Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken!

Cognitieve en executieve functies (5): Inleiding op executieve functies

Emiel van Doorn
Trainer, mediator, coach, ontwikkelaar mediërend leren en IVP-trainer bij Stichting StiBCO  

van Doorn, E. (2022). Cognitieve en executieve functies (5): Inleiding op executieve functies.
Geraadpleegd op 14-01-2026,
van https://wij-leren.nl/relatie-cognitieve-executieve-functies-uitleg-executief-functioneren.php
Geplaatst op 18 januari 2022
Laatst bewerkt op 18 december 2025
Cognitieve en executieve functies (5): Inleiding op executieve functies

Cognitieve en executieve functies. Twee begrippen die in het onderwijs voortdurend rondzingen, maar vaak door elkaar worden gehaald. Wat maakt een kind in staat om informatie op te nemen, te verwerken en om te zetten in doelgericht gedrag? En hoe hangen die denk- en regelfuncties precies met elkaar samen? In deze serie nemen we je stap voor stap mee in het fundament van leren. We verkennen wat cognitieve functies zijn, hoe executieve functies werken en waarom ze niet los van elkaar te begrijpen zijn. Dit artikel is onderdeel van een serie waarin de cognitieve en executieve functies uitgelegd worden en waarin de relatie gelegd wordt tussen deze functies. Hier staat een overzicht van alle artikelen en bronnen.

Inleiding in de executieve functies

Als kinderen naar school gaan, moeten ze in toenemende mate allerlei taken uitvoeren, die niet alleen een beroep doen op hun denkvermogen, maar ook op hun concentratie, taakgerichtheid en zelfstandigheid. Hersenonderzoek en recente ontwikkelingen in de psychologie laten zien dat zaken zoals geconcentreerd werken en uitstellen van behoefte, te maken hebben met een reeks onderliggende competenties, die zelfs belangrijker lijken voor het voorspellen van schoolsucces dan het IQ. Deze competenties worden executieve functies (EF) genoemd. De executieve functies worden steeds meer onderzocht, maar een eenduidige definitie bestaat nog niet. Zo worden voor de executieve functies verschillende benamingen gebruikt, waaronder executieve vaardigheden, zelfregulerende vaardigheden en zelfsturing.

De term is afkomstig uit de neuropsychologie. Oorspronkelijk sprak men van frontale functies, verwijzend naar de frontale hersengebieden. Vanaf de jaren negentig van de twintigste eeuw raakte de term executieve functies ingeburgerd. Ondanks de verschillende benamingen kan er wel een omschrijving van de executieve functies gegeven worden, doordat onderzoekers het over een aantal algemene zaken wel eens zijn. De term executieve functies is een containerbegrip voor de mentale processen die een superviserende rol hebben bij het denken en het gedrag. Ze omvatten een aantal functies met een neurologische basis, die samenwerken bij het leiden en coördineren van onze inspanningen om een doel te bereiken. Ze bevinden zich voornamelijk in de prefrontale cortex, het hersengebied voorin het hoofd. Dit hersengebied ontwikkelt zich nog lang door, namelijk nog tot ongeveer het 25-ste levensjaar.

“Executieve functies bepalen hoe denken wordt omgezet in doelgericht handelen.”


Dit is het vijfde deel van een artikelenserie over cognitieve en executieve functies. Lees ook de overige delen van deze serie:

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, tips en infographics? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'executieve functies' van de Wij-leren Academie.


Wat zijn executieve functies? Verschillende definities

Er bestaat veel discussie over wat executieve functies precies inhouden. Hierdoor bestaan er veel verschillende definities voor het begrip. Enkele hiervan zijn:

  • Executieve functies zijn de functies in je brein die het mogelijk maken dat een mens rationele beslissingen neemt, zijn/haar impulsen beheerst en zich kan focussen op wat belangrijk is (Dawson & Guare, 2010).
  • De term ‘executieve functies’ betreft een neurologisch begrip dat verwijst naar cognitieve processen die betrokken zijn bij het plannen, aansturen van activiteiten (Dawson & Guare, 2013).
  • De term ‘executieve functies’ is een containerbegrip voor mentale processen die een superviserende rol hebben bij het denken en het gedrag. De term omvat een aantal functies met een neurologische basis, die samenwerken bij het leiden en coördineren van onze inspanningen om een doel te bereiken (Cooper-Kahn & Forster, 2014).
  • ‘Executieve functies’ is een verzamelterm voor denkprocessen die belangrijk zijn voor het uitvoeren van sociaal en doelgericht gedrag (Smidts & Huizinga, 2011).

Hoewel de definities van elkaar verschillen, zijn experts het erover eens dat executieve functies bestaan uit vermogens die de mens in staat stellen om intentioneel en doelgericht problemen op te lossen. Deze vermogens zijn onderdeel van de cognitie. Executieve functies worden ook wel hogere cognitieve processen of hoogontwikkelde cognitieve vaardigheden genoemd.

“Executieve functies geven richting aan denken, gedrag en aandacht.”

Wat is het verschil tussen de executieve en cognitieve functies?

Muriel Deutsch Lezak, een bekende Amerikaanse neuropsycholoog, maakt een helder onderscheid tussen cognitieve en executieve functies. Cognitieve functies beantwoorden vragen als: Wat weet je? en Wat kun je? Zij hebben betrekking op kennis, vaardigheden en de verwerking van informatie. Het gaat hierbij om het vermogen om informatie op te nemen, te begrijpen en toe te passen, bijvoorbeeld bij redeneren, het oplossen van problemen en het verwerven van kennis.

Executieve functies richten zich op andere vragen, namelijk: Ga je het doen? en Hoe ga je het doen? Deze functies sturen en reguleren het gebruik van cognitieve functies. Zij bepalen op welke taak iemand zich richt, hoe een taak wordt aangepakt en of gedrag wordt aangepast aan het doel. Cognitieve en executieve functies werken voortdurend samen en beïnvloeden elkaar. Zonder goed functionerende executieve functies blijft cognitieve kennis vaak onbenut.

“Cognitieve functies bepalen wat je kunt, executieve functies bepalen of en hoe je het inzet.”

Wanneer de executieve functies intact zijn, maar bepaalde cognitieve functies minder goed ontwikkeld zijn, kan een individu doorgaans toch onafhankelijk, doelgericht en zelfregulerend functioneren. Bij tekorten in cognitieve functies gaat het meestal om specifieke vaardigheden of om problemen binnen een afgebakend functioneel domein. De impact daarvan blijft vaak beperkt tot dat specifieke gebied. Bijvoorbeeld: Een leerling heeft moeite met analyseren: hij vindt het lastig om een taak of probleem op te splitsen in stappen en verliest overzicht wanneer er meerdere onderdelen tegelijk aan bod komen. Tegelijkertijd kan deze leerling zijn werk goed plannen, begint hij zelfstandig aan opdrachten, houdt hij vol en controleert hij zijn werk. Hij vraagt hulp wanneer dat nodig is en past feedback toe. Ondanks de zwakkere ontwikkeling van de cognitieve functie analyseren, zijn de executieve functies voldoende intact om doelgericht, zelfstandig en zelfregulerend te functioneren. De moeilijkheden blijven daardoor vooral beperkt tot taken waarin het ontleden van informatie centraal staat.

Wanneer daarentegen de executieve functies zijn aangetast, heeft dit gevolgen voor vrijwel alle domeinen van het functioneren. In dat geval is iemand vaak niet goed in staat om voor zichzelf te zorgen, zinvol werk te verrichten of sociale relaties te onderhouden, ongeacht hoe goed de cognitieve functies ontwikkeld zijn of hoe hoog iemand scoort op een intelligentietest. Problemen met executieve functies beïnvloeden direct het cognitief functioneren, bijvoorbeeld bij het starten met een taak, het kiezen en toepassen van leerstrategieën, het plannen en uitvoeren van activiteiten en het controleren van het eigen werk en gedrag.

Executieve functies gaan daarmee over het kiezen van activiteiten en het daadwerkelijk uitvoeren van taken. Ze bepalen waarop de aandacht wordt gericht en hoe cognitieve taken worden aangepakt. In die zin kunnen executieve functies worden gezien als de dirigent van de cognitieve vaardigheden. Cognitieve functies geven aan wat iemand weet en kan, terwijl executieve functies bepalen hoe en of deze kennis effectief wordt ingezet.

“Zonder regie blijven cognitieve vaardigheden losstaand en weinig effectief.”

Geschiedenis van de executieve functies

De oorsprong van het denken over executieve functies ligt in de neuropsychologie, met name in het werk van Aleksandr Romanovich Luria (een Russisch neuropsycholoog). Hoewel de term executieve functies later door Lezak werd geïntroduceerd, was Luria de eerste die het concept inhoudelijk uitwerkte.Luria onderzocht patiënten met beschadigingen aan de frontale kwabben, onder andere bij soldaten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Hij observeerde dat deze patiënten moeite hadden met probleemoplossend gedrag, planning en zelfcontrole. Luria concludeerde dat doelgericht handelen afhankelijk is van een aantal samenhangende vaardigheden die verbonden zijn aan de frontale hersengebieden.

Hij beschreef vier kerncomponenten van executief functioneren:

  • anticipatie (realistische verwachtingen en gevolgen overzien);
  • planning (organisatie);
  • uitvoering (flexibiliteit en volhouden);
  • zelfmonitoring (emotionele controle en foutherkenning).

“Doelgericht handelen bleek nauw verbonden met de werking van de frontale hersengebieden.”

In The Working Brain beschreef Luria drie functionele systemen in de hersenen:

  1. een activatiesysteem dat alertheid en aandacht reguleert;
  2. een systeem voor ontvangst en verwerking van informatie uit de omgeving;
  3. een systeem voor programmering, controle en verificatie van handelingen.

Samen met onderzoekers als Joaquin Fuster legde Luria de basis voor het huidige denken over executieve functies en hun relatie met de prefrontale cortex. Zijn werk werd sterk beïnvloed door Lev Vygotsky, met wie hij een culturele en instrumentele benadering van psychologie ontwikkelde, waarin taal een centrale rol speelt.

Muriel Deutsch Lezak introduceerde de term executieve functies later als psychologisch construct. Zij beschouwde executief functioneren als een multidimensionaal geheel en onderscheidde vijf componenten:

  • zelfregulatie;
  • wilskracht;
  • planning;
  • doelgerichte activiteit;
  • effectieve uitvoering.

Deze componenten hangen samen, maar kunnen conceptueel worden onderscheiden om inzicht te krijgen in executief functioneren.

“Executieve functies zijn te onderscheiden, maar functioneren altijd als samenhangend geheel.”

Wanneer zijn executieve functies nodig?

De psychologen Don Norman en Tim Shallice (1986) hebben vijf soorten situaties geschetst waarin gewone routinematige activatie van gedrag niet voldoende is en executieve functies vereist zijn om tot een optimale prestatie te komen. Dit zijn achtereenvolgens:

  • Situaties waarbij planning en besluitvorming vereist is;
  • Situaties waarbij bijsturing en foutencorrectie van gedrag nodig is;
  • Nieuwe vormen van gedrag of nieuwe opeenvolgingen van handelingen;
  • Gevaarlijke of technisch moeilijke situaties;
  • Situaties waarbij ingeroest gedrag of gewoontes moeten worden doorbroken.

“Executieve functies worden vooral aangesproken wanneer routinegedrag niet volstaat.”

Vijf domeinen van executieve functies

Executieve functies zijn nodig over vijf domeinen heen om gedrag te sturen, te reguleren en doelgericht te maken. Executieve functies werken niet in één afgebakend gebied, maar zijn betrokken bij verschillende domeinen van menselijk functioneren. Ze helpen kinderen om informatie te verwerken, emoties te reguleren, doelen te stellen en gedrag af te stemmen op de sociale omgeving. Deze domeinen laten zien waar en waarvoor executieve functies nodig zijn:

1. Prikkelverwerking (sensorisch & lichamelijk)

Kinderen krijgen voortdurend zintuiglijke informatie binnen. Executieve functies helpen om te bepalen welke prikkels belangrijk zijn en welke genegeerd kunnen worden. Het gaat daarbij om aandacht richten, prikkels filteren en impulsen remmen. Zonder deze sturing raken kinderen snel overprikkeld of reageren zij te snel en ongecontroleerd.

2. Verwerken van de emotionele en motivationele waarde

Kinderen moeten leren inschatten wat zij voelen, waarom zij iets willen of juist niet, en hoe emoties hun gedrag beïnvloeden. Ook het kunnen inleven in een ander en het begrijpen van andermans gevoelens valt hieronder. Executieve functies helpen om emoties te herkennen, te reguleren en mee te nemen in beslissingen.

3. Doelgericht handelen

Executieve functies maken het mogelijk om een doel te bedenken, een plan te maken, keuzes te maken en het eigen handelen te sturen. Ze ondersteunen het uitvoeren van taken, het volhouden daarvan en het bijstellen van gedrag wanneer iets niet werkt. Dit is zichtbaar bij plannen, organiseren, flexibel schakelen en evalueren.

4. Zelfregulatie en identiteit

Kinderen ontwikkelen geleidelijk zelfinzicht: ze leren nadenken over hun eigen gedrag, sterke en zwakke kanten en toekomstige doelen. Executieve functies ondersteunen zelfregulatie, reflectie en het maken van keuzes die passen bij de eigen ontwikkeling en langere termijn.

5. Sociaal en maatschappelijk functioneren

Kinderen moeten leren rekening te houden met regels, normen, waarden en de gevolgen van hun gedrag voor anderen. Het gaat om het afwegen van belangen, het volgen van afspraken en het aanpassen van gedrag aan sociale contexten. Executieve functies helpen bij het maken van sociaal verantwoorde keuzes en het plannen van gedrag dat past binnen de groep.

Samengevat laten deze vijf domeinen zien dat executieve functies geen losse vaardigheden zijn, maar een samenhangend systeem dat kinderen helpt om prikkels, emoties, denken en gedrag op elkaar af te stemmen in steeds complexere situaties.

“Executieve functies zijn nodig om prikkels, emoties, handelen, zelfregulatie en sociale afwegingen op elkaar af te stemmen.”

Tot slot

In dit artikel is uiteengezet wat executieve functies zijn, hoe zij zich verhouden tot cognitieve functies en waarom zij zo’n centrale rol spelen in doelgericht handelen, leren en zelfregulatie. Executieve functies sturen het gebruik van cognitieve vaardigheden en bepalen in belangrijke mate of kennis en vaardigheden daadwerkelijk tot handelen komen. Ze ontwikkelen zich over een lange periode en worden beïnvloed door ervaringen, begeleiding en context.

In het volgende artikel (deel 7) wordt verder ingezoomd op de afzonderlijke executieve functies. Daarbij wordt per functie beschreven wat deze inhoudt, hoe zij zich ontwikkelt en hoe zij zichtbaar wordt in het gedrag van kinderen en jongeren. Zo wordt het abstracte begrip executieve functies verder uitgewerkt naar concrete processen die herkenbaar zijn in de onderwijspraktijk.

“Executieve functies bepalen of leren blijft steken in kennis, of uitmondt in handelen.”

Bronnen

De volledige bronnenlijst van deze artikelenserie vind je hier.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.