Wat zijn effectieve interventies om gedragsproblemen bij basisschoolleerlingen aan te pakken?

Geplaatst op 10 december 2020

Gerichte interventies kunnen probleemgedrag bij leerlingen terugdringen of voorkomen. Welke aanpak het geschiktst is, hangt af van de ernst van de gedragsproblemen en de leeftijd van de leerling. Gaat het om leerlingen tot twaalf jaar, dan is een gedragstherapeutische training voor ouders het effectiefst. Mocht dat niet werken, dan is cognitieve gedragstherapie voor het kind zelf – vanaf acht jaar – een optie. Het gaat dan vooral om training in zelfcontrole en het reguleren van agressie. Daarnaast bevordert de therapie de ontwikkeling van sociale vaardigheden of probleemoplossend vermogen. Ook het versterken van executieve functies kan probleemgedrag terugdringen.

Probleemgedrag van leerlingen is lastig voor de leraar, voor hun klasgenoten en voor henzelf. Dergelijk gedrag belemmert de eigen ontwikkeling van de leerling en verstoort het leerklimaat voor andere leerlingen. Afhankelijk van de ernst van de problematiek spreken we van gedragsproblemen of -stoornissen. Voorbeelden van gedragsproblemen zijn zich verzetten, agressief zijn naar klasgenoten en de leraar, en brutaal of impulsief reageren. Gedragsstoornissen, zoals aanhoudend negatief, opstandig, vijandig of agressief gedrag, zijn ernstiger; ze beperken het dagelijks functioneren.

Cognitieve gedragstherapie voor jongeren en voor ouders

Cognitieve gedragstherapie is de effectiefste behandeling van jongeren met gedragsproblemen of –stoornissen. Uitgangspunt is dat wat jongeren voelen en hoe ze zich gedragen, samenhangt met wat zij denken; dit worden cognities genoemd.
In zo’n therapie worden irrationele cognities ontkracht. De jongeren leren bijvoorbeeld om vanuit een ander perspectief naar een situatie te kijken. In het verlengde daarvan ervaren ze dat ze op een andere manier kunnen reageren. Deze therapie ontwikkelt vooral vaardigheden als zelfcontrole en agressieregulatie. Daarnaast stimuleert het bij jongeren sociale vaardigheden en probleemoplossend vermogen. Deze aanpak is geschikt voor jongeren vanaf twaalf jaar, met voldoende cognitieve capaciteiten. In aanvulling op een oudertraining is deze vorm van gedragstherapie ook mogelijk bij kinderen vanaf een jaar of acht.
Voor de jongste kinderen met gedragsproblemen zijn oudertrainingen een effectief middel om probleemgedrag terug te dringen. Uitgangspunt van die interventies is dat bij kinderen onder de acht jaar meer gedragsverandering wordt bereikt door het trainen van opvoedingsvaardigheden bij ouders, dan door het trainen van de kinderen zelf. Het gaat dan vooral om het versterken van een positieve interactie tussen ouder en kind, en het ontwikkelen van emotionele communicatievaardigheden. Ouders leren in de omgang met hun kind een time-out te gebruiken en ze leren het belang van consistent opvoeden.

Cognitieve gedragstherapeutische interventies

Afhankelijk van de aard en de ernst van de gedragsproblemen leren jongeren bij deze interventies bepaalde cognitieve vaardigheden. Daarbij gaat het om eerst nadenken en dan een beslissing nemen, alternatieve oplossingen bedenken en consequenties evalueren. Een andere aspect is cognitieve herstructurering, waarbij de jongeren oefeningen doen gericht op het herkennen en aanpassen van denkfouten.
De therapie richt zich op het versterken van probleemoplossende en sociale vaardigheden. Jongeren leren omgaan met conflicten en groepsdruk, rustig te reageren en ‘nee’ te zeggen. Ook het formuleren van een eigen mening heeft de aandacht. Daarnaast gaat het om training in prosociaal gedrag, andermans gevoelens in acht nemen en sociale omgang juist interpreteren.
Andere onderdelen van cognitieve gedragstherapie zijn het herkennen van boosheid en vervolgens daar controle over uitoefenen, moreel redeneren en terugvalpreventie. Bij dat laatste leren jongeren situaties te herkennen waarin zij een hoog risico lopen op terugval en hoe ze die terugval kunnen stoppen.

Executive functies en probleemgedrag

Er is een sterke samenhang tussen executive functies en probleemgedrag bij jonge kinderen. Executieve functies zijn vaardigheden die nodig zijn om nieuwe en complexe informatie te verwerken. Voorbeelden zijn prioriteiten stellen, activiteiten plannen en zich daar ook aan houden, en het vermogen het effect van het eigen handelen te overzien. Het versterken van die vaardigheden kan probleemgedrag terugdringen of voorkomen.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Edith van Eck Kennismakelaar Kennisrotonde
Vraagsteller: gedragsspecialist basisonderwijs

Vraag

Wat zijn effectieve interventies om (individuele) basisschoolleerlingen (en hun omgeving) te ondersteunen bij het aanpakken van hun gedragsproblemen in de klas?

Kort antwoord

Probleemgedrag bij jeugdigen kan met gerichte interventies worden teruggedrongen of voorkomen. Welke aanpak het meest geschikt is de aanpak van gedragsproblemen hangt af van de ernst van de problemen en de leeftijd van de jeugdige. Wanneer er sprake is van gedragsproblemen of gedragsstoornissen bij kinderen tot twaalf jaar, wordt meestal gekozen voor het trainen van ouders. Een op gedragstherapeutische leest geschoeide oudertraining blijkt het meest effectief. Als de problemen ernstig zijn en een oudertraining alleen onvoldoende effect heeft, kan worden overwogen cognitieve gedragstherapie in te zetten gericht op het kind zelf. Dit kan vanaf ongeveer acht jaar; pas vanaf die leeftijd ontwikkelen kinderen de benodigde cognitieve vermogens.
Cognitieve gedragstherapie is vooral bruikbaar om kinderen te trainen in zelfcontrole of het reguleren van agressie en om sociale vaardigheden of probleemoplossend vermogen te ontwikkelen. Ook het versterken van executieve functies biedt goede mogelijkheden om probleemgedrag te voorkomen of terug te dringen.

Toelichting antwoord

Probleemgedrag

Met probleemgedrag bedoelen we gedrag dat lastig is voor de leraar, maar ook voor de leerling zelf en voor de andere leerlingen in de klas. Probleemgedrag in de klas belemmert leerlingen in hun eigen ontwikkeling en verstoort het leerklimaat voor andere leerlingen. Afhankelijk van de ernst van de problematiek wordt gesproken van gedragsproblemen respectievelijk gedragsstoornissen. Voorbeelden van gedragsproblemen zijn: zich verzetten, agressief zijn naar klasgenoten en de leraar, brutaal reageren, anderen uitlachen, impulsief reageren, enzovoort. Gedragsstoornissen zijn ernstiger dan gedragsproblemen. Kinderen of jongeren hebben een gedragsstoornis wanneer zij zich aanhoudend zo negatief, opstandig, vijandig of agressief gedragen dat hun dagelijks functioneren erdoor wordt beperkt (Foolen, et al., 2013).
Probleemgedrag kan zich op twee manieren uiten. In de eerste plaats extern, zoals zich verzetten, en agressief of impulsief reageren. Daarnaast kan sprake zijn van internaliserende gedragsproblemen, zoals zich terugtrekken, geen contact leggen, faalangstig of dwangmatig gedrag. Bij internaliserend probleemgedrag is sprake een overcontrole over de emoties; deze worden naar binnen gericht en leiden tot innerlijke onrust (Guttmannova et al., 2008). Over het algemeen hebben leerkrachten meer last van externaliserend probleemgedrag dan van internaliserend probleemgedrag. Ze maken zich wel zorgen over internaliserend probleemgedrag, maar het geeft minder overlast en bedreigt minder de orde in de klas (Bosdriesz, Evers & Wienke, 2016).

Het aanpakken van probleemgedrag

Interventies om probleemgedrag aan te pakken of te voorkomen kunnen zich richten op de klas als geheel of op individuele leerlingen. De interventies op het niveau van de klas kunnen bestaan uit een effectief georganiseerd klassenmanagement, een regelsysteem ten behoeve van een rustig en ordelijk werkklimaat en/of het gebruik van een programma voor sociale en emotionele competenties. De interventies op individueel niveau richten zich specifiek op het aanpakken van invloedrijke risicofactoren in het kind en/of de omgeving (proximale factoren); daarbij worden vaak gespecialiseerde begeleiders en ouders betrokken. Dit antwoord betreft de effectiviteit van aanpakken gericht op individuele leerlingen: Wat zijn effectieve interventies om (individuele) basisschoolleerlingen te ondersteunen bij het aanpakken van hun gedragsproblemen in de klas?

Wat is cognitieve gedragstherapie en wat zijn werkzame elementen?

Onderzoek laat zien dat cognitieve gedragstherapie de meest effectieve behandeling is van jongeren met gedragsproblemen of –stoornissen (zie bijv: Comer, Chow, Chan,
Cooper-Vince & Wilson, 2013; Sukhodolsky et al., 2004; Lipsey, 2009). Met de term ‘cognitieve gedragstherapie’ worden uiteenlopende interventies aangeduid.
Uitgangspunt is dat wat jongeren voelen en hoe ze zich gedragen, samenhangt met wat zij denken; dit worden cognities genoemd.
In een cognitieve gedragstherapie worden irrationele cognities ontkracht; jongeren wordt geleerd om van perspectief te wisselen en vanuit een ander perspectief naar dezelfde situatie te kijken. In het verlengde daarvan ervaren ze dat ze op een andere manier kunnen reageren. Deze aanpak is vooral bruikbaar om vaardigheden als zelfcontrole of het reguleren van agressie te ontwikkelen. Daarnaast kan de aanpak worden ingezet om bij jongeren sociale vaardigheden of probleemoplossend vermogen te ontwikkelen. Het zal duidelijk zijn dat deze manier van kijken naar jezelf en het expliciteren van cognities bepaalde cognitieve vermogens veronderstelt. In het algemeen is deze aanpak vooral geschikt voor jongeren vanaf twaalf jaar, maar De Lange et al (2013) zien goede mogelijkheden om cognitieve gedragstherapie ook bij kinderen vanaf een jaar of acht in te zetten, in aanvulling op een oudertraining.
Landenberger & Lipsey (2005) onderzochten de effectiviteit van cognitievegedrags- therapeutische interventies. Binnen die interventies zijn de volgende vaardigheden getraind:

  • Cognitieve vaardigheden (cognitive skills): het gaat hier om het trainen van algemene vaardigheden over nadenken en het nemen van beslissingen (zoals ‘stop en denk na voordat je wat doet’), alternatieve oplossingen bedenken, consequenties evalueren en een besluit nemen over het toepassen van gedrag.
  • Cognitieve herstructurering (cognitive restructuring): activiteiten en oefeningen gericht op het herkennen en aanpassen van denkfouten (anderen de schuld geven, het delict minimaliseren) of wel ‘ criminogeen denken’.
  • Probleemoplossende vaardigheden (interpersonal problem solving skills): het leren omgaan met conflicten, leren rustig te reageren, eigen mening formuleren, omgaan met groepsdruk (leren om ‘nee’ te zeggen en weg te gaan).
  • Sociale vaardigheden (social skills training): training in prosociaal gedrag, andermans gevoelens in acht nemen, sociale omgang juist interpreteren.
  • Het herkennen van boosheid en de uitlokkers ervan en vervolgens controle uitoefenen over de boosheid (anger control).
  • Moreel redeneren (moral reasoning): leren nadenken en redeneren over goed gedrag en fout gedrag met als doel de morele ontwikkeling op hoger niveau te brengen.
  • Aandacht voor het slachtoffer (victim impact): activiteiten die erop gericht zijn om de impact van het eigen gedrag op slachtoffer in beeld te krijgen.
  • Terugvalpreventie (relapse prevention): situaties leren herkennen waarin men een hoog risico loopt op terugval en de terugval leren stoppen.

Interventies waarbinnen bovenstaande vaardigheden werden getraind, bleken effect te hebben (Landerberger & Lipsey, 2005). Hierbij moet wel worden bedacht dat de onderzochte studies veelal iets oudere leerlingen betreffen. Datzelfde geldt voor de meta-analyse van Sukhodolsky e.a. (2004) die focust op de volgende elementen van cognitieve gedragstherapie: het trainen van vaardigheden, leren herkennen van gevoelens, probleemoplossing en een combinatie van elementen. De vaardigheidstraining en combinatieaanpak bleken het beste te werken bij het verminderen van agressief gedrag, een vorm van externaliserend probleemgedrag. Het trainen van probleemoplossende vaardigheden bleek juist goed te werken voor het verminderen van gevoelens van boosheid en woede, gevoelens die ook ten grondslag liggen aan internaliserend probleemgedrag. Gebruik maken van voordoen, rollenspel, het geven van feedback en huiswerkopdrachten leverde versterkte de effectiviteit van interventies. Maar in deze onderzoeken ging het zoals gezegd merendeels om wat oudere kinderen.
Jongere kinderen zijn wel expliciet de doelgroep in onderzoek naar de effectiviteit van oudertrainingen, als middel om probleemgedrag bij jeugdigen terug te dringen.
Uitgangspunt van die interventies is dat bij kinderen onder de acht jaar meer gedragsverandering wordt bereikt door het trainen van opvoedingsvaardigheden bij ouders, dan door het trainen van de kinderen zelf. Het gaat dan met name om het versterken van de positieve interactie tussen ouder en kind, het ontwikkelen van de emotionele communicatievaardigheden, ouders leren om een time-out te gebruiken, ouders het belang leren van consistent opvoeden en ouders tijdens de training met hun kinderen laten oefenen met nieuwe opvoedingsvaardigheden. Oudertrainingen blijken effectief waar het gaat om het verminderen van probleemgedrag van kinderen (Piquero et al., 2008 en Serketich en Dumas, 1996).
Onderzoek van Schoenmaker, Mulder en Decović (2013) laat zien dat er een sterke samenhang is tussen de executive functies (ook wel regelfuncties genoemd) en externaliserend probleemgedrag bij jonge kinderen. Met executieve functies worden vaardigheden bedoeld die nodig zijn om nieuwe en complexe informatie te verwerken. Dit zijn bijvoorbeeld vaardigheden als: prioriteiten stellen, activiteiten plannen en zich daar ook aan houden en ook het vermogen het effect van het eigen handelen te overzien. Om externaliserend probleemgedrag te voorkomen of te verminderen raden de onderzoekers daarom aan om interventies te richten op het verbeteren van de executieve functies.

Effectieve individuele interventies

De databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJI is een bruikbaar hulpmiddel om te zoeken naar effectieve jeugdinterventies. Deze databank bevat beschrijvingen van een groot aantal programma's voor hulp bij opgroeien en opvoeden. Deze interventies zijn door een onafhankelijke erkenningscommissie beoordeeld op wetenschappelijke kwaliteit. Er worden vier erkenningsniveaus onderscheiden: Effectief volgens sterke aanwijzingen, effectief volgens goede aanwijzingen, effectief volgens eerste aanwijzingen en goed onderbouwd. Met zoektermen kan worden gezocht naar relevante interventies. Zoeken op gedragsstoornis, gedragsproblemen, internaliserend en externaliserend, en de leeftijdsgroep 4-12 jaar levert een aanzienlijk aantal interventies op die variëren in erkenningsniveaus. Opvallend is dat de meeste interventies gericht zijn op de klas als geheel, of een groepje leerlingen met probleemgedrag, vaak in combinatie met een interventie gericht op het gezin of een oudertraining. Er zijn nauwelijks interventies voor deze leeftijdsgroep die zich richten op het individuele kind.
Een voorbeeld van zo’n individuele interventie is Alles Kidzzz, een op maat aangeboden sociaal-cognitieve gedragsinterventie van acht wekelijkse sessies. Het programma is bedoeld voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool (groep 6, 7 en 8), die volgens de leerkracht op school een verhoogde mate van externaliserend probleemgedrag laten zien.
Doel van de interventie is verminderen van agressief en bevorderen van pro-sociaal gedrag en zo de kans op ontwikkeling van een gedragsstoornis te reduceren. Subdoelen zijn gericht op:

  • bevorderen van een positief zelfbeeld
  • stimuleren van positieve sociale cognities
  • woederegulatie
  • ontwikkelen prosociale alternatieven voor reactief en proactief agressief gedrag. Een getrainde professional voert de training op school uit volgens een vaste structuur en betrekt daarbij ook de ouders en de leerkracht van de leerling. De kennismakingsfase (drie sessies) leidt tot een competentie-analyse van sterke en verbeterpunten van het kind. Tijdens de aanpakfase (vijf sessies) werkt het kind via actieve werkvormen tijdens de sessie en oefeningen thuis.

Evaluatieonderzoek laat zien dat deze interventie effectief is in het verminderen van reactieve en proactieve agressie. Daarnaast is er een significante vermindering van het externaliserend probleemgedrag. De agressie die het kind laat zien, bleek samen te hangen met de opvoeding, het zelfbeeld en het sociaal cognitief functioneren van het kind. Het veranderen van het zelfbeeld van het kind blijkt het meest werkzame element in de interventie (Stoltz, Van Londen, Deković, Orobio de Castro, Prinzie, & Lochman, 2013).

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

E- learning module
Zelfbeschadiging bij leerlingen
Zelfbeschadiging bij leerlingen
Feiten, gespreksvoering, bespreekbaar maken en doorverwijzen
Medilex Onderwijs 
Roos van Leary -1-
Roos van Leary - uitleg - test - gebruik.
Arja Kerpel
Kleine klassen hebben voordelen
Klein is fijn - Waarom kleine klassen beter werken dan grote.
Ruben du Burck
Orde en grenzen
Orde en grenzen. Het aandeel van de leerkracht in de wanorde..
Henk Galenkamp
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch klimaat - leidinggeven - veiligheid - orde in de klas
Arja Kerpel
Klassenmanagement
Klassenmanagement - welke leerkrachtvaardigheden zijn belangrijk?
Arja Kerpel
Macht of gezag
Onderwijs is een wij-woord
Ivo Mijland
Functie gedragsproblemen
‘Waarom doe je dat!?’ - Functie en aanpak van probleemgedrag
Kees van Overveld
Hardnekkig probleemgedrag moeilijke groep
Omgaan met probleemgedrag in de groep
Kees van Overveld
Gedragsproblemen leerkrachtgedrag
Gedragsproblemen in de klas: preventie
Anton Horeweg
Soepele lesovergang
Zonder stress van les naar les
Jelte van der Kooi
Explosief agressief gedrag (1)
Explosief/agressief gedrag bij kinderen. Wat kun je doen in je klas? (1)
Anton Horeweg
Groepsprocessen
Groepsprocessen in de klas
Anton Horeweg
Medogenloze groep
De meedogenloze groep
Wendy Brasz en Myra den Haan
Groepsvorming
De groep in je greep!
Ivo Mijland
Fysiek straffen
Straffen in de klas - Historisch overzicht van visie op fysieke straf
Kees van Overveld
Externaliserend gedrag en investeren in relatie
Omgaan met agressief en asociaal gedrag? Investeer in de relatie!
redactie
Angst en agressie in school
Angst en agressie in de school
Kees van Overveld
Lessen in orde
Lessen in orde - Handboek voor de onderwijspraktijk
Marleen Legemaat
Gedragsproblemen in de klas
Gedragsproblemen in de klas
Arja Kerpel
Gedragsproblemen bij kinderen
Gedragsproblemen bij kinderen
Marleen Legemaat
Voorkom probleemgedrag
Voorkom probleemgedrag
Arja Kerpel
Groepsplan gedrag
Groepsplan gedrag - passend onderwijs in PO en VO
Arja Kerpel
Handboek voor leraren
Handboek voor leraren
Marleen Legemaat
Gedraag je!
Gedraag je! Toegepaste gedragsleer voor een goed werkklimaat
Marleen Legemaat
Grip op de groep
Grip op de groep - Hoe vorm je een positieve groep?
Arja Kerpel
Klassenkracht
Klasse(n)kracht - in zeven stappen naar een veilig en sociaal groepsklimaat
Arja Kerpel
De Ringaanpak
De Ringaanpak - Een groepsdynamische benadering voor een veilige klas
Korstiaan Karels
Groepsklimaat
Gelukkige kinderen in een gelukkige klas
Arja Kerpel
Gedragsoplossingen voor de moeilijke groep
Gedragsoplossingen voor de moeilijke groep
Marleen Legemaat


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Omix Webtalks met Jitske Kramer - Culturen en tribes in het onderwijs.
Omix Webtalks met Jitske Kramer - Culturen en tribes in het onderwijs.
redactie
Omix Webtalks met Remco Claassen - Ikologie in het onderwijs
Omix Webtalks met Remco Claassen - Ikologie in het onderwijs
redactie
Hoe wordt de mens gevormd door zijn tribe? Tjipcast 035
Hoe wordt de mens gevormd door zijn tribe? Tjipcast 035
redactie
Groepsdynamica in een video van één minuut uitgelegd
Groepsdynamica in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Pedagogisch klimaat in een video van één minuut uitgelegd
Pedagogisch klimaat in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Kleuters combinatieklas gezamenlijke instructie
Kleuters in een combinatieklas: gezamenlijke instructie of apart?
effect pedagogische strategie leerprestaties mbo
Helpen pedagogische stragegieën voor mbo-studenten?
Criteria voor keuze van een middelbare school
Hoe kies je een middelbare school?
Beoordelen door leraren op verschillende wijzen en self-efficacy
Welke wijze van beoordelen draagt bij aan self-efficacy?
Voelen leerlingen zich veiliger op vo in een kleine klas?
Voelen kleine klassen veiliger voor onderbouwleerlingen voortgezet onderwijs?
Leerprestaties in het vo in grotere klassen met of zonder klassenassistent
Beter grote klas met of kleine klas zonder klassenassistent?
Zorgen kleine klassen voor minder probleemgedrag?
Zorgen kleine klassen voor minder probleemgedrag?
Effectieve interventies samenstelling klassen bovenbouw havo/vwo
Hoe stel je klassen in de bovenbouw van havo/vwo effectief samen?
Voortijdige uitstroom leerkrachten en pabostudenten
Waarom stoppen pabo-studenten of startende leerkrachten ermee?
Effectieve interventies bij gedragsproblemen
Wat zijn effectieve interventies bij gedragsproblemen?
Emotionele processen leraren
Lesgeven en emotionele processen bij leraren: transactionele verbanden met welzijn van leraren en functioneren van leerlingen
Gedrag en schoolprestaties
Invloed van antisociaal gedrag en prosociaal gedrag op schoolprestaties
Sociaal klimaat po
Invloed sociaal klimaat op ontwikkeling van sociale competenties in het basisonderwijs
Interventies adhd
Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD
Klassenmanagement
Effectieve klassenmanagementstrategieën in de onderwijspraktijk
[extra-breed-algemeen-kolom2]



agressie
gedragsproblemen
groepsdynamica
groepsvorming
interventie
klassenmanagement
pedagogisch klimaat
positive behavior support (pbs)
welbevinden

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest