Welke stimulansen van buiten zijn effectief om kennisdeling en kennisbenutting binnen professionele netwerken in het onderwijs te realiseren?

Geplaatst op 2 maart 2021

Professionele netwerken delen en benutten meer kennis als er veiligheid is in de groep en een sterke relatie tussen kennis en schoolpraktijk. Ook ondersteunend schoolleiderschap en goede facilitering zijn belangrijk voor kennisdeling en kennisbenutting. Externen kunnen de kennisbenutting verder vergroten. Ze kunnen bijvoorbeeld netwerkleden stimuleren om hun collega’s te betrekken bij wat ze in het netwerk doen. Bij het horizontale karakter van netwerken past een open dialoog op basis van gelijkwaardigheid.

Leden van professionele netwerken delen en creëren kennis met elkaar en benutten die in hun scholen. Kennisdeling omvat het delen van bronnen zoals wetenschappelijke literatuur, vakliteratuur, good practices en eigen onderzoeksbevindingen. Kennisbenutting is het proces waarin de leden betekenis geven aan verschillende kennisbronnen en die kennis en inzichten toepassen in de praktijk. Netwerkleden kunnen deze processen versterken door praktijkonderzoek te doen in hun school en de inzichten daaruit in te brengen in het netwerk.
Wat kunnen nu stimulansen zijn van buiten om kennisdeling en kennisbenutting te versterken, bij te stellen of te bestendigen? Hierover zijn geen directe onderzoeksresultaten bekend. Wel weten we welke kenmerken van netwerken daaraan bijdragen en hoe externen daarin een rol kunnen spelen.

Netwerkkenmerken die bijdragen aan kennisdeling en -benutting

De onderzoeksliteratuur onderscheidt diverse kenmerken van netwerken die bijdragen aan kennisdeling en kennisbenutting. Eén daarvan is een vaste deelnemersgroep, waarin leden in een veilige sfeer open met elkaar omgaan. Dan kan een echte dialoog plaatsvinden met een gelijke inbreng van alle deelnemers. Daarnaast is het belangrijk dat duidelijk is welke opbrengsten worden beoogd en wanneer die opbrengsten te verwachten zijn.
Ondersteunend schoolleiderschap is ook een succeskenmerk van netwerken. De ondersteunende schoolleider is betrokken bij het proces en bij de docenten. De schoolleider legt ook een verbinding met thema’s uit het schoolbeleid. Daarbij is het gunstig als deelname aan een netwerk een initiatief van de school zelf is.
Verder moet er voldoende tijd zijn om nieuwe kennis en inzichten te implementeren in de schoolpraktijk. Daar helpt een goede organisatie bij. Dat wil onder meer zeggen: coördinatie en aansturing van én in het professionele netwerk. De onderlinge afspraken zijn ook helder en er is draagvlak om de opgedane kennis binnen de schoolorganisatie in te voeren.

Externe experts en autonome netwerken

Naast genoemde succeskenmerken kan ook een begeleidend (externe) expert een belangrijke rol hebben. Een expert draagt bij met inhoudelijke kennis en kunde over het thema van het netwerk. Een expert kan daarnaast netwerkleden stimuleren hun collega’s op school doorlopend te betrekken bij wat ze doen in het netwerk. Dit bevordert dat kennis uit een netwerk binnen scholen gedeeld en benut wordt.

Externen kunnen verder ook helpen om verbindingen te leggen en dialogen te voeren met deelnemers. Belangrijk is dat omgaan met netwerken vooral omgaan met verscheidenheid is. Netwerken bestaan doorgaans uit horizontale verbanden en zijn gebaseerd op onderling vertrouwen en wederkerigheid. Stimulansen van buiten kunnen daar het best bij aansluiten met een open dialoog op basis van gelijkwaardigheid.
Overigens kan het ook verstandig zijn als een externe, al dan niet tijdelijk, helemaal niets doet.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Patrick van Schaik (antwoordspecialist), Christa Teurlings en Niek van den Berg (kennismakelaars)
Vraagsteller: stafmedewerker regieorgaan
Geraadpleegde experts: Edith Hooge (expert governance) en Wouter Schenke (expert kennisbenutting)

Vraag

Welke stimulansen van buiten zijn effectief om kennisdeling en -benutting binnen professionele netwerken in het onderwijs te realiseren?

Kort antwoord

Om kennisdeling en -benutting binnen professionele netwerken te stimuleren kunnen externen mogelijk sturen op succeskenmerken van professionele netwerken. Deze kenmerken hebben betrekking op de veiligheid in de groep, een sterke connectie van de kennis met de schoolpraktijk, facilitering (tijd, organisatie, expertise) en ondersteunend schoolleiderschap. Ook kunnen externen stimuleren dat netwerkleden collega’s in hun scholen betrekken bij wat ze in het netwerk doen, om zo de kans op verdere kennisbenutting in de scholen te vergroten.
Vanwege het doorgaans horizontale karakter van professionele netwerken zijn vooral externe stimulansen via een open dialoog op basis van gelijkwaardigheid kansrijk. Dit kan kennisdeling en -benutting opwekken, geleiden, bestendigen en in voorkomende gevallen ook afstoppen.

Toelichting antwoord

De vraag heeft betrekking op professionele netwerken van onderwijsprofessionals van verschillende scholen. Deze professionals nemen vanuit persoonlijk belang deel aan het netwerk en/of participeren als vertegenwoordigers van hun eigen school. Soms maken naast onderwijsprofessionals ook andere professionals deel uit van deze netwerken, zoals (praktijkgericht) onderzoekers, opleiders, ondersteuners, studenten.

De professionele netwerken beogen dat de leden kennis (van buiten of binnen het netwerk) met elkaar delen, gezamenlijk (praktijk)kennis creëren, en deze kennis delen en benutten in hun scholen (Schenke e.a., 2019; Van Schaik e.a., 2019; Van Schaik, 2020). Kennisdeling betreft bijvoorbeeld wetenschappelijke literatuur, vakliteratuur, verhalen, good en bad practices, filmpjes, eigen (onderzoeks)bevindingen of onderzoeksbevindingen uit andere scholen. Kennisbenutting is het proces waarin de netwerkleden (Schenke e.a., 2019, p.3-4; Van Schaik, 2020):

  • 1) samen betekenis geven aan verschillende kennisbronnen (bestaande kennis of eigen nieuwe kennis) en
  • 2) die kennis en inzichten relateren aan de eigen schoolpraktijk en context, en 3) daarin toepassen. Deze processen van kennisbenutting kunnen versterkt worden (vergelijk März e.a., 2017) als de leden van het netwerk bijvoorbeeld de toepassing in de eigen werkpraktijk onderwerpen aan praktijk(gericht) onderzoek binnen de eigen school en de (aldus) verkregen inzichten weer inbrengen in het netwerk.

Het voorgaande impliceert kennis-co-constructie en individuele én collectieve processen van leren en ontwikkelen (Van der Sanden & Teurlings, 2003; Van Schaik, 2020). Met ‘collectief’ bedoelen we hier zowel de gezamenlijke leden van het professionele netwerk zelf, als het uitgebreidere netwerk met collega’s in de participerende scholen.1
Wat kunnen nu stimulansen van buiten zulke netwerken zijn om kennisdeling  en -benutting binnen het netwerk te realiseren, te versterken, bij te stellen of te bestendigen? Te denken valt aan financiële of personele ondersteuning, het uitspreken van verwachtingen over opbrengsten, of meer indirecte prikkels door regieorganen, sectorraden of bovenschoolse besturen. Onderzoeksliteratuur geeft voor zover ons bekend echter geen rechtstreeks antwoord op deze vraag. Daarmee is op basis van onderzoek niet duidelijk welke stimulansen effectief zijn en welke minder of niet. Wel zijn er aanwijzingen waarop stimulansen van buiten netwerken zich zouden kunnen richten (op basis van inzichten uit onderzoeksliteratuur over kenmerken van succesvolle netwerken en over kennisbenutting binnen scholen), en hoe die stimulansen het beste gegeven kunnen worden (op basis van inzichten uit bestuurskundige onderzoeksliteratuur).

Stimulansen van buiten richten op netwerkkenmerken die kennisbenutting binnen het netwerk en binnen de scholen van het netwerk bevorderen

Mogelijke aangrijpingspunten voor stimulansen van buiten kunnen ten eerste ontleend worden aan onderzoek naar netwerkkenmerken die zélf bijdragen aan kennisdeling en -benutting (o.a. Boogaard e.a., 2017; März e.a., 2018; Schenke e.a., 2019; Van Schaik, 2019; Van Schaik, 2020). Zo vonden Van Schaik e.a. (2019) zes clusters van gunstige netwerkkenmerken. Ze baseren zich op vragenlijsten onder 39 leraren uit het voortgezet onderwijs die participeerden in verschillende professionele netwerken van leraren. Eerdere studies laten vergelijkbare resultaten zien. Het gaat om de volgende netwerkkenmerken die kennisdeling en -benutting bevorderen:

  1. De deelnemersgroep is een vaste groep, met een veilige sfeer van collegialiteit en openheid waarin echte dialoog kan plaatsvinden, en met een sterke inbreng van alle deelnemers. Raes e.a. (2015) gebruiken hiervoor de term ‘team psychological safety’ en beschouwen dit als de belangrijkste voorspeller van teamleren.
  2. Er is een sterke connectie van de geconstrueerde kennis met de onderwijspraktijk. Het werkt goed als de beoogde concrete opbrengsten voor het onderwijs duidelijk zijn en wanneer die verwacht kunnen worden.
  3. Er is voldoende tijd voor gezamenlijke kennisbenutting en kennisdeling en om de nieuwe kennis en inzichten te implementeren in de eigen praktijk.
  4. Er is een goede organisatie, dat wil zeggen:
    a. een goede coördinatie en aansturing van én in het professionele netwerk, met heldere onderlinge afspraken,
    b. een goede inbedding van het (doel van het) netwerk of het doel van het netwerk en draagvlak voor de opgedane kennis binnen de schoolorganisatie,
    c. een groepssamenstelling waarin verschillende perspectieven en expertises zijn vertegenwoordigd, en tot slot
    d. een duidelijk vooraf met elkaar afgestemde (regelmatige) frequentie van ontmoeting; dit draagt zowel bij aan continuïteit van de kennisdeling- en benutting, als aan de onderlinge verbondenheid.
  5. Een begeleidend (externe) expert draagt niet alleen bij met inhoudelijke kennis en kunde over het thema van het netwerk (producttaak), maar kan ook een belangrijke rol vervullen in het stimuleren van kennisdeling en -benutting vanuit het netwerk naar bijvoorbeeld de organisaties waarin de deelnemers werkzaam zijn (relationele taak), zo concluderen März e.a. (2018) in hun literatuurstudie naar de rol van professionele netwerken bij duurzame onderwijsvernieuwing. Deze rol van (externe) experts in een netwerk lijkt verwant aan een mogelijke rol van andere externen om kennisdeling te agenderen en stimuleren.
  6. Ondersteunend schoolleiderschap uit zich in betrokkenheid bij het proces van kennisbenutting en -deling in en vanuit het netwerk. Op basis van interviews met deelnemers van kennisnetwerken in het voortgezet onderwijs geven Boogaard e.a. (2017) aan dat het helpt als de schoolleiding betrokkenheid toont bij de eigen docenten uit het netwerk en een verbinding legt met thema’s uit het schoolbeleid. Daarbij is het gunstig als deelname aan een netwerk voortkomt uit het initiatief van de school zelf of minstens wordt ondersteund door de schoolleiding. In die situatie sluiten de vraagstelling en het onderwerp van het netwerk goed aan bij de ontwikkelingen in school en bij de interesse van de docenten.

Externen kunnen netwerkleden niet alleen stimuleren tot kennisdeling en -benutting binnen het netwerk zelf, maar hen ook stimuleren collega’s in hun scholen doorlopend te betrekken bij wat ze doen in het netwerk. Dit bevordert dat kennis uit een netwerk binnen de deelnemende scholen verder wordt gedeeld en benut. Het belang van het betrekken van collega’s blijkt onder meer uit de casestudies in het proefschrift van Van Schaik (2020). Hij stelt dat het proces van kennisdelen en -benutten sterk afhangt van de cultuur en de structuur in de school. Dit betekent dat kennisdeling vanuit het netwerk niet moet worden opgevat als een activiteit volgend op de kennis-co-constructie in het netwerk, maar als een doorlopend proces van betrekken en informeren van alle belanghebbenden.

März e.a. (2017) noemen dit het belang van de ‘relationele verantwoordelijkheid’. Vaak zijn netwerken gericht op de producttaak, zoals bijvoorbeeld een nieuw curriculum. Minder aandacht gaat uit naar de relationele taak: met name het betrekken van het bredere team van collega’s buiten het netwerk, zodat breder eigenaarschap en draagvlak ontstaat en de kennis breder wordt benut.

Kennisdeling en -benutting stimuleren in een open dialoog op basis van gelijkwaardigheid, passend bij de ontwikkelfase van een netwerk

Bij het nadenken over manieren om van buitenaf professionele netwerken te stimuleren is het belangrijk om rekening te houden met aspecten als 1) verticale sturing versus het meer horizontale karakter van netwerken, en 2) de ontwikkelfase waarin netwerken zich bevinden. Dit is af te leiden uit de studie naar overheidssturing in relatie tot autonome netwerken2 van Hooge e.a. (2017) op basis van systematisch literatuuronderzoek en interviews met vertegenwoordigers van in Nederland opererende netwerken van scholen. Met nogmaals de kanttekening dat niet expliciet is onderzocht of die inzichten effectief zijn bij netwerken van onderwijsprofessionals, zijn er de volgende aangrijpingspunten:

Ten eerste stellen Hooge e.a. (2017, p.36) dat autonome netwerken niet te sturen zijn vanuit een hiërarchische positie; ‘om zijn potentie te realiseren moet de kracht in het netwerk zelf ontstaan en zich in het netwerk zelf ontwikkelen’. Passend bij dit horizontale karakter van autonome netwerken biedt de metafoor van stromen (Schulz e.a., 2017, p. 32; aangehaald in Hooge e.a., 2017, p.36) een ander perspectief op handelingsalternatieven dan verticale (hiërarchische) sturing. Net als rivieren zoeken autonome netwerken zich een eigen weg. Externe stimulansen zouden dan ook gericht moeten zijn op het stimuleren, kanaliseren of desnoods afstoppen van stromen.
Genoemde auteurs benoemen vier clusters mogelijke activiteiten:

  • stromen opwekken door bijvoorbeeld potentiële initiatiefnemers met elkaar in contact te brengen, en zo nieuwe netwerken te realiseren,
  • stromen geleiden door bijvoorbeeld in dialoog te verkennen of het netwerk kan overwegen de focus een beetje te verleggen, en zo netwerken bij te stellen of te versterken,
  • stromen bestendigen door bijvoorbeeld kennis (doen) inbrengen, en
  • stromen afstoppen door bijvoorbeeld voorwaarden te verbinden aan ondersteuning.

Het is daarbij belangrijk dat betrokkenen van buiten een netwerk die een netwerk willen stimuleren, verbindingen kunnen leggen en de dialoog kunnen voeren met deelnemers van het netwerk. Hooge e.a. (2017, p.31-32) onderscheiden daarbij verschillende minder en meer actieve rollen: 1) niets doen, 2) ondersteunen en faciliteren, 3) regisseren, 4) sturen en reguleren, 5) netwerken met elkaar verbinden tot regionale mega-netwerken en 6) netwerken betrekken in de eigen beleidsvorming. Noordegraaf e.a. (2014) noemen de invulling die externen geven aan hun rollen verbindend vakmanschap. Ieder netwerk heeft zijn eigen dynamiek. Omgaan met netwerken is dan ook omgaan met verscheidenheid. De doorgaans horizontale verbanden op basis van onderling vertrouwen en wederkerigheid binnen een netwerk, impliceren dat stimulansen van buiten het beste bij dat horizontale karakter kunnen aansluiten, met een open dialoog op basis van gelijkwaardigheid.

Geraadpleegde bronnen

  • Boogaard, M., Schenke, W., Van Schaik, P., Felix. C. (2017). Kennisbenutting in kennisnetwerken van docenten: een verkenning. Amsterdam: Kohnstamm Instituut.
  • Hooge, E.H., Van der Sluis, M. & Waslander, S. (2017). Krachtige koppels. Hoe de overheid zich kan verhouden tot autonome netwerken van scholen. Tilburg: TIAS School for Business and Society.
  • März, V., Gaikhorst, L., Mioch, R., & Geijsel, F. P. (2017). Van acties naar interacties. Een overzichtsstudie naar de rol van professionele netwerken bij duurzame onderwijsvernieuwing. Amsterdam/Diemen: RICDE, Universiteit van Amsterdam/NSO- CNA Leiderschapsacademie.
  • Noordegraaf, M., Van der Steen, M. & Van Twist, M. (2014). Fragmented or connective professionalism? Strategies for professionalizing the work of strategists and other (organizational) professionals. Public Administration, 92(1): 21-38.
  • Raes, E., Kyndt, E., Decuyper, S., Van den Bossche, P., & Dochy, F. (2015). An exploratory study of group development and team learning. Human Resource Development Quarterly, 26, 5-30.
  • Schenke, W., Van Schaik, P., Heemskerk, I., & Boogaard, M. (2019). Beter benutten van kennis uit onderzoek en onderwijspraktijk. Kansrijke aanpakken voor docentgroepen.
  • Amsterdam: Kohnstamm Instituut.
  • Schulz, M., Den Heijer I., De Baas, J.H. & Van der Steen, M. (2017). Sturen en stromen. Overheid in een samenleving waarin iedereen stuurt. Den Haag: Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.
  • Van der Sanden, J., & Teurlings, C. (2003). Developing competence during practice periods: The learner’s perspective. In: T. Tuomi-Gröhn & Y. Engeström (Eds). Between school and work: new perspectives on transfer and boundary-crossing. Oxford: Pergamon Elsevier Science.
  • Van Schaik, P. (2020, in press). Utilizing, co-constructing and sharing of knowledge in collaborative teacher learning. Proefschrift. Universiteit van Amsterdam.
  • Van Schaik, P., Volman, M., Admiraal, W., & Schenke, W. (2018). Barriers and conditions for teachers’ utilisation of academic knowledge. International Journal of Educational Research, 90, 50-63.
  • Van Schaik, P., Volman, M., Admiraal, W., & Schenke, W. (2019). Approaches to co- construction of knowledge in teacher learning groups. Teaching and Teacher Education, 84, 30-43.

1 De samenwerking van het (uitgebreide) netwerk met andere partijen of netwerken valt buiten de beantwoording van de huidige vraag.
2 Hooge et al. (2017) definiëren autonome netwerken als drie of meer scholen van verschillende schoolbesturen die in een netwerk participeren om gezamenlijk iets te realiseren wat zij afzonderlijk van elkaar niet kunnen. Zij zijn in meer of mindere mate autonoom, omdat ze nagenoeg los staan van schoolbesturen of de overheid. Deze autonome netwerken richten zich op een specifieke inhoud en ontwikkeling van het onderwijs. Het zijn doorgaans netwerken van onderwijsprofessionals, waardoor onderzoeksuitkomsten in deze context relevant kunnen zijn voor de professionele netwerken zoals gedefinieerd voor het huidige Kennisrotonde-antwoord.

