Hoe functioneren kinderen met fonologische zwakte auditief en communicatief in de klas? -2-

Jeanne Buijks

Orthopedagoog bij

 

orthodidactiek@telenet.be

  Geplaatst op 21 mei 2021

Buijks, J. (2021). Hoe functioneren kinderen met fonologische zwakte auditief en communicatief in de klas?
Geraadpleegd op 24-09-2021,
van https://wij-leren.nl/fonologische-zwakte-ondersteuning.php

Fonologische incompetentie, het niet kunnen ‘spelen’ met klanken, is in het primair onderwijs een belangrijke oorzaak van bemoeilijkt voorbereidend en aanvankelijk (technisch) lezen en schrijven/spellen. Dit artikel is onderdeel van een serie over hulp bij fonologische problemen in voorbereidend en aanvankelijk lezen en schrijven/spellen.

Hoe functioneren kinderen met fonologische zwakte auditief en communicatief in de klas? Wat merkt de leerkracht in de klas aan kinderen met fonologische zwakte, hoe gedragen zij zich? Deze kinderen hebben in principe een normale intelligentie, maar er is een beperkte capaciteit om auditieve informatie te verwerken. Zij hebben het hierdoor ook moeilijk met talig en communicatief functioneren.

In groep 1 zijn dit de kinderen die weinig aandacht hebben voor geluiden, klanken en het gesproken woord. Ze hebben een afwezige of aversieve houding ten opzichte van taalaanbod. De waarneming van talige informatie verloopt diffuus en fragmentarisch, de basale kijk- en luisterhouding is zwak.
Deze kinderen voelen zich onzeker en geremd in talige situaties, ze beleven weinig plezier aan voorlezen, gesprekjes en taalspelletjes. Verbale informatie en opdrachten worden niet goed opgepikt, onthouden, geordend, begrepen en uitgevoerd.

Ze verwerken en begrijpen informatie minder goed via het ‘taalkanaal’.

Ze gebruiken eerder hun ogen (om te imiteren) en hun lichaamstaal of motoriek om te communiceren.
De woordenschat is klein, nieuwe begrippen worden onvoldoende opgeslagen in het lange termijn geheugen en kunnen daardoor ook niet goed opgeroepen worden. Eigen taalproducties, articulatorisch en in woord, zin en verhaal, verlopen moeizaam, onsamenhangend en warrig. Dikwijls zie je tevens een achterstand of onrijpheid in de motorische ontwikkeling.

Qua leesvoorbereiding resulteert dit alles in weinig vaardigheid en interesse in boekjes, letters, rijmen en foneemtaakjes.

In groep 2 zet de fonologische problematiek zich voort in tekorten in de talige communicaties en in de ontwikkeling van de leesvoorwaarden.
De basisattitude voor taal, zoals beschreven in groep 1, blijft zorgelijk, de woordenschat is beperkt en een verhaal (na)vertellen gaat moeizaam.
Wat betreft de leesvoorwaarden kunnen deze kinderen niet goed zinnen en reeksen woorden/klanken nazeggen, ook maken ze volgorde- en volledigheidsfouten in woord- en zinsconstructies. Ze hebben moeite met auditieve objectivatie (vorm en klank los van betekenis zien), het rijmen blijft minimaal en wordt liever uit de weg gegaan.
Auditieve spelletjes betreffende klankidentificatie en klankdiscriminatie, klankpositionering, manipuleren van klanken in woorden, klankteken koppeling en auditieve analyse/synthese komen moeizaam op gang of gaan langs hen heen.
De visuele discriminatie van figuren en lettertekens verloopt dikwijls stukken beter en ze spelen liever met constructiemateriaal dan met taalontwikkelingsmateriaal. Ze ontwikkelen meer en meer in talige situaties en bij auditieve spelletjes gevoelens van verwarring, falen, frustratie, onrust, onzekerheid en schaamte.

In groep 3 starten deze kinderen met een zwakke taakspan voor talige informatie, een magere woordenschat, karige communicaties en problemen in taalbegrip en taalproductie.
Er is onvoldoende vaardigheid in de auditieve voorwaarden, met name klanken worden zwak geïndentificeerd en moeizaam samengevoegd tot woorden.

In de basale leesstrategie zijn de moeilijkheden zichtbaar in:

  • klanken in woorden isoleren, onderscheiden en manipuleren
  • het (geschreven) woord analyseren in afzonderlijke fonemen: hakken
  • de fonemen uit het geheugen halen
  • de fonemen koppelen aan de lettertekens
  • de temporele volgorde van de fonemen onthouden
  • het auditief synthetiseren van de ‘gehakte’ klanken: plakken
  • de gesynthetiseerde klanken als een woord lezen
  • betekenis koppelen aan het gelezen woord.

In de basale spellingsstrategie (dictee) zijn de moeilijkheden zichtbaar in:

  • betekenis hechten aan een auditief aangeboden woord
  • het woord juist nazeggen
  • het auditief analyseren van de klanken van het woord: hakken
  • de auditieve volgorde van die klanken onthouden
  • de juiste grafemen koppelen aan de geanalyseerde klanken
  • die grafemen uit je geheugen halen
  • de volgorde van de grafemen onthouden
  • het synthetiseren van de grafemen tot een woord: plakken
  • het fonologisch binnengekomen woord omzetten in een orthografisch woord.

Therapeutische hulp: logopedie en fysiotherapie

Kinderen die op deze manier het basisonderwijs binnenkomen zijn het meest gebaat bij onmiddellijke speciale hulp, maar dikwijls is de benodigde hulp in de klas niet optimaal uitvoerbaar door de leerkracht. Remedial teaching of hulp van een leesspecialist moet al in het prille begin van groep 1 ingezet kunnen worden.

Bij verschijnselen van fonologische zwakte, ook bij lichte symptomen of bij twijfel, moet vooral de hulp van logopedie ingeschakeld worden.

Voorwaarde is dat de school, in overleg met de ouders, een probleem- en vraagstelling opstelt, voor de logopedist zelf en voor een verwijsbrief van de huisarts, zodat de logopedische werkzaamheden door de zorgverzekering vergoed worden.

Zelfs een eenmalig logopedisch onderzoek is de moeite waard, want hiermee wordt de spraaktaalontwikkeling in kaart gebracht en worden er adviezen gegeven, waar school, gezin en kind hun voordeel mee kunnen doen. Vanuit het logopedisch onderzoek wordt de precieze diagnose duidelijk: waar zitten de zwakke spraaktaal onderdelen, welke aspecten van de fonologische ontwikkeling zijn spelbreker voor het lezen en spellen, welke taaldomeinen zijn sterker zodat die ingezet kunnen worden, hoe kun je in de klas en thuis het best inspelen op de problemen.

De beslissing of er therapie nodig is en hoe lang, wordt door de logopedist in overleg met ouders en school verzorgd. In de logotherapie worden met specialistische programma’s de spraaktaalproblemen therapeutisch aangepakt, te weten:

  • luistervaardigheid
  • articulatie en mondpraxis
  • verstaanbaarheid
  • fonologische vaardigheid
  • woordenschat
  • taalbegrip
  • taalproductie en vertelvaardigheid
  • werkgeheugen en taalgeheugen.

Onderliggend aan de spraaktaal- en fonologische problematiek kunnen er senso-motorische belemmeringen zijn, die nader onderzoek vergen van een (SI) kinderfysiotherapeut of een logopedist met SI aantekening (sensorische integratie- of informatieverwerking). In het logopedisch onderzoek komen dan problemen naar voren, die met de motoriek te maken hebben, zoals hypo kinesthetisch gevoel en onderstimulatie in het mondgebied en zwakke gezichtsmotoriek en kaakmobiliteit. Klanken worden niet stevig (p,t,), niet gespreid (ie,ee), niet lipgebonden (b,m) of niet gerond (oo,o) genoeg uitgevoerd. Of opeenvolgende bewegingen van kaak, lippen en tong worden onvoldoende geïntegreerd uitgevoerd. Het zijn de kinderen, die met mond, lippen en hand naar prikkels zoeken, er zijn dikwijls ook praxisproblemen bij eten, drinken en zuigen of bij de zindelijkheidsontwikkeling.

In het SI fysiotherapeutisch onderzoek wordt bekeken hoe de prikkelverwerking is.

Welke prikkels komen sterk binnen, welke diffuus en hoe werken de zintuigen samen met de motoriek. Als prikkels niet goed binnenkomen en verwerkt worden kan een kind in de fijne motoriek belemmeringen in de spierwerking voelen, mondmotorisch of handmotorisch bij tekenen en schrijven. Ook kan het probleem zich in de grove motoriek uiten, dan is er onzeker evenwicht, zwakke coördinatie en verkeerde positionering van het lichaam in de ruimte. Dit uit zich in onvoldoende houvast en balans bij lopen, zich moeizaam bewegen tussen kinderen en problemen bij fietsen of zwemmen.

Aanvullende onderzoeken kunnen nodig zijn: een gehoorsonderzoek bij een KNO arts of een audiologisch centrum, een medisch onderzoek bij de huisarts en een onderzoek bij een psycholoog voor de intelligentie en de leer- en persoonlijkheidskenmerken.

Benodigd school- en klassenmanagement

Kinderen met fonologische zwakte hebben meer instructie en een sterk sturende aanpak nodig. Het bewust hanteren van het directe instructiemodel en het systematisch volgen van de leesmethode zijn een must. De leeropbrengsten moeten consequent en op vaste momenten getoetst worden, om te bezien of de geformuleerde doelen zijn bereikt, of het onderwijsaanbod toereikend is geweest en voor het opsporen van stagnaties.
Dit alles moet duidelijk omschreven staan in het schoolplan en uitgewerkt in het groepsplan, methodisch, taakgericht, handelingsgericht en volgens een leidraad van vastgestelde stappen en routines. Het vraagt van de leerkracht een attitude van interactief, inductief en diagnostisch onderwijzen, in dialoog met het kind, zodat hij het denkproces van het kind voortdurend kan volgen/bijstellen en kan achterhalen welke interventie het best aansluit bij de onderwijsbehoefte van het kind.

De ondersteuning bij convergente differentiatie, waarbij de kinderen veelal de groepslessen kunnen blijven volgen, is gericht op preteaching, verlengde instructie en extra oefeningen van de methode of van methode onafhankelijke programma’s.

Voor kinderen met ernstige hardnekkige fonologische achterstanden, die lijden onder stress en tijdsdruk, kan divergente differentiatie een betere optie zijn en een hele opluchting. Ze hoeven dan niet langer de groep te volgen, maar mogen in hun eigen leerlijn of in een homogeen groepje op hun eigen tempo en niveau en met hun eigen leerstrategieën en deelvaardigheden de leerstof aanpakken. De extra ondersteuning is dan gericht op:

  • meer instructie- en verwerkingstijd
  • meer begeleid oefenen en herhalen
  • reteaching en preteaching
  • methode overstijgende aanpassingen in het leerstofaanbod
  • inzet van remediërende programma’s.

Al met al geen sinecure in een tijd van leraartekorten en te grote groepen met heterogene populaties. Er zijn meer handen nodig om een eigen leerlijn of niveaugroep te begeleiden. Vroegtijdige en preventieve inschakeling van logopedie, SI fysiotherapeut, remedial teaching en leesspecialist is bij deze problematiek onontbeerlijk, startend in de kleutergroepen of zelfs al in de voorschoolse periode.

Buijks, J. (2021). Hoe functioneren kinderen met fonologische zwakte auditief en communicatief in de klas?
Geraadpleegd op 24-09-2021,
van https://wij-leren.nl/fonologische-zwakte-ondersteuning.php

Gerelateerd

Opleiding
Opleiding tot jonge kind specialist
Opleiding tot jonge kind specialist
Expert en coach binnen het onderwijs aan kleuters
Medilex Onderwijs 
Leesonderwijs ZML
Fonologisch gebaseerd leesonderwijs in het ZML
Anna Bosman
De invloed van fonologische vaardigheden op leren lezen en schrijven
Fonologische vaardigheden -1-
Jeanne Buijks
Leesonderwijs ZML 1
Fonologische vaardigheden van leerlingen in het ZML-onderwijs
Anna Bosman
leesproblemen, dyslexie, dysgrafie deel vier
Leesproblemen: fonologische dyslexie -4-
Paul Filipiak
Speciale taalhulp rekenen logopedie -4
Taalhulp bij het uitrekenen van formele sommen - 4 - RT en logopedie
Jeanne Buijks
Taal bij het jonge kind
Taalontwikkeling bij het jonge kind
Sieneke Goorhuis
Speciale taalhulp bij rekenen van formele sommen - 3
Taalhulp bij het uitrekenen van formele sommen - 3 - Speciale taalhulp
Jeanne Buijks
Speciale hulp bij spreekvaardigheid en woordenschat
Speciale hulp bij de ontwikkeling van de spreekvaardigheid -6-
Jeanne Buijks
Fonologische problemen materialen en bronnen
Hulp bij fonologische problemen; Intro en overzicht
Jeanne Buijks
Speciale hulp aanvankelijk technisch lezen
Fonologische zwakte - Speciale hulp bij het aanvankelijk lezen -9-
Jeanne Buijks
Taalontwikkelingsstoornissen in de klas
Taalontwikkelingsstoornissen in de klas
Marleen Legemaat


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Didactische aanpak zwakke lezers in het basisonderwijs
Wat is de beste didactische aanpak voor zwakke lezers?
Verdiepingsopdrachten voor goede spellers in bovenbouw bo
Wat zijn effectieve verdiepingsopdrachten voor goede spellers?
Spellingontwikkeling leerlingen groep drie open lettergrepen
Wanneer kun je het beste open lettergrepen lezen in groep 3?
Cito-lvs woordenschattoetsen geschikt voor taalzwakke lln
Zijn de Cito-LVS woordenschattoetsen geschikt voor taalzwakke leerlingen?
Methoden interventies communicatie beroepspraktijk mbo
Hoe stimuleer je goede communicatievaardigheden in de mbo-beroepspraktijk?
Intake selectieprocedure NT1 en NT2
Hoe zorg je voor een passend taaltraject voor NT1 en NT2?
Kenmerken blended learning NT2- volwassenonderwijs
Welke kenmerken van blended learning zijn positief voor NT2 deelnemers?
Functionele of grammaticale onderwijsbenadering nt2 taal
Taal leren door volwassen NT2 deelnemers: functionele of grammaticale aanpak?
Werkwijzen van leerkrachten om flexibiliteit bij autisme te versterken
Hoe versterk je cognitieve flexibiliteit bij autisme?
Gebruik van instructievideo in primair onderwijs
Aan welke criteria voldoet een goede instructievideo?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
Taallijn peuters kleuters
Het effect van Taallijn bij peuters en kleuters
[extra-breed-algemeen-kolom2]



dcd
dyspraxie
handelingsplan
intern begeleider
logopedie
ontwikkelingsstoornissen
remediëren
taalontwikkeling
taalontwikkelingsstoornis TOS

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest