8 Verantwoordelijkheid

  Geplaatst op 2 april 2024

Onderwijs werkt het beste als de leerling betrokken is: als ze actief en gemotiveerd is, als het haar engageert en past. Haar leren moet haar leren zijn. Tegelijkertijd kan onderwijs niet anders dan dwingend zijn, door anderen bedacht, voorbereid, geleid en gecontroleerd. Waardoor het leren onvermijdelijk on-eigen is.

Hier komt bij dat de leerling in haar mogelijkheden om te leren voor een deel bepaald wordt door aanleg- en context-factoren waarop zijzelf geen greep heeft. Ook hierdoor heeft zij haar eigen leren niet volledig in de hand. Eigenaarschap van leerlingen bepleiten of praktiseren zonder deze spanningen in acht te nemen, ondermijnt juist hun eigenaarschap. Vandaar: de paradoxen van eigenaarschap. 

In negen hoofdstukken komt het problematische karakter van eigenaarschap aan de orde. In deze laatste hoofdstukken stel ik voor het concept “eigenaarschap” op te geven en terug te gaan naar ouderwetse manieren van denken en doen waarin verantwoordelijkheid voorop staat: verantwoordelijk zijn en verantwoordelijk worden. Bij eigenaarschap ligt de nadruk op beslisruimte en bevoegdheid; bij de verantwoordelijkheid ligt de nadruk op redelijkheid: het kunnen en willen verantwoorden van het eigen oordelen en handelen. Dit achtste hoofdstuk bespreekt uitgebreid zelfzeggenschap en verantwoordelijkheid.

Verantwoordelijkheid

Iemand is verantwoordelijk wanneer zij aangesproken kan worden op wat zij doet en laat en op wat zij denkt en vindt. Zij is letterlijk aansprakelijk voor haar handelen en haar oordelen. Aan haar vertrouwen we daarom taken en rollen toe. Zij beantwoordt qua kunnen en willen aan wat we minimaal van haar mogen verwachten en verlangen, gegeven haar aansprakelijk zijn: zij is in staat en bereid om redenen te geven voor haar handelen en oordelen.
Verantwoordelijkheid kan op twee manieren begrepen worden: in termen van status en in termen van redelijkheid.

Voorbeeld 1
Langs het perron staat aan beide zijden een Arriva-trein. Normaliter staat de trein naar Leeuwarden aan de rechterkant. Veel forenzen stappen gewoontegetrouw in in deze trein, hoewel op de trein zelf geen bestemming staat aangegeven. Op de andere trein, die aan de linkerkant, staat Leeuwarden als bestemming aangegeven. Wij zijn in dubio, maar gelukkig komt juist de machinist het perron op lopen. We vragen hoe het zit en hij zegt dat, anders dan anders, de trein links naar Leeuwarden gaat en dat de trein rechts op het station blijft. We waarschuwen hem dat veel passagiers zijn ingestapt in de verkeerde trein. De machinist reageert stuurs: “Dat is niet mijn probleem. Ik hoef alleen maar de trein te rijden”. En hij loopt door.

In termen van status: 
Is het wel of niet zijn verantwoordelijkheid? Misschien staat in het arbeidscontract van de machinist niks over klantvriendelijkheid noch over het informeren van reizigers, niets dat hem verantwoordelijk maakt. Dan is hij formeel inderdaad niet verantwoordelijk. Of wel? Misschien vanwege de gezamenlijke verantwoordelijkheid van al het personeel van Arriva voor de kwaliteit en de efficiency van het vervoer door Arriva (immers, de Arriva-slogan is: “Openbaar vervoer waar je op kunt vertrouwen, dat is waar wij ons hard voor maken”). Maar stel, het bedrijfsethos of zijn arbeidscontract of een ander reglement of de beroepscode van treinmachinisten maakt hem niet verantwoordelijk. Mogen we hem dan toch verantwoordelijk houden? En moet hijzelf niet, ook los van onze mening hierover en ongeacht contract, ethos of code, zijn verantwoordelijkheid nemen?

In termen van redelijkheid:
De machinist is met onze waarschuwing aangesproken. Wij verwachten dat hij iets zal doen ten behoeve van de passagiers. Hij verantwoordt waarom hij dat niet doet: hij geeft een reden. Is het een goede reden? Volgens ons niet. We kunnen om nadere verantwoording vragen. Bijvoorbeeld: dat het toch een kleine moeite is om …. Stel, de machinist legt uit dat er geen tijd voor is omdat het al bijna te laat is en stiptheid boven alles gaat; hij moet onmiddellijk de trein opstarten. Dan zouden we afwegen of hij per se gelijk heeft: gaat de stiptheid van een bijna lege trein boven het ongemak en de kosten voor al die achterblijvende reizigers in de verkeerde trein? We zouden het hem kunnen vragen; dus vragen om verdere verantwoording. Hij zou dan wellicht inbrengen dat ook de stiptheid van een bijna lege trein belangrijk is, omdat vertraging van één trein een domino-effect kan hebben, vooral op een traject met delen enkel spoor, zoals tussen Groningen en Leeuwarden. Wij zouden ons kunnen afvragen of dat wel zo is. Ondertussen zou hij dan kunnen zeggen dat onze discussie alleen maar voor nog meer vertraging zorgt. Dus als u het niet erg vindt … 

Verantwoordelijkheid is enerzijds status: een hoedanigheid waaruit aanspraken voort-vloeien, een hoedanigheid die je krijgt of neemt.
Verantwoordelijkheid is anderzijds redelijkheid: je willen en kunnen rechtvaardigen; een combinatie van bereidheid en bekwaamheid.

Verantwoordelijkheid als status

Verantwoordelijkheid is een status, zoals aansprakelijkheid, bevoegdheid, plicht hebben of recht dragen een status is. Verantwoordelijkheid komt voort uit rollen en relaties, al dan niet geregeld in tradities, conventies, wetten, contracten, afspraken of dergelijke. Je krijgt en je neemt verantwoordelijkheid zoals je in rollen en relaties terechtkomt: soms gaat het vanzelf, soms is het toeschrijving, soms is het afspraak, soms is het eigen initiatief, omdat er niks anders opzit of uit gezindheid of ideaal.

  • Soms gaat het vanzelf: dankzij de natuur, bijvoorbeeld moeder of vader worden; of dankzij cultuur, bijvoorbeeld een Gereformeerde opvoeding.  
  • Soms is het toeschrijving: anderen houden je verantwoordelijk.
  • Soms is het afspraak: een contract, bijvoorbeeld, maakt je verantwoordelijk.
  • Soms is het eigen initiatief: als reactie op omstandigheden die erom vragen (getuige zijn van een ongeluk en dus te hulp schieten) of ingegeven door eigen waarden (ervoor kiezen nauwelijks nog vlees te eten en auto te rijden).

Verantwoordelijkheid als redelijkheid

Verantwoordelijkheid is redelijkheid, een combinatie van bereidheid en bekwaamheid (van willen en kunnen). Het is een (in het Engels) “readiness” of een (in het Duits) “Bereitschaft”. Verantwoordelijk zijn betekent bereid zijn en in staat zijn om je te verantwoorden: redenen te geven voor je oordelen en je handelen.

Verantwoordelijk zijn is nauw verwant met: praktische redelijkheid (“practical reason”, “reasonability”, “praktische Vernunft”).

Voorwaarde voor verantwoordelijkheid in de zin van redelijkheid is: handelen en oordelen om redenen; om redenen in plaats van zomaar of uit gewoonte of uit vrees of uit dwang of dergelijke. Anders zou verantwoorden, redenen geven, immers betekenisloos zijn.
Oordelen en handelen om redenen loopt vooruit op verantwoorden en is hierom een manier om verantwoordelijkheid te realiseren. Een andere manier om verantwoordelijkheid te verwezenlijken is uiteraard het verantwoorden zelf: redenen geven voor je oordelen en je handelen.

Verantwoordelijkheid nader toegelicht, aan de hand van enkele voorbeelden

Voorbeeld 2
Als werknemer in een restaurant ben ik verplicht om op tijd aanwezig te zijn. Deze verantwoordelijkheid vloeit voort uit mijn arbeidscontract. Het is ook anderszins een verantwoordelijkheid. Het betekent bijvoorbeeld dat, wanneer ik te laat kom, ik wil en kan uitleggen waarom ik te laat kom, dus waarom ik echt niet eerder van huis kon. Dit willen en kunnen is niet alleen actueel op het moment dat iemand mij expliciet aanspreekt bij het te laat komen, maar ook eerder: in mijn motivatie (redenen, beweegredenen) om de wekker te zetten, op tijd uit mijn bed te komen, niet te treuzelen bij het ontbijt, andere verplichtingen thuis bijtijds af te ronden, in de planning voldoende rekening te houden met eventuele vertragingen in vervoer of verkeer enzovoort. In dit alles anticipeer ik op verantwoording; ook zonder dat op voorhand zeker is dat er van verantwoording sprake zal zijn en zelfs terwijl het onwaarschijnlijk is dat het feitelijk zal gebeuren.
Hoe dan ook: het contract maakt mij verantwoordelijk (status). Het speelt bovendien een rol in mijn verantwoordelijkheid als redelijkheid. Het contract geeft me een reden om op tijd te zijn. Maar het contract bepaalt niet mijn verantwoordelijkheid in de zin van redelijkheid en het neemt haar niet weg. Er kunnen zich situaties voordoen die me redenen geven om van de afspraken in het contract af te wijken. Verantwoordelijkheid betekent dat ik in zulke omstandigheden niet domweg het contract negeer, maar bereid en in staat ben om uit te leggen wat die redenen zijn. Dit willen en kunnen impliceert onder meer dat ik nooit zomaar doe wat het contract voorschrijft en nooit zomaar laat wat het contract verbiedt.

Voorbeeld 3
Als hulp in de keuken mag van mij verwacht worden dat ik de hygiëne in het oog houd. Hygiëne is mede mijn verantwoordelijkheid, één van mijn vele taakverantwoordelijkheden. De HACCP-richtlijnen, de hygiënecode Horeca, maken mij verantwoordelijk. Het is ook anderszins mijn verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid betekent bijvoorbeeld: ik kan uitleggen waarom ik de voorbereiding en bereiding van schotels onthaast met het oog op de zorg om de hygiëne ondanks de drukte en de druk. Of ook: ik wil en kan redenen geven waarom ik, hoewel ik een betrekkelijk lage status heb in de keuken, anderen zus en zo aanspreek en corrigeer wanneer zij zich vanwege drukte en druk te weinig gelegen laten liggen aan de hygiëne. Maar ook: ik wil en kan redenen geven waarom ik een bepaalde collega niet aanspreek of corrigeer ondanks slordigheid qua hygiëne (denkbaar in geval die collega uit minachting vanwege mijn status of uit recalcitrantie waarschijnlijk zo’n vermaning als bemoeizucht zal ervaren en dan van de weeromstuit nog slordiger zal worden). 
Die verantwoordelijkheid realiseer ik niet alleen wanneer iemand mij om verantwoording vraagt, maar ook als niemand dat doet, want ik realiseer de verantwoordelijkheid al door te onthaasten, te corrigeren et cetera, omdat ik zodoende handel en oordeel om redenen waarnaar (ook wat mij betreft) anderen mij mogen vragen, om redenen die ik bovendien mezelf voorhoud als ik me afvraag waarom ik doe wat ik doe en oordeel hoe ik oordeel. Verantwoordelijkheid en geweten zijn nauwelijks te onderscheiden.

Voorbeeld 4
Het behoort tot mijn taak als kelner om gastvrij te zijn en te blijven tegen klanten, ook tegen onvriendelijke klanten. Wordt een klant ál te onvriendelijk en zit er niks anders op dan ongastvrij te reageren, dan bestaat mijn taakverantwoordelijkheid er onder andere in dat ik wil en kan uitleggen waarom ik vind dat de klant een grens overschrijdt en waarom mijn reactie gepast is. 
Het gepast zijn van de reactie weerspiegelt de verantwoordelijkheid: de reactie anticipeert erop; ik handel zodanig dat ik redenen wil en kan geven waarom.
Ook als de onvriendelijke klant niet vraagt waarom hij wel nog een biertje, maar geen jenever meer geserveerd krijgt, dan nog wil en kan ik de keuze verantwoorden, bijvoorbeeld als volgt: andere klanten storen zich aan zijn luide toon van spreken; het komt mij voor dat de onvriendelijke klant luider spreekt naarmate hij meer alcohol nuttigt; helemaal niks meer schenken is wellicht wat al te straf en prikkelt hem vermoedelijk tot nog meer agitatie en stemverheffing; maar nog een bier plús jenever versterkt de dronkenschap te zeer en vergroot daarmee ook de kans op nog meer luidruchtigheid; alleen een extra bier zonder jenever is een mooie middenweg.
Mijn beroepsgeweten knaagt ondertussen: ik had dit moeten zien aankomen; ik heb vroeger op de avond mijn verantwoordelijkheid geen recht gedaan, want ik had eerder zodanig moeten oordelen en handelen dat ik niet nu voor dit probleem was komen te staan. Ik heb uit gemakzucht de onvriendelijke klant telkens zijn zin gegeven, ondoordacht ben ik blijven bedienen, zonder me te bedenken dat er een moment als dit zou komen, waarop ik … Enzovoort. 

Min of meer kritisch, aan de hand van twee voorbeelden

Aansluitend bij deze illustraties en uitleg van wat verantwoordelijkheid is, volgen nu twee problematiserende voorbeelden die laten zien dat verantwoordelijkheid als redelijkheid min of meer kritisch kan. De uitwerking van de voorbeelden loopt vooruit op de daaropvolgende uiteenzetting van wat kritische verantwoordelijkheid is.

Voorbeeld 5
Een mannelijke restaurantmedewerker komt te laat op het werk. De collega’s vragen waarom. Hij vertelt dat zijn dochter ziek is, waardoor ze niet naar school kon; hij moest voor oppas zorgen. De collega’s vinden het geen goed excuus, want waarom moest jij dat per se doen? Dat is toch een vrouwen-ding? Kon je vrouw het niet doen? Hij verdedigt zich: zijn vrouw en hij werken beiden praktisch fulltime en delen de zorg om de kinderen. De collega’s vinden dit niet tellen: waarom moeten ons werk en wij eronder lijden dat jij thuis zulke afspraken hebt? Hij verdedigt zich: de werkverdeling thuis is logisch, want rechtvaardig. Waarom zou alleen de moeder zorgtaken hebben? De collega’s vinden het niet logisch en al helemaal niet eerlijk om als man vrouwendingen te moeten doen. Zorgen voor de kinderen ís een vrouwen-ding. Zorg jij er maar voor dat je op tijd op je werk bent. Hij reageert: Maar mijn vrouw moet toch ook op tijd op haar werk zijn? De collega’s halen hun schouders op: Zie je wel, daarom moeten moeders geen bijna-fulltimebanen hebben. Enzovoort.
De man verantwoordt zich: hij geeft een reden waarom hij te laat is. De collega’s vinden het geen voldoende reden om te laat te komen. De man neemt zijn verantwoordelijkheid serieus: hij gaat in op de vraag naar nadere verantwoor-ding. Hij is bereid en in staat om zijn verantwoording te verantwoorden. Hierbij gaat hij in op wat zijn collega’s vinden. Hij zoekt serieus aanknopingspunten in gedeelde waarheden, waarden en logica. Ook als hij blijkt mis te tasten: hij doet zijn best.
Verantwoording verantwoorden. Hiertoe bereid en in staat zijn, dít willen en kunnen, kan min of meer kritisch. Immers, …
… Stel, de man antwoordt op de vraag van de collega’s waarom juist hij voor oppas moest zorgen, dat zij daar niks mee te maken hebben. Punt. Dat zou van minder bereidheid getuigen.
… Of, stel, de man verdedigt, zoals hier, zijn te laat komen en zijn zorgtaak onder verwijzing naar werkverdeling thuis en gelijkheid tussen man en vrouw, terwijl dit eigenlijk een smoes is, omdat hij het met zijn collega’s eens is, maar niet tegen zijn vrouw opgewassen is en thuis altijd voor alle zorg opdraait en ook deze ochtend tégen zijn zin en zijn overtuiging in zich heeft laten koeioneren. Dan zou er iets mankeren aan zijn verantwoording verantwoorden.
… Of, stel, de collega’s brengen in alle ernst in dat het arbeidscontract voorrang heeft boven privé-afspraken thuis en dat hij ervoor had moeten zorgen dat zijn thuissituatie en de verplichtingen thuis passen bij de werkverplichtingen en dat onvoorziene zorgtaken derhalve geen reden zijn om te laat te komen. Dat zou pas echt van verantwoordelijkheid getuigen. Gelijk hebben ze of? Stel, de man vindt van niet. Want in het arbeidscontract komt een artikel voor dat de werknemer het recht geeft om bij uitzondering in geval van overmacht later op het werk te komen mits zus en zo. Of hij nu zijn verantwoordelijkheid serieus neemt, is mede afhankelijk van de correctheid van de verwijzing, de eenduidigheid en de toepasselijkheid van het artikel, de oprechtheid van zijn lezing, zijn bereidheid om in te gaan op eventuele discussie over de toepasselijkheid en interpretatie.
… Of, stel, de man komt wel eens vaker te laat en beroept zich telkens op de zorgtaken en de rolverdeling thuis waarbij hij desgevraagd seksegelijkheid als rechtvaardiging aanvoert, terwijl hij op de werkvloer sommige taken niet wil doen, zoals het vouwen van servetten, omdat het typisch vrouwenklusjes zijn. In zo’n geval mankeert er iets aan zijn verantwoordelijkheid. Collega’s spreken hem er terecht op aan dat hij niet consequent is. Hoe kan hij thuis principes hoog hebben die hij op het werk niet belangrijk vindt?

Voorbeeld 6
De nieuwe keukenhulp weet zich medeverantwoordelijk voor de hygiëne. Zij wil daarom dat er ook streng op wordt toegezien dat vlees en melkproducten niet met elkaar in aanraking komen. Als de chefkok haar vraagt waarom dat nodig is, is haar antwoord dat het onrein is wanneer vlees en melkproducten niet gescheiden worden. Onrein? Hoezo? Wil de chefkok weten. Volgens de Joodse spijswetten, zegt de keukenhulp. De chefkok: Wat hebben wij te maken met die vreemde regels? Wij hoeven ons alleen aan de HACCP-richtlijnen, de hygiënecode Horeca, te houden. Zij: Het zijn geen vreemde regels, het zijn de wetten die gelden voor een groep mensen die welkom zijn als klanten. Zij moeten kosher kunnen eten. Het gaat niet aan om Joodse klanten als vreemden te diskwalificeren. De chefkok: Oké, dat snap ik. Sommige klanten moeten kosher eten. Maar dat is toch niet onze verantwoordelijkheid? Als ze ons eten niet kosher vinden, eten ze maar elders. Zij: Dat is discriminatie. Buitensluiten van mensen vanwege hun traditie of geloof. Dat hoort niet en bovendien is het wettelijk verboden, grondwettelijk zelfs: onderscheid maken naar godsdienst of ras of etniciteit of zoiets.
De keukenhulp en de chefkok verantwoorden hun oordeel tegenover elkaar en ze verantwoorden hun verantwoordingen. Beiden zijn verantwoordelijk. Op de een of andere manier maakt het voor hun verantwoordelijkheid (voor de kwaliteit van hoe ze deze recht doen) uit of …
… ze zich realiseren dat rituele (on)reinheid iets anders is dan hygiënische (on)reinheid en dit eventueel willen en kunnen verdisconteren in nadere verantwoording. Er mankeert iets aan het verantwoorden wanneer iemand dat verschil niet kent en redeneert alsof het geen verschil maakt. Er mankeert ook iets aan het verantwoorden wanneer iemand dat verschil wél kent en redeneert alsof het geen verschil maakt.
… ze bereid en in staat zijn om zakelijk en logisch correct te discussiëren over de vraag wie verantwoordelijk is voor kosher eten in het restaurant. Moet een restauranthouder zich op voorhand aan alle spijswetten van alle godsdiensten houden omdat het niet uitgesloten is dat een klant tot een groep behoort voor wie bepaalde spijswetten gelden? Of moet de klant selectief zijn en zelf opletten of vragen enzovoort? Zegt de wet daar iets over? Zo nee, wie bepaalt dat dan eigenlijk?
… ze snappen dat de link met discriminatie hooguit indirect is (immers, ook voor mogelijke klanten die om andere reden dan de spijswetten geen trek hebben in het menu van dit restaurant, geldt: dan eten ze maar elders) en dat ook los hiervan de toepasselijkheid van het wettelijk verbod op discriminatie in dit geval hoogst discutabel is, zoals zéker een beroep op de grondwet hier niet op zijn plaats is.
… zij zelf Joods-orthodox is en vooral hierom het volgen van de spijswetten vanzelfsprekend vindt, en bereid en in staat is om eventueel aan de chefkok uit te leggen waarom voor haar als Joods-orthodoxe de spijswetten belangrijk zijn, of dat zij in het geweer komt om anderen en hierom, net als de chefkok, niet tot de mensen behoort wier gelijkwaardigheid of godsdienstvrijheid hier in het geding is.
De keukenhulp vindt zichzelf medeverantwoordelijk voor de hygiëne. Ze wil en kan haar oordelen en handelen op dat punt verantwoorden. Dit betekent dat ze verstand moet hebben van hygiëne. Dat ze de hygiëne code Horeca moet kennen. Misschien ook iets over mitsen en maren rond die code. Ze moet immers anticiperen op vragen en de noodzaak tot uitleg en rechtvaardiging. Ze moet in elk geval ook weten wat de verhoudingen zijn tussen hygiëne en netheid en gewoonte en smaak en (zie de casus hier) godsdienstige traditie. Verantwoordelijkheid verplicht kennelijk tot kennis en inzicht.

Kritisch verantwoordelijk in drie normen: objectief, subjectief en reflexief

Verantwoordelijkheid is status, je krijgt het of neemt het. En verantwoordelijkheid is redelijkheid: je wil en kan redenen geven voor je oordelen en handelen. De laatste twee voorbeelden laten zien dat verantwoordelijkheid in de zin van redelijkheid minder of meer kritisch kan. Ze geven ook al een indruk van wat kritisch in dit verband betekent.
Redenen geven kan min of meer (1) objectief, (2) subjectief en (3) reflexief. Verantwoordelijkheid is kritischer naarmate ze objectiever, subjectiever en/of reflexiever is. Een korte uitleg van de drie normen:

  1. Objectief

Objectief in twee opzichten: (1.1) passend (ter zake) en (1.2) publiek (niet persoonlijk of particulier). Immers, verantwoording verwijst naar zakelijke context (realiteit, wereld) en richt zich tot anderen. Verantwoorden vooronderstelt daarom correspondentie met werkelijkheid en verstaanbaarheid voor anderen. 

(1.1) Passend
De redenen waarom je oordeelt of handelt, zijn zaak-adequaat, situatie-geschikt, passend bij de omstandigheden, bij hoe de dingen zijn, ook de menselijke “dingen”, dus bij hoe jezelf bent en hoe anderen zijn (belangen, wensen, overtuigingen enzovoort); de redenen doen recht aan de realiteit, of althans, hoe die zich aan je voordoet. De redenen zijn uiteraard ook passend bij de complexiteit en de veranderlijkheid van dat alles. De redenen zijn bijgevolg gebaseerd op ondervinding, onderzoek, overdenking, doordenking, kennis en inzicht.
Om misverstaan te voorkomen: De redenen hoeven de werkelijkheid niet te eerbiedigen, de stand van zaken of de gang van zaken niet ongemoeid te laten. De redenen moeten erop inspelen, ermee rekening houden, erbij aanknopen. In deze zin: erbij passen.

(1.2) Publiek
De redenen waarom je oordeelt of handelt, zijn door anderen te begrijpen en te bevestigen, niet alleen door de mensen die jouw belangen, ervaringen, waarden, overtuigingen of perspectief delen, maar in principe door ieder ander. Anderen moeten je kunnen volgen, moeten het snappen: anders is er geen sprake van uitleg, laat staan van verantwoording. En anderen moeten kunnen instemmen: beamen dat het redenen kunnen zijn voor zo’n oordeel of handeling (in de trant van “Was ik als jou in deze omstandigheden enzovoort, dan hadden de redenen die je noemt ook voor mij reden geweest om …”).
Om misverstaan te voorkomen: Ernaar streven dat anderen het kunnen begrijpen en bevestigen is iets anders dan proberen neutraal, onpartijdig, ongebonden, context-loos, perspectiefloos, positie-loos, gedistantieerd, afstandelijk, niet-betrokken te zijn. Het vereist wel dat je je best doet om jouw betrokkenheid, perspectief, positie, betrokkenheid enzovoort inzichtelijk en invoelbaar te maken, ook voor totaal “vreemden”; je best doen anderen de mogelijkheid te geven zich in jou te verplaatsen.

  1. Subjectief

Subjectief in twee opzichten: (2.1) eigen (authenticiteit) en (2.2) integer (identiteit). 

(2.1) Eigen
De redenen waarom je oordeelt of handelt, zijn jouw eigen redenen, gebaseerd op eigen ondervinding, eigen overdenking, eigen kennis en eigen inzicht, eigen afwegingen, eigen conclusies. Ze zijn je niet aangepraat, opgedrongen, ingeprent. Je hebt ze niet domweg overgenomen, zomaar aangenomen.
Om misverstaan te voorkomen: Eigenheid heeft niks te maken met individualiteit, afzonderlijkheid, enigheid, originaliteit of onbepaaldheid. Iedereen is altijd en in alles aangewezen op anderen, op hun hulp en zorg, maar ook op hun voordoen en voorbeeld, hun raad en inzicht, hun kennen en denken. Deze onvermijdelijke afhankelijkheid neemt de mogelijkheid van eigenheid niet weg, namelijk de mogelijkheid voor eigen verwerking, eigen verkenning, eigen doordenking, eigen keuzen enzovoort. 

(2.2) Integer
De redenen waarom je oordeelt en handelt, vertonen over tijd en situaties heen samenhang en continuïteit. Er is zeker geen sprake van inconsistentie. Het kan bijvoorbeeld niet zo zijn dat redenen die de ene keer doorslaggevend zijn, de andere keer niet relevant zijn (tenzij er goede redenen voor zijn en de verandering of tegenspraak te verantwoorden is, maar dan moeten déze redenen consistent zijn met zowel de redenen van de ene keer als die van de andere keer). De samenhang en continuïteit in redenen zorgt voor identiteit en integriteit.
Vandaar: Zoals jij zelf verantwoording vormt (schept, voortbrengt), vormt verantwoording ook jou, jouzelf, jouw zelf (je morele zelf). Doordat anderen jou kunnen aanspreken op je oordelen en handelen en door hoe je hierop antwoordt en vooral ook door hoe je daarop vooruitloopt en op terugkijkt (op dat aangesproken worden en antwoorden), ontwikkelt zich je persoon-zijn, je geweten.
Mijn aanvankelijke karakterisering van zelfzeggenschap valt samen met deze tweede norm van kritische verantwoordelijkheid, de norm die betrekking heeft op de relatie tussen je oordelen en handelen en jezelf: subjectiviteit. Het past bij de liberale politieke filosofen waar zij autonomie onderscheiden van autarchie. Zelfzeggenschap overlapt op dit punt met kritische verantwoordelijkheid.

  1. Reflexief

Kritische verantwoordelijkheid is verantwoordelijkheid die ook betrekking heeft op zichzelf. Je bent bereid en in staat om je verantwoordelijkheid te verantwoorden, dus om je verantwoordelijkheid te doordenken, te bevragen en te rechtvaardigen. In twee opzichten:

(3.1) Ten opzichte van verantwoordelijkheid als status
Je bent bereid en in staat om na te denken over het nemen van verantwoordelijkheid of het aanvaarden van verantwoordelijkheid, dit af te wegen, erover te beslissen en hiervoor redenen te geven; dus ook je verantwoordelijkheden te vergelijken met die van anderen, te positioneren ten opzichte van die van anderen enzovoort. Bijvoorbeeld: Is dit mijn verantwoordelijkheid wel? Moet ik me wel willen en kunnen verantwoorden ten aanzien hiervan? Is dat niet ook mijn verantwoordelijkheid? Moet ik me niet ook willen en kunnen verantwoorden ten aanzien van daarvan? Wiens/wier verantwoordelijkheid is dit? Wie moeten zich willen en kunnen verantwoorden ten aanzien hiervan? Hoe verhoudt mijn verantwoordelijkheid zich tot die van anderen?

(3.2) Ten opzichte van verantwoordelijkheid als redelijkheid
Je bent bereid en in staat om je rekenschap te geven van de redenen die je geeft voor je handelen en oordelen, dus om je redenen kritisch te overdenken en te onderzoeken. Je wil en kan bijvoorbeeld beoordelen hoe objectief (passend en publiek) en subjectief (eigen en integer) je verantwoording is.

Met deze typering van kritische verantwoordelijkheid kunnen we terug naar eigenaarschap, zelfzeggenschap en onderwijs.

Eigenaarschap, verantwoordelijkheid, zelfzeggenschap en onderwijs

Eigenaarschap van leerlingen komt erop neer dat leerlingen verantwoordelijk gemaakt worden voor onderwijs. Het probleem hiervan is de mogelijke mismatch tussen verantwoordelijkheid als status en verantwoordelijkheid als redelijkheid. Voor zover leerlingen er niet aan toe zijn, is het onverstandig om het ze te geven. Dat wil onder meer zeggen: voor zover leerlingen er qua bereidheid en bekwaamheid niet aan toe zijn, aan verantwoordelijkheid in de zin van redelijkheid, is het onverstandig om ze verantwoordelijkheid te geven, verantwoordelijk in de zin van status. 

Het kan anders in het onderwijs. Het meest voor de hand liggende alternatief kent twee eenvoudige vertrekpunten:

  • Verantwoordelijk maken (status) hoeft niet per se in een keer; het kan beetje bij beetje, stap voor stap, geleidelijk aan. 
  • Verantwoordelijkheid als redelijkheid kan min of meer kritisch; de bereidheid en bekwaamheid kunnen zich ontwikkelen in dit opzicht, van minder naar meer kritisch. 

De kunst is om het geleidelijk aan verantwoordelijk maken af te stemmen op de gestage ontwikkeling van kritische verantwoordelijkheid. Dan leren kinderen en jeugdigen zich verantwoordelijkheid eigen maken, echt eigen. Want dan worden niet alleen de objectieve en de reflexieve dimensie van kritische verantwoordelijkheid aangesproken, gevoed en geoefend, maar wordt ook de subjectieve dimensie, de zelfzeggenschap, aangesproken, gevoed en geoefend. 

Hoe werkt dat?

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Gerelateerd

Webinar
Burgerschap: noodzaak of hype?
Burgerschap: noodzaak of hype?
In gesprek met Jan Bransen - gratis toegang
Wij-leren.nl Academie 
Cursus
Antipestcoördinator in het vo
Antipestcoördinator in het vo
Pestgedag signaleren, beleid in de praktijk en gespreksvoering
Medilex Onderwijs 
Kindgesprekken
Kindgesprekken: zonder relatie geen prestatie.
Albert de Boer
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid - introductie
0 - Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid
Piet van der Ploeg
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid -1
1 Paradoxen van eigenaarschap
Piet van der Ploeg
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid - 2
2 Casus: Een daltonschool voor basisonderwijs
Piet van der Ploeg
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid - 3
3 Geen eigen leerproces
Piet van der Ploeg
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid - 4
4 Geen eigen keus
Piet van der Ploeg
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid - 5
5 De vier aspecten van de contradictie van eigenaarschap
Piet van der Ploeg
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid - 6
6 De tijdgeest: het neoliberalisme
Piet van der Ploeg
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid - 7
7 Zelfzeggenschap
Piet van der Ploeg
Van eigenaarschap naar verantwoordelijkheid - 9
9 Verantwoordelijk worden
Piet van der Ploeg
Eigenaarschap van leren - vijf tips
Eigenaarschap van het leren - 5 tips om hier beter op te oriënteren
Michel Verdoorn
Eigenaarschap en denken in driehoeken -1-
Eigenaarschap en taakverdeling in onderwijs -1-
Albert de Boer
Eigenaarschap en denken in driehoeken -2
Eigenaarschap en taakverdeling in onderwijs -2
Albert de Boer
Verantwoordelijkheid leren
Verantwoord verantwoordelijk leren zijn
Dolf Janson
Intrinsieke motivatie
Hoe help je leerlingen om gemotiveerd te raken? - 10 praktische inzichten voor onderwijsprofessionals
Yvonne van Sark
Zelf gereguleerd leren
Hoe laat je intrinsieke motivatie groeien?
Dirk van der Wulp
Autonome motivatie
Hoger leerrendement door vergroten autonome motivatie
Michel Verdoorn

Wij-leren.nl Academie

Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Zelfregulatie in een video van één minuut uitgelegd
Zelfregulatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Maarten van Buuren over autonomie en zelfsturing volgens Spinoza
Maarten van Buuren over autonomie en zelfsturing volgens Spinoza
redactie
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Hoeveel eigenaarschap kunnen professionals aan? Tjipcast 0012
Hoeveel eigenaarschap kunnen professionals aan? Tjipcast 0012
redactie
[extra-breed-algemeen-kolom2]



eigenaarschap
intrinsieke motivatie
verantwoordelijkheid

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest