steeds een relatie aan te wijzen tussen jou en de bron van het gevaar, en daar reageer je op. Zoals gezegd kun je dit doen door te vechten of te vluchten. Vechten betekent dat je ernaar toe gaat om de bron van het gevaar uit te schakelen. Soms is dit mogelijk bij wilde dieren of mensen met een wapen. Vluchten betekent dat je jezelf buiten het bereik van het gevaar brengt. Dat is in alle vier de omstandigheden een mogelijke optie. Een derde vorm is: bevriezen of verstijven. Soms is dit levensreddend. Denk aan de jongeren op het eiland Utøya in 2011, toen Breivik zijn aanslag pleegde. Sommigen hebben het overleefd doordat ze verstijfd van angst ter aarde stortten en Breivik over hun hoofden heen  schoot.

Deze drie reacties op gevaar worden ook wel fight, flight or freeze genoemd. Al deze drie vormen van gedrag hebben uiteindelijk hetzelfde doel: ervoor zorgen dat het contact tussen jou en de bron van het gevaar belemmerd wordt. Dit dient jouw overleving.

Sociale veiligheid, oppervlakkig bezien

Hoe zit het dan met sociale (on)veiligheid? Dat wil zeggen: de (on)veiligheid in het ‘normale’ sociale verkeer? Vaak zeggen mensen dat ze zich niet veilig voelen in hun team, op hun werk of op straat. Kijkend met de bril uit het vorige stukje is de term ‘sociale (on)veiligheid’ best merkwaardig. Hoezo onveilig? Zijn die collega’s of andere mensen dan wilde dieren of natuurrampen? Hebben ze een stiletto in hun handen en is deze op ons gericht? Zijn ze erop uit ons te vermoorden?  Waarschijnlijk niet.

Toch weten we allemaal dat mensen onveiligheidsgevoelens in groepen kunnen ervaren.

Dat geldt voor kinderen in de klas en ook voor volwassenen in teams en organisaties. Ook al is er geen sprake van feitelijk, fysiek gevaar, op het moment dat ze deze gevoelens ervaren, dus angstig zijn, vertonen ze gedrag in een van de drie vormen die hiervoor genoemd zijn:

  1. strijd voeren (de eerste klap is immers een daalder waard),
  2. wegvluchten of zich terugtrekken, of
  3. letterlijk verstijven (vooral wanneer de aandacht in een groep op hen gericht is).

Als je op deze manier kijkt, is pestgedrag in een schoolklas of een organisatie de vechtreactie van de angst. Het niks doen van het slachtoffer is een bevriesreactie. En het wegkijken van de omstanders is een vluchtreactie. Ook een black-out tijdens een toets of spreekbeurt is te verklaren: dat is een vorm van bevriezen. Al deze gedragingen zijn angstgedreven, zonder dat er sprake is van feitelijk gevaar. En daarom zijn ze, oppervlakkig bezien, disfunctioneel. Vechten, vluchten en bevriezen zijn primaire reacties vanuit ons autonome zenuwstelsel.

Een andere, veelvoorkomende reactie is ‘beschermen’. Dit is een secundaire reactie: de angst roept een denkproces op, en op grond daarvan gaan we ons verdedigen, om ons onkwetsbaar te maken. Zo ‘beschermen’ leraren zich soms tegen feedback of kritiek door hun mond te houden tijdens een vergadering of door hun teamleider niet toe te laten in hun les voor een lesobservatie: ‘Ik ben een professional; wie ben jij dat jij iets over mijn les te zeggen hebt?’ Ook dit is disfunctioneel.

4 Geen gevaar, toch angstig

Wat is hier nu precies aan de hand? Hoe is het mogelijk dat we angst ervaren zonder feitelijk gevaar? Om helderheid te krijgen over hoe dit fenomeen (angst zonder gevaar) ontstaat, hebben we ten minste twee vragen te beantwoorden:

  1.  Wat is er te zeggen over de persoon die deze angstgevoelens in een groep ervaart?
  2.  Wat is er te zeggen over de groep waarin deze angstgevoelens ontstaan?

Angst voor een mogelijke, toekomstige situatie

We beginnen met de eerste vraag. Hoe kan het dat iemand angstgevoelens ervaart zonder aantoonbaar gevaar? Wanneer we mensen bevragen die zich angstig voelen in groepen of teams, en doorvragen waarvoor ze bang zijn, krijgen we steevast antwoorden als ‘Ik pas me aan, omdat ik bang ben dat ze me uitlachen’ of ‘Ik hou mijn mond maar, omdat ik bang ben dat ze me afwijzen’.

De angst om buitengesloten te worden in een sociale context is blijkbaar groot.

Dit betreft overigens de ‘vluchters’: mensen die vanuit hun angst proberen zichzelf uit het (vermeende) gevaar te halen door zich terug te trekken of de confrontatie te ontlopen. De ‘vechters’ zullen zelden toegeven dat ze vanuit angst handelen: ‘Ik bang? Ik ben nergens bang voor!’ Dat geldt ook voor de mensen die een muur optrekken, die zich onkwetsbaar proberen te maken. Vaak rationaliseren ze, stoppen ze gevoelens weg. Of proberen ze zich te verdedigen, omdat ze zich aangevallen voelen, vaak met zinnen die beginnen met de woorden ‘Ja, maar …’ (Gunster & Prinsen,2007).

In de voorbeelden hiervoor zit een fundamentele factor verborgen: de tijdsfactor. Het gaat steeds over een angst die optreedt wanneer mensen denken aan een mogelijke consequentie in de toekomst (‘Wat als …’). De angst wordt dus niet veroorzaakt door een feitelijke vorm van gevaar (wilde dieren, wapens enzovoort), maar komt voort uit ons eigen denken.

De angst is toekomstgericht. We noemen dat vaak ‘je zorgen maken’ of de ‘beren op de weg’.‘De essentie van angst is het verlies van controle. Met het object van de angst heeft het vaak niets te maken.’ (Damiaan Denys in Haijtema, 2019) ‘Ik vind ’t de meest dwaze en stompzinnige deugd die we op deze wereld hebben geschapen: controle. Controle is totaal zinloos. Elke keer dat we controle winnen, verliezen we vrijheid. Angst is anticiperen op wat zou kunnen gebeuren en heeft geen relatie met de werkelijkheid.’ (Damiaan Denys in een uitzending van het VPRO-programmaTegenlicht, september 2019)

Vergis je niet: deze angst kan een zeer gezonde functie hebben. Het gevolg is dan zorgvuldig handelen. Iemand die een bouwsteiger opklimt, gebruikt zijn angst om zichzelf stevig aan een balustrade vast te houden of zichzelf te zekeren. Wielrenners en motorrijders zetten een helm op, automobilisten doen hun veiligheidsriemen om en diepzeeduikers gaan steeds met z’n tweeën naar beneden en houden contact met elkaar voor het geval een van beiden iets overkomt. We noemen dit risicodenken: we houden rekening met mogelijke gevaarlijke situaties en nemen maatregelen om deze te vermijden of het hoofd te bieden (Timmermans, 2018).

Daartegenover staat nonchalancedenken, wat in deze gevallen ‘gevaarlijk’ is. Veel rampen met technische installaties of bouwkundige projecten komen voort uit nonchalance. Maar let op: het gaat hier om fysieke veiligheid. Dit mag niet verward worden met sociale veiligheid, het onderwerp van dit artikel.

De angst voor een mogelijke toekomstige situatie kan ook uitermate disfunctioneel zijn. Een voorbeeld is faalangst: de angst om te falen tijdens een cognitieve prestatie belemmert ons heldere denken, waardoor de kans op een mislukking toeneemt. Ook sociale angst is uitermate disfunctioneel: de angst om bijvoorbeeld tijdens een presentatie af te gaan in de ogen van de toehoorders, kan maken dat je gaat hakkelen en niet meer goed uit je woorden komt. We spreken wel van selffulfilling prophecy’s. Je eigen voorspelling dat je ‘wel weer af zal gaan’ creëert (mede) de ‘afgang’.

5 Waarom deze angst?

Maar wat maakt nou toch dat iemand angstig is voor een mogelijke, toekomstige situatie? In het boek Krachtige leraren, prachtig onderwijs (Galenkamp, 2009) wordt in dit verband gesproken over de ‘staat van angst’. Dit is een permanente staat van angstig zijn, waarbij de angst steeds gericht is op de toekomst en voortkomt uit het eigen verleden. Er worden in de vakliteratuur verschillende verklaringen voor dit fenomeen gegeven. Eén ervan wijst op de tribale geschiedenis van de mensheid. Andere verklaringen wijzen op persoonlijke omstandigheden of gebeurtenissen in de jeugd: vormen van onveilige hechting en/of (vroegkinderlijke) traumatische ervaringen.

De tribale geschiedenis van de mens In de oertijd leefde de mens in een gevaarlijke wereld. Er waren wilde dieren en er vonden soms natuurrampen plaats. Door in een stam geborgenheid te zoeken kon de mens in ieder geval de dreiging van wilde dieren het hoofd bieden. Mensen waren dus voor hun leven van deze groepen afhankelijk. Wanneer iemand tegen het voortbestaan van de groep (de wetten van de stam) ‘gezondigd’ had, leidde dat tot buitensluiting; diegene werd verstoten. In de praktijk was dat dodelijk.

Deze tribale geschiedenis van de mens wordt wel gezien als een oorzaak van de diepe angst om buiten de groep te vallen, die in het wezen van ieder mens zit (Weisfelt, 2005; Brown & Kramer, 2015). Hier zou de behoefte aan sociale veiligheid vandaan komen.

‘Als we onszelf steeds maar boven het menselijke tribale brein proberen uit te tillen, is leven, relaties aangaan, veranderen moeilijk. Op het moment dat we accepteren dat we een tribaal brein hebben dat ordening en veiligheid nodig heeft van de groep is het veel makkelijker.’ (Danielle Brown in een tweet op 20 oktober 2019) 

Onveilige hechting

Sinds John Bowlby’s onderzoek naar gehechtheidsrelaties (Bowlby, 1969) tussen (jonge) kinderen en hun ouders of andere opvoeders, is er toenemende aandacht voor het onderwerp hechting gekomen. Bowlby onderscheidde in eerste instantie een veilige en een onveilige hechting. Later ontdekten hij en zijn medewerkers dat er wel drie vormen van onveilige hechting kunnen optreden, ontstaan door disfunctioneel gedrag van de ouders/opvoeders (Geddes, 2006): vermijdende onveilige gehechtheid, ambivalente onveilige gehechtheid en gedesorganiseerde onveilige gehechtheid.

In al deze gevallen ervaart iemand een permanente staat van angst, en voelt zich snel onveilig in de sociale interactie.

Traumatische jeugdervaringen

In het afgelopen decennium zijn we ons steeds meer bewust geworden van de impact van traumatische gebeurtenissen of omstandigheden. Denk aan kindermishandeling of seksueel misbruik. Maar ook opgroeien als kind van een ouder met psychiatrische problemen (KOPPkinderen) kan traumatisch zijn, of opgroeien in armoede of na het verlies van een broertje of zusje. Vooral traumatische gebeurtenissen die op (zeer) jonge leeftijd optreden, kunnen veel angst en stress oproepen, wat zich nestelt in het neurologische systeem.

Als volwassenen hebben mensen meestal geen feitelijke herinneringen meer aan deze ervaringen, maar het lichaam herinnert zich de reactie (op de emotie) van toen wel. Dit kan zich uiten in hyperactiviteit, onzekerheid, stress, teruggetrokkenheid of onbeheersbare woedeaanvallen (Kolk, 2016; Burke Harris, 2018). Het is voor volwassenen vaak een raadsel waar hun moeilijkheden of angsten vandaan komen. Vaak geven mensen zichzelf er de schuld van: ‘Ik ben een slecht mens’ of ‘Ik deug niet’ (De Jong & De Jong, 2013; Horeweg, 2018).

Meergenerationele traumata

Nog moeilijker te bevatten is het wanneer trauma’s van ouders of grootouders via de hechting bij volgende generaties terechtkomen. Franz Ruppert heeft de aandacht gevestigd op deze trauma’s uit vorige generaties (Ruppert, 2012; 2014). Denk aan impactvolle ervaringen waarover gezwegen wordt, zoals oorlogs- of kampervaringen van grootouders of verlieservaringen van ouders. De onveiligheidsgevoelens die mensen nu ervaren, kunnen soms voortkomen uit angst uit een ver verleden.

Of angst (zonder dat er sprake is van feitelijk gevaar) nu voortkomt uit ons tribale brein, uit persoonlijke ervaringen in onze jeugd of uit de generaties daarvoor, is niet van belang. Waarschijnlijk hebben beide kijkwijzers een kern van waarheid in zich en vullen ze elkaar aan.

Functioneel en niet-functioneel bang zijn

Er zijn dus twee verschillende soorten bange gevoelens:

  1. Je bent bang, omdat er feitelijk, aanwijsbaar gevaar is. Je gevoel ‘bang’ is dus functioneel.
  2. Je voelt je angstig in een situatie met andere mensen, zonder dat er sprake is van feitelijk gevaar. Het is een emotie, die niet functioneel is.

6 Angst is besmettelijk

We kijken nu beter naar de reacties op angst: vechten, vluchten, bevriezen of beschermen. Deze overlevingsstrategieën zijn zeer disfunctioneel wanneer er geen feitelijk gevaar is. Elke vorm heeft namelijk effect op andere mensen in de buurt. Gedrag dat voortkomt uit angst heeft de neiging angst op te roepen. Immers: ook de ander heeft wellicht beschadigende jeugdervaringen en/of overgenomen trauma. Vechtgedrag kan zo vluchtgedrag oproepen (dit wordt wel de dader-slachtofferdynamiek genoemd). Pestgedrag op school of op het werk is hier een voorbeeld van.

Vechtgedrag kan ook vechtgedrag oproepen; dan ontstaan er ruzies of conflicten. Het gaat hier om vormen van strijd: de strijd om de macht of de strijd om het gelijk. Discussie in het politieke domein is een gereguleerde vorm hiervan (daar is de permanente angst voor toekomstig zetelverlies een belangrijke drijfveer). Vechtgedrag kan ook voor bescherm- of bevriesgedrag van de ander zorgen. Ook andere variaties zijn mogelijk: vluchtgedrag roept bijvoorbeeld vechtgedrag op. We hebben het vaak niet door, maar veel vormen van interactie komen voort uit (meestal onbewuste, maar zeer aanwezige) angst. ‘En dat is allemaal angst, allemaal angst, de allergrootste schreeuwers zijn dikwijls het bangst …’ (Robert Long in het album Vroeger of later, 1974)

Angst is dus besmettelijk: het kan via gedrag verspreid worden onder groepen mensen. Angstige leidinggevenden hebben dan ook een grote, negatieve impact op teamleden en medewerkers (Galenkamp & Weijers, 2011). Door de ontdekking van een bijzonder soort zenuwcellen, de zogeheten spiegelneuronen, begrijpen we dit nog beter (Iacoboni, 2008). Dit zijn neuronen in onze hersenen, waarmee we in staat zijn de emotionele toestand van anderen waar te nemen, ons daaraan te spiegelen en erop te reageren.

Zonder het te beseffen, beïnvloeden mensen elkaars emotionele toestand.

Hiermee wordt op nog diepgaandere wijze de besmettelijkheid van emoties, dus ook angst, aangetoond. Daarnaast heeft elke vorm van gedrag effect op jezelf: je komt er niet verder mee. Sterker nog, je komt in een vicieuze cirkel of zelfs neerwaartse spiraal terecht. De kans dat je gedrag niet geaccepteerd wordt in de omgeving is groot.

Dit gebeurt bijvoorbeeld als je jezelf vanuit angst probeert te beschermen tegen vermeend gevaar, door je onkwetsbaar te maken of je juist te verstoppen. Dit wordt op den duur niet gepikt door de omgeving en dat kan leiden tot strijd. Zo levert de poging om je veiligheid te waarborgen, juist tot een toename van gevoelens van onveiligheid. Het risico bestaat ook dat jouw gedrag afgewezen wordt en dat je jezelf vervolgens als mens afgewezen voelt. We verwarren dan ‘gedrag’ met ‘wie ik ben als persoon’. Juist die (vermeende) afwijzing raakt aan een grote angst van mensen, namelijk de tribale angst om afgewezen of buitengesloten te worden.

Samenvatting tot nu toe

Wanneer we onveiligheidsgevoelens in een sociale context ervaren – dus in relatie tot andere mensen – en er is geen sprake van feitelijk gevaar, dan komen deze gevoelens waarschijnlijk voort uit het (verre) verleden. Het is oud zeer dat een autobiografische respons geeft. Er treedt verwarring op tussen toen en nu. De oude angst wordt geprojecteerd op mensen in het heden. We vertonen dan gedrag dat functioneel zou zijn in een situatie van feitelijk gevaar, maar in de huidige situatie niet gepast is. Sterker nog: de neiging om te vechten, te vluchten of een muur op te trekken, roept weer angst op, bij jezelf en bij anderen.

 

 

 

Galenkamp, H. (2020). Waar het bij sociale veiligheid écht om draait.
Geraadpleegd op 28-10-2020,
van https://wij-leren.nl/sociale-veiligheid-oorzaken.php

Gerelateerd

E- learning module
Groepsdynamica als het niet lekker loopt PO
Groepsdynamica als het niet lekker loopt PO
Groepsdynamisch observeren, normdragers en interventies
Medilex Onderwijs 
Gedragsproblemen
Indicaties van gedragsproblemen en werkhoudingproblemen.
Machiel Karels
Faalangst uitleg
Faalangst - Signalering en praktische tips
Arja Kerpel
Hechtingsstoornissen
Hechtingsstoornissen - kenmerken - signalering - tips
Arja Kerpel
Tips voor gedragsproblemen in de klas - faalangst
Faalangst - Tips voor de leerkracht
Anton Horeweg
Getraumatiseerde kinderen
Connectie in plaats van correctie - kinderen met trauma
Willem de Jong
Functionele buikpijn - wat kan de leerkracht?
Omgaan met functionele buikpijnklachten bij kinderen
Peter de Vries
Invloed van kindermishandeling en jeugdervaringen
Jeugdervaringen beïnvloeden hele leven
redactie
Onveilige hechting
Een neurobiologisch perspectief op hechtingsproblematiek
Henk Galenkamp
HGD diagnostiek
HGD - handelingsgerichte diagnostiek
Noëlle Pameijer
Dyslexie en depressie
Depressie en angst bij basisschoolleerlingen met dyslexie
Anna Bosman
Hechting en adoptie
Adoptiekinderen bij start op basisschool extra kwetsbaar
Marion van Olst
Kinderen met een psychotrauma
Trauma? Dat komt bij ons op school niet voor...
Anton Horeweg
Gevolgen van pesten
Pesten op school - gevolgen en aanpak
Machiel Karels
Pesten tips
Pesten: wat kun je doen in de klas?
Anton Horeweg
Vijfsporenaanpak pesten
De vijfsporenaanpak bij pesten
Bob van der Meer
Pesterijen op school
Pesterijen op school - oorzaken - profielen van betrokkenen
Machiel Karels
Leraren pesten leraren
Leraren pesten leraren
Kees van Overveld
Pesten groepsaanpak
Pesten vraagt om een positieve groepsaanpak
Kees van Overveld
Veilige school
Een veilige school. Veiligheid in 5 stappen.
Elena Carmona van Loon
5 redenen waarom pesten niet stopt
Vijf redenen waarom pesten niet stopt
Ivo Mijland
Ongewenst contact in de klas
Ongewenst contact tussen leraar en leerling
Joost Karels
Aanraken van kinderen
Aanraken van kinderen: tussen levensbehoefte en taboe
Peter de Vries
Sociaal emotionele vaardigheden, basis voor je leven
Sociaal-emotionele vaardigheden: de basis voor je leven leg je op school
Ron Zuijlen
Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen
Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen
Anton Horeweg
De traumasensitieve school
De traumasensitieve school
Marleen Legemaat
Vluchtelingenkinderen
Ontwrichte kinderen in het onderwijs
Willem de Jong
Misdiagnose van hoogbegaafden
Misdiagnose van hoogbegaafden
Arja Kerpel
Gedragsproblemen in de klas
Gedragsproblemen in de klas
Arja Kerpel
Alles over pesten
Alles over pesten
Helèn de Jong
De Ringaanpak
De Ringaanpak - Een groepsdynamische benadering voor een veilige klas
Korstiaan Karels
Klassenkracht
Klasse(n)kracht - in zeven stappen naar een veilig en sociaal groepsklimaat
Arja Kerpel
Sociale veiligheid in school
Sociale veiligheid in school
Myriam Lieskamp
Traumasensitief team bij psychotrauma
Kinderen in de knel interesseren ons geen knal
Anton Horeweg


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Toename ongewenst gedrag sinds 2010
Neemt ongewenst en lastig gedrag toe in het basisonderwijs?
Intensieve mentoring ongemotiveerde havo-jongens
Is intensieve mentoring helpend voor ongemotiveerde jongen?
Effecten van buiten leren op ontwikkeling
Natuuronderwijs buiten: wat zijn de effecten?
Welbevinden van leerlingen na herindeling groepen
Hoe ervaren leerlingen een herindeling van de groep?
Effect van de muzieklessen op groepscohesie
Heeft de muziekles invloed op de groepscohesie?
Invloed zelf kiezen op motivatie vo bovenbouw
Zelf kiezen van het instructieniveau: welke invloed heeft dat?
Invloed van fysieke omgeving op leren
Heeft de fysieke omgeving invloed op het leren?
Docentinterventies op ongewenst gedrag en onderpresteren
Wat kun je als docent doen aan onderpresteren?
Emotieregulatie bij escalerend leerlinggedrag
Dreigende escalatie: wat helpt jou op zo'n moment als leerkracht?
Talentontwikkeling bij multidiversiteit
Hoe zorg je dat leerlingen die minder goed mee komen het toch leuk vinden op school?
Gedrag en schoolprestaties
Invloed van antisociaal gedrag en prosociaal gedrag op schoolprestaties
Toetsing anti pestprogramma
Toetsing anti-pestprogramma’s in Nederlandse schoolpraktijk
Falen en succes
Van faalervaring naar leerervaring: Zijn reacties van leerlingen op lage cijfers te beïnvloeden?
Interventies adhd
Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD
Taakspel vso cluster 4
Taakspel in het voortgezet speciaal onderwijs cluster 4
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Sociale veiligheid, wat is het



Inschrijven nieuwsbrief


angststoornis
basisbehoeften
depressie
faalangst
gedragsproblemen
groepsvorming
pesten
pestprotocol
rouwverwerking
schoolklimaat
veiligheid
welbevinden

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest