Hoe kan tijdens de stage zelfsturend leren bij mbo-studenten worden bevorderd, zodat het leerrendement wordt vergroot?

Geplaatst op 21 januari 2021

Werkgevers en opleiders kunnen zelfregie van mbo-studenten tijdens stages stimuleren. De werkgever moet de inbreng van de student serieus nemen en hem of haar gestructureerd laten werken. De opleider geeft aandacht aan het vermogen en de bereidheid tot leren, naast het aanleren van emotionele volwassenheid. Verder legt de opleider nadruk op vaardigheden als het geleerde in de praktijk toepassen, creativiteit en kritisch denken. De student maakt zich zelfsturend leren eigen door te leren om minder hulp te vragen, taakstrategieën zelfstandiger en beter uit te voeren. Maar ook door tijd efficiënter te beheren en meer waarde te hechten aan het leren zelf.

Tijdens stages ontwikkelen mbo-studenten competenties die hun vakmanschap vergroten. Werkplekleren – waaronder stages – is een belangrijk onderdeel van het curriculum in het beroepsonderwijs, omdat ‘het oefenen in de reële beroepspraktijk als noodzakelijk wordt gezien voor het aanleren van beroepsvaardigheden’.

De inzet van de werkgever

De werkgever neemt de inbreng van de student serieus. Hij laat de student taken op gestructureerde wijze uitvoeren om het zelfsturend leren te bevorderen. De student krijgt de mogelijkheid zich te oriënteren op de taak door het uitkiezen en bespreken ervan, met bijbehorende aanpak en verkenning van aanwezige kennis en vaardigheden. De werkgever bereidt met de student de uitvoering van de taak voor, houdt toezicht en bespreekt het na. Door herhaalde uitvoering bekwaamt de student zich verder in de taak. Samen stellen ze vervolgstappen vast. Op deze wijze kan de student gestructureerd en deels zelfgestuurd zijn taken uitvoeren, waarbij aandacht moet zijn voor reflectie.

De werkgever kan zorgen voor hybride leerwerkplekken; leersettingen die de beroepspraktijk zo dicht mogelijk benaderen en die bestaan uit een combinatie van schools leren en leren in de praktijk. Een andere manier is supported participation. Daarbij geeft de werkplekbegeleider sociale ondersteuning en is er een sfeer van veiligheid. Fouten maken mag, hulp vragen ook en studenten hebben ruimte om dingen uit te proberen. Verder zijn afwisseling van leerwerkplek belangrijk, evenals simulaties wanneer er geen echte praktijk is.

De inzet van de opleider

De opleider bevordert het vermogen en de bereidheid van studenten om alle leermogelijkheden op de leerwerkplek te gebruiken voor een succesvolle stage. Mogelijke vormen van begeleiding zijn coaching, scaffolding, modeling, monitoring en guiding. Bij de begeleiding ligt de nadruk op het aanleren van vaardigheden als soft skills (emotionele volwassenheid en groei), en vaardigheden als het toepassen van het geleerde in de praktijk, creativiteit en kritisch denken.
Ontwikkeling van zelfsturingsvaardigheden op de werkplek start al in de voorbereidingsfase van de stage. Zelfsturend vermogen is afhankelijk van de voorkennis van studenten en van hun motivatie, betrokkenheid en metacognitieve vaardigheden. Docenten kunnen studenten effectieve leerstrategieën aanleren, hun ondersteunende feedback geven en de leeromgeving met hulp- en informatiebronnen verrijken.

De inzet van de student

Zelfregulerend leren is een proces waarbij de student ‘zelfsturend op een proactieve manier de mentale vermogens omzet in academische vaardigheden (oftewel leervaardigheden)’. De student is zich bewust van zijn sterke en zwakke kanten, afgezet tegen zijn persoonlijke doelen en taakgerelateerde strategieën. Om zich zelfsturend leren eigen te maken, kan een student verschillende (meta)cognitieve en motivationele leerstrategieën hanteren. Voorbeelden hiervan zijn: minder hulp vragen, beter uitvoeren van taakstrategieën (zoals herhalen, uitwerken van zaken en organiseren van het leren), beter beheren van tijd en meer waarde hechten aan leren.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Maurice de Greef (kennismakelaar)
Vraagsteller: Docent en studieloopbaanbegeleider

Vraag

Hoe kan zelfsturend leren tijdens de stage onder mbo-studenten worden bevorderd, zodat het leerrendement wordt vergroot?

Kort antwoord

Voor zelfregie van studenten tijdens stages, moeten opleiders en werkgevers in een aantal randvoorwaarden voorzien. De werkgever zal moeten laten zien, dat de inbreng van de student serieus wordt genomen en de student op gestructureerde wijze taken moeten laten uitvoeren. De opleider moet aandacht hebben voor het bevorderen van het vermogen en de bereidheid tot leren naast het aanleren van emotionele volwassenheid en groei en specifieke vaardigheden als het leren toepassen van het geleerde in de praktijk, creativiteit en kritisch denken. Daarnaast moet de student de mogelijkheid krijgen om zich het zelfsturend leren eigen te maken. Dat houdt bijvoorbeeld in dat hij leert om minder hulp te vragen, taakstrategieën zelfstandiger en beter uit te voeren, de tijd beter te beheren en meer waarde te hechten aan het leren zelf.

Toelichting antwoord

Stages, waarbij men op een werkplek leert, zijn belangrijk om als mbo-student competenties te ontwikkelen die je vakmanschap vergroten (Aalsma et al., 2014). Ook volgens de reviewstudie van Nieuwenhuis et al. (2017, p.3) is werkplekleren een belangrijk onderdeel van het curriculum in het beroepsonderwijs, omdat ‘het oefenen in de reële beroepspraktijk als noodzakelijk wordt gezien voor het aanleren van beroepsvaardigheden’. Het leren op de werkplek (zoