Wat doen ervaringen van vmbo-bb-leerlingen techniek in de echte techniekpraktijk met de intrinsieke motivatie voor hun loopbaan?

Geplaatst op 24 juni 2019

Samenvatting

Het lijkt er op dat vmbo-bb-leerlingen techniek intrinsiek gemotiveerder raken voor hun loopbaan als zij tijdens de opleiding ervaringen opdoen in de techniekpraktijk. In welke mate dat zal zijn, is echter niet te zeggen. Daarvoor is het onvoldoende onderzocht en zijn er te veel factoren die een rol spelen. Wel is duidelijk dat onderwijs in de praktijk de betrokkenheid van leerlingen kan verhogen. Een hybride leeromgeving helpt praktijk, theorie en loopbaanleren met elkaar te verbinden. Zeker als de leraar de leerlingen inspireert en hun (loopbaan)ontwikkeling begeleidt en ondersteunt.

Leraren vinden het belangrijk dat leerlingen goed gemotiveerd en met inzet hun lessen volgen. Gemiddeld genomen echter is de motivatie van leerlingen in Nederland lager dan in veel andere landen, en dat zou samengaan met lagere leerprestaties. Specifiek voor vmbo-leerlingen techniek die de basisberoepsgerichte leerweg volgen, zien leraren graag dat ze gemotiveerd zijn voor de beroepsgerichte en algemeen vormende vakken. Tevens willen leraren dat leerlingen zich al oriënteren op de latere beroepspraktijk.

Dit alles doet een sterk beroep op bepaalde executieve functies van leerlingen; functies die bij deze leeftijdsgroep nog volop in ontwikkeling zijn. Het inspireren, motiveren en begeleiden van deze groep leerlingen lijkt daarmee bijzondere aandacht te vragen.

Betrokkenheid

Actieve betrokkenheid van de leerling bij zijn ontwikkeling in het beroep is een belangrijke factor voor leeropbrengsten. Leerlingen die de waarde van het beroep herkennen, zijn meer betrokken en identificeren zich meer met de beroepspraktijk. Naast de motivatie voor school en de beroepspraktijk, moeten leerlingen gemotiveerd raken om zich te ontwikkelen voor een loopbaan. Het gaat er eigenlijk om dat de leerlingen ‘ergens goed in willen worden’. Dat willen is hier cruciaal en moet zich gedurende de schoolloopbaan ontplooien. Interesse ontstaat wanneer leerlingen gedurende hun opleiding met de beroepspraktijk in aanraking komen. De motivatie voor de loopbaan komt voort uit de interactie tussen de inhoud (het beroep), het proces (de loopbaan) en het individu (de leerling). De leraar kan de interesse bij de leerlingen stimuleren, door hun het nut van een leertaak voor het beroep te laten zien en te laten ervaren.

Hybride leeromgeving

Het is niet eenvoudig om theorie en praktijk met elkaar te verbinden. Leerlingen die op de ene plek iets geleerd hebben (op school), gaan dat niet zomaar toepassen in een andere situatie (de praktijk). Om die ‘transfer’ te vergemakkelijken, bestaan modellen voor een geïntegreerde leeromgeving. Een krachtige leeromgeving waarin theorie en praktijk met elkaar worden verbonden. Verwant hieraan is het model van de hybride leeromgeving. Dat model bevat vier kwadranten met typeringen van leeromgevingen: de typische omgeving van het theorielokaal, de realistisch omgeving van de beroepspraktijk (stage), het praktijklokaal waarin geoefend wordt (simulatie) en de omgeving waarin de leraar voordoet. Kern van het model is dat de ervaringen in de stage voor de leerling betekenis krijgen in het theorielokaal, of ervaringen in een praktijkproject betekenis krijgen voor de loopbaan. Hybride leerwerkplekken waar simulaties plaatsvinden, zijn een goede variant van een leeromgeving waarin leerlingen kunnen leren en experimenteren, en zo school en het latere beroep kunnen verbinden.

Meer weten?

Andere relevante Kennisrotonde-antwoorden: 

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Martijn van Schaik, Martijn Broers, Leo Blok (allen Centrum Top Techniek Terneuzen) en Christa Teurlings (Kennismakelaar Kennisrotonde)

Vraag

Worden vmbo-bb-leerlingen techniek meer intrinsiek gemotiveerd voor de eigen loopbaan als zij al gedurende de opleiding te maken krijgen met de echte techniekpraktijk (en zo ja, in welke mate)?

Kort antwoord

We mogen voorzichtig aannemen dat vmbo-bb-leerlingen techniek meer intrinsiek gemotiveerd raken voor de eigen loopbaan als zij al gedurende de opleiding betekenisvolle ervaringen kunnen opdoen in de echte techniekpraktijk. In welke mate dat zal zijn, is echter niet te zeggen. Daarvoor is het onderzoek (zeker voor vmbo-bb- techniek) nog te beperkt en zijn er te veel factoren die daarin een rol spelen.

Wat we wel kunnen zeggen is dat onderwijs in levensechte praktijken de betrokkenheid van leerlingen kan verhogen, en dat daarbij een betekenisvolle dialoog nodig is om tot loopbaanleren te komen. Een hybride leeromgeving kan helpen praktijk, theorie en loopbaanleren met elkaar te verbinden, als de leraar de leerling inspireert en de (loopbaan)ontwikkeling van de leerling begeleidt en ondersteunt.

Toelichting antwoord

Introductie

Leraren vinden het belangrijk dat de leerlingen met een goede motivatie en inzet hun lessen volgen. Gemiddeld genomen echter is de motivatie van leerlingen in Nederland lager dan in vele andere landen (OECD, 2017), en dat zou samengaan met lagere leerprestaties (zie bijvoorbeeld Mo, 2019). Dit zou ook voor de bètavakken opgaan: de verschillen in prestaties op de bètavakken tussen gemotiveerde 15-jarigen en niet- gemotiveerde leerlingen zijn bij ons groter dan in de meeste andere landen (OECD, 2017). Dit gaat over de gemiddelden van 15-jarigen van alle schoolniveaus.

Bovenstaande Kennisrotonde-vraag heeft specifiek betrekking op het vmbo en die onderwijssector is voor de groep van 14-17-jarigen redelijk uniek in de wereld. Er is immers sprake van een combinatie van algemeen vormende vakken (b.v. wiskunde, Nederlands) en beroepsgerichte vakken (zoals Techniek).

Wat betreft de motivatie gaat het voor vmbo-bb-techniek-leerlingen dus om hun motivatie voor de schoolvakken, maar ook om de motivatie voor het beroep in de techniek. Leraren zien graag dat de leerlingen gemotiveerd zijn voor de beroepsgerichte èn algemeen vormende vakken. Tevens zien ze het graag dat leerlingen zich al oriënteren op de latere beroepspraktijk, en zich afvragen of en hoe die richting bij hen past. Dit alles doet een sterk beroep op bepaalde executieve functies van leerlingen en deze functies zijn bij deze leeftijdsgroep nog volop in ontwikkeling (zie bijvoorbeeld Jolles, 2017). Het inspireren, motiveren en begeleiden van juist deze groep leerlingen lijkt daarmee bijzondere aandacht te vragen.

Onderzoeken naar het bevorderen van de motivatie van leerlingen vmbo-bb-techniek zijn echter zeer schaars. Hetzelfde geldt voor onderzoeken naar het bevorderen van motivatie van andere groepen vmbo-leerlingen. We hebben wel enkele onderzoeken gevonden, maar die betreffen vooral kleinschalige studies. Daarom proberen we ons antwoord, voor zover mogelijk, ook af te leiden uit verwant onderzoek uit het mbo.

In het volgende gaan we eerst in op onderzoeken die gaan over de motivatie voor school en het beroep, vervolgens op onderzoeken die gaan over loopbaanoriëntatie en tot slot op onderzoeken die gaan over het betekenisvol verbinden van theorie en praktijk.

Motivatie voor school en de beroepspraktijk

Motivatie voor school is belangrijk, ook op het vmbo. En dat die motivatie niet altijd zichtbaar is, zien we bijvoorbeeld terug in het onderzoek van Annoesjka Boersma (2017). Zij deed observaties en hield interviews bij vmbo-leerlingen in de sector zorg en welzijn om zicht te krijgen op de motivatie van leerlingen voor het leren op school. In haar onderzoeken gaat de onderzoeker bijvoorbeeld met een leerling in gesprek over het werken aan een opdracht. De onderzoeker wilde zicht krijgen op de motivatie van de leerling en op de waarde die de leerling aan de opdracht toekent. Hij vraagt de leerling:

Onderzoeker: “Je dacht niet, 'laten we dit eens uitzoeken, zodat we weten wat we kunnen verwachten als we er [de stagepraktijk] naar toe gaan op vrijdag?'”

Leerling:”Euhm, niet echt.” (Boersma, 2017, p. 84)

In het voorbeeld wordt duidelijk dat de leerling niet echt geïnteresseerd lijkt in de praktische waarde van het uitvoeren van een opdracht. Het lijkt er niet op dat hij/zij gemotiveerd aan de leertaak heeft gewerkt. Zij lijkt derhalve niet voldoende betrokken geraakt bij de eigen ontwikkeling in het beroep (zie de oratie van Monique Volman, 2011).

Deze betrokkenheid is echter wel van belang is voor het behalen van betere leerresultaten. Zo wijzen Virtanen en anderen (2014) erop dat actieve betrokkenheid van de leerling een belangrijke factor is voor leeropbrengsten. Harackiewicz (2016) vindt in zijn reviewstudie dat leerlingen die de waarde van het beroep herkennen, ook meer betrokken zijn en zich meer met de beroepspraktijk identificeren.

Boersma onderzocht bij leerlingen Zorg en Welzijn in het vmbo hoe ze betrokken kunnen raken bij een project in de beroepspraktijk (Boersma, 2017). In haar onderzoek kregen de leerlingen in groepjes de opdracht om activiteitenmiddagen voor zorginstellingen te organiseren. Het bleek dat leraren hun leerlingen in die taken kunnen helpen door hen hun eigen belangen en doelen te laten zien en die af te stemmen met die van de (beroeps)praktijk (Wardekker, Boersma, Ten Dam & Volman, 2012).

In een eerder antwoord op een KR-vraag (Kennisrotonde, 2016) wordt uitgebreid uiteengezet welke didactische strategieën docenten nog meer kunnen hanteren om de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief te beïnvloeden. Al betreft dit antwoord specifiek de mbo-studenten: te verwachten is dat de beschreven didactische strategieën ook relevant zullen zijn voor de vmbo-bb-techniek-leerlingen (voor meer informatie zie https://www.nro.nl/kennisrotondevragenopeenrij/beinvloeding-motivatie-en-leergierigheid-mbo-studenten/).

Motiveren voor de loopbaan in de techniek

Naast de motivatie voor school en de beroepspraktijk, gaat het erom dat leerlingen gemotiveerd raken om zich verder te willen ontwikkelen voor de loopbaan (zie ook Kennisrotonde, 2017). Het gaat er dus eigenlijk om dat de leerlingen ‘ergens goed in willen worden’1 (zie ook van der Sanden, 2004). Dat willen is hier cruciaal en dat ontstaat niet zo maar; dat moet zich gedurende de (school)loopbaan ontwikkelen. Zo stelt Sanne Akkerman (2017) bijvoorbeeld dat interesse juist ontstaat doordat de leerlingen gedurende hun loopbaan actief met de het beroep te maken krijgen. De motivatie voor de loopbaan ontstaat dus uit de interactie tussen de inhoud (het beroep), het proces (de loopbaan) en het individu (de leerling) (Akkerman, 2017).

Ook Harackiewicz (2016) stelt dat de leraar door diens pedagogisch-didactisch handelen de interesse bij de leerlingen kan opwekken, door de leerlingen het nut van een leertaak voor het beroep te laten zien en te laten ervaren (Harackiewicz, 2016). Gezien de ontwikkelingsfase van de leerlingen (Jolles, 2017) lijkt dit zeker voor de bovenbouw- leerlingen van het vmbo van belang te zijn.

Bij het opwekken van de interesse van de leerling, zijn het voeren van betekenisvolle gesprekken van belang. Zo vonden Kuijpers en Meijers (2009) bijvoorbeeld in hun onderzoek onder ruim drieduizend leerlingen (vmbo en mbo) en 166 docenten, dat leerlingen belangrijke loopbaancompetenties ontwikkelen als er een dialoog met de leerling plaats vindt over de loopbaan en het beroep. Leerlingen die met behulp van die gesprekken op de concrete ervaringen in de beroepspraktijk reflecteren, kunnen die ervaringen gebruiken om zich te oriënteren op hun toekomst.

Bovenstaande betekent dat de motivatie van leerlingen hoger zal zijn als leerlingen gedurende de opleiding al actief met het beroep in aanraking zijn gekomen, en er zinvolle betekenis aan hebben kunnen (leren) verbinden. Het op een betekenisvolle wijze verbinden van de schoolse situatie met de praktijksituatie lijkt daarmee belangrijk te zijn, zeker ook voor de vmbo-leerlingen. De leraar kan de leerling daarbij inspireren en ondersteunen (Jolles, 2017).

Een uitspraak geleend van Johan van den Sanden die als wetenschapper veel voor het beroepsonderwijs heeft betekend (Van der Sanden, 2004).

Verbinding tussen theorie en praktijk: hybride onderwijs

Hoe kunnen we vervolgens theorie en praktijk met elkaar verbinden? Uit onderzoek blijkt wel, dat dat niet zo eenvoudig is (zie bijvoorbeeld van der Sanden, Doornekamp & Teurlings, 2001; van der Sanden, Streumer, Doornekamp, Hoogenberg & Teurlings, 2003). Zo weten we dat leerlingen die op de ene plek iets geleerd hebben (bijvoorbeeld op school) dat niet zomaar gaan toepassen in een andere situatie (bijvoorbeeld in de praktijk).

Om dit zogenoemde transferprobleem te verhelpen, hebben van der Sanden e.a. (2001; 2003) een model ontwikkeld voor een geïntegreerde leeromgeving: een krachtige leeromgeving waarin (elementen van) theorie en praktijk op betekenisvolle wijze met elkaar worden verbonden. Verwant hieraan ontwikkelde Ilya Zitter het model van de hybride leeromgeving (Zitter, 2010). Dat model bevat vier kwadranten met typeringen van leeromgevingen:

  • de typische omgeving van het theorielokaal;
  • de realistisch omgeving van de beroepspraktijk (stage);
  • het praktijklokaal (simulatie) waarin geoefend wordt;
  • de omgeving waarin de leraar voor doet en voor denkt.

Kern van het model is dat de ervaringen in bijvoorbeeld de stage betekenis krijgen (voor de leerling) in het theorielokaal, of ervaringen in een praktijkproject betekenis krijgen voor de loopbaan van de leerling. Nieuwenhuis en anderen (2017) concludeerden in hun reviewstudie dat hybride leerwerkplekken waar simulaties plaatsvinden, een goede variant zijn van een leeromgeving waarin leerlingen kunnen leren en experimenteren en zo school en het latere beroep kunnen verbinden.

Er is een lange traditie van onderzoek naar betekenisvol onderwijs dat theorie en praktijk verbindt. Tegenwoordig hebben wetenschappers het dan over boundary crossing. Met dit begrip wordt verwezen naar de inspanningen die mensen leveren om juist te leren van de verschillen tussen (bijvoorbeeld) school en praktijk. Er wordt dus aangenomen, dat leerlingen niet alleen in school of in de praktijk leren, maar juist op de grens tussen school en praktijk, doordat verschillen tussen school en praktijk zichtbaar worden, en voor de leerling betekenis krijgen.

Het begrip boundary crossing hoort ook bij het model van de hybride leeromgeving en verwijst naar de wijze waarop leerlingen leren, door de grenzen van de verschillende contexten over te steken. Vanuit die gedachte worden leertaken, opdrachten en inhouden ontworpen die voor de leerlingen in de verschillende omgevingen van belang zijn en betekenis krijgen: die dus de grenzen oversteken.

Onderzoek naar een hybride leeromgeving of naar boundary crossing in het vmbo is eigenlijk nauwelijks voorhanden. Wel vonden we een kleinschalige studie binnen vmbo- techniek van Van Schaik (2010). In zijn onderzoek ontwierpen leerlingen een prototype tandemdriewieler. Het bleek dat leerlingen meer natuur- en wiskunde leerden, als zij de bouwtekeningen gebruikten om theorie te leren en te anticiperen op het verdere bouwproces. Van Schaik concludeerde dat het voor de leerling expliciet maken van de verbinding tussen theorie en praktijk leidt tot betekenisvol leren.

Naast dit onderzoek binnen het vmbo hebben we onderzoeken gevonden voor het mbo. Zo vonden Oonk en Gulikers (2018) in het mbo dat het werken aan leertaken die gericht zijn op boundary crossing het leren van studenten ondersteunt. Ook Bakker en Akkerman (2013) vonden dat een boundary crossing benadering leerlingen helpt theorie en praktijk te verbinden.

Conclusie

Met behulp van bovenstaande onderzoeken mogen we voorzichtig aannemen dat vmbo- bb-leerlingen in de techniek meer intrinsiek gemotiveerd raken voor de eigen loopbaan als zij al gedurende de opleiding te maken krijgen met de echte techniekpraktijk. In welke mate dat zal zijn, is echter niet te zeggen. Daarvoor is het onderzoek (zeker voor vmbo-BB-techniek) nog te beperkt en zijn er te veel factoren die daarin een rol spelen.

Wat we wel kunnen zeggen is dat onderwijs in levensechte praktijken de betrokkenheid van leerlingen kan verhogen, en dat daarbij een betekenisvolle dialoog nodig is om tot loopbaanleren te komen. Een hybride leeromgeving kan helpen praktijk, theorie en loopbaanleren met elkaar te verbinden, als de leraar de leerling inspireert en de (loopbaan)ontwikkeling van de leerling begeleidt en ondersteunt.

Geraadpleegde bronnen

 

Gerelateerd

adviestraject
Focus op Professie van de leraar
Focus op Professie van de leraar
Marzano
Bazalt | HCO | RPCZ 
E- learning module
Jongens en meisjes in de klas (po)
Jongens en meisjes in de klas (po)
Inspelen op de verschillen in ontwikkeling, motivatie en leervoorkeuren
Medilex Onderwijs 
Passend mbo onderwijs
Passend onderwijs in het mbo maakt meer los dan gedacht
Annemieke Top
Leerweg mbo
Voorziet gecombineerde leerweg mbo in behoefte?
Annemieke Top
Wereldgericht onderwijs -1-
Wereld-gericht onderwijs: vorming tot volwassenheid
Gert Biesta
Zelf gereguleerd leren
Hoe laat je intrinsieke motivatie groeien?
Dirk van der Wulp
Wereldgericht onderwijs -2-
Kind, school, wereld: een pleidooi van Gert Biesta voor wereldgericht onderwijs
Machiel Karels
Autonome motivatie
Hoger leerrendement door vergroten autonome motivatie
Michel Verdoorn
Verbindend communiceren
Verbindend communiceren
Hélène van Oudheusden
MBO en ouders
Ouderbetrokkenheid op het mbo noodzakelijk voor schoolsucces!
Peter de Vries
Autonomie en motivatie
Meer motivatie door meer autonomie
Dirk van der Wulp


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Betrokkenheid in een video van één minuut uitgelegd
Betrokkenheid in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Intrinsieke motivatie en praktijkleren
Neemt motivatie toe door praktijkervaring op het vmbo?
De leeropbrengsten van internationalisering
Internationaal studeren of stage: wat levert het de mbo student op?
Authentieke rekencontexten en motivatie
Authentieke rekencontext: spreekt dat aan?
Sportbeleving na shuttlerun
Shuttle Run test: worden leerlingen daar fitter van?
Leerrendement bij lintstage of blokstage op mbo
Heeft de stagevorm effect op het leerrendement?
Zelfwerkzaamheid groepswerk
Zelfwerkzaamheid en groepswerk in het rekenonderwijs
Verhindert werkdruk docenten in mbo goed onderwijs?
Verhindert werkdruk van docenten in mbo goed onderwijs?
Vakwedstrijden op het mbo
Skills Heroes vakwedstrijden: hebben zij effect op vakontwikkeling?
Versnellers op het mbo
Versnellen op het mbo: hoe organiseer je dat?
Voorbereiding op beroepspraktijkvorming
Beroepspraktijkvorming (bpv): hoe bereiden mbo studenten zich goed voor?
Professionele leergemeenschappen
Professionele leergemeenschappen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: Effecten van wederzijdse afhankelijkheid o...
Studiekeuze vmbo
De rol van ouders bij studiekeuze en beroepskeuze in (v)mbo
Invloed scholen burgerschap leerlingen
Invloed van scholen op burgerschap van leerlingen
Burgerschapscompetenties
Schoolkenmerken voor ontwikkeling van burgerschapscompetenties
Burgerschapsonderwijs VO
Burgerschapsonderwijs in het voortgezet onderwijs internationaal vergeleken
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.