Zo ontdek ik het lezen! Drie toetsen voor spellingsrijpheid

Ewald Vervaet

Ontwikkelingspsycholoog en docent bij Stichting Histos

 

ever524@kpnmail.nl

  Geplaatst op 4 december 2018

Vervaet, E. (2018). Zo ontdek ik het lezen! Drie toetsen voor spellingsrijpheid.
Geraadpleegd op 22-10-2019,
van https://wij-leren.nl/zo-ontdek-ik-het-lezen.php

  >> Zo ontdek ik het lezen - spellingsrijpheid direct bestellen.

Of het ‘zautmein, ‘zautmijn’, ‘zoutmein’ of ‘zoutmijn’ is, moet je van buiten leren. Maar of het ‘ze vind’, ‘ze vindt’ of ‘ze vint’ is, kun je achterhalen. Daar zijn regels voor. Die moet je natuurlijk wel beheersen en op het juiste ogenblik kunnen toepassen.

Het gaat over deze drie spellingskwesties:

  • De gesproken woorden /hont/ en /rip/ worden als ‘hond’ en ‘rib’ geschreven.
  • De gesproken woorden /bootun/ en /botun/ worden als ‘boten’ en ‘botten’ geschreven.
  • De gesproken zin /ans vint/ wordt als ‘Ans vindt’ geschreven – de dt-regel.

Met deze drie kwesties zijn er op alle basisscholen grote problemen die zich niet over enkele weken uitstrekken maar over vele jaren.

Dat blijkt ook uit mijn lopende onderzoek hiernaar. Vooralsnog is het modale kind aan de twee eerste kwesties in groep 5/6/7 toe en aan de dt-regel in groep 7/8 of na de basisschool.

Toch komen bijna alle kinderen al in groep 3/4 met de twee eerste kwesties in aanraking, in twee opzichten.
Ten eerste, alle mij bekende leesmethodes bieden de twee eerste kwesties al in groep 3 aan. In Veilig Leren Lezen bijvoorbeeld, dat op ongeveer 85% van de basisscholen wordt gebruikt, worden kinderen die aan het begin van het schooljaar leesrijp zijn 'maan-kinderen' genoemd. Zij krijgen in april-mei woorden als ‘goud’, ‘web’, ‘sla’ en ‘vlo’, in mei-juni woorden als ‘takken’ en ‘kommen’ en in juni-juli woorden als ‘vogel’ en ‘snavel’.

Ten tweede, de Citospellingtoets voor het midden van groep 4 bevat woorden als ‘stad’ en ‘vriend’ en die voor het eind van groep 4 bovendien woorden als ‘muren’ en ‘flessen’. Veel scholen oefenen daarom in groep 4 stelselmatig met de twee eerste kwesties. Nogmaals, het modale kind is daar pas in groep 5/6/7 aan toe.

Kortom, de overgrote meerderheid van de kinderen krijgt de drie op regels gebaseerde spellingskwesties veel te vroeg aangeboden.

Volgens mij is dat dé verklaring voor de grote problemen in het spellingonderwijs.

De aard van de problemen: didactisch of psychologisch?

De problemen in het spellingsonderwijs zijn dus niet didactisch van aard, alsof het zaak zou zijn om de bestaande didactieken te verbeteren of een geheel nieuwe didactiek te vinden. De problemen zijn psychologisch van aard: heeft het kind het benodigde ontwikkelingsniveau bereikt of niet? De vraag is dan: hoe stel ik vast of een kind aan deze spellingskwesties toe is of niet? Dat kan met de drie spellingsrijpheidstoetsen die ik heb ontwikkeld. Ze vooronderstellen bij het kind geen kennis van grammaticale begrippen als ‘enkelvoud’, ‘tegenwoordige tijd’, ‘open klankgreep’ – zoals in alle mij bekende spellingsmethodes wel het geval is.

De spellingsrijpheidstoetsen zijn alle drie op klank gebaseerd. In de kern komen ze er alle drie op neer dat het kind een woord moet omzetten en dan moet vaststellen welke klank het hoort. Ik schets dit voor ‘hand’/’rib’ en ‘boten’/’botten’.

Rijpheid voor ‘hand’/‘rib’

De spellingskwestie ‘hand’/‘rib’ speelt – uitgedrukt voor de volwassen lezer, niet voor het kind – bij zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden die op de /t/- of /p/-klank eindigen. In de rijpheidstoets ervoor echter gaat men na of het kind de benodigde stappen bij elk willekeurig woord kan zetten, ongeacht wat de laatste klank is.
U zegt bijvoorbeeld: ‘Ik grijp een mes.’ Het kind moet van die zin dat woord herhalen, dat voor een mens, dier of ding staat – kind: /mes/. Daar moet het /twee/ voor zeggen – kind: /twee mesun/.

Tot slot moet het zeggen welke klank het vlak vóór /un/ hoort – kind: /s/. 
Zo ook met uw ‘Daar loopt een leeuw’ – kind: /leeuw/, /twee leeuwun/, /w/.
‘Daar ligt een vork’: /vork/, /twee vorkun/, /k/.
‘De piloot heeft een lamp’: /pieloot/, /twee pielootun/, /t/; /lamp/, /twee lampun/, /p/.

Als het kind dit zonder uw hulp goed doet, is het toe aan de spellingskwestie ‘hand’/‘rib’. Immers, dan moet het voornoemde stappen alleen zetten bij een zelfstandig naamwoord, een werkwoord en een bijvoeglijk naamwoord én het krijgt de regel. In het geval van een mens, dier of ding: als je bij /twee …un/ vlak vóór /un/

  • /d/ hoort, schrijf je ‘d’;
  • /t/ hoort, schrijf je ‘t’;
  • /b/ hoort, schrijf je ‘b’;
  • /p/ hoort, schrijf je ‘p’.

Bijvoorbeeld, een kind wil de zin ‘De hond draagt een schep’ opschrijven. Het zegt in zichzelf: ‘/hont/, /twee hondun/, /d/ – ik schrijf /hont/ dus met ‘d’, als ‘hond’; /schep/, /twee schepun/, /p/ – ik schrijf /schep/ dus met ‘p’, als ‘schep’.

Rijpheid voor ‘boten’/’botten’

De spellingskwestie ‘boten’/’botten’ is er slechts voor klankgrepen die op een lange of korte klinker eindigen – met uitzondering van /ie/-‘ie’. In de rijpheidstoets ervoor gaat men na of het kind de benodigde stappen bij elke willekeurige klankgreep kan zetten, ongeacht wat de laatste klank is.
U zegt bijvoorbeeld ‘’k Zag twee mussen vuren blussen.’ Het kind moet dat in klankgrepen hakken: /ksag twee mu-sun vuu-run blu-sun/. Daar moet het van aangeven op welke klank elke klankgreep eindigt en wat die klank is: geen klinker, een lange klinker of een korte klinker. In dit geval zegt het: ‘/g/, geen klinker; /ee/, lange klinker; /u/, korte klinker; /n/, geen klinker; /uu/, lange klinker; /n/, geen klinker; /u/, korte klinker; /n/, geen klinker.’

Zo ook met uw ‘Nalopen’ – kind: /Naa-loo-pun/; /aa/, lange klinker; /oo/, lange klinker; /n/, geen klinker.
‘Wakker maken’: /Wa-kur maa-kun/; /a/, korte klinker; /r/, geen klinker; /aa/, lange klinker; /n/, geen klinker.
‘Drie vossen’: /Drie vo-sun/; /ie/, lange klinker; /o/, korte klinker; /n/, geen klinker.

Als het kind dit zonder uw hulp goed doet, is het toe aan de spellingskwestie ‘boten’/‘botten’.

Immers:

  • Als een klankgreep niet op een klinker eindigt, schrijft het de klankgreep zoals het die hoort – /paar-dun/, dus ‘paarden’; /fil-mun/, dus ‘filmen’; /hou-tun/, dus ‘houten’.
  • Als een klankgreep op een lange klinker eindigt, verenkelt het de klinker – /vuu-run/, dus ‘vuren’; /paa-dun/, dus ‘paden’. (Spoedig volgen de twee uitzondering: aan het eind van een woord schrijf je /ee/ als ‘ee’, zoals in ‘twee’ en ‘mee’ (bij verenkeling zou er /twu/ en /mu/ staan), en /ie/ schrijf je in woorden als /gietun/ en /lievu/ als ‘ie’.)
  • Als een klankgreep op een korte klinker eindigt, verdubbelt het de daaropvolgende medeklinker – /mu-sun/, dus ‘mussen’; /blu-sun/, dus ‘blussen’; /pa-dun/, dus ‘padden’.

Bijvoorbeeld, een kind wil de zin ‘’k Zag twee hazen bellenblazen’ opschrijven. Het zegt in zichzelf ‘/ksag twee haa-zun be-lun-blaa-zun/; /haa/ eindigt op /aa/, lang – ik schrijf /haazun/ dus met ‘a’, als ‘hazen’; /be/ eindigt op /e/, kort – ik schrijf /belun/ dus met ‘ll’, als ‘bellen’; /blaa/ eindigt op /aa/, lang – ik schrijf /blaazun/ dus met ‘a’, als ‘blazen’.   

Meer lezen?

Wilt u het volledige verhaal over de drie rijpheidstoetsen lezen? Schrijft u dan naar de schrijver op info@stichtinghistos.nl met zoiets als ‘bewerking hoofdstuk over spellingsrijpheden’. Dan ontvangt u geheel gratis een bewerking van hoofdstuk 2, ‘Spellingsrijpheden’, uit de handleiding bij deel 3 van Zo ontdek ik het lezen!

Maak kennis met 'Zo ontdek ik het lezen'

U kunt de handleidingen en werkboeken bestellen via de site van 'Zo ontdek ik het lezen'.

Vervaet, E. (2018). Zo ontdek ik het lezen! Drie toetsen voor spellingsrijpheid.
Geraadpleegd op 22-10-2019,
van https://wij-leren.nl/zo-ontdek-ik-het-lezen.php

Gerelateerd

congres
Een goede start voor de jongste kleuters
Een goede start voor de jongste kleuters
De basis voor de verdere schoolloopbaan
Medilex Onderwijs 
adviestraject
NT2 Onderwijs
NT2 Onderwijs
Anderstalige leerlingen in uw klas wegwijs maken in de Nederlandse taal
Bazalt | HCO | RPCZ 
Ontdekkend leren lezen en leesrijpheid
Ontdekkend leren lezen
Ewald Vervaet
Een andere grammatica-aanpak
Hoe nuttig zijn grammaticalessen?
Dolf Janson
persoonsvormen correct leren schrijven
Werkwoordspelling zonder ballast
Dolf Janson
Spelling oefenen
Oefenen van spelling
Dolf Janson
Expliciete instructie
Spelling en expliciete instructie
Anna Bosman
Effectief leren spellen
Hersenen en woorden in verbinding
Dolf Janson
Letters leren
Letters leren: vandaag in staat, een leven lang paraat
Ewald Vervaet
Lezen en spellen
Zo leer je kinderen lezen en spellen
Anna Bosman
Krachtig anders leren
Krachtig anders leren - Kernvisie methode
Arja Kerpel
Afstemmen op ontwikkelingsfase kind
Doorbreek de testcultuur
Ewald Vervaet
Pijnpunten basisonderwijs
Twee pijnpunten in ons basisonderwijs
Ewald Vervaet
Vier maatregelen tegen lerarentekort
Vier maatregelen om meer onderwijzers voor de klas te krijgen
Ewald Vervaet


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Effect tutorlezen op technische leesvaardigheid
Welk effect heeft tutorlezen op de ontwikkeling van technische leesvaardigheid?
Goed taalonderwijs in groep 2 op weg naar 3
Hoe stroom je -qua taal- goed voorbereid door in groep 3?
Ondersteuning voor mbo studenten met dyslexie
Mbo-studenten met dyslexie: welke ondersteuning helpt?
Effect vrij lezen op leerklimaat mbo
Vrij lezen: welk effect heeft dat op het leerklimaat?
Rekenadviezen voor kinderen met taalstoornis
Wat zijn adviezen voor rekentaal bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis?
Interventies die technische leesontwikkeling stimuleren
Hoe stimuleer je zwakke lezers in groep 3?
Vreemde taal leren op school of in beroep
Vreemde taal leren: in een beroepsgerichte context of op school?
Hoe stimuleer je spellingvaardigheden effectief?
Hoe stimuleer je spellingvaardigheden effectief?
Werkt kennis moderne vreemde taal mee of tegen?
Kennis van een moderne vreemde taal: handig of juist belemmerend?
Aandeel lln met disharmonisch IQ profiel
Wat zegt een disharmonisch intelligentieprofiel over de vervolgopleiding?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Algoritmische benadering spelling
Algoritmische benadering van spelling van werkwoorden
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Zo ontdek ik het lezen - spellingsrijpheid



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.