Zo ontdek ik het lezen! Drie toetsen voor spellingsrijpheid

Ewald Vervaet

Ontwikkelingspsycholoog en docent bij Stichting Histos

 

ever524@kpnmail.nl

  Geplaatst op 4 december 2018

Vervaet, E. (2018). Zo ontdek ik het lezen! Drie toetsen voor spellingsrijpheid.
Geraadpleegd op 13-12-2018,
van https://wij-leren.nl/zo-ontdek-ik-het-lezen.php

  >> Zo ontdek ik het lezen - spellingsrijpheid direct bestellen.

Of het ‘zautmein, ‘zautmijn’, ‘zoutmein’ of ‘zoutmijn’ is, moet je van buiten leren. Maar of het ‘ze vind’, ‘ze vindt’ of ‘ze vint’ is, kun je achterhalen. Daar zijn regels voor. Die moet je natuurlijk wel beheersen en op het juiste ogenblik kunnen toepassen.

Het gaat over deze drie spellingskwesties:

  • De gesproken woorden /hont/ en /rip/ worden als ‘hond’ en ‘rib’ geschreven.
  • De gesproken woorden /bootun/ en /botun/ worden als ‘boten’ en ‘botten’ geschreven.
  • De gesproken zin /ans vint/ wordt als ‘Ans vindt’ geschreven – de dt-regel.

Met deze drie kwesties zijn er op alle basisscholen grote problemen die zich niet over enkele weken uitstrekken maar over vele jaren.

Dat blijkt ook uit mijn lopende onderzoek hiernaar. Vooralsnog is het modale kind aan de twee eerste kwesties in groep 5/6/7 toe en aan de dt-regel in groep 7/8 of na de basisschool.

Toch komen bijna alle kinderen al in groep 3/4 met de twee eerste kwesties in aanraking, in twee opzichten.
Ten eerste, alle mij bekende leesmethodes bieden de twee eerste kwesties al in groep 3 aan. In Veilig Leren Lezen bijvoorbeeld, dat op ongeveer 85% van de basisscholen wordt gebruikt, worden kinderen die aan het begin van het schooljaar leesrijp zijn 'maan-kinderen' genoemd. Zij krijgen in april-mei woorden als ‘goud’, ‘web’, ‘sla’ en ‘vlo’, in mei-juni woorden als ‘takken’ en ‘kommen’ en in juni-juli woorden als ‘vogel’ en ‘snavel’.

Ten tweede, de Citospellingtoets voor het midden van groep 4 bevat woorden als ‘stad’ en ‘vriend’ en die voor het eind van groep 4 bovendien woorden als ‘muren’ en ‘flessen’. Veel scholen oefenen daarom in groep 4 stelselmatig met de twee eerste kwesties. Nogmaals, het modale kind is daar pas in groep 5/6/7 aan toe.

Kortom, de overgrote meerderheid van de kinderen krijgt de drie op regels gebaseerde spellingskwesties veel te vroeg aangeboden.

Volgens mij is dat dé verklaring voor de grote problemen in het spellingonderwijs.

De aard van de problemen: didactisch of psychologisch?

De problemen in het spellingsonderwijs zijn dus niet didactisch van aard, alsof het zaak zou zijn om de bestaande didactieken te verbeteren of een geheel nieuwe didactiek te vinden. De problemen zijn psychologisch van aard: heeft het kind het benodigde ontwikkelingsniveau bereikt of niet? De vraag is dan: hoe stel ik vast of een kind aan deze spellingskwesties toe is of niet? Dat kan met de drie spellingsrijpheidstoetsen die ik heb ontwikkeld. Ze vooronderstellen bij het kind geen kennis van grammaticale begrippen als ‘enkelvoud’, ‘tegenwoordige tijd’, ‘open klankgreep’ – zoals in alle mij bekende spellingsmethodes wel het geval is.

De spellingsrijpheidstoetsen zijn alle drie op klank gebaseerd. In de kern komen ze er alle drie op neer dat het kind een woord moet omzetten en dan moet vaststellen welke klank het hoort. Ik schets dit voor ‘hand’/’rib’ en ‘boten’/’botten’.

Rijpheid voor ‘hand’/‘rib’

De spellingskwestie ‘hand’/‘rib’ speelt – uitgedrukt voor de volwassen lezer, niet voor het kind – bij zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden die op de /t/- of /p/-klank eindigen. In de rijpheidstoets ervoor echter gaat men na of het kind de benodigde stappen bij elk willekeurig woord kan zetten, ongeacht wat de laatste klank is.
U zegt bijvoorbeeld: ‘Ik grijp een mes.’ Het kind moet van die zin dat woord herhalen, dat voor een mens, dier of ding staat – kind: /mes/. Daar moet het /twee/ voor zeggen – kind: /twee mesun/.

Tot slot moet het zeggen welke klank het vlak vóór /un/ hoort – kind: /s/. 
Zo ook met uw ‘Daar loopt een leeuw’ – kind: /leeuw/, /twee leeuwun/, /w/.
‘Daar ligt een vork’: /vork/, /twee vorkun/, /k/.
‘De piloot heeft een lamp’: /pieloot/, /twee pielootun/, /t/; /lamp/, /twee lampun/, /p/.

Als het kind dit zonder uw hulp goed doet, is het toe aan de spellingskwestie ‘hand’/‘rib’. Immers, dan moet het voornoemde stappen alleen zetten bij een zelfstandig naamwoord, een werkwoord en een bijvoeglijk naamwoord én het krijgt de regel. In het geval van een mens, dier of ding: als je bij /twee …un/ vlak vóór /un/

  • /d/ hoort, schrijf je ‘d’;
  • /t/ hoort, schrijf je ‘t’;
  • /b/ hoort, schrijf je ‘b’;
  • /p/ hoort, schrijf je ‘p’.

Bijvoorbeeld, een kind wil de zin ‘De hond draagt een schep’ opschrijven. Het zegt in zichzelf: ‘/hont/, /twee hondun/, /d/ – ik schrijf /hont/ dus met ‘d’, als ‘hond’; /schep/, /twee schepun/, /p/ – ik schrijf /schep/ dus met ‘p’, als ‘schep’.

Rijpheid voor ‘boten’/’botten’

De spellingskwestie ‘boten’/’botten’ is er slechts voor klankgrepen die op een lange of korte klinker eindigen – met uitzondering van /ie/-‘ie’. In de rijpheidstoets ervoor gaat men na of het kind de benodigde stappen bij elke willekeurige klankgreep kan zetten, ongeacht wat de laatste klank is.
U zegt bijvoorbeeld ‘’k Zag twee mussen vuren blussen.’ Het kind moet dat in klankgrepen hakken: /ksag twee mu-sun vuu-run blu-sun/. Daar moet het van aangeven op welke klank elke klankgreep eindigt en wat die klank is: geen klinker, een lange klinker of een korte klinker. In dit geval zegt het: ‘/g/, geen klinker; /ee/, lange klinker; /u/, korte klinker; /n/, geen klinker; /uu/, lange klinker; /n/, geen klinker; /u/, korte klinker; /n/, geen klinker.’

Zo ook met uw ‘Nalopen’ – kind: /Naa-loo-pun/; /aa/, lange klinker; /oo/, lange klinker; /n/, geen klinker.
‘Wakker maken’: /Wa-kur maa-kun/; /a/, korte klinker; /r/, geen klinker; /aa/, lange klinker; /n/, geen klinker.
‘Drie vossen’: /Drie vo-sun/; /ie/, lange klinker; /o/, korte klinker; /n/, geen klinker.

Als het kind dit zonder uw hulp goed doet, is het toe aan de spellingskwestie ‘boten’/‘botten’.

Immers:

  • Als een klankgreep niet op een klinker eindigt, schrijft het de klankgreep zoals het die hoort – /paar-dun/, dus ‘paarden’; /fil-mun/, dus ‘filmen’; /hou-tun/, dus ‘houten’.
  • Als een klankgreep op een lange klinker eindigt, verenkelt het de klinker – /vuu-run/, dus ‘vuren’; /paa-dun/, dus ‘paden’. (Spoedig volgen de twee uitzondering: aan het eind van een woord schrijf je /ee/ als ‘ee’, zoals in ‘twee’ en ‘mee’ (bij verenkeling zou er /twu/ en /mu/ staan), en /ie/ schrijf je in woorden als /gietun/ en /lievu/ als ‘ie’.)
  • Als een klankgreep op een korte klinker eindigt, verdubbelt het de daaropvolgende medeklinker – /mu-sun/, dus ‘mussen’; /blu-sun/, dus ‘blussen’; /pa-dun/, dus ‘padden’.

Bijvoorbeeld, een kind wil de zin ‘’k Zag twee hazen bellenblazen’ opschrijven. Het zegt in zichzelf ‘/ksag twee haa-zun be-lun-blaa-zun/; /haa/ eindigt op /aa/, lang – ik schrijf /haazun/ dus met ‘a’, als ‘hazen’; /be/ eindigt op /e/, kort – ik schrijf /belun/ dus met ‘ll’, als ‘bellen’; /blaa/ eindigt op /aa/, lang – ik schrijf /blaazun/ dus met ‘a’, als ‘blazen’.   

Meer lezen?

Wilt u het volledige verhaal over de drie rijpheidstoetsen lezen? Schrijft u dan naar de schrijver op info@stichtinghistos.nl met zoiets als ‘bewerking hoofdstuk over spellingsrijpheden’. Dan ontvangt u geheel gratis een bewerking van hoofdstuk 2, ‘Spellingsrijpheden’, uit de handleiding bij deel 3 van Zo ontdek ik het lezen!
 

Vervaet, E. (2018). Zo ontdek ik het lezen! Drie toetsen voor spellingsrijpheid.
Geraadpleegd op 13-12-2018,
van https://wij-leren.nl/zo-ontdek-ik-het-lezen.php

Gerelateerd

NT2 Onderwijs
NT2 Onderwijs
Anderstalige leerlingen in uw klas wegwijs maken in de Nederlandse taal
Bazalt | HCO | RPCZ 
6-daagse opleiding tot taalcoördinator
6-daagse opleiding tot taalcoördinator
Coördinator, coach en deskundige binnen het taal-leesonderwijs
Medilex Onderwijs 
Expliciete instructie
Spelling en expliciete instructie
Anna Bosman
Spelling oefenen
Oefenen van spelling
Dolf Janson
Lezen en spellen
Zo leer je kinderen lezen en spellen
Anna Bosman
Effectief leren spellen
Hersenen en woorden in verbinding
Dolf Janson
Een andere grammatica-aanpak
Hoe nuttig zijn grammaticalessen?
Dolf Janson
persoonsvormen correct leren schrijven
Werkwoordspelling zonder ballast
Dolf Janson
Letters leren
Letters leren: vandaag in staat, een leven lang paraat
Ewald Vervaet
Ontdekkend leren lezen en leesrijpheid
Ontdekkend leren lezen
Ewald Vervaet
Krachtig anders leren
Krachtig anders leren - Kernvisie methode
Arja Kerpel
Afstemmen op ontwikkelingsfase kind
Doorbreek de testcultuur
Ewald Vervaet
Pijnpunten basisonderwijs
Twee pijnpunten in ons basisonderwijs
Ewald Vervaet










Aandeel lln met disharmonisch IQ profiel
Wat zegt een disharmonisch intelligentieprofiel over de vervolgopleiding?
App voor mbo studenten theorie-praktijk
Is een app helpend voor mbo-studenten tijdens hun stage?
Leerstijlen
Wat is een goede didactische aanpak voor het leren van een vreemde taal?
Effectiviteit van NT2 onderwijs
NT2 onderwijs in s(b)o en regulier basisonderwijs
Effect geanimeerde prentenboeken op taalontwikkeling
Hebben geanimeerde prentenboeken effect op risicoleerlingen?
Handschrift- en leesproblemen
Welke samenhang is er tussen handschrift- en leesproblemen?
Fonemisch bewustzijn
Helpt klappen in lettergrepen om foneembewustzijn bij jonge kinderen te ontwikkelen?
Invloed van nederlandse taal op de woordenschatontwikkeling
Nederlandse taal en woordenschatontwikkeling
Leerprincipes leren lezen en spellen
Welke leerprincipes zijn nodig voor lezen en spellen in groep 3?
Leesprestaties verhogen door modeling en leesstrategieën
Gaan leesprestaties omhoog door modeling en leesstrategie-onderwijs?
Werkt kennis moderne vreemde taal mee of tegen?
Kennis van een moderne vreemde taal: handig of juist belemmerend?
Is muziekonderwijs een hulpmiddel bij taal?
Kan muziek(onderwijs) kinderen met taalontwikkelingsstoornissen helpen?
Tweelingen
Wat is beter voor tweelingen: in verschillende klassen of bij elkaar?
Passend leesonderwijs groep drie
Goede lezers: hoe hou je hen gemotiveerd?
Schrijfmateriaal
Met welk schrijfmateriaal kunnen kinderen het beste leren schrijven?
NT2-stimuleren taalontwikkeling
Hoe stimuleer je effectief de taalontwikkeling van kinderen die Nederlands als tweede taal (NT2) spreken?
Invloed taalvaardigheid op doorstromen
Doorstromen naar het hbo: heeft taalvaardigheid invloed?
Tekstbegrip en leerprestaties vmbo-lln
Welke relatie is er tussen (tekst)begrip en leerprestaties?
Tweetalig onderwijs en schoolprestaties
In hoeverre heeft tweetalig onderwijs invloed op de vakspecifieke kennis en vaardigheden van de leerlingen?
relatie technische leesvaardigheid en spelling groep 3
Welke relatie is er tussen technisch lezen en spellen in groep 3?
Verrijking voor lezende kleuters
Lezende kleuters: hoe help je hen verder?
Verschillen taalverwerving vluchtelingkinderen
Mondelinge tweedetaalverwerving bij vluchtelingenkinderen
Vreemde taal snel of langzaam aanleren?
Hoe leer je het beste een vreemde taal aan: snel en intensief of langzaamaan?
Zinsontleding van invloed op taalbeheersing?
Helpt zinsontleding leerlingen goed hun taal te beheersen?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Algoritmische benadering spelling
Algoritmische benadering van spelling van werkwoorden
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
Digitale geletterdheid vo
Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs
Taallijn peuters kleuters
Het effect van Taallijn bij peuters en kleuters
ICT-vroege geletterdheid
Kenmerken van ICT-rijke leeromgevingen voor vroege geletterdheid
Beginnende geletterdheid
Leergedrag kleuters legt belangrijke basis voor het leren lezen
Toetsvormen
Reviewstudie: verbinding tussen leerdoelen, instructie en toetsen in taalonderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Zo ontdek ik het lezen - spellingsrijpheid



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.