Gerelateerd

Online congres
Hoe geef je les over relaties & seksualiteit?
Hoe geef je les over relaties & seksualiteit?
Meld je aan voor het online congres ‘Het hoort er gewoon bij’ op 5 nov. 2021. Voor lerarenopleiders.
Rutgers & Stichting School en Veiligheid 
adviestraject
Visie? Naar buiten met je team!
Visie? Naar buiten met je team!
Dag op de hei: visie bepalen en teamontwikkeling in één.
Wij-leren.nl schoolontwikkeling 
Masterclass
Psychologische veiligheid
Psychologische veiligheid
Vergroot de psychologische veiligheid in je team
Medilex Onderwijs 
Integrale aanpak
Duurzame Inzetbaarheid in het onderwijs
Duurzame Inzetbaarheid in het onderwijs
Loyalis is er voor werkgever én werknemer. Met oplossingen voor vitaliteit en preventie.
Uw Gids in Inkomen & Zekerheid 
Schoolorganisatie
Schoolorganisatie en teamwork op een basisschool - leiderschap.
Arja Kerpel
Duurzame schoolontwikkeling
Duurzame schoolontwikkeling: werken aan het schoolplan in een lerende organisatie
Jan Jutten
Bovenschools leiderschap
Bovenschools leiderschap in een lerende organisatie
Jan Jutten
Teamleren
Teamleren in een lerende school: samen werken aan beter onderwijs
Jan Jutten
Toezicht onderwijskwaliteit
Toezicht houden op onderwijskwaliteit is niet zo ingewikkeld
Harm Klifman
Ontwikkelen van wijsheid
Ontwikkelen van wijsheid
Jan Jutten
Management en organisatie
Complete make-over voor Management & Organisatie als schoolvak
René Leverink
Onderwijs moet boeien
Onderwijs moet niets, behalve boeien
Jan Jutten
Bovenschools leiderschap
Bovenschools leiderschap in een lerende organisatie
Jan Jutten
De lerende school
De vijf disciplines als basis voor boeiend onderwijs
Jan Jutten
Persoonlijk meesterschap
Persoonlijk meesterschap: Het creëren van je eigen toekomst
Jan Jutten
Systeemdenken en denkgewoonten
Systeemdenken in de klas - Systeemdenken en denkgewoonten
Jan Jutten
Verantwoordelijkheid geven
Verantwoordelijkheid is geven en nemen. Maar wat als taken blijven liggen?
Henk Galenkamp
Communicatie in school
Goede communicatie in een school
Jan Jutten
Teamleren
Teamleren in een lerende school: samen werken aan beter onderwijs
Jan Jutten
Design thinking als basis voor innovatief onderwijs
Design thinking als basis voor innovatief onderwijs
redactie
De staat van het onderwijs in 2020
De Staat van het Onderwijs 2020
Myriam Lieskamp
Succesvolle transitie kenmerken naar IKC
Een succesvolle transitie naar een IKC heeft deze zes kenmerken
Joost Karels
Coöperatieve leerstrategieën
Coöperatieve leerstrategieën - Uitleg en praktische voorbeelden
Arja Kerpel
Leiding geven aan een lerende school
Leiding geven aan een lerende school
Machiel Karels
Zelfregulerend leren
Zelfregulerend leren - Effectiever leren met leerstrategieën
Arja Kerpel
Professionele leergemeenschap
De professionele leergemeenschap
Arja Kerpel
Effectief leiderschap
De zeven eigenschappen van effectief leiderschap - Stephen Covey
Arja Kerpel
Interdisciplinair samenwerken
Over het schoolhek heen
Myriam Lieskamp
pedagogische sensitiviteit
Werken aan pedagogische sensitiviteit in je team
Myriam Lieskamp
Van deze rotonde
Hoe komen we van deze rotonde? Over het belang van creatief en probleemoplossend denken bij schoolontwikkeling
Myriam Lieskamp
Leidinggeven aan onderwijsinnovatie met ict
Leidinggeven aan onderwijsinnovatie met ict.
Myriam Lieskamp
Ontwikkeling kwaliteitszorg
Ontwikkeling van kwaliteitszorg in het onderwijs
Harm Klifman


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Hoe bouw je aan een topteam? Tjipcast 033
Hoe bouw je aan een topteam? Tjipcast 033
redactie
Marco de Witte over de essentie van veranderen in organisaties
Marco de Witte over de essentie van veranderen in organisaties
redactie
Wat is de invloed van management op werk, leven en democratie?
Wat is de invloed van management op werk, leven en democratie?
redactie
Omix Webtalks met Ben Tiggelaar - Leiderschap en verandering in het onderwijs.
Omix Webtalks met Ben Tiggelaar - Leiderschap en verandering in het onderwijs.
redactie
Omix Webtalks met Joost Leenders - Excelleren in het onderwijs
Omix Webtalks met Joost Leenders - Excelleren in het onderwijs
redactie
Helma van der Hoorn - Bestuurlijke vernieuwingen door vertrouwen
Helma van der Hoorn - Bestuurlijke vernieuwingen door vertrouwen
redactie
Patronen doorbreken en beweging krijgen in organisaties
Patronen doorbreken en beweging krijgen in organisaties
redactie
Tip van Tjip 010  en de spieken studiedag voor onderwijsmanagers
Tip van Tjip 010 en de spieken studiedag voor onderwijsmanagers
redactie
Hoe kunnen organisaties spelend veranderen? Tjipcast 022
Hoe kunnen organisaties spelend veranderen? Tjipcast 022
redactie
Hoe kun je als professional regie nemen over innovatie? Tjipcast 037
Hoe kun je als professional regie nemen over innovatie? Tjipcast 037
redactie
Veranderen in organisaties: Klein maar fijn? Tjipcast 028
Veranderen in organisaties: Klein maar fijn? Tjipcast 028
redactie
Wat is een lerende organisatie? En hoe word je het? Tjipcast 019
Wat is een lerende organisatie? En hoe word je het? Tjipcast 019
redactie
Vaart maken in organisaties. Tjipcast 016
Vaart maken in organisaties. Tjipcast 016
redactie
Wat is professionaliteit? Tjipcast 015
Wat is professionaliteit? Tjipcast 015
redactie
Verwaarloosde organisaties: Tjipcast 010
Verwaarloosde organisaties: Tjipcast 010
redactie
Tip van Tjip 012: Leiderschapslessen uit de praktijk
Tip van Tjip 012: Leiderschapslessen uit de praktijk
redactie
Grote innovatie in kleine stappen. Tjipcast 029
Grote innovatie in kleine stappen. Tjipcast 029
redactie
Hoe maak je van kleine stappen een grotere innovatie beweging?
Hoe maak je van kleine stappen een grotere innovatie beweging?
redactie
Hoe ontwerp je een goed leertraject? Tjipcast 013
Hoe ontwerp je een goed leertraject? Tjipcast 013
redactie
Gespreid leiderschap: Tjipcast 003
Gespreid leiderschap: Tjipcast 003
redactie
Leren en opleiden aantrekkelijk maken: Tjipcast 001
Leren en opleiden aantrekkelijk maken: Tjipcast 001
redactie
Effectieve aanpak zwakke basisscholen
Hoe help je zwakke basisscholen verder?
Factoren die de inzet van ICT effectiever maken in bo
Hoe verbeter je de effectiviteit van ICT-inzet in het primair onderwijs?
Effect bestuurlijke inrichting po kwaliteit bestuur
Wat is het effect van bestuurlijke inrichting in het primair onderwijs?
Stimulansen voor het effectief kennisdelen in professionele netwerken
Hoe stimuleer je actief kennisdeling?
Fysieke of digitale bijeenkomst effect op leerkracht
Leren leraren het meest van een fysieke of digitale bijeenkomst?
Is een periodieke indeling van het schooljaar effectief?
Gespreid leren of blokleren, invloed op leerprestaties
Gespreid leren of blokleren: wat is beter?
Determinanten van interactieve feedback tijdens co-teaching
Hoe kun je als leraar effectief van elkaar leren?
Innovaties schoolbreed invoeren in vo
Hoe voer je innovaties schoolbreed in?
Mix van talenten in een managementteam
Welke mix van talenten heeft een ideaal managementteam?
Emotionele processen leraren
Lesgeven en emotionele processen bij leraren: transactionele verbanden met welzijn van leraren en functioneren van leerlingen
Geloof eigen kunnen leraren
Omgaan met diversiteit en geloof in eigen kunnen van leraren
Competentiegericht beroepsonderwijs
Teamleren in het kader van competentiegericht beroepsonderwijs
Responsief leiderschap AOC
Ontwikkeling van responsief leiderschap in AOC
Individueel maatwerk vo MEGAband
Individueel maatwerk in voortgezet onderwijs (MEGAband)
[extra-breed-algemeen-kolom2]



goed bestuur
leiderschapsstijl
lerende school
natuurlijk leren
onderwijsontwikkeling
persoonlijk meesterschap
schoolbegeleidingsdienst
systeemdenken
teamleren

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest