Hechtingsstoornissen

Arja Kerpel

Redactielid wij-leren.nl l Projectleider bij Wij-spelen.nl

 

  Geplaatst op 1 juni 2014

Kerpel, A. (2014). Hechtingsstoornissen.
Geraadpleegd op 16-12-2017,
van https://wij-leren.nl/hechtingsstoornissen-hechting.php

Hechting: uitleg en tips

Hechting is het aangaan van een speciale relatie met de persoon die het kind meestal verzorgt. De hechting is nodig om te ontwikkelen tot een emotioneel gezonde volwassene. Want de hechtingsrelatie dient als model voor de relaties die het kind in zijn verdere leven aangaat.

Na een introductie in de hechtingstheorie volgt een beschrijving van de drie vormen van onveilige hechting. Er worden tips voor de leerkrachten gegeven en aan het einde van dit artikel staan boekentips voor de behandeling van hechtingsstoornissen.

John Bowlby, de grondlegger van de hechtingstheorie, zegt dat gehechtheid niet het gevolg is van ouderlijke zorg, maar dat het een aangeboren behoefte is van ieder kind. Het gedrag van het kind lokt nabijheid, bescherming en verzorging uit. Als ouders/verzorgers hier responsief op reageren, draagt dat bij aan een veilige hechting.

Niet elk kind dat onveilig gehecht is, heeft dan gelijk een hechtingsstoornis. In cijfers: zo’n 25 tot 30% van de bevolking heeft in meer of mindere mate hechtingsproblemen, ongeveer 1% heeft een hechtingsstoornis.

Interessant artikel over hechting en hechtingsstoornissen

Veilige hechting

Bij een goede hechting ontwikkelt het kind basisvertrouwen en basisveiligheid. Een kind dat veilig gehecht is, zoekt de nabijheid van de opvoeder. Het kind voelt zich vrij om nieuwe dingen te onderzoeken en te leren. Het kind heeft er vertrouwen in dat de opvoeder beschikbaar is.

De hechtingsrelatie ontwikkelt in een telkens herhalend patroon, de zogenaamde Circle of Security. Bij een veilige hechting bestaat deze cirkel uit vier fasen:

  • Het kind gaat op ontdekking uit.
  • Het kind wordt ergens door verontrust, dit geeft een beetje spanning en stress.
  • Het kind gaat naar de ouder/verzorger toe voor hulp en troost
  • De ouder/verzorger stelt het kind gerust

Het kind is snel gerustgesteld en voelt zich weer veilig genoeg om verder te gaan met ontdekken. Dan begint de cirkel opnieuw.

Onveilige hechting - hechtingsproblematiek

Een kind dat onveilig gehecht is, heeft geen vertrouwen in anderen en zichtzelf. Dit heeft gevolgen voor het aangaan en in stand houden van relaties. Een onveilig gehecht kind verkent de omgeving minder en leert minder. Hechtingsproblematiek heeft dus een negatief effect op de cognitieve ontwikkeling. Daarnaast kunnen deze kinderen problemen hebben met het aanvaarden van gezag. Hechtingsproblematiek kan ook de oorzaak van lichamelijke problemen zijn. Bij een onveilige hechting gaat er iets mis in de Circle of Security.

Er zijn drie vormen van onveilige hechting:

- Onveilig vermijdend gehecht

- Onveilig afwerend gehecht

- Gedesorganiseerd gehecht

Onveilig vermijdend gehecht

Een kind dat onveilig vermijdend gehecht is, heeft geen vertrouwen in de beschikbaarheid van de opvoeder. Het kind vermijdt contact en reageert nauwelijks als de opvoeder terugkomt na afwezigheid. Het kind blijft dan bijvoorbeeld op zijn speelgoed gericht. Het kind heeft vaak plezierig contact met vreemden. Dit is een valkuil bij de signalering, want het lijkt allemaal wel mee te vallen. Een onveilig vermijdend gehecht kind onderdrukt angst en gedraagt zich quasi zelfstandig.

Deze vorm van hechting kan ontstaan als een kind vaak afgewezen of verwaarloosd wordt of veel verschillende opvoeders heeft.

Onveilig afwerend gehecht

Een kind dat onveilig afwerend gehecht is, is onzeker over de beschikbaarheid van de opvoeder. Het kind zoekt op een ‘zielige’, soms claimende manier contact. Dit kan boos of huilend zijn. Het kind is afwerend en zoekt tegelijk contact. Dat klinkt heel tegenstrijdig, dat is het ook. Een bekend voorbeeld is een baby die achteruit naar zijn ouders toe kruipt. Een onveilig afwerend gehecht kind heeft doorgaans weinig exploratiedrang.

Deze vorm van hechting kan ontstaan als het kind aandacht niet op het goede moment krijgt of niet in de juiste mate. Afwerende hechting kan zich ook ontwikkelen als de ouders erg onberekenbaar zijn.

Gedesorganiseerd gehecht

Een kind dat gedesorganiseerd gehecht is, laat tegenstrijdig gedrag zien: chaotisch, angstig, bizar. Voor het kind is de opvoeder een bron van angst, maar tegelijk de beschermer. Het kind gaat op een wisselende manier met afscheid nemen om, het kan dan ineens verstillen of bang worden. Het gedrag is onberekenbaar. Bijvoorbeeld: het kind kruipt naar de opvoeder en dan ineens bedenkt het zich.

Deze vorm van hechting kan ontstaan door verwaarlozing, mishandeling, misbruik en/of dreigementen.

Geremde en ongeremde hechting

Kinderen met een hechtingsstoornis worden – naast het hierboven genoemde onderscheid – ook wel verdeeld in twee types: geremd en ongeremd.

Kenmerken van het geremde type:

  • Overdreven waakzaam.
  • Reageert afwijzend op sociaal contact.
  • Teruggetrokken en lusteloos.
  • Apathisch, onzeker en huilt niet.
  • Het kind speelt mee zonder plezier.
  • Lijkt op ASS. Daarom moet ASS eerst uitgesloten zijn voordat een kind getest wordt op een hechtingsstoornis.

Kenmerken van het ontremde type:

  • Zoekt veel contact, is een allemansvriend.
  • Is niet in staat om relaties in stand te houden.
  • Grensoverschrijdend gedrag.
  • Snel gefrustreerd.
  • Laat zich niet troosten.
  • Leert weinig uit ervaringen.
  • Is egocentrisch, er is weinig wederkerigheid.
  • Druk, impulsief en ongeconcentreerd.
  • Lijkt op ADHD. Daarom moet ADHD eerst uitgesloten zijn voordat een kind getest wordt op een hechtingsstoornis.

Risicofactoren hechting

Bepaalde factoren bij het kind, de ouders en de omgeving zorgen voor een verhoogd risico op onveilige hechting:

  • Kind
    • Adoptiekind. De band met de biologische ouders wordt verbroken. Ze kunnen daar een trauma aan overhouden en moeite hebben om relaties aan te gaan. Ze kunnen zich in de steek gelaten voelen, waardoor hun vertrouwen beschadigt. Soms zetten ze zich af tegen hun adoptieouders, uit loyaliteit naar hun eigen ouders.
    • Pleegkind. Ze hebben vaak al een onveilige hechtingsrelatie met hun ouders, daarnaast is de uithuisplaatsing een enorm heftige gebeurtenis. Uit angst voor afwijzing kunnen ze zich afstandelijk gedragen.
    • Kinderen met lichamelijke gebreken of stoornissen.
    • Huilbaby’s of temperamentvolle kinderen.
    • Ongewenste kinderen, baby’s die prematuur geboren zijn en/of een lange ziekenhuisopname achter de rug hebben.
    • Kinderen die wisselende opvoeders hebben.
    • Kinderen uit gebroken gezinnen.
    • Kinderen waarvan één of beide ouders (onverwacht) overleden zijn. Zeker wanneer het overlijden op héél jonge leeftijd plaatsvindt, kan dat grote invloed hebben op de veilige hechting.
  • Ouders
    • Ouders die zelf niet goed gehecht zijn.
    • Ouders die zelf verwaarloosd of mishandeld zijn.
    • Ouders die psychische problemen of trauma’s hebben.
    • Ouders die lijden onder onverwerkt verdriet of overlijden.
    • Moeders die een moeilijke zwangerschap hebben.
    • Tienermoeders.
  • Omgeving
    • Armoede.
    • Slechte woonomgeving.
    • Migratie.
    • Vlucht uit moederland.

Signalering hechtingsproblemen op school

De signalering van kinderen met een hechtingsstoornis is onder te verdelen in kenmerken in gedrag en kenmerken met betrekking tot leren. Het is niet zo dat elk kind met hechtingsproblematiek alle kenmerken laat zien.

Kenmerken in gedrag kunnen zijn:

  • Druk en chaotisch.
  • Snel boos en/of agressief.
  • Aangepast gedrag.
  • Twee gezichten: thuis anders dan op school.
  • Erg lichamelijk aanhankelijk.
  • Teruggetrokken.
  • Oppervlakkig contact.
  • Gespannen, nerveuze indruk.
  • Manipuleren binnen relaties.
  • Aantrekken en afstoten van andere kinderen.
  • Weinig vaste relaties, veel vluchtige contacten.
  • Wantrouwen naar volwassenen.
  • Problemen met het aanvaarden van gezag.

Kenmerken met betrekking tot leren:

  • Rekenproblemen.
  • Beperkt inzicht in oorzaak en gevolg.
  • Concentratieproblemen.
  • Weinig belangstelling voor leren, de school en de toekomst.
  • Wisselende of geringe motivatie.
  • Faalangst.
  • Gaat niet zuinig om met materiaal.
  • Moeite met plannen en tijdsverloop.

Houding van de leerkracht bij hechtingsproblematiek

Voor een leerkracht is het moeilijk om met een leerling met een hechtingsstoornis om te gaan. Je wilt graag een band opbouwen met de leerling, maar met deze leerlingen moet je dat – als leerkracht- juist niet doen. Wees hartelijk, maar neutraal. Vriendelijk, maar zakelijk. Accepteer dat de leerling lichamelijke en emotionele toenadering afwijst. Zie het gedrag als een overlevingsstrategie. Benoem naar het kind dat je hem accepteert zoals hij is en bevestig dat hij er mag zijn. Dit kan door letterlijk te benoemen wat hij doet, voelt, denkt of wil. Besef hierbij dat een kind met een hechtingsstoornis emotioneel en relationeel aangesproken moet worden op 1/3 van zijn leeftijd.

Concrete tips voor de leerkracht:

  • Reageer rustig en consequent, niet emotioneel!
  • Luister actief naar de leerling.
  • Zorg voor succeservaringen.
  • Complimenteer de leerling veel en regelmatig.
  • Stel duidelijke regels en haalbare doelen.
  • Pak het ongewenste gedrag samen aan.
  • Biedt een alternatief voor het ongewenste gedrag.
  • Benoem gewenst gedrag.
  • Lik-op-stuk beleid, niet na een paar uur ergens op terugkomen.
  • Ga niet in discussie met de leerling.
  • Geef inzicht in de tijd door middel van een dagritme en/of planbord.
  • Sluit aan bij het bekende.
  • Bereid voor op spannende situaties.
  • Maak bij het leerproces gebruik van alle zintuigen.
  • Geef als leerkracht zelf hulp, dus geen medeleerling.
  • Zorg voor een positieve afsluiting van de les en de dag.
  • Gebruik de sterke kanten, zoals: veel mensenkennis en taxatievermogen.

Is herstel van h​echting mogelijk?

Een onveilige hechting is te herstellen. Tot het 6elevensjaar is het goed mogelijk. Dit kan als door gevoelig, responsief en ontvankelijk te zijn. Na het 6elevensjaar is het moeilijker, want dan is de kans op terugval groot.

Paulien Kuipers schreef een boek over het herstel van hechtingsstoornissen:

Ook het boek 'Hechtingsstoornissen' van N.P. Rygaard gaat in op de behandeling van mensen met hechtingsstoornissen. Hij geeft een grote hoeveelheid aanwijzingen voor de therapeutische praktijk:

In het boek 'Behandeling van problematische gehechtheid' worden drie methoden beschreven voor de behandeling van gehechtheidsproblemen. Deze methoden zijn ontwikkeld voor kinderen, jongeren en volwassenen. De behandelingen zijn ontwikkeld in de klinische praktijk en hebben daar hun succes bewezen.

Er zijn ook speciale instanties die zich richten op het herstel van hechtingsstoornissen.

Bodemloos bestaan, een boek over hechting en hechtingsstoornissen​

Geertje van Egmond schreef een boek over hechting en hechtingsstoornissen: Bodemloos bestaan, (Ambo Amsterdam, Zevende druk 2007, ISBN 978 90 263 1999 0, € 17, 95). Het boek is te bestellen via

Schrijf in voor de nieuwsbrief

Kerpel, A. (2014). Hechtingsstoornissen.
Geraadpleegd op 16-12-2017,
van https://wij-leren.nl/hechtingsstoornissen-hechting.php

Gerelateerd

Masterclass Betrokkenheid
Masterclass Betrokkenheid
Marzanoís bewezen effectieve strategieŽn voor betrokken leerlingen
Bazalt | HCO | RPCZ 
In gesprek met pubers
In gesprek met pubers
Effectieve communicatie met jongeren
Medilex Onderwijs 
Hechting en adoptie
Adoptiekinderen bij start op basisschool extra kwetsbaar
Marion van Olst
HGW classificeren
Handelingsgericht classificeren in het onderwijs
NoŽlle Pameijer
Handelingsgericht indiceren
Handelingsgericht Integraal Indiceren
NoŽlle Pameijer
Gedragsproblemen
Indicaties van gedragsproblemen en werkhoudingproblemen
Machiel Karels
Getraumatiseerde kinderen
Connectie in plaats van correctie - kinderen met trauma
Willem de Jong
Onveilige hechting
Een neurobiologisch perspectief op hechtingsproblematiek
Henk Galenkamp
Aanraken van kinderen
Pedagogisch contact- verbondenheid door aanraking
Marcel van Herpen
Aanraken van kinderen
Pedagogisch contact- verbondenheid door aanraking
Marcel van Herpen
Pedagogisch contact
Theoretische achtergronden van pedagogisch contact
Marcel van Herpen
Tips in de klas - hechtingsproblemen
Hechtingsproblemen - tips voor de leerkracht
Anton Horeweg
Bodemloos bestaan
Bodemloos bestaan
Arja Kerpel
Gedragsproblemen in de klas
Gedragsproblemen in de klas
Arja Kerpel
Vluchtelingenkinderen
Ontwrichte kinderen in het onderwijs
Willem de Jong










Traumasensitief lesgeven aan vluchtelingkinderen
Heeft traumasensitief lesgeven effect op vluchtelingkinderen?
Gedrag en schoolprestaties
Invloed van antisociaal gedrag en prosociaal gedrag op schoolprestaties
Interventies adhd
Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD
Taakspel vso cluster 4
Taakspel in het voortgezet speciaal onderwijs cluster 4
GeÔntegreerd onderwijs kinderpsychiatrie
GeÔntegreerd onderwijs en behandeling voor kinderen met psychiatrische problemen Ė OnderwijsBewijs
Competentie leraren po gedrag
Gedragsproblemen in de basisschool en competenties van leraren
Groei gedragsproblemen
Groei aantal leerlingen gedragproblemen; vergelijkend onderzoek Nederland-Vlaanderen
Indicatiestelling
Diagnostische besluitvoering bij functionele indicatiestelling
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Hechtingsstoornissen



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.