Cognitieve en executieve functies (2): Cognitieve kennis
Emiel van Doorn
Trainer, mediator, coach, ontwikkelaar mediërend leren en IVP-trainer bij Stichting StiBCO
Geraadpleegd op 11-12-2025,
van https://wij-leren.nl/relatie-cognitieve-executieve-functies-cognitieve-kennis.php.
Laatst bewerkt op 10 december 2025

Cognitieve en executieve functies. Twee begrippen die in het onderwijs voortdurend rondzingen, maar vaak door elkaar worden gehaald. Wat maakt een kind in staat om informatie op te nemen, te verwerken en om te zetten in doelgericht gedrag? En hoe hangen die denk- en regelfuncties precies met elkaar samen? In deze serie nemen we je stap voor stap mee in het fundament van leren. We verkennen wat cognitieve functies zijn, hoe executieve functies werken en waarom ze niet los van elkaar te begrijpen zijn. Dit artikel is onderdeel van een serie waarin de cognitieve en executieve functies uitgelegd worden en waarin de relatie gelegd wordt tussen deze functies. Hier staat een overzicht van alle artikelen en bronnen.
Cognitieve kennis: wat leren vraagt van kinderen
Leren vraagt veel meer dan alleen nieuwe informatie opnemen. Een kind moet kennis activeren, strategieën inzetten, impulsen reguleren en voortdurend keuzes maken tijdens een taak. In dit artikel verkennen we hoe verschillende soorten kennis (feitelijke, conceptuele, procedurele en metacognitieve) samen het fundament vormen onder leren. We laten zien hoe kinderen deze kennis gebruiken, hoe metacognitie het leerproces stuurt en waarom inzicht in cognitieve functies onmisbaar is voor effectief leren en onderwijzen.
Dit is het tweede deel van een artikelenserie over cognitieve en executieve functies. Lees ook de overige delen van deze serie:
- Deel 1: Wat zijn cognitieve functies?
- Deel 3: Uitwerking van de cognitieve functies-deel 1
- Deel 4: Uitwerking van de cognitieve functies-deel 2
- Deel 5: Inleiding op executieve functies
- Deel 6: Discussie over executieve functies
- Deel 7: Componenten van de executieve functies en hun ontwikkeling
- Deel 8: Belang van executieve functies
- Deel 9: Executieve functies in relatie tot de cognitieve functies
- Deel 10: Praktisch handelen: koppeling cognitieve functies en executieve functies
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, tips en infographics? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'executieve functies' van de Wij-leren Academie.
Metacognitie
Laten we eerst eens inzoomen op het begrip metacognitie. Metacognitie verwijst naar kennis die boven het alledaagse uitstijgt en gaat over:
- nadenken over het eigen denken (meer dan alleen nadenken over leren);
- het begeleiden, sturen en evalueren van het eigen leerproces;
- begrijpen hoe kennis wordt verworven en welke rol je daar zelf in hebt.
Mensen bouwen kennis op met cognitieve functies, maar gebruiken metacognitieve strategieën om dat leren bewust te sturen. Metacognitie speelt een sleutelrol bij leren, omdat:
- zowel cognitieve als metacognitieve elementen nodig zijn om inzicht te verwerven;
- effectieve leerstrategieën reflectie vereisen;
- metacognitie sterk samenhangt met leerprestaties, sterker dan IQ (Bjorklund, 2005; Hattie, 2012; Veenman, Kok & Blöte, 2004).
"Metacognitie geeft leerlingen de regie over hun eigen denken en leren."
Metacognitieve kennis omvat onder meer:
- weten welke cognitieve en executieve functies bij jou sterk of zwak zijn;
- je eigen leerdynamiek kennen;
- weten hoe je denkt en leert;
- weten wat werkt (waar, hoe en wanneer);
- in staat zijn om ‘over je eigen schouder mee te kijken’.
Wat leren vraagt van kinderen
Tijdens het leren wordt veel van kinderen gevraagd. Er wordt zwaar geleund op metacognitie. Kinderen moeten zichzelf vragen stellen als:
- Wat wordt van mij verwacht?
- Wat werkt voor mij?
- Hoe zelfstandig moet ik met deze taak omgaan?
Daarnaast moeten ze strategisch kunnen handelen en daarbij verschillende regels en verwachtingen naleven:
- niet ongevraagd van hun stoel afgaan;
- fouten tussen haakjes plaatsen;
- niet meer dan één vraag tegelijk stellen;
- toetsen en opdrachten in de juiste volgorde maken;
- bij een onbekende vraag doorgaan naar de volgende;
- na afloop reflecteren op hun eigen aanpak.
"Metacognitie vraagt dat leerlingen zichzelf vragen stellen als: wat wordt er van mij verwacht?"
Welke soorten kennis heb je nodig?
Wanneer het kind met een taak bezig is, worden veel verschillende vormen van kennis ingezet, gestuurd door cognitie en metacognitie. Deze verschillende soorten kennis bepalen hoe kinderen informatie begrijpen, verwerken en toepassen. In grote lijnen onderscheiden we vier kennisdomeinen: feitenkennis, conceptuele kennis, procedurele kennis en metacognitieve kennis. Samen vormen zij het fundament onder leren. In het Figuur hieronder zijn de kennissoorten overzichtelijk op een rij gezet.

Figuur 1. Soorten kennis die kinderen inzetten bij het uitvoeren van taken.
Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge resolutie en op de hoogte blijven van nieuwe artikelen over dit thema? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'executieve functies' van de Wij-leren Academie.
Feitenkennis
Feitenkennis verwijst naar losse informatie-elementen die een leerling moet kennen om een taak te kunnen uitvoeren. Dit omvat terminologie, begrippen, definities en details, zoals technische woordenschat (bij muzieknotatie), namen van steden of gebieden en andere concrete elementen die vaak eenvoudig kunnen worden opgezocht. Feitenkennis vormt de basis waarop complexere vormen van kennis worden gebouwd.
Conceptuele kennis
Conceptuele (of declaratieve) kennis gaat een stap verder. Het omvat het begrijpen van grotere gehelen, zoals classificaties, categorieën, principes en generalisaties. Voorbeelden zijn tijdsperioden, economische categorieën, de Stelling van Pythagoras, of de wet van vraag en aanbod. Ook theorieën, modellen en structuren, zoals taxonomieën, evolutieleer of het bestuurlijke systeem van een land vallen hieronder. Deze kennis is meestal expliciet beschreven in boeken of naslagwerken en kan relatief snel worden verworven, maar wordt ook snel vergeten als ze niet regelmatig geactiveerd wordt.
"Conceptuele kennis geeft betekenis aan losse feiten en helpt leerlingen structuur in informatie te herkennen."
Procedurele kennis
Procedurele kennis draait om weten hoe je iets doet. Dit kan gaan om domeinspecifieke vaardigheden en algoritmen, zoals een breuk vereenvoudigen, preparaten kleuren of Franse werkwoorden vervoegen. Maar ook om bredere methoden en technieken, zoals interviewtechniek, probleemoplossingsstrategieën of stappen voor het samenvatten. Procedurele kennis wordt niet eenvoudig opgeslagen in boeken; het vraagt oefening, tijd en herhaling om deze vaardigheden te automatiseren.
Metacognitieve kennis
Metacognitieve kennis gaat over het kennen en sturen van het eigen leerproces. Leerlingen gebruiken deze kennis om strategische keuzes te maken (bijvoorbeeld: “samenvatten helpt mij”), om de moeilijkheidsgraad van taken in te schatten en om hun eigen sterke en zwakke punten te herkennen. Volgens Flavell (1976) omvat metacognitie zowel kennis over de eigen cognitieve processen als het actief monitoren en reguleren daarvan. Het helpt leerlingen om over hun eigen denken heen te kijken en hun leren doelgericht te sturen.
"Metacognitieve kennis helpt leerlingen bewust te kiezen hoe ze een taak aanpakken."
Cognitieve functies
Om te begrijpen hoe kinderen feitelijke, conceptuele, procedurele en metacognitieve kennis gebruiken, moeten we ook kijken naar de denkprocessen die deze vormen van kennis mogelijk maken. Die onderliggende denkprocessen noemen we cognitieve functies. Het zijn de fundamenten waarop kinderen informatie opnemen, ordenen, interpreteren en toepassen.
Het basisidee achter cognitieve functies is dat er een beperkt aantal denkprocessen bestaat dat aan de basis ligt van elke mentale handeling. Deze functies zijn noodzakelijk om uiteenlopende gebeurtenissen te begrijpen en geven richting aan hoe we denken, waarnemen en betekenis verlenen. Het zijn min of meer standaard-denkwijzen die in veel situaties terugkomen.
Cognitieve functies bestaan uit een samenspel van kennis, inzicht, mentale operaties en strategieën. Tegelijk bevatten ze ook aspecten die niet puur intellectueel zijn, zoals gewoontes, attitudes, motieven en persoonlijke voorkeuren. Een cognitieve functie is daarom altijd een complexe mengeling van cognitieve, precognitieve, affectief-emotionele en attitudegebonden componenten.
"Hoe een leerling waarneemt, ordent en betekenis geeft, wordt gestuurd door cognitieve functies."
Cognitieve functies worden in de literatuur op verschillende manieren gedefinieerd. Hoewel auteurs uiteenlopende accenten leggen, delen ze de overtuiging dat deze functies het fundament vormen onder leren en denken. Hieronder volgen verschillende perspectieven van onderzoekers.
Reuven Feuerstein: Volgens Feuerstein kunnen mensen hun cognitief functioneren versterken wanneer zij participeren in zorgvuldige, doelgerichte interacties met een deskundig persoon. In zulke interacties ontwikkelen zij efficiënte denkvaardigheden waarmee zij uitgroeien tot zelfstandige en onafhankelijke individuen.
Carl Haywood: Professor Haywood beschouwt cognitieve functies als essentieel voor het begrijpen en leren van een breed scala aan gebeurtenissen en feiten. Iedereen beschikt volgens hem over een soort cognitieve gereedschapskist met denkfuncties die nodig zijn om informatie uit de omgeving correct op te nemen, te ordenen, te verwerken en weer te geven.
Jelle Jolles: Jelle Jolles benadrukt dat we jongeren niet alleen moeten leren rekenen of feiten moeten bijbrengen, maar vooral moeten leren denken. Door schoolvakken te analyseren als verzamelingen van cognitieve functies en vaardigheden, krijgen we volgens hem beter zicht op wat we leerlingen werkelijk onderwijzen.
Emiel van Doorn: Van Doorn stelt dat cognitieve functies zo centraal staan in leren dat begeleiders en leraren zich voortdurend bewust moeten zijn van welke functies een leerling wel of niet beheerst en welke cognitieve eisen een taak stelt. Wanneer de eisen van de taak niet aansluiten bij de aanwezige cognitieve functies, moeten juist die functies aangeboden worden, in plaats van de taak steeds opnieuw uit te leggen.
"Cognitieve functies bepalen niet alleen wat een leerling kan, maar ook hoe hij leert, begrijpt en handelt."
Tot slot
Cognitieve, procedurele en metacognitieve kennis versterken elkaar voortdurend. Een leerling die weet wat hij leert, hoe hij iets moet aanpakken en waarom een strategie werkt, leert doelgerichter en met meer eigenaarschap. In het volgende artikel gaan we verder in op de specifieke cognitieve functies die dit leerproces mogelijk maken. We laten zien hoe deze functies eruitzien in de praktijk en hoe je ze als leraar gericht kunt herkennen en ondersteunen.
Bronnen
De volledige bronnenlijst van deze artikelenserie vind je hier.
Boekentip: Zet in op de ontwikkeling van cognitieve functies!
Dit boek van Emiel van Doorn en Floor van Loo geeft handvatten om de cognitieve functies te stimuleren.

