Motivatie meten en verbeteren

Ton van der Valk

Gamedesigner bij Hexboard.com

  

  Geplaatst op 2 december 2016

Valk, T. van der (2017) Motivatie meten en verbeteren.
Geraadpleegd op 16-06-2019,
van https://wij-leren.nl/motivatie-meten-verbeteren-motivatiespiegel-app.php

Goede motivatie bevordert de sfeer in de groep, de prestaties, het welzijn van elke leerling en het werkplezier van de leraar. Het is voor de meeste docenten nog een nieuw idee dat je de motivatie van leerlingen in de klas gewoon kunt meten met een app, zoals je buiten op de thermometer kijkt om te zien hoe koud of warm het precies is.

Motivatie meten met een app

Motivatie is volgens onderzoeker Arnout Prince “De Olifant in het klaslokaal”. Iedereen spreekt erover, maar het fenomeen is zo groot dat je het niet goed kunt zien. Om de omstandigheden die van invloed zijn op de motivatie van leerlingen beter te begrijpen, zou het fijn zijn als er een manier was om de motivatie van elke leerling voor elk vak regelmatig te kunnen meten.

Sommige mensen vinden dat niet nodig, zij vinden dat de docent de motivatie zelf wel kan zien. Dat is ook waar. Elke docent ziet de leerlingen voor zich, maar ziet hij ze allemaal en ziet hij ze echt goed? Sommige docenten zijn zelf wel enthousiast, maar merken dat zij hun motivatie niet op alle leerlingen kunnen overbrengen.

"Elke docent ziet de leerlingen voor zich, maar ziet hij ze allemaal en ziet hij ze echt goed?"

Welke informatie zouden zij kunnen gebruiken? Als je vaker kunt meten dan één keer per jaar, kun je dingen uitproberen om te kijken wat er verandert en wat werkt voor jouw vak en jouw leerlingen.

Scholen kunnen de motivatie van leerlingen monitoren met de app van de Motivatiespiegel. Het doel van de Motivatiespiegel is een open standaard voor het meten van motivatie te ontwikkelen en een brug te bouwen tussen onderwijs en onderzoek. Wanneer genoeg scholen meedoen kunnen benchmarks bijgehouden worden.

De docent Aardrijkskunde kan de motivatie voor zijn vak in 2-havo dan vergelijken met de motivatie voor Aardrijkskunde in 2-havo op andere scholen. Ook kan het verloop gedurende het jaar bekeken worden. Als de motivatie in december duidelijk gedaald is, hoeft de docent minder te schrikken als dat op andere scholen meestal ook zo is.

"Belangrijk is dat benchmarks geen ranking worden" 

De norm is de eigen score van het afgelopen jaar en het doel is elk jaar een beetje beter worden. En als dat niet lukt, de oorzaken beter begrijpen en een nieuw plan maken. Op deze wijze kan de kwaliteitszorg lager in de schoolorganisatie, bij de vakdocenten zelf ondergebracht worden.

Via de app van de Motivatiespiegel kunnen leerlingen met een schuifmaat vragen beantwoorden over hun motivatie voor hun verschillende vakken. De visualisering van het resultaat vormt hun motivatiespiegelbeeld. Een beter inzicht in hun eigen motivatie voor verschillende vakken kan zelfregulering bevorderen.

De mentor en ouders kunnen er veel informatie aan ontlenen voor een gesprek. Als alle leerlingen van een klas iets over hun motivatie voor hun verschillende vakken vertellen, levert dat ook waardevolle feedback op voor de docenten. De Motivatiespiegel voor de docent laat de gemiddelde scores van de klas zien op negen verschillende indicatoren.

De docent kan de scores van verschillende klassen met elkaar vergelijken. Vrijwillige deelname en privacy zijn uiteraard belangrijke succesvoorwaarden. De schoolleiding ontvangt een overzicht van de gemiddelde motivatie per klas, maar niet per vak.

Motivatie verbeteren = demotivatie verminderen

Hoe kun je de motivatie van leerlingen verbeteren? Volgens de self-determination theory (Deci & Ryan, 2000) bestaat motivatie uit een behoefte aan:

  • autonomie;
  • competentie;
  • relatie.

Kort samengevat kun je zeggen dat je de motivatie van kinderen helemaal niet hoeft te stimuleren, omdat zij van nature gemotiveerd zijn om te leren. Om motivatie te verbeteren hoef je dus slechts demotivatie te voorkomen of verminderen. Het traditionele schoolsysteem heeft echter kenmerken die helaas juist demotiverend kunnen uitwerken. (Eccles & Wigfield, 2002)

  • Verlies aan autonomie door een strak rooster.
  • Verlies aan relaties door weinig persoonlijk contact met wisselende docenten.
  • Verveling en het ontstaan van lacunes door een vast lestempo dat niet aansluit op de verschillende competentieniveaus van leerlingen.

Op de basisschool worden de basisbehoeften beter vervuld dan in het voortgezet onderwijs. Toch kunnen er ook grote verschillen bestaan tussen VO-scholen onderling. Wat doet de ene misschien beter dan de andere?

De Motivatiespiegel geeft feedback aan de docent op negen indicatoren die gebaseerd zijn op de self-determination theory. De docent ziet aan deze indicatoren waar zijn kansen en kwaliteiten liggen om demotivatie te verminderen.

  • Als de relationele aspecten goed zijn, hoef je je daar geen zorgen over te maken.
  • Als de leerlingen het vak relatief onduidelijk vinden, is dat wel een punt om aandacht aan te geven.

Hieronder worden alle negen indicatoren besproken. Op basis van gesignaleerde kansen kan de docent het gesprek aangaan met de klas. Dat levert meestal goede ideeën op en ondersteunt de autonomie van de leerlingen.

Daarnaast kunnen mentoren leerlingen met dreigende motivatieproblemen vroegtijdig signaleren. Onderpresteerders herken je niet aan hun cijfers, maar wel aan hun gebrek aan motivatie. Motivatieproblemen leiden op den duur tot lagere cijfers en gedragsproblemen. De oorzaak ligt dan al in het verleden.

"Als je motivatieproblemen eerder signaleert, kunnen ernstige achterstanden, zittenblijven en afstroom voorkomen worden"

Toelichting bij de vragenlijst

Wanneer leerlingen voor elke docent elk jaar dezelfde vragenlijsten moeten invullen, kan enquetemoeheid optreden. Om dit te voorkomen worden in de app van de Motivatiespiegel telkens verschillende vakken met elkaar vergeleken en worden alle vragen gerandomiseerd. Zo is elke volgende vraag weer een verrassing.

Andere vragenlijsten kunnen eventueel meeliften met de app. Dat vermindert de administratieve belasting voor de school. Bestaande vragenlijsten voor het meten van motivatie zijn vaak te lang en te abstract voor leerlingen en docenten.

In de app van de Motivatiespiegel zijn de drie humanistische basisbehoeften uit de self-determination theory vertaald naar negen indicatoren waar de docent in zijn onderwijsaanbod direct invloed op kan uitoefenen.

Critici kunnen zeggen dat de vragenlijst geen recht doet aan de complexiteit van het begrip motivatie. Maar het is een goede eerste scan. De vragen zijn geschikt voor leerlingen van basis/kader tot vwo. Hieronder volgt een korte toelichting bij elke indicator.

Autonomie Competentie Relatie
1. Interesse 4. Cijfers 7. Inzet
2. Instructie 5. Duidelijkheid 8. Sympathie
3. Lesmateriaal 6. Talent  9. Vertrouwen

Autonomie verbeteren = dwang verminderen

In de vragenlijst van de Motivatiespiegel zijn de drie autonomie gerelateerde vragen primair verbonden met de inhoud van het onderwijs:

1. Voor welk vak heb je meer interesse?

2. Voor welk vak krijg je beter les?

3. Voor welk vak heb je beter lesmateriaal?

Let wel, de leerling geeft slechts subjectieve antwoorden op deze vragen.

  • Het vak zal buitengewoon interessant zijn, maar de leerling hoeft dat niet zo te ervaren.
  • De docent kan hopeloos ouderwets lesgeven, maar de leerling kan ervan genieten.
  • Het lesmateriaal kan bewezen effectief zijn, maar de leerling mag er een hekel aan hebben.

Het gaat dus niet om een objectieve beoordeling, maar om de vraag of de leerling het gevoel heeft dat het aangeboden vak aansluit op zijn interesses en behoeften.

"De behoefte aan autonomie wordt vaak uitgelegd als de wens eigen keuzes te kunnen maken" 

Dat is terecht, maar het gaat vooral om het woord “eigen” en niet om het aantal keuzemogelijkheden. De rode draad in de self-determination theory is het principe van respect voor autonomie: rekening houden met de ander, begrip tonen en naar elkaar luisteren.

We kunnen de behoefte aan autonomie het beste begrijpen vanuit het inzicht dat elke vorm van dwang demotiverend werkt. Als de leerling onderwijs krijgt op een wijze die niet aansluit bij zijn eigen leerstijl, zal hij dit ervaren als dwang.

Hoe meer zijn interesse voor het vak ontwaakt, hoe meer de instructie aansluit bij zijn eigen behoefte en hoe meer het lesmateriaal aansluit bij zijn eigen voorkeur, hoe minder tegenzin de leerling zal ervaren en hoe meer hij zal leren.

Competentie verbeteren = onbegrip verminderen

In de vragenlijst van de Motivatiespiegel zijn de drie competentie gerelateerde vragen primair verbonden met de vorm van het onderwijs:

4. Voor welk vak haal je betere cijfers?

5. Welk vak vind je duidelijker?

6. Voor welk vak heb je meer talent?

Volgens Dylan Wiliam en René Kneyber zijn cijfers eerder demotiverend dan motiverend:

“Cijfers geven werkt niet”

Cijfers leiden tot vergelijken en competitie, wat een vorm van extrinsieke motivatie is met meer verliezers dan winnaars. De intrinsiek gemotiveerde leerling hoeft alleen te letten op zijn eigen progressie naar een mastery goal.

Het woord ‘cijfers’ in vraag 4 zou best vervangen kunnen worden door het woord ‘resultaten’, maar de meeste scholen gebruiken nu eenmaal nog steeds cijfers. De onderzoekers hebben deze vraag nodig om de relatie te kunnen onderzoeken tussen motivatie en prestaties. Later kan naar de echte cijferlijsten gekeken worden, maar deze vraag vormt een goed begin.

Er is discussie over de vraag of autonomie ondersteunen en structuur bieden tegengestelde eisen zijn, die dus het onmogelijke van de leraar vragen. (Vansteenkiste, 2012) Het woord ‘structuur’ roept associaties op met strakke discipline en gehoorzaamheid. Maar het gaat primair om ‘duidelijkheid’.

In de Engelse literatuur wordt de term ‘clarity’ gebruikt. (Stroet, 2013) De beste manier om onbegrip te verminderen is hele goede feedback geven. Goede feedback bestaat uit drie stappen (Hattie & Timperley, 2007):

  • a. duidelijk laten zien hoe succes eruit ziet of wat het beoogde einddoel is;
  • b. duidelijk laten zien waar de leerling nu staat;
  • c. de leerling helpen zelf zijn volgende stap te selecteren.

De vraag over ‘talent’ kan de docent te laten zien hoe het gevoel van talent bij leerlingen kan veranderen door succes- en faalervaringen. Nader onderzoek zal uitwijzen of deze vraag een goede indicator is voor het zelfvertrouwen in de eigen competentie (‘self-efficacy’) van de leerling.

Relatie verbeteren = zinloosheid verminderen

In de vragenlijst van de Motivatiespiegel gaan de drie relatie gerelateerde vragen primair over de docent-leerlingrelatie:

7. Voor welk vak werk je harder?

8. Voor welk vak heb je de leukste docent?

9. Voor welk vak heb je het meeste vertrouwen dat de docent naar jou luistert?

Er is een duidelijke overlap tussen respect voor autonomie en de relatie van de docent met de leerlingen.

"School hoeft niet altijd leuk te zijn en de docent is geen cabaretier"

Door begrip te tonen en een gevoel van saamhorigheid te bewaren, houden leerlingen het gevoel dat er rekening met hen gehouden wordt. Dat voorkomt gevoelens van vervreemding en zinloosheid. Nader onderzoek kan laten zien hoeveel invloed de indicatoren ‘sympathie’ en ‘vertrouwen’ hebben op de inzet van leerlingen.

Het vermoeden is dat tenminste één van de twee positief moet zijn. Hoe beter de docent de leerling kent (zowel interesses als thuissituatie) hoe beter het contact. (Gehlbach, 2016) Dit kan een sleutel voor succesvol achterstandenbeleid zijn.

Professionalisering en informeel leren

Door bijvoorbeeld in de mentorles maandelijks tien minuten tijd te maken voor het beantwoorden van vragen in de app, krijgen alle docenten van de klas inzicht in de motivatie van de leerlingen voor hun vak, als een soort benzinemeter of accumeter op het dashboard.

Deze nieuwe informatiebron kan docenten helpen de kwaliteit van hun onderwijs in twee of drie jaar structureel op een hoger plan te brengen. In samenwerking met docenten kan worden onderzocht welke tips, cursussen of bijvoorbeeld begeleiding van startende docenten het meeste bijdragen aan het verbeteren van de motivatie van leerlingen voor een bepaald vak.

Literatuurverwijzingen

Valk, T. van der (2017) Motivatie meten en verbeteren.
Geraadpleegd op 16-06-2019,
van https://wij-leren.nl/motivatie-meten-verbeteren-motivatiespiegel-app.php

Gerelateerd

Positief leiderschap vanuit transactionele analyse
Positief leiderschap vanuit transactionele analyse
Creëer een gemotiveerd en pro-actief team
Medilex Onderwijs 
Marzano's Model voor Effectief Lesgeven
Marzano's Model voor Effectief Lesgeven
key-note van Robert Marzano
Bazalt | HCO | RPCZ 
Zelf gereguleerd leren
Hoe laat je intrinsieke motivatie groeien?
Dirk van der Wulp
Autonomie en motivatie
Meer motivatie door meer autonomie
Dirk van der Wulp
Autonome motivatie
Hoger leerrendement door vergroten autonome motivatie
Michel Verdoorn
Intrinsieke motivatie
Hoe help je leerlingen om gemotiveerd te raken? - 10 praktische inzichten voor onderwijsprofessionals
Yvonne van Sark
Motivatie vmbo
Training helpt leraren vmbo-leerlingen te motiveren
Annemieke Top
Gedrag beïnvloeden
Is de attitude en het gedrag van leerlingen te beïnvloeden?
Michel Verdoorn
Motivatie vergroten leerlingen
Zo vergroot je de motivatie van je leerlingen!
Jaap Versfelt
Motivatiewaaier; leraren kunnen inspireren
Ongemotiveerde leerlingen zijn ook gemotiveerd
Ivo Mijland


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Emotieregulatie bij escalerend leerlinggedrag
Dreigende escalatie: wat helpt jou op zo'n moment als leerkracht?
Authentieke rekencontexten en motivatie
Authentieke rekencontext: spreekt dat aan?
Sportbeleving na shuttlerun
Shuttle Run test: worden leerlingen daar fitter van?
Talentontwikkeling bij multidiversiteit
Hoe zorg je dat leerlingen die minder goed mee komen het toch leuk vinden op school?
Zelfwerkzaamheid groepswerk
Zelfwerkzaamheid en groepswerk in het rekenonderwijs
Verhindert werkdruk docenten in mbo goed onderwijs?
Verhindert werkdruk van docenten in mbo goed onderwijs?
Vakwedstrijden op het mbo
Skills Heroes vakwedstrijden: hebben zij effect op vakontwikkeling?
Onderwijs aan gestresste leerlingen in instelling
Leerlingen onder stress: direct onderwijs geven of even wachten?
Interventies op gedragsproblemen
School-Wide Positive Behavior Support: effectief?
Hoe draagt toetsing bij aan leerwinst?
Hoe draagt toetsing bij aan leerwinst in het voortgezet onderwijs?
Scaffoldingstechnieken
Toepasbaarheid van scaffoldingstechnieken bij zelfregulatievaardigheden
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Studiemotivatie VWO plus
Studiemotivatie hoogbegaafde leerlingen in VWO-plus
Falen en succes
Van faalervaring naar leerervaring: Zijn reacties van leerlingen op lage cijfers te beïnvloeden?
IMPROVE methode metadenken
De metadenkende leerling: effecten van de IMPROVE-methode
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Motivatie meten



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.