Welke effecten heeft stoeien op school op de ontwikkeling van leerlingen in het speciaal basisonderwijs?

Geplaatst op 6 december 2018

Samenvatting

Stoeiende kinderen kunnen stoom afblazen, hun motoriek ontwikkelen, experimenteren met rollen en leren om hun gedrag te reguleren. Bij kwetsbare kinderen zijn de effecten minder positief, zij hebben moeite speels gedrag goed te interpreteren, waardoor stoeien gemakkelijker omslaat in vechten en agressief gedrag. Schoolbrede programma’s voor positieve gedragsondersteuning leren kinderen adequaat gedrag aan. Verder kunnen scholen vechtsporten als judo aanbieden om leerlingen te leren op een gereguleerde manier te stoeien.

Bij vechten hebben kinderen de intentie om een ander pijn te doen of iets kapot te maken. Ze zijn agressief, gespannen en zich er van bewust dat ze iets doen wat eigenlijk niet mag. Kinderen die stoeien, hebben de intentie om de ander pijn te doen niet. Ze zijn ontspannen en gaan op in hun spel. Het spel is coöperatief en vrijwillig. Als de jongeren na afloop van het gedrag bij elkaar blijven, is er sprake van stoeien. Gaan ze uit elkaar, dan hebben ze gevochten.

Sociale ontwikkeling

Stoeien komt op alle schoolpleinen voor. Voor sommige leerlingen gaat stoeien hand-in-hand met de ontwikkeling van sociale competenties als sociaal bewustzijn en aanpassingsvermogen, samenwerking, vertrouwen en sociaal-probleemoplossend vermogen. Bij anderen vormt het stoeien de aanleiding voor incidenten; er wordt gevochten, er is sprake van isolatie en uitsluiting, van agressie en ongelukjes. Jonge kinderen die spelend vechten, vertonen in andere contexten niet vaker agressief gedrag. In tegendeel: kinderen die in rollenspel agressief gedrag ‘spelen’, zijn in het algemeen minder fysiek of verbaal agressief in de klas. Dat leidt tot positieve effecten op de sociale ontwikkeling (leren onderhandelen, luisteren, rolneming), zelfregulatie, de cognitieve ontwikkeling (leren herkennen van het onderscheid tussen fantasie en realiteit, creatief denken) en de motorische ontwikkeling (eigen lichaam en grenzen ervan leren aanvoelen, lichaamscoördinatie).

Er zijn verschillende visies op stoeien. Een daarvan is dat kinderen een ‘overschot aan energie’ hebben en door stoeien stoom kunnen afblazen. Dat geldt vooral na het stilzitten in de klas. Leerlingen die gedurende een langere periode stil zitten, spelen heftiger dan leerlingen die na een kortere periode naar buiten mogen. Anderen zien stoeien meer als een instinctieve, evolutionaire activiteit die kinderen (net als andere zoogdieren) de gelegenheid biedt om de spieren en vaardigheden te ontwikkelen die zij nodig hebben om te kunnen vechten.

Weer een andere kijk op stoeien heeft te maken met dominantie. Het is een middel om de pikorde in groepen te bepalen. Beide laatste zienswijzen verklaren tevens het verschil tussen jongens en meisjes. Jongens hebben meer dan meisjes de behoefte om vechten te oefenen en hun sociale dominantie te bevestigen. Weer anderen vatten stoeien op als een ontwikkelingsactiviteit waarmee kinderen leren hun agressie te reguleren. Welke functie stoeien ook heeft, de gevolgen kunnen positief en negatief zijn.

In het speciaal basisonderwijs is er een groter risico dat stoeien ontaardt in vechten. Een effectieve aanpak voor gedragsproblemen is schoolbrede positieve gedragsondersteuning. Deze aanpak kiest als insteek het belonen van goed gedrag en het aanleren van sociale vaardigheden. Schoolbrede gedragsondersteuning werkt positieve interacties in het spel in de hand en voorkomt deels problematisch stoeien. Vooral het belonen van passend gedrag, het trainen van sociale vaardigheden, actieve supervisie en pestpreventie zijn effectief.

Waar teams ook aanpakken hanteren gericht op kleine groepjes of individuele leerlingen, bevordert dat de positieve interactie bij het spelen en het terugdringen van problematisch agressief spel op het schoolplein. Om de waardevolle opbrengsten van stoeien te benutten en de negatieve tegen te gaan, is ook het aanbieden van vechtsporten zoals judo een mogelijkheid. Deze sporten combineren stoeien met aandacht voor regels over de omgang met elkaar. Op die manier kunnen ze bijdragen aan het versterken van zowel de sociale als de motorische ontwikkeling van leerlingen.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Edith van Eck (Kennismakelaar Kennisrotonde) Vraagsteller: po-instelling- leraar
Geraadpleegde expert(s): Monique Volman (Universiteit van Amsterdam)

Vraag

Welke effecten heeft stoeien op school op de ontwikkeling van leerlingen in het sbo?

Kort antwoord

Van stoeien wordt verondersteld dat het bijdraagt aan de sociale en motorische ontwikkeling van kinderen. Probleem is dat het op scholen nogal eens ontaardt in vechten en agressief gedrag. Onderzoek laat zien dat stoeien positief kan uitpakken, kinderen kunnen stoom afblazen, ontwikkelen hun motoriek, experimenteren met rollen en leren om hun gedrag te reguleren. Bij kwetsbare kinderen zijn de effecten minder positief, zij hebben meer moeite speels gedrag goed te interpreteren, waardoor stoeien gemakkelijker omslaat in vechten. PBS-programma’s waar op drie niveaus in de school wordt gewerkt aan het aanleren en versterken van adequaat gedrag, kunnen een context bieden waarin meer ruimte ontstaat voor de positieve effecten van stoeien; dit vraagt echter een intensieve inzet van de school. Een andere mogelijkheid is het aanbieden van vechtsporten als judo om leerlingen te leren op een gereguleerde manier te stoeien.

Toelichting antwoord

Introductie

Op de sbo-school waar de vraagsteller werkzaam is, blijkt stoeien op het speelplein nogal eens te ontaarden in vechten en agressief gedrag. Op de school zijn de meningen verdeeld over het belang van stoeien voor de ontwikkeling van de leerlingen. Men wil graag weten of stoeien op school nuttig is en zo ja, waarvoor? En als stoeien nuttig is, hoe dan kan worden voorkomen dat stoeien ontaardt in vechten en andere conflicten? De onderzoeksbevindingen rondom stoeien en de effecten ervan zijn verre van  eenduidig. Deels komt dat doordat verschillende omschrijvingen worden gehanteerd en doordat het lastig is stoeien af te bakenen van vechten of andere vormen van agressief speelgedrag (Basinger, 2012). En zelfs als gewerkt wordt met heldere definities dan blijkt het lastig om in onderzoek goed te kunnen vaststellen of sprake is van het omschreven gedrag.

Wat is stoeien, wat niet meer?

Dierickx (2017) ziet als belangrijkste onderscheid het doel van het gedrag; bij echte agressie hebben kinderen de intentie om een ander pijn te doen of iets kapot te maken, ze zijn daarbij eerder gespannen en zijn zich er van bewust dat ze iets doen wat eigenlijk niet mag. Bij stoeien of spelend vechten hebben kinderen die intentie niet. Ze zijn ontspannen en gaan op in hun spel, het spel is coöperatief en vrijwillig. Als sprake is van blessures, ontstaan die niet opzettelijk maar zijn veeleer een gevolg van de aard van het spel.

Kinderen blijken zelf ook goed in staat het verschil waar te nemen en te kunnen benoemen (Dierickx, 2017). Pellegrini (1988) ziet als kenmerkend voor stoeien, in het Engels rough-and-tumble play of having a romp, dat het gaat om speels en niet-agressief gedrag. Onderstaande figuur geeft een overzicht van termen die door onderzoekers (Pellegrini, 1988; Humphreys & Smith, 1987; Boulton, 1991a) worden gezien als kenmerkend voor stoeien, respectievelijk voor agressief gedrag. We hebben geprobeerd deze te vertalen in Nederlandse equivalenten die daar zo goed mogelijk bij aansluiten.

 

Stoeien  Agressief gedrag

Tease,hit and kick
at, poke,pounce,sneak up, carry child, play fight,
pile on, chase, hold, push.


Plagen, duwen, besluipen, grijpen, achterna zitten, vasthouden, duwen, botsen, sjorren, zogenaamd vechten
Hit with closehand,
frown, take,grab and push,
fixate,
swear at, insult      

Hard slaan,
afkeuring tonen, grijpen en omver duwen, vastzetten, uitschelden, vloeken, beledigen

Als het lastig was voor onderzoekers om het onderscheid te maken tussen stoeien en vechten werd soms bij het observeren als criterium gehanteerd of de jongeren na afloop van het gedrag bij elkaar blijven of uit elkaar gaan (Boulton & Smith, 1992). Na stoeien blijven ze bij elkaar, na vechten niet.

Functies van stoeien

De meningen over de effecten van stoeien zijn verdeeld. Onderzoek heeft laten zien dat stoeien een vorm van speelgedrag is dat alom op schoolpleinen voorkomt en dat in die setting zowel negatieve als positieve gevolgen heeft (zie bijvoorbeeld Basinger, 2012). Voor sommige leerlingen gaat stoeien hand in hand met de ontwikkeling van sociale competenties: sociaal bewustzijn en aanpassingsvermogen, samenwerking, vertrouwen en sociaal-probleemoplossend vermogen (Pellegrini, 1995; Reed & Brown, 2001; Tannock, 2008). Bij anderen vormt het stoeien de aanleiding voor incidenten waar wordt gevochten, voor isolatie en uitsluiting, agressief spel en ongelukjes (Boulton, 1991b;Reed & Brown, 2001). Onderzoek van Basinger (2012) laat zien dat op de deelnemende scholen slechts in 10% van de gevallen positieve uitkomsten van stoeien worden waargenomen, terwijl 80% problematische effecten signaleert.

Dierickx (2017), daarentegen, verwerpt de veronderstelling dat spelend vechten zou leiden tot agressief gedrag. Zij baseert zich op onderzoek dat laat zien dat jonge kinderen die spelend vechten, in andere contexten niet vaker agressief gedrag vertonen. In tegendeel: kinderen die in rollenspel agressief gedrag ‘spelen’, blijken in het algemeen minder fysiek of verbaal agressief in de klas. Zij verwijst naar onderzoek dat positieve effecten aantoont op de sociale ontwikkeling (leren onderhandelen, luisteren, rolneming), zelfregulatie, de cognitieve ontwikkeling (leren herkennen van het onderscheid tussen fantasie en realiteit, creatief denken) en de motorische ontwikkeling (eigen lichaam en grenzen ervan leren aanvoelen, lichaamscoördinatie).

Basinger (2012) bespreekt vier hypothesen over de rol die stoeien kan spelen bij de ontwikkeling van kinderen. We duiden ze aan met ‘overschot aan energie’, oefenen van vechten, sociale dominantie en zelfregulatie.

In het eerste geval wordt verondersteld dat leerlingen gaan stoeien om stoom af te blazen na het stil zitten in het klaslokaal. Leerlingen die gedurende een langere periode stil moesten zitten, speelden heftiger dan leerlingen die na een kortere periode in het klaslokaal naar buiten mochten (Smith & Hagan, 1980).

De ‘stoeien om vechten te oefenen’-hypothese ziet stoeien als een instinctieve, evolutionaire activiteit die kinderen (net als andere zoogdieren) de gelegenheid biedt om de spieren en vaardigheden te ontwikkelen die zij nodig hebben om te kunnen vechten. De sociale-dominantietheorie ziet stoeien als een middel om de pikorde in groepen te bepalen (zie bijvoorbeeld Boulton, 1996). Boulton (1996) verklaart met beide hypothesen verschillen tussen jongens en meisjes in stoeigedrag; jongens zouden, meer dan meisjes, de behoefte hebben om vechten te oefenen en hun sociale dominantie te bevestigen.

De zelfregulatiehypothese vat stoeien op als een ontwikkelingsactiviteit waarmee kinderen leren hun agressie te reguleren (Paquette, 2004). Deze hypothese is met name in de gezinssituatie onderzocht, hoe vaders stoeien met hun kinderen speelt een rol in de mate waarin en de manier waarop kinderen hun agressief gedrag in andere contexten kunnen controleren (Flanders et al, 2010).

Basinger (2012) concludeert op basis van de verrichte reviewstudie, dat stoeien positieve en negatieve effecten heeft en dat het in beperkte mate en onder bepaalde voorwaarden toestaan van stoeien zinvol kan zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Geldt dat voor alle kinderen of zijn er verschillen in de effecten van stoeien die samenhangen met kenmerken van het kind?

Verschillen in effecten naar leerlingkenmerken en context

Humphreys and Smith (1987) stelden vast dat basisschoolkinderen ongeveer 10% van de pauzes met elkaar stoeien. Jongens doen dat veel meer dan meisjes (Jarvis, 2007; Reed & Brown, 2001). Bij jongens leidt stoeien vaker tot problemen (Boulton, 1996). Ook de sociale positie van jongeren in de groep is een factor die bepalend is voor het effect van stoeien en de vraag of stoeien al dan niet omslaat in agressief gedrag (Pellegrini,1988). Waar bij populaire kinderen stoeien zich ontwikkelde tot spel waarin impliciet of expliciet regels en afspraken werden gehanteerd, zoals balspelen, volg-de- leider, krijgertje en touwtje springen, ontaardde bij minder populaire kinderen stoeien veel vaker in agressief gedrag. Hij vond ook dat populaire kinderen beter in staat waren stoeien en agressief gedrag te identificeren en van elkaar te onderscheiden. Kwetsbare kinderen, kinderen met een lagere sociale status in de groep, interpreteren situaties waarin ze worden uitgedaagd vaker als agressief en reageren daar op, waardoor stoeien omslaat in agressief gedrag (Pellegrini, 1988).

Interventies om agressief gedrag tegen te gaan en probleemloos stoeien mogelijk te maken

Schoolbrede PBS(positive behavior support)-benaderingen worden gezien als een effectieve aanpak voor allerlei gedragsproblemen op school (Simonsen, Sugai, & Fairbanks, 2007). Deze aanpak kiest als insteek het belonen van goed gedrag, het aanleren van sociale competenties, en actieve supervisie om zo ongewenst gedrag van leerlingen terug te dringen en passend gedrag te belonen. Basinger (2012) zette een experiment op waar deze aanpak werd ingezet om probleemloos stoeien mogelijk te maken en onderzocht de effectiviteit.

De aanpak is ingezet op drie niveaus, schoolbreed, voor groepen leerlingen die meer specifieke interventies nodig hebben en voor individuele leerlingen die ongewenst gedrag vertonen. Op het niveau van de school zetten de deelnemende scholen vooral de volgende interventies gericht op het reguleren van stoeien in: het hanteren van beloningssystemen, pestpreventie, actieve supervisie en het trainen van sociale vaardigheden. Bij interventies op het niveau van groepen ging het met name het trainen van sociale vaardigheden, het leren omgaan met boosheid, en het belonen van gewenst gedrag. Op individueel niveau zetten de scholen het meest in op gedrag monitoren, kortere pauzes, zelf-monitoren, en ook het leren omgaan met boosheid, actieve supervisie en het aanleren van sociale vaardigheden.

Basinger (2012) ging na of deze PBS-aanpak op drie niveaus ertoe kan bijdragen dat stoeien niet ontaardt in onwenselijk agressief gedrag. Vooral van de schoolbrede interventies die op vrijwel alle scholen werden ingezet, zagen de teams positieve effecten op het gedrag van de leerlingen: meer positieve interacties in het spel en minder problematisch stoeien. Met name het belonen van passend gedrag, het trainen van sociale vaardigheden, actieve supervisie en pestpreventie bleken effectief. Interventies op individueel niveau en op groepsniveau werden wat minder toegepast op de onderzochte scholen. Maar waar teams ook aanpakken hanteerden gericht op kleine groepjes of individuele leerlingen, bleken dezelfde vier interventies effectief waar het gaat om het bevorderen van positieve interactie bij het spelen en het terugdringen van problematisch agressief spel op het schoolplein.

Een andere insteek om de waardevolle opbrengsten van stoeien te benutten en de negatieve tegen te gaan is het op school aanbieden van programma’s in vechtsporten zoals judo (zie bijvoorbeeld https://odatav1.interventiedatabase.nl/InterventionService.svc/Bijlages(21925L)/$value). Deze activiteiten combineren stoeien met aandacht voor regels over de omgang met elkaar en zouden zo kunnen bijdragen bij aan het versterken van zowel de sociale als de motorische ontwikkeling van de leerlingen. De onderzoeksbevindingen zijn niet eenduidig (zie bijvoorbeeld de reviewstudie van Vertonghen en Theeboom, 2010). Zij wijten de verschillen in onderzoeksbevindingen over effecten van deelname aan vechtsporten op de deelnemers aan de diversiteit aan onderzochte vechtsporten, interventies, contexten en doelgroepen in het geanalyseerde onderzoek.

De onderzoeken naar effecten van judotraining op (jonge) kinderen die we hebben gevonden, wijzen wel in eenzelfde richting maar het gaat daarbij niet om ‘harde’ effectmetingen. Sterkowicz-PrzybycieÅ„ et al. (2014) onderzochten de effecten van een judo-training op jonge kinderen en vonden positieve effecten op het probleemoplossend vermogen van de deelnemers, sociaal en ondersteunend gedrag, overtuigingskracht, zelfdiscipline, voorzichtigheid, moed, doorzettingsvermogen, hulpvaardigheid, en verantwoordelijkheidsgevoel. Ook Belzen (2003) vond dat judo bijdraagt aan de ontwikkeling van sociale competenties van de deelnemers.

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

Ontwikkeling van kleuters
Ontwikkeling van kleuters
Sensomotorische, sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling
Medilex Onderwijs 
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch klimaat - leidinggeven - veiligheid - orde in de klas
Arja Kerpel
Sociaal emotionele vaardigheden
Sociaal emotionele vaardigheden - uitgebreid overzicht
Machiel Karels
Inzicht in gevoelens
Sociale vaardigheden - inzicht in het eigen gevoelsleven
Machiel Karels
Inzicht in anderen
Sociale vaardigheden - omgaan met de ander
Machiel Karels
Weerbaar maken
Rol spelontwikkeling bij weerbaar maken zwakke leerlingen
Hans van Rijn
Preventie gedragsproblemen
Onderwijs en gedragsproblemen: Prioriteit voor preventie
Kees van Overveld
Sociogram
Sociogram: inzicht in sociale relaties en tips voor de leerkracht
Arja Kerpel
Spelontwikkeling
De betekenis van spel voor de sociaal-emotionele ontwikkeling
Hans van Rijn
Onveilige hechting
Een neurobiologisch perspectief op hechtingsproblematiek
Henk Galenkamp
Sociale pubers
Geliefde pubers meer geneigd tot delen
Annemieke Top
Sociaal? Vaardig!
Sociaal? Vaardig! Het stimuleren van de sociaal-emotionele vaardigheden
Arja Kerpel
Temperamentvolle kinderen
Temperamentvolle kinderen - Tips om deze kinderen te begeleiden
Arja Kerpel
SEL
SEL - Sociaal-emotioneel leren als basis
Arja Kerpel
Theorieboek groepsdynamica
Grenzen aangeven - Theorieboek groepsdynamica
Ernst van Grol
Meer ruimte vrij spel
Psychosociale ontwikkeling jonge kinderen gebaat bij vrij spel
Louise Berkhout
Kinderen opvoeden
Wat maakt kinderen gelukkig?
Steven Pont










Orde en aandacht
Hoe krijg je aandacht terug na intermezzo?
Motivatie MBO
Met welke didactische strategieën kunnen docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief beïnvlo...
Brede talentontwikkeling door goed pedagogische klimaat
Brede talentontwikkeling: hoe pak je dat aan?
Cijfers geven
Welk effect heeft cijfers geven op de motivatie?
Effect complimenten op zelfvertrouwen
Welk effect hebben complimenten op zelfvertrouwen?
E-portfolio’s
Dragen e-portfolio’s in het basisonderwijs bij aan meer leerwinst, metacognitie en zelfsturing?
Stoeien goed voor ontwikkeling?
Heeft stoeien op school altijd een positief effect op kinderen?
Eigenaarschap leerlingen vo
Hoe kunnen docenten het eigenaarschap van leerlingen (vo) versterken?
Spel en beweging
Levert spel en beweging een bijdrage aan sociaal en emotioneel leren?
Gunstige lestijden vmbo
Wat zijn gunstige lestijden voor vmbo-leerlingen?
Formatieve toetsing
Hoe kan het onderwijs met succes formatieve toetsing inzetten?
Hoogsensitiviteit herkennen
Hoe herken je hoogsensitiviteit en hoe ga je er mee om?
Theorie van Human Dynamics
Effect van onderwijs op basis van Human Dynamics-theorie
Invloed kwartiertjesrooster op taakgerichtheid leerlingen
Wat is de invloed van het ‘kwartiertjesrooster’ op de taakgerichtheid van leerlingen?
Draagt kunsteducatie bij aan sociaal-emotionele vaardigheden?
Draagt kunsteducatie bij aan sociaal-emotionele vaardigheden?
Het versterken van eigenaarschap door leerlijnen
Hoe versterk je het eigenaarschap bij leerlingen?
Versterken sociale vaardigheden leraren met asperger
Hoe versterken leraren met Asperger hun sociale vaardigheden?
Tools voor het versterken van pedagogische relatie
Welke tools zijn er om docenten te versterken in hun gedragsrepertoire?
Nakijken en feedback
Heeft het nakijken van schriften zin?
Onderzoeksvaardigheden mbo studenten
Onderzoeksvaardigheden van mbo studenten: hoe bevorder je die?
Bewegend leren
Presteren kinderen beter door ‘bewegend leren’?
Bewegend leren
Bewegend leren: hebben jongens en meisjes er evenveel baat bij?
Strategieën voor zelfregulering
Hoe kunnen leerlingen de regie over hun eigen leerproces voeren?
Schoolsucces in de brugklas
Schoolsucces in de brugklas: welke sociaal emotionele competenties heb je nodig?
Hoe kunnen tieners zelfgestuurd leergedrag laten zien?
Hoe kunnen tieners zelfgestuurd leergedrag laten zien?
Verbaal uiten gevoelens bevordert welbevinden?
Verbaal uiten van gevoelens: bevordert dat het welbevinden van leerlingen?
Reflectieopdrachten en zelfregulatie
Een reflectieopdracht: is dit een struikelblok voor vmbo-leerlingen?
Scaffoldingstechnieken
Toepasbaarheid van scaffoldingstechnieken bij zelfregulatievaardigheden
Formatief toetsen po
Selfassessment voor formatief toetsen van basisschoolleerlingen
Begrip door zelftoetsen
Beter begrip van informatie in teksten door zelftoetsen
IMPROVE methode metadenken
De metadenkende leerling: effecten van de IMPROVE-methode
Leren met zelftoetsen
Samenhang expertiseniveau leerling bij leren met zelftoetsen
Invloed leeromgeving vo
Invloed van leeromgeving op motivatie, zelfregulering en prestaties van potentieel excellente studenten
Sociaal klimaat po
Invloed sociaal klimaat op ontwikkeling van sociale competenties in het basisonderwijs
Onderwijsachterstandenbeleid vve/po
Onderwijsachterstandenbeleid op voorschool en basisschool
Samenstelling klas
Samenstelling van de klas en cognitieve en sociaal-emotionele uitkomsten
Motivatie onderwijs in groepen
Motivatie bij onderwijs in groepen in beroepsonderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.