Referentieniveau

Het referentieniveau laat zien wat leerlingen moeten beheersen op het gebied van taal en rekenen. Het is onderverdeeld in vier niveaus, op vaste punten in de schoolloopbaan. Aan het einde van de basisschool hoort een leerling op niveau 1 te zitten. Naast het gewenste niveau is er ook nog een streefniveau, voor kinderen die meer kunnen. Aan het einde van het VMBO (basis en kader) en MBO- 2 en MBO- 3 moet een leerling niveau 2 van het referentiekader beheersen. Van leerlingen aan het einde van de HAVO en MBO-4 wordt verwacht dat zij presteren op niveau 3. Aan het einde van het VWO hoort een leerling niveau 4 van het referentiekader te beheersen. Deze referentieniveaus zijn geen doel op zich, maar een middel om te zorgen voor een doorgaande leerlijn tussen de overgang naar een andere school. Ook helpt het om de onderwijskwaliteit met betrekking tot de basisvaardigheden te verbeteren.




Inschrijven nieuwsbrief