Kindgesprekken: zonder relatie geen prestatie

Albert de Boer

Senioradviseur en coördinator innovatie bij IJsselgroep-ed

  

  Geplaatst op 11 februari 2018

De Boer, A., Bouwman, N. (2019). Kindgesprekken: zonder relatie geen prestatie.
Geraadpleegd op 16-06-2019,
van https://wij-leren.nl/kindgesprekken-eigenaarschap-opbrengsten.php

Over de relatie tussen opbrengsten en eigenaarschap   

Dit artikel is samen geschreven met Nienke Bouwman

Er is een sterke tendens in het onderwijs om kinderen meer eigenaar te maken van hun eigen leerproces. Uit steeds meer onderzoek blijkt dat het gevoel dat je eigenaar bent van je eigen leerproces, leidt tot beter leren (Murty, Bubrow, Davachi). De motivatie neemt toe.

Het eerste misverstand

Al op dit moment in het gesprek of de discussie dreigt een eerste misverstand.

Want: waarvan worden kinderen dan eigenaar? Of: waarvoor worden de kinderen dan precies verantwoordelijk? Worden ze verantwoordelijk voor het kiezen van hun leerdoelen of worden ze verantwoordelijk voor de manier waarop ze die doelen gaan bereiken? Waar ligt de balans tussen vrijheid en sturing? Waarvoor is en blijft de school verantwoordelijk?

Het tweede misverstand

Soms wordt bedoeld dat kinderen zelf meer verantwoordelijk zouden moeten zijn voor hun eigen manier van leren. Dat zij meer invloed zouden kunnen hebben op de manier waarop zij de gestelde doelen kunnen behalen. En op dat moment dreigt er een tweede misverstand. Gaat het dan over leerstijlen? En bestaan die wel of niet?

De discussie over meervoudige intelligentie is nog niet uitgewoed. Kijk maar eens naar de TEDtalk van Tesia Marshik. Maar er wordt ook bedoeld dat kinderen kunnen leren op een manier die zij prettig vinden: zittend, liggend, in een geluidsarme of meer ‘gezellige’ omgeving of liever alleen of vaker samen met anderen. Hoe leer ik het prettigste?

Op het moment dat de leerkracht dat wil weten en de voorkeuren van kinderen wil accepteren als een belangrijk onderdeel van het eigenaarschap, op dat moment bestaat de behoefte om kinderen te laten nadenken over hun eigen leren: metacognitie. Want als je weet dat je leert, dat je leerling bent, en als je weet hóe je leert kun je pas keuzes maken.

Onderbouwing

Luc Stevens heeft bij de introductie van ‘Adaptief onderwijs’ (APS, 1994) een model geïntroduceerd, gebaseerd op de motivatietheorie van Deci & Ryan (1985). Het model van Stevens (Zie figuur 1) gaat ervan uit dat de werkhouding van kinderen, oftewel de ‘wil om te leren’, o.a. afhankelijk is van de omstandigheden waarin een kind leert.

Stevens geeft aan dat, wat hij noemt de ‘onderwijsleersituatie’ (zeg maar de klas of de les) zo moet zijn ingericht dat de kinderen er relatie-, competentie-, en autonomiegevoelens ervaren. De relatie is daarbij de belangrijkste component. Waar hoor ik bij? Met wie voel ik mij verbonden? Voor wie wil ik werken? 

"Met kindgesprekken versterk je de voorwaarden om te leren."

Het model in drie begrippen

Het model adaptief onderwijs geeft aan dat een kind leert als het in de klas het gevoel heeft

  • dat het ‘het kan’ (Competentie);
  • dat het ‘er invloed op heeft’ (Autonomie);
  • als het ‘erbij hoort’ (Relatie).

De te leren kennis of vaardigheid of moet aansprekend en uitdagend zijn, en toch niet te moeilijk (competentie), het kind moet het gevoel hebben dat het invloed heeft op het leerproces of de manier van leren (autonomie) en het kind bloeit op bij het gevoel ‘erbij’ te horen (relatie).

Relatie-, competentie-, en autonomie-gevoelens worden nagestreefd en bereikt door de instrumenten van de leerkracht:

  • interactie;
  • klassenmanagement;
  • hoogwaardige instructiekwaliteit.

En dat vanuit een basishouding van de leerkracht van uitdaging (‘zone van de naaste ontwikkeling’), vertrouwen geven (“ik denk dat jij dat kunt”) en er altijd zijn om ondersteuning te bieden (“en als het niet lukt, dan help ik je wel”).

De motivatietheorie gaat over motivatie en voorwaarden om te leren, met kindgesprekken versterk je deze voorwaarden. Alleen al door in gesprek te zijn, los van de inhoud.

Motivatie vanuit de relatie

Hoe zorgt een leerkracht voor een goede relatie met de leerling? En hoe probeert een leerkracht een leerling aan te sporen tot eigenaarschap?

Goed onderwijs:


Figuur 2: De 9 velden adaptief onderwijs

Vanuit het model ‘adaptief onderwijs’(figuur 1) is er een matrix te maken van 9 velden, waarin het gedrag van de leerkracht en van de kinderen zichtbaar wordt.
In de kruising van relatie en interactie ontstaat als vanzelf het gesprek met het kind.
 


Intermezzo 1

Kun je je nog voorstellen hoe het voelt als je iets niet begrijpt op school? Je zit in de les en opeens ben je het kwijt. Zo net begreep je het nog, en nu ben je de draad kwijt. Het lijkt wel chinees wat die man daar voor de klas staat te vertellen.

De schakel tussen wat je nog wel begreep en wat je niet begrijpt is onvindbaar. Wat wil je op dat moment dat je leraar doet? Wat heb je nodig om jouw aha-moment te creëren?


Wat heeft het kind nodig om de leerstof te begrijpen? (Zie intermezzo 1). De vraag stellen is eigenlijk meteen het antwoord. Het is lastig te begrijpen wat iemand niet begrijpt als je het zelf heel goed begrijpt.

Dan helpt luisteren. Als je aan een kind vraagt wat heb jij nodig om (iets) te kunnen of te begrijpen, is de invloed van het kind gegarandeerd. Tenminste als de leerkracht luistert. “Ik heb een leraar nodig die naast mij zit en aandacht voor mij heeft. Een leraar die precies op zoek gaat naar het stukje dat ik niet begrijp”.

Toch blijkt dat niet altijd even gemakkelijk. We zijn gewend om te praten over een kind. Eventueel ook tegen een kind. Maar praten mèt een kind is, hoewel buitengewoon sociaal wenselijk, toch niet vanzelfsprekend. Of misschien moeilijker dan we denken.

Het geven van invloed, en daarmee het nastreven van eigenaarschap is echter ondenkbaar en onbereikbaar zonder gesprekken met kinderen. Wat is er nodig?

"Praten mèt een kind is toch niet vanzelfspreker en misschien wel moeilijker dan we denken."

Belangstelling - Sympathie - Vertrouwen - Succesvolle communicatie

Wat maakt praten met kinderen dan moeilijk? Het lijkt zo eenvoudig, praten met kinderen. Want praten met mensen doen we iedere dag. Toch is het goed even stil te staan bij wat een gesprek is.

“Wat is er nodig voor succesvolle communicatie tussen twee mensen?”

Het is een vraag die mij lang geleden eens werd gesteld als deelnemer aan een cursus. En aan de andere cursisten. Uit de zaal kwam meteen het goede antwoord, althans volgens de cursusleider: Vertrouwen! “Heel goed”, riep hij. “En als u dat weet, weet u natuurlijk ook hoe je vertrouwen bereikt! “

Gek genoeg bleef het destijds opvallend stil bij deze tweede vraag. Gelukkig kwam hij met het goede antwoord. Hij was uiteindelijk de cursusleider.

“Voor een goed gesprek is het nodig dat we daadwerkelijk geïnteresseerd zijn in wat de ander te vertellen heeft. Dat je zonder oordeel aanhoort wat de ander zegt, en daar een beeld van krijgen. Dat je gaat begrijpen hoe de ander aan zijn (bizarre?!) opvattingen komt”.

Die interesse noemen we ‘Belangstelling’. Belangstelling leidt ertoe dat je het referentiekader van de ander gaat begrijpen. Dat begrijpen, noemen we ‘Sympathie’. Wat iets anders is dan dat je het beslist met je gesprekspartner eens bent.


Intermezzo 2

Hoe verder de opvattingen uit elkaar liggen, hoe belangrijker het is om te luisteren. Juist in oudergesprekken speelt dat een belangrijke rol. Wat verwachten ouders eigenlijk van de school? Wat hopen ze dat hun kind op school zal meemaken en leren? Hoe is dat bepaald door hun eigen schoolervaringen en door hun opvattingen over onderwijs?

Juist als ouders zelf negatieve schoolervaringen hebben, vinden ze het erg belangrijk dat hun kinderen het naar de zin zullen hebben. En als ze dat voldoende over het voetlicht hebben kunnen brengen, zeggen ze plotseling: “Ik weet best dat kinderen op school iets moeten leren”.


Gek genoeg leidt de belangstelling niet alleen tot sympathie voor het referentiekader van de ander, maar ook tot wederzijdse sympathie. Iemand die zich gehoord voelt staat open voor het referentiekader van anderen. Laat ook zien dat hij het referentiekader van die anderen kent (Zie intermezzo 2). Zo ontstaat wederzijdse sympathie.

Wederzijdse sympathie wordt de basis voor vertrouwen. Wederzijdse sympathie geeft iemand krediet. Je bouwt een saldo op waardoor de relatie tegen een stootje kan. Er is immers een basis van vertrouwen vanuit die sympathie. Acceptatie, Begrip, Empathie. Zomaar een paar van de dingen die je gratis kunt geven en terug krijgt volgens ‘de Wet van Snuf’ (Jos Burgers, 2013)

Je begrijpt elkaars referentiekader, ook al ben je het eventueel oneens. En vertrouwen is de basis voor succesvolle communicatie. Zo ontstaat de cyclus uit de kop van deze paragraaf(B-S-V-Sc).

Als we dit model toepassen op onze communicatie met kinderen betekent dat vooral dat voor praten met kinderen échte belangstelling nodig is. Dat we kinderen volkomen serieus nemen en benieuwd zijn naar wat ze vinden en te zeggen hebben. En dat we bereid zijn rekening te houden met wat ze zeggen en vinden. Dat we luisteren om kinderen hun eigenaarschap te gunnen.

"Voor praten met kinderen is echte belangstelling nodig."

Eigenaarschap: Kennis van doelen

Eigenaarschap betekent niet veel anders dan dat je zelf iets wilt. Kinderen kunnen zich alleen eigenaar voelen van hun eigen leren als ze weten wat ze gaan leren. Alleen dan kunnen besluiten daarvoor te gaan. Kunnen ze besluiten om te willen. Ze omarmen de gedachte dat ze gaan leren en ze nemen verantwoordelijkheid voor wàt ze gaan leren.

Bijvoorbeeld: Ze kiezen ervoor om de tafels te kennen op enig moment in de toekomst. Maar ze kunnen ook andere dingen willen leren. Dingen die ze nodig hebben om de leerdoelen te kunnen bereiken. Bijvoorbeeld: Ik wil leren ....

  • Mijn mond te houden tijdens instructie
  • Voor mezelf op te komen
  • Op m’n plaats te blijven zitten

Het maakt niet uit wat je gaat leren, als je maar weet wat je gaat leren en bereid bent daarvoor de verantwoordelijkheid te nemen. Of: als je je maar bewust bent dat je iets gaat leren, en wat.


Intermezzo 3

Eigenaarschap blijft een lastig begrip. Frans Wijngaarden schreef een boek over Eigenaarschap, waarin hij 8 elementen van eigenaarschap onderscheidde, o.a. pro-activiteit, verbinding, je rol omarmen, je rol in een team, verantwoordelijkheid nemen, oplossingsgericht zijn en ontplooiing zoeken.

Eigenaarschap betekent vooral dat je niks meer moet, maar dat je zelf wilt.  Ik vat het maar samen in: “Je moet niks, behalve willen”. Een credo dat tot nadenken leidt.

"Je moet niks, behalve willen."


Als dat bereikt is komt de vraag hòe je dat gaat leren. En daarop heeft iemand die eigenaar is van het eigen leerproces grote invloed. Op dat moment ontstaat ook het gesprek over de inzet van talenten van kinderen: welk talenten heb jij en hoe kunnen we jouw talenten inzetten, zo dat jij met plezier en vanuit je (talenten)kracht kunt leren?

Oefenen

Al redenerend kom je tot een onontkoombare conclusie. Als je kinderen eigenaar wilt maken van hun eigen leerproces, moet je met ze gaan praten. Vragen wat ze nodig hebben om te leren. Het best denkbare onderwijs kun je niet geven zonder de kinderen te consulteren.

Maar zijn kinderen wel in staat om hun wensen kenbaar te maken?  Als je niet gewend bent dat er naar je geluisterd wordt, of als je niet gewend bent dat er naar je mening wordt gevraagd, dan is het niet vanzelfsprekend dat plotseling wel te doen.

Je kunt niet goed met kinderen praten als kinderen niet gewend zijn om een vraag gesteld te krijgen. Een echte vraag, geen controlevraag / displayvraag. Het vragen zelf maakt de bevraagde bewust van z’n invloed. Je wordt je bewust van je invloed. Er ontstaat ‘besef van belang’.


Intermezzo: I wish my teacher knew ..

In het onderwijsblad van september 2015 stond een klein artikel over een Amerikaanse juf die aan de kinderen vroeg iets te schrijven over zichzelf. Ze mochten (anoniem) een klein briefje maken waarop ze de zin: ’I wish my teacher knew …’ af maakten. De resultaten waren erg ontroerend:

  • Dat ik geen vriend heb om mee te spelen.
  • Dat mijn moeder me niet kan helpen met mijn huiswerk
  • Dat ik bang voor haar ben …..

Vragen stellen

Het helpt als je kinderen vragen stelt waarop je zelf het antwoord ook niet weet. Of waarop geen eenduidig antwoord mogelijk is. Dat bevordert het denken en het besef van belang. Het besef dat jouw mening er mag zijn en er toe doet of kan doen.

In essentie gaat het hier om rolwisseling. Het kind is de expert. En als je die rol niet gewend bent met je worden uitgedaagd: “Vertel mij eens over dinosaurussen/voetbal/paarden/ wat jij vindt van het schoolplein, ik weet er echt niets van, ik ben echt benieuwd!”

Als je weet dat er gevraagd wordt naar je mening ga je daar ook over nadenken. De erkenning van de expertrol zet aan tot nadenken. Kinderen kunnen actief worden uitgenodigd tot nadenken: “Denk er maar eens over na!”. Maar de uiteindelijke antwoorden zijn niet goed of fout. Het zijn immers hun antwoorden op het voorgelegde dilemma.

Het vraagt acceptatie, empathie en authenticiteit van de leerkracht. Authenticiteit in de zin dat de leerkracht laat zien dat er overeenstemming is tussen wat hij zegt en wat hij doet in deze situatie. Geen kunstje, maar echte belangstelling.

Als leerkracht heb je een aantal communicatie- en gespreksvaardigheden nodig. Zaken als complimenteren, sterke punten naar boven halen en doelen stellen. Dat niet iedereen dat vanzelfsprekend kan of meteen goed doet is niet erg. Ondersteuning zoeken en oefenen baart goede relaties.

"Het vraagt acceptatie, empathie en authenticiteit van de leerkracht. Geen kunstje, maar echte belangstelling."

Nieuwsgierigheid: een hongerig brein.

Een laatste element dat ik wil noemen in relatie tot eigenaarschap is nieuwsgierigheid. Marieke Peeters beschrijft in haar artikel ‘Hoe worden kinderen nieuwsgierig?’ (JSW 8 april 2015) nieuwsgierigheid als ‘een honger naar exploratie’ en ‘een intrinsieke motivatie om te leren’. Voor nieuwsgierigheid is volgens haar een kennisbasis nodig en een informatiekloof.

Als je iets weet, kun je ook weten dat er iets is wat je nog niet weet. En dan ga je op zoek.
Zelf op zoek is willen. En zoals we hebben gezien is dat de kern van eigenaarschap.

Relatie met opbrengsten

Uiteindelijk leren de kinderen. Wat dan ook. En er zijn kerndoelen. Dingen die je moet leren, ook al heb je er niet onmiddellijk zin in. Kinderen leren wat ze hebben besloten om te leren. Als kinderen verantwoordelijk zijn voor hun leren, kunnen ze ook leren om iets te leren wat ze niet willen leren. Huh?! Ja echt.

De wil tot leren kan immers ook onderwerp van gesprek zijn. Denk er maar eens over na. 

Leren vraagt doorzettingsvermogen. Geen leren zonder leerkuil. De aandacht voor breinleren heeft minimaal het inzicht opgeleverd dat leren moeite kost. De neurale paadjes komen niet zomaar tot stand.

Leren zonder moeite is een utopie. Maar je kunt wel aangeven wat jou zou helpen. Kun je mij dat vertellen? Ik ben er echt nieuwsgierig naar. Dan beloof ik dat ik jouw leersituatie zo dicht mogelijk bij het best denkbare onderwijs zal brengen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Albert de Boer en Nienke Bouwman werken als adviseur bij IJsselgroep en geven onder anderen trainingen in kindgesprekken

Literatuur

  • Burgers, Jos (2013) De wet van Snuf Culemborg: Van Duuren management.
  • Deci, E.L., & Ryan, R.M. (1985) Intrinsic motivation and self-determination in human behavior.  New York: Plenum.
  • Dijkstra. Rinze & Mee, van der Nico (1994) Adaptief onderwijs in een lerende school. Amsterdam : APS.
  • Vishnu P. Murty, Sarah DuBrow, and Lila Davachi. The Simple Act of Choosing Influences Declarative Memory In: The Journal of Neuroscience, April 22, 2015 • 35(16):6255– 6264 • 6255

De Boer, A., Bouwman, N. (2019). Kindgesprekken: zonder relatie geen prestatie.
Geraadpleegd op 16-06-2019,
van https://wij-leren.nl/kindgesprekken-eigenaarschap-opbrengsten.php

Gerelateerd

Tweedaags opleiding tot Schoolcoach Betrokkenheid
Tweedaags opleiding tot Schoolcoach Betrokkenheid
unieke kans!
Bazalt | HCO | RPCZ 
Positief leiderschap vanuit transactionele analyse
Positief leiderschap vanuit transactionele analyse
Creëer een gemotiveerd en pro-actief team
Medilex Onderwijs 
Toekomstgericht onderwijs voor IB’ers
Toekomstgericht onderwijs voor IB’ers
Hoe beweegt de rol van IB'er mee in de toekomst?
O21 
Leerlingen leren kennen
Leerlingen leren kennen: leefwereld - ontwikkelingspsychologie
Arja Kerpel
Autonomie en motivatie
Meer motivatie door meer autonomie
Dirk van der Wulp
Kind is eigenaar van zijn ontwikkeling
Het kind is eigenaar van zijn ontwikkeling en is daarvoor competent
Luc Stevens
Intrinsieke motivatie
Hoe help je leerlingen om gemotiveerd te raken? - 10 praktische inzichten voor onderwijsprofessionals
Yvonne van Sark
Motivatie vergroten leerlingen
Zo vergroot je de motivatie van je leerlingen!
Jaap Versfelt
Tabletprogramma's ondermijnen eigenaarschap
De leerling eigenaar van het leerproces? Niet met digitale oefenprogramma's!
Dolf Janson
Leren en onderwijzen
Over leren en onderwijzen
Luc Stevens
10 minutengesprekken
Zijn 10-minutengesprekken nog van deze tijd?
Peter de Vries
Toekomstbestendig onderwijs
Deze 12 onderwijsveranderingen zijn kindgericht en toekomstbestendig
Machiel Karels
Talentenscan motiveert
Hoe een talentenscan leerlingen intrinsiek motiveert
Nadine van der Hart
Luister je wel naar mij?
Luister je wel naar mij? - Tips voor gespreksvoering met kinderen
Arja Kerpel
Lef om te luisteren
Lef om te luisteren - Hoe luister je nu echt naar leerlingen?
Arja Kerpel
Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker
Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker
Marianne Hogenhout
Een plasje buiten de pot
Een plasje buiten de pot
Ivo Mijland


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Leraarbekwaamheden, overeenkomsten en verschillen
Maakt het uit welk vak je geeft hoe bekwaam je moet zijn?
Authentieke rekencontexten en motivatie
Authentieke rekencontext: spreekt dat aan?
Sportbeleving na shuttlerun
Shuttle Run test: worden leerlingen daar fitter van?
Zelfwerkzaamheid groepswerk
Zelfwerkzaamheid en groepswerk in het rekenonderwijs
Verhindert werkdruk docenten in mbo goed onderwijs?
Verhindert werkdruk van docenten in mbo goed onderwijs?
Vakwedstrijden op het mbo
Skills Heroes vakwedstrijden: hebben zij effect op vakontwikkeling?
Hoe draagt toetsing bij aan leerwinst?
Hoe draagt toetsing bij aan leerwinst in het voortgezet onderwijs?
Participeren in een leernetwerk draagt bij - verpleegkunde
Participeren in een leernetwerk: goed voor ontwkkeling van praktijkbegeleiders?
Helpt een huiswerkplanner?
Helpt een huiswerkplanner?
Effect vrij lezen op leerklimaat mbo
Vrij lezen: welk effect heeft dat op het leerklimaat?
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Studiemotivatie VWO plus
Studiemotivatie hoogbegaafde leerlingen in VWO-plus
Falen en succes
Van faalervaring naar leerervaring: Zijn reacties van leerlingen op lage cijfers te beïnvloeden?
Motivationele differentiatie
Invloed van cognitieve en motivationele differentiatie bij hoogbegaafde en getalenteerde leerlingen
Sturen kwaliteit po
Ongemak van Autonomie: Sturen van onderwijskwaliteit in het primair onderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Kindgesprekken



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.