Indicaties van gedragsproblemen en werkhoudingproblemen

Machiel Karels

Projectleider wij-leren.nl | onderwijsadviseur bij De lerende school

  

machiel@delerendeschool.nl

  Geplaatst op 1 juni 2014

Karels, M. (2014). Indicaties van gedragsproblemen en werkhoudingproblemen.
Geraadpleegd op 29-04-2017,
van http://wij-leren.nl/indicaties-gedragsproblemen.php

Leerlingen kunnen op allerlei manieren door hun gedrag opvallen of de aandacht trekken. Dat kan voor de leraar of voor de klasgenoten hinderlijk zijn. Maar gedrag heeft altijd een oorzaak en een functie. Daarom is het belangrijk om goed na te gaan wat de oorzaken van gedrag- en werkhoudinsgproblemen van kinderen zijn.

In dit artikel worden een aantal mogelijke oorzaken genoemd van gedragsproblemen en werkhoudingsproblemen. Bij elke oorzaak worden een aantal signalen en kenmerken genoemd.

Aandacht eisende kinderen

De leerling trekt vaak op negatieve wijze de aandacht van de leerkracht. Zijn gedrag is er op gericht dat de leerkracht wel moet reageren. De vervelende acties (tegen leerkracht, tegen leerlingen of tijdens het werken) onderneemt hij dan ook pas, wanneer hij weet dat de leerkracht kijkt. Er is sprake van doelbewuste provocatie. Opvallend is dat de leerling ook regelmatig op positieve (soms overdreven) wijze de aandacht op zich probeert te vestigen. (Let dus op momenten van goede wil). Dit positieve gedrag wordt makkelijk geïnterpreteerd als slijmen of uitsloven. Het is ook mogelijk dat er absoluut geen momenten van goede wil meer zijn!

Leerproblemen

De leerkracht moet de invloed van leerproblemen op de werkhouding en het gedrag van de leerling niet onderschatten. Voor veel leerlingen is het heel frustrerend om te ervaren dat het steeds niet lukt op school (steeds onvoldoendes) of dat hij/zij ander werk krijgt dan de rest van de klas (eigen leerweg). Het klassenwerk en zeker het extra werk (let ook op huiswerk) wordt gezien als overbelasting. De leerling kan in principe elk negatief gedrag vertonen om maar aan de leertaak te ontsnappen. Let op gedrag als er geen sprake is van leren (handvaardigheid, schoolplein, vakantie en dergelijke).

Faalangst

Net als een kind met leerproblemen scoort ook deze leerling vaak onvoldoende. Bij deze leerling heeft de leerkracht echter steeds het idee dat hij (wat) beter kan presteren. Zijn leren wordt beïnvloed door de angst om te falen. De faalangst kan op verschillende manieren geuit worden:
  • Het welbevinden hangt van de beoordeling van het werk. Zij zijn voortdurend bezig met bevestiging: ‘Doe ik het zo goed?’
  • Werken is ongelukkig zijn. Zij melden voortdurend dat zij het niet kunnen, veel zuchten, steunen, huilen.
  • ‘Als ik maar steeds om hulp vraag, dan zal ik niet falen.’ Deze leerlingen blijven om uitleg vragen.
  • Hulp vragen is een afgang. Deze kinderen verscheuren nog liever hun werk dan bij de leerkracht aangeven dat zij iets niet kunnen. Ander gedrag hierbij is: steeds opnieuw beginnen, zeer vaak stuffen, voor moeilijke oplossingen kiezen.
  • Niet werken betekent niet angstig worden. Dit gedrag lijkt erg op motivatie problemen. Het verschil is dat aan deze uiting van faalangst andere uitingen van faalangst vooraf zijn gegaan.

Concentratieproblemen

Onrust, draaien, bewegen, overal naar kijken, snel moe worden, slordigheidsfouten. Vergelijk concentratie met energie. De energie is gauw op of wordt verkeerd aangewend.
 
De leerling moet bij concentratieproblemen een gevoel van onmacht ervaren en niet van onwil.
  • Korte spanningsboog: De leerling begint goed maar zijn concentratie wordt minder. Na een periode van rust (wc, puntslijpen, wegdromen) gaat de leerling weer verder. Krijgt of neemt de leerling die rust niet, dan wordt hij steeds onrustiger of vermoeider.
  • Afleidbaar: De leerling reageert gauw op andere prikkels in de klas. Hij let dan even niet op zijn werk. Het werk kenmerkt zich dan ook door wisselende prestaties. Als de leerkracht er iets van zegt, gaat hij wel weer aan het werk tot de volgende prikkel zich aandient.
  • Globale werkwijze: De leerling werkt te snel, hij walst over kleine details. Alles is ongeveer goed. De leerling maakt voortdurend kleine onnodige fouten. Als hij gedwongen wordt tot langzaam werken, scoort hij goed.
  • Trage werkwijze: In een veel te rustig, evenwichtig tempo werkt de leerling door. Het werk is nooit af, ondanks het feit dat de leerling steeds bezig is, maar wat gemaakt is, is wel goed. Bij opjagen ontstaat er paniek, er worden heel veel fouten gemaakt!

ADHD (hyperactiviteit)

Er heerst een grote onrust bij de leerling. De leerling reageert op heel veel prikkels. Hij is nauwelijks in staat tot stil zitten. Alle pogingen van de leerkracht om hem stil te krijgen, lijken een averechts effect te hebben. In tegenstelling tot bij concentratiestoornissen is deze leerling (bijna) op geen enkele plek en (bijna) in geen enkele situatie rustig te krijgen. De diagnose ADHD dient door specialisten te worden gesteld.

Motivatieproblemen

Bij deze leerlingen is duidelijk sprake van onwil om te leren. Zij willen niet (meer) werken. Ze doen van alles om onder het werk uit te komen. Men kan een onderscheid maken tussen:
  • Geen-zin-meer-kinderen: In het verleden hadden zij best wel een goede (of betere) werkhouding, maar door niet-aangepakte problemen (bijvoorbeeld leerproblemen, ziekte, faalangst, hoogbegaafdheid, enz.) is de zin verdwenen.
  • Geen-zin-kinderen: Deze leerlingen geven al blijk van weinig motivatie in groep 1 en 2. Gemakzucht en gebrek aan doorzettingsvermogen voor schoolwerk (soms niet-buitenschoolse activiteiten) worden bij deze kinderen vaak genoemd.
Het gedrag van beide groepen kinderen is hetzelfde. Echter voor de aanpak van het motivatieprobleem is het onderscheid essentieel.

Hoogbegaafdheid

Op zich is hoogbegaafdheid geen probleem. De meeste hoogbegaafde kinderen passen zich met gemak aan in de groep en accepteren dat de leerstof gewoon niet moeilijk is. Een kleine groep hoogbegaafden geeft problemen. Zij vinden geen aansluiting bij hun groep. De andere kinderen begrijpen gewoonweg hun hoogbegaafde klasgenoot niet en de leerling snapt de denkwereld van zijn klasgenoten niet. Dit kan leiden tot eenzaamheid in de klas of zelfs tot gepest worden, indien er agressie in de klas heerst.
 
De leerling zoekt dan vaak op een ‘betweterige’ manier contact met volwassenen, soms gaat hij ook spelen met veel jongere kinderen (die zijn als door hun leeftijd de mindere en die respecteren al puur vanwege de leeftijd oudere kinderen). Dat geeft rust en veiligheid voor het hoogbegaafde kind.
 
  • De leerstof boeit niet: de leerling verveelt zich gewoon. Zijn leergierigheid wordt niet bevredigd. De leerkracht heeft weinig aandacht voor hem. De leerling kan dan op zeer negatieve wijze de aandacht van de leerkracht op zich vestigen.
  • Faalangst: de hoogbegaafde leerling is niet gewend om te falen. Op school ondervindt hij ineens soms wel problemen.
  • Motorische problemen: motoriek gaat niet met de cognitieve ontwikkeling mee, maar met de lichamelijke ontwikkelingen. Motorische taken kunnen, zoals bij elk kind, problemen geven (let op schrijven). De kans bestaat dat de leerling motorische taken gaat vermijden omdat hij niet weet om te gaan met falen.
  • Instructie: de verrijkingsstof wordt steeds zonder instructie aangeboden. Het is best mogelijk dat de leerling de verrijkingsstof niet zonder hulp aankan (een hoogbegaafde heeft ook recht op instructie).
  • Perfectionisme: de leerling stelt zichzelf voortdurend veel te hoge eisen.

Verdrietige, sombere, depressieve kinderen

Om wat voor een reden is het leven van deze kinderen zwaar? De reden kan liggen op school (leren en/of groep) of thuis.
 
Er zijn verschillende kenmerken van depressiviteit:
  • Sterke daling van prestaties.
  • Gebrek aan concentratie (wegdromen).
  • Pijnklachten, vooral hoofdpijn.
  • Psychomotorische achteruitgang (slecht schrijven).
  • Ongewoon storend of opstandig gedrag (gedrag past niet bij het kind).
  • Vereenzaming, zowel op school als thuis (de leerling isoleert zich op sombere wijze van de groep).
     
De leerling kan ook op veel duidelijker wijze zijn depressiviteit tonen: gevoelens van boosheid, woede en angst worden in voortdurende wisselingen geuit.

Zondebok

Het leven van een kind dat steeds gepest wordt op school is heel zwaar. Dit kan leiden tot sociale angst of depressiviteit. Een kind dat gepest wordt kan ook vaak (ineffectieve) acties ondernemen in de hoop dat het niet meer gepest wordt.
  • Agressief gedrag: het gepeste kind slaat ook wel een kinderen, maar dan steeds de verkeerde.
  • Claimen van kinderen: een kind dat een keer aardig is voor de zondebok wordt ernstig geclaimd.
  • Klikken: in de hoop de leerkracht gunstig te stemmen gaat het gepeste kind de leerkracht ‘helpen’.
  • Afkoopgedrag: dit houdt in dingen voor anderen doen of ongevraagd dingen geven aan anderen, in de hoop dat de populariteit stijgt.
  • Sterk wisselend extreem gedrag: heel gauw erg verdrietig, heel erg gauw boos, heel erg gauw vrolijk, enz. Dit gedrag moet beschouwd worden als paniek of als experiment in de hoop niet meer gepest te worden.

Het is belangrijk de onmacht van de zondebok te begrijpen. Wat het kind ook doet, het zal toch gepest worden. De tegenpartij is sterker of/en met meer.

Sociale angst

Het omgaan met de groep wekt angst bij de leerling op. Hij mist voldoende sociale vaardigheden om zich gemakkelijk in de groep te bewegen, of de groep maakt het de leerling gewoon te moeilijk om erin te leven (de leerling past niet in de groep). De leerling wordt bang voor het oordeel van de groep. De angst kan op twee manieren tot uiting gebracht worden.
 
Expressief: de leerling laat in zijn gedrag direct zien dat hij bang is.
Instrumenteel: voorbeelden zijn:
  • Agressief gedrag: ‘Als ik sla, dan denken de anderen dat ik niet bang ben.’
  • Clownesk gedrag: ‘Als is steeds de clown uithang, nemen ze mij niet serieus.’
  • Macho gedrag, madonna of poppedeintjes gedrag: ‘Ik speel de rol van echte man of echte vrouw, misschien denken de anderen dat ik ook zo ben.’
  • Vermijdingsgedrag: de leerling probeert door zich onzichtbaar te maken te voorkomen dat iemand hem zal beoordelen.
  • Spelen met jongere of oudere kinderen: ‘Als ik met hen speel, dan staat de beoordeling gewoon vast. Ik hoef dan niet bang te zijn.’
  • Pokerface: ‘Ik laat gewoon nooit merken hoe ik mij voel, dat is het veiligst.’

Agressie

Agressie is moedwillig schade aanbrengen aan iemand of iets. Dat kan op lichamelijk en/of op geestelijk gebied. Agressie kan ook enigszins acceptabel zijn: verdedigen van zichzelf of vriend. Agressie is niet acceptabel als deze:
  • bovenmatig is: voortdurend inhouden en opeens over de rooie gaan en dan veel te hard terugslaan (letterlijk en figuurlijk).
  • indirect is: de leerling probeert door steeds kleine speldenprikken de tegenpartij (andere leerling, leerkracht) tot razernij te brengen (guerrillatechniek).
  • verplaatst wordt naar iemand of iets die eigenlijk niets met de oorzaak van de frustratie te maken heeft.

Andere problemen in het kind

Er kunnen allerlei genetische, neurologische, medische, psychische factoren in het kind zijn die kunnen leiden tot vreemd, apart gedrag. Indien er duidelijk sprake kan zijn van deze vermoedens dient direct verwezen te worden naar een tweede-lijnsspecialist (psycholoog, arts, psychiater). 

Karels, M. (2014). Indicaties van gedragsproblemen en werkhoudingproblemen.
Geraadpleegd op 29-04-2017,
van http://wij-leren.nl/indicaties-gedragsproblemen.php

Gerelateerd

Faalangstreductietrainer
Faalangstreductietrainer
Faalangst bij leerlingen effectief leren herkennen en reduceren
Medilex Onderwijs 
Hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid - kenmerken - gedrag - tips aanpak
Arja Kerpel
ADHD
ADHD - symptomen - kenmerken - diagnose - behandeling
Arja Kerpel
Roos van Leary -1-
Roos van Leary - uitleg - test - gebruik
Arja Kerpel
Interventies gedragsproblemen
Interventie bij gedragsproblemen - De Eerste Stap
Monique Baard
Omgaan met gedragsproblemen
Omgaan met gedragsproblemen
Anton Horeweg
Functie gedragsproblemen
ĎWaarom doe je dat!?í - Functie en aanpak van probleemgedrag
Kees van Overveld
Omgaan met agressie
Korte lontjes en coole gasten. Gericht omgaan met agressie in school
Kees van Overveld
Red de ADHD diagnose
Red de ADHD diagnose
Laura Batstra
Preventie gedragsproblemen
Onderwijs en gedragsproblemen: Prioriteit voor preventie
Kees van Overveld
Werken met Groepsplan gedrag
Passend onderwijs: werken met een groepsplan gedrag
Kees van Overveld
Gedragsproblemen leerkrachtgedrag
Gedragsproblemen in de klas: preventie
Anton Horeweg
Huiswerk maken
Motiveren: Ga je je huiswerk ook echt maken?
Dirk van der Wulp
Counseling vervolggesprek
Leerling zoekt eigen oplossing: counseling vervolggesprek
Dirk van der Wulp
ADD tips
ADD - Hoe ga je er mee om in de klas
Anton Horeweg
ADHD tips
ADHD - tips voor de leerkracht
Anton Horeweg
Getraumatiseerde kinderen
Connectie in plaats van correctie - kinderen met trauma
Willem de Jong
ADHD misdiagnose
Diagnose ADHD Schoenmaker blijf bij je leest
Willem de Jong
Jagerskinderen
Kansen creŽren voor kinderen met ADHD
Anne van Hees
Jagerskinderen
Kansen creŽren voor kinderen met ADHD
Anne van Hees
Examenvrees
Eindexamenvrees: Een mislukking is nog geen ramp!
Ivo Mijland
Didactisch coachen 2
ďGoed zoĒ is onvoldoende...Wat wel? Over didactisch coachen - deel 2
Lia Voerman en Frans Faber
Depressie en zelfmoord
Zelfmoordgedachten bij hoogbegaafde kinderen
Lisanne van Nijnatten
Depressie en zelfmoord
Zelfmoordgedachten bij hoogbegaafde kinderen
Lisanne van Nijnatten
Faalangst begeleiden
We moeten af van het idee dat faalangst iets abnormaals is!
Ivo Mijland
Gedragsproblemen in de klas
Gedragsproblemen in de klas
Arja Kerpel
Voorkom probleemgedrag
Voorkom probleemgedrag
Arja Kerpel
Groepsplan gedrag
Groepsplan gedrag - passend onderwijs in PO en VO
Arja Kerpel
Het lukt toch niet...
Het lukt toch niet... Effectieve strategieŽn tegen negatief denken
Arja Kerpel
ADHD is geen ziekte
ADHD is geen ziekte
Laura Batstra

Motivatie MBO
Met welke didactische strategieŽn kunnen docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief beÔnvloeden?
Cijfers geven
Welk effect heeft cijfers geven op de motivatie?
Continurooster
Wat is het effect van een continurooster in het basisonderwijs op de leerresultaten en schoolwelbevinden van leerlingen?
Feedback en motivatie
Kan feedback motivatie en resultaten van studenten positief beÔnvloeden?
Games voor leerlingen met concentratieproblemen
Helpt afwisseling van quizvragen met games leerlingen met gedrags- en concentratieproblemen om hun leerrendement te verhogen?
Genderstereotypering
Genderstereotypering in het onderwijs en de invloed daarvan
Motivatie pro-leerlingen
Wat is de relatie tussen rekeninterventies en motivatie bij pro-leerlingen?
StrategieŽn voor zelfregulering
Hoe kunnen leerlingen de regie over hun eigen leerproces voeren?
Groepssamenstelling
Groepssamenstelling volgens de groepsfasen van Tuckman
Meisjes risicomijdend?
Zijn meisjes meer risicomijdend dan jongens?
Falen en succes
Van faalervaring naar leerervaring: Zijn reacties van leerlingen op lage cijfers te beÔnvloeden?
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Studiemotivatie VWO plus
Studiemotivatie hoogbegaafde leerlingen in VWO-plus
Motivationele differentiatie
Invloed van cognitieve en motivationele differentiatie bij hoogbegaafde en getalenteerde leerlingen
Invloed leeromgeving vo
Invloed van leeromgeving op motivatie, zelfregulering en prestaties van potentieel excellente studenten
Motivatie onderwijs in groepen
Motivatie bij onderwijs in groepen in beroepsonderwijs
Prestaties en etniciteit
Motivatie bij verschillende prestatieniveaus en sociale en etnische achtergrond
Interventies adhd
Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD
Taakspel vso cluster 4
Taakspel in het voortgezet speciaal onderwijs cluster 4
Toetsing en motivatie
Invloed van toetsing op motivatie: effecten en mechanismen in verschillende contexten
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.