Welke invloed heeft het zelf kiezen van het instructieniveau op de leerresultaten en de motivatie van leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs?

Geplaatst op 5 december 2019

Wanneer leerlingen keuzemogelijkheden krijgen voor hun leerproces vergroot dat hun autonomie en het competentiegevoel van leerlingen. Het bieden van opties voor activiteiten in de les of keuzes uit verschillende versies van een taak kan de intrinsieke motivatie verhogen. De sterkte van dit verband is afhankelijk van de interesse van de leerling, het aantal keuzemogelijkheden en de voorkennis. Over het effect van het bieden van keuzemogelijkheden op leerresultaten is weinig bekend.

Het bieden van keuzemogelijkheden aan leerlingen in het voortgezet onderwijs verhoogt hun intrinsieke motivatie. Het maakt niet uit welk type keuze wordt aangeboden, hoewel het effect het sterkst is als leerlingen kunnen kiezen uit educatief irrelevante opties zoals het type muziek tijdens een oefening. Wellicht dat de uitkomst van dit type keuze weinig negatieve consequenties voor de leerlingen heeft en het keuzeproces daardoor minder mentaal belastend is.

Kiezen kost namelijk energie, zeker als leerlingen belang hechten aan mogelijke negatieve consequenties van een keuze of als de hoeveelheid keuzes overweldigend is. Te weinig keuzemogelijkheden en opties hebben daarentegen draagt onvoldoende bij aan het gevoel van zelfsturing en controle om een positief effect op motivatie te bewerkstelligen.

Als er sprake is van een beloning voor een taak, dan is het van belang de beloning ook te laten kiezen. Het positieve effect van de beloning gaat anders mogelijk verloren.

Effect van keuze op leerresultaten

Leerlingen die in staat zijn een opdracht goed zelf te beoordelen en zelf een vervolgopdracht mogen kiezen, behalen betere leerresultaten. Leerlingen die voor een korte taak keuzemogelijkheden krijgen, doen meer moeite de taak te volbrengen, scoren beter, voelen zich bekwamer en kiezen vaker een moeilijkere optie. Het verband met latere leerresultaten is niet aan te geven; daar zijn langer lopende experimenten voor nodig.

Factoren die invloed hebben op het werken met keuzemogelijkheden

Scholen die leerlingen keuzes over manieren van leren willen aanbieden, kunnen verschillende maatregelen nemen. Het gaat om maatregelen die los van elkaar staan. Zo kan de docent het leerproces monitoren en ondersteuning bieden, wat leidt tot een hogere intrinsieke motivatie bij de leerlingen. Het aanbod aan keuzemogelijkheden mag niet te klein en niet te groot zijn. Het grootste positieve effect ligt bij opeenvolgende keuzemomenten waarbij de leerling steeds één keuze kan maken uit een lijst met opties.

Een andere maatregel heeft te maken met de vrijheid om te kiezen. Als leerlingen druk voelen om bepaald gedrag te vertonen of bepaalde keuzes te maken, neemt juist de kans op demotivatie toe. Daarnaast presteren leerlingen met meer voorkennis over het onderwerp beter wanneer de instructie aansluit bij hun voorkeur voor leerlinggestuurde instructie dan wel programmagestuurde instructie. Daarentegen presteren leerlingen met minder voorkennis beter als de instructie niet aansluit bij hun voorkeur.

Leerlingen die reeds gemotiveerd zijn en interesse hebben in de activiteit waarvoor keuzes worden aangeboden, profiteren het meest van de introductie van keuzemogelijkheden. Als het aanbod van keuzes onvoldoende aansluit bij de interesse van leerlingen en niet bijdraagt aan het gevoel van vrijheid en controle om te kiezen, dan is dit effect kleiner.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Barbara Janssen (antwoordspecialist) en Sandra Beekhoven (kennismakelaar)

Vraagsteller: decaan school voortgezet onderwijs

Vraag

Heeft het zelf kiezen voor het niveau van instructie (onder meer intensief en verrijkend) van een deel van de lestijd invloed op de leerresultaten en de motivatie van leerlingen in de bovenbouw van het vo? Maakt de omvang van het keuzedeel hierbij een verschil?

Kort antwoord

Het geven van keuzemogelijkheden aan leerlingen met betrekking tot hun leerproces vergroot de autonomie en het competentiegevoel van leerlingen en kan daarmee de intrinsieke motivatie verhogen en in principe leiden tot betere leerresultaten. Onderzoek laat het positieve verband tussen kiezen en intrinsieke motivatie ook zien. Zo zijn er aanwijzingen dat het bieden van opties t.a.v. bijvoorbeeld activiteiten in de les of de keuze uit verschillende versies van een taak de intrinsieke motivatie verhogen. De sterkte van dit verband is afhankelijk van factoren zoals de interesse van de leerling, het aantal keuzemogelijkheden en de aanwezige voorkennis.

Met betrekking tot het effect van keuzemogelijkheden op leerresultaten zijn de bevindingen minder omvangrijk en eenduidig. Naar het introduceren van keuzemogelijkheden met betrekking tot het niveau van instructie is onvoldoende onderzoek gedaan om een uitspraak te kunnen doen over het effect hiervan.

Toelichting antwoord

Naar het effect van het bieden van keuze aan leerlingen in het voortgezet onderwijs op hun motivatie is veel onderzoek gedaan en naar het effect op leerresultaten wat minder. Onderzoek naar het effect van het kiezen voor het niveau van instructie van een les is niet gevonden. In dit antwoord beschrijven we de opbrengsten van het onderzoek naar het effect van kiezen op motivatie en opbrengsten.

Het effect van keuze op intrinsieke motivatie

Het bieden van keuzemogelijkheden aan leerlingen in het voortgezet onderwijs hangt positief samen met intrinsieke motivatie (Kiefer & Pennington, 2017; Prusak e.a., 2004; Patall, Cooper & Civey Robinson, 2008; Patall & Hooper, 2019). Dit verband is sterker als tegelijkertijd ook monitoring van het leerproces plaatsvindt en de leerkracht hulp aanbiedt (Kiefer & Pennington, 2017). Onderstaande voorbeelden geven een toelichting op onderzoek naar het verband tussen keuze en intrinsieke motivatie.

Een overzichtsstudie inclusief meta-analyses door Patall, Cooper & Civey Robinson (2008) van 41 onderzoeken naar het effect van keuze op intrinsieke motivatie en resultaten, bevestigt het positieve verband tussen keuze en intrinsieke motivatie. De onderzoekers hebben ook gekeken naar factoren die invloed hebben op de sterkte van het gevonden verband, om zo meer inzicht te verschaffen in de complexiteit van het onderwerp.

De onderzoekers concluderen bijvoorbeeld dat het niet uitmaakte welk type keuze werd aangeboden; zowel de keuze uit verschillende activiteiten, de keuze voor verschillende versies van een taak of de keuze voor het type beloning hadden een positief effect. Wellicht verrassend was het effect het sterkst als leerlingen een keuze konden maken uit educatief irrelevante keuzes – zoals de keuze voor het type muziek tijdens een oefening. De auteurs verklaren dit door het feit dat de uitkomst van dit type keuze weinig negatieve consequenties voor de leerlingen heeft en het keuzeproces daardoor minder mentaal belastend is.

Hetzelfde mechanisme kan een rol spelen bij het aantal keuzes dat wordt aangeboden en het aantal opties per keuze. Kiezen kost energie, zeker als leerlingen belang hechten aan mogelijke negatieve consequenties van een keuze of als de hoeveelheid keuzes overweldigend is. Tegelijkertijd draagt het hebben van te weinig keuzemogelijkheden en opties onvoldoende bij aan het gevoel van zelfsturing en controle om een positief effect op motivatie te bewerkstelligen.

De analyse naar de invloed van het aantal en de volgorde van keuzes laat zien dat het herhaaldelijk kiezen van één mogelijkheid uit een lijst met opties het sterkste is geassocieerd met intrinsieke motivatie (in vergelijking met een eenmalige keuze of met het kiezen van meerdere mogelijkheden uit een lijst met opties).

In situaties waarin sprake is van een eenmalig keuzemoment is het effect op motivatie het sterkst als op dat moment twee tot vier keuzes gemaakt worden (in vergelijking met slechts één keuze of vijf of meer keuzes) en als per keuze drie tot vijf opties worden aangeboden. Indien bijvoorbeeld overwogen wordt om meerdere versies van een opdracht aan te bieden helpt het om drie tot vijf versies te maken waar de leerlingen er vervolgens één uitkiezen. Bij voorkeur wordt een dergelijke keuze vaker aangeboden (bijvoorbeeld na elk hoofdstuk).

Het bieden van meer keuzemogelijkheden heeft een positief effect, maar dit effect neemt bij te veel keuzes en opties dus weer af. Als er sprake is van een beloning voor een taak  dan is het van belang dat ook deze gekozen kan worden omdat anders het positieve effect van de keuzemogelijkheid teniet wordt gedaan.

Andere onderzoeken naar het bieden van keuzemogelijkheden tijdens lessen lichamelijke opvoeding toonden een positief effect op de intrinsieke motivatie van leerlingen en zij hadden sterkere ondersteuning van hun autonomie ervaren (autonomy support) (Prusak e.a., 2004; Ward, 2005; How e.a., 2013). Leerlingen die de mogelijkheid hadden om zelf activiteiten uit een lijst te kiezen, alsook met welke medeleerlingen ze die activiteiten mochten doen, hadden bijvoorbeeld een hogere intrinsieke motivatie dan de leerlingen die deze keuzes niet kregen.

Het effect van keuze op leerresultaten

Over het effect van het creëren van keuzemogelijkheden voor leerlingen op leerresultaten is minder bekend.

Kostons, Van Gog & Paas (2010) onderzochten de introductie van learner controlled instruction bij biologie. Leerlingen konden hierbij op basis van de zelfbeoordeling van een opdracht een volgende opdracht kiezen. Ongeveer de helft van de leerlingen had betere leerresultaten aan het eind van het onderzoek. Het verschil tussen de leerlingen die wel een verbetering lieten zien en degenen waar dat niet voor gold, werd deels verklaard door een verschil in de mate waarin de leerlingen in staat waren de voorgaande taak goed te beoordelen en op basis daarvan een passende vervolgtaak te kiezen.

In de eergenoemde overzichtsstudie van Patall, Cooper & Civey Robinson (2008) werd naast intrinsieke motivatie ook het effect van keuze op resultaten geanalyseerd. De auteurs vonden een positief verband tussen keuze en effort, task performance, gepercipieerde competentie en voorkeur voor uitdagingen. Individuen die keuzemogelijkheden kregen, deden meer moeite de taak te volbrengen, scoorden beter op de taak, voelden zich bekwamer en kozen vaker een moeilijkere optie. Het verband met latere leerresultaten kon niet eenduidig worden vastgesteld. Als mogelijke verklaring geven de onderzoekers dat de meeste onderzoeken in hun overzichtsstudie betrekking hebben op relatief kortlopende experimenten.

Kiefer & Pennington (2017) vonden in een longitudinaal onderzoek naar het effect van keuzemogelijkheden met betrekking tot leren en de wijze waarop schoolwerk wordt uitgevoerd een positief effect op leerresultaten in de vorm van behaalde cijfers voor jongens. Voor meisjes werd dit effect niet vastgesteld.

Verklarend mechanisme

In het algemeen kan het effect van het hebben van een keuze op intrinsieke motivatie en leerprestaties worden verklaard vanuit de zelfdeterminatie theorie. Intrinsieke motivatie wordt hierin beïnvloed door de mate waarin tegemoet wordt gekomen aan de psychologische behoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid. Het bieden van keuzes vergoot met name het gevoel van autonomie, wat het gevoel van zelfsturing en controle op het eigen leerproces versterkt. (Deci & Ryan, 2000; Prusak e.a., 2004; Kiefer & Pennington, 2017). Volgens deze theorie geldt ook het omgekeerde; als men een controlerende omgeving ervaart en een gebrek aan keuzemogelijkheden dan zal de intrinsieke motivatie laag zijn of zelfs leiden tot demotivatie.

Ook wijzen auteurs op een mogelijke keerzijde van het maken van keuzes. Indien (te)veel keuzes gemaakt moeten worden of er te veel opties zijn, kan dit leiden tot mentale uitputting wat het positieve effect op intrinsieke motivatie kan verminderen.

Implementatievraagstukken

Hoe een school keuzemogelijkheden het beste kan implementeren is nauwelijks onderzocht. Zo kan geen uitspraak worden gedaan over de verhouding tussen het optimale aantal en de omvang van de verplichte uren en de keuze-uren. Ook is geen onderzoek gevonden aangaande de optimale fasering van de invoering van een dergelijk programma.

Een aantal onderzoekers benoemt wel enkele factoren die van invloed kunnen zijn op de sterkte van het verband tussen keuzemogelijkheden voor leerlingen en motivatie en leerresultaten in het algemeen. Enkele voorbeelden die van invloed kunnen zijn op een succesvolle introductie van keuze in het onderwijs:

  • Aanvullende maatregelen zoals het monitoren van het leerproces en het aanbieden van ondersteuning door de leraar leidde tot een hogere intrinsieke motivatie (Kiefer & Pennington, 2017);
  • Zowel het bieden van te veel als te weinig keuzemogelijkheden dempt het positieve effect van keuze op intrinsieke motivatie. Het grootste positieve effect werd gevonden bij opeenvolgende keuzemomenten waarbij steeds één keuze gemaakt kon worden uit een lijst met opties (Patall, Cooper & Civey Robinson, 2008);
  • De mate van vrijheid om te kiezen: als leerlingen de druk voelen om bepaald gedrag te vertonen of bepaalde keuzes te, maken neemt de kans op demotivatie in plaats van de gewenste intrinsieke motivatie toe (Deci & Ryan, 2000);
  • Zelfbeoordeling door leerlingen: leerlingen die gemiddeld beter in staat waren de eigen prestatie te beoordelen en op basis daarvan een volgende activiteit te kiezen lieten betere leerresultaten zien dan leerlingen die daar minder goed in waren (Kostons, Van Gog & Paas, 2010);
  • Voorkennis: leerlingen met meer voorkennis over het onderwerp presteerden beter indien de geboden instructie aansloot bij hun voorkeur voor leerlinggestuurde instructie dan wel programmagestuurde instructie; leerlingen met minder voorkennis presteerden beter als de instructie niet aansloot bij hun voorkeur (onderzoek naar computergestuurd wiskundeprogramma, Kopcha & Sullivan, 2008);
  • Interesse en motivatie: leerlingen die reeds gemotiveerd zijn en interesse hebben in de activiteit waar keuzes voor worden aangeboden, profiteren het meest van de introductie van keuzemogelijkheden. Waar keuzes worden aangeboden die onvoldoende aansluiten bij de interesse van leerlingen en niet bijdragen aan het gevoel van vrijheid en controle om te kiezen is dit effect kleiner Patall & Hooper (2019).

Patall en Hooper raden verder nog aan de volgende vragen mee te nemen bij het ontwerp en implementatie van keuzevrijheid (2019): is de keuze passend bij de taak?, zijn leerlingen bereid te kiezen?, en komen de leeromgeving en voorgestelde keuzes tegemoet aan de psychologische behoeften van leerlingen?

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

congres
Stress bij je leerlingen
Stress bij je leerlingen
Herken en pak stress aan!
Medilex Onderwijs 
adviestraject
Kindgericht onderwijs in een lerende school
Kindgericht onderwijs in een lerende school
Hoe groeit jouw school naar gepersonaliseerd onderwijs?
Wij-leren.nl schoolontwikkeling 
Webinar
Anders organiseren - gratis webinar
Anders organiseren - gratis webinar
Hoe organiseer je jouw onderwijs in deze tijd?
Kennisnet 
Leeromgevingen
Leeromgevingen: rol leerkracht - didactische werkvormen - differentiatie.
Arja Kerpel
Kindgesprekken
Kindgesprekken: zonder relatie geen prestatie.
Albert de Boer
Zelfvertrouwen
Vertrouwen en zelfvertrouwen als kwaliteiten van ontwikkeling en leren.
Luc Stevens
Leerproces evalueren
Praten over het leerproces bevordert metacognitieve vaardigheden
Annemieke Top
Pedagogische tact gepersonaliseerd onderwijs
Pedagogische tact past bij gepersonaliseerd onderwijs
Tijl Rood
Autonomie en motivatie
Meer motivatie door meer autonomie
Dirk van der Wulp
Tabletprogramma's ondermijnen eigenaarschap
De leerling eigenaar van het leerproces? Niet met digitale oefenprogramma's!
Dolf Janson
Verantwoordelijkheid leren
Verantwoord verantwoordelijk leren zijn
Dolf Janson
Kind is eigenaar van zijn ontwikkeling
Het kind is eigenaar van zijn ontwikkeling en is daarvoor competent
Luc Stevens
Intrinsieke motivatie
Hoe help je leerlingen om gemotiveerd te raken? - 10 praktische inzichten voor onderwijsprofessionals
Yvonne van Sark
Zelf gereguleerd leren
Hoe laat je intrinsieke motivatie groeien?
Dirk van der Wulp
Autonome motivatie
Hoger leerrendement door vergroten autonome motivatie
Michel Verdoorn
Sturen op autonomie
Sturen op autonomie - Transactionele analyse voor het onderwijs
Nelleke Herrewijnen


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Zelfregulatie in een video van één minuut uitgelegd
Zelfregulatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Maarten van Buuren over autonomie en zelfsturing volgens Spinoza
Maarten van Buuren over autonomie en zelfsturing volgens Spinoza
redactie
Autonome motivatie in een video van één minuut uitgelegd
Autonome motivatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Hoeveel eigenaarschap kunnen professionals aan? Tjipcast 0012
Hoeveel eigenaarschap kunnen professionals aan? Tjipcast 0012
redactie
Het belang van autonomie en zelfsturing: Tjipcast 002
Het belang van autonomie en zelfsturing: Tjipcast 002
redactie
Talent in een video van één minuut uitgelegd
Talent in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Correcte toetsconstructie portfoliomethodiek
Hoe toets je met de portfoliomethodiek bij volwassenen?
Invloed van middenmanagers vo op een positieve leercultuur
Hoe kunnen middenmanagers in het voortgezet onderwijs invloed hebben?
Oorzaken van uitvall leerlingen in het vo en interventies
Wat zijn oorzaken van voortijdige uitval in het voortgezet onderwijs en hoe stop je het?
Inburgeraars en het nut van het vut-model
Volwassen inburgeraars en het nut van het vut-model
Effectieve methoden in het omgaan met culturele diversiteit
Hoe ga je om met culturele diversiteit bij politiek gevoelige onderwerpen?
Zingend lezen en de invloed daarvan op kleuteronderwijs
Zingend of zoemend lezen: heeft dit impact op kleuteronderwijs?
Manieren differentieren leerrendement volwassenen
Volwasseneneducatie: Hoe verhoog je leerrendement door differentiatie?
Inzet van tussenuren positief op leerresultaten
Wat kan de inzet van tussenuren betekenen?
Leerdoeldenken en eigenaarschap op het vo
Leidt leerdoeldenken tot meer eigenaarschap bij leerlingen?
Welk effecten heeft het combineren van klassen?
Welke effecten heeft het combineren van klassen?
Professionele leergemeenschappen
Professionele leergemeenschappen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: Effecten van wederzijdse afhankelijkheid o...
Opdrachtgestuurd leren
Differentiatie in de klas middels opdrachtgestuurd leren
Digitale leeskilometers groep 3
Leesvaardig door digitale leeskilometers in groep 3: Differentiatie door inzet van ICT
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Studiemotivatie VWO plus
Studiemotivatie hoogbegaafde leerlingen in VWO-plus
[extra-breed-algemeen-kolom2]



autonome motivatie
autonomie
basisbehoeften
differentiatie
directe instructie
intrinsieke motivatie
motivatie
normering
talent
verantwoordelijkheid

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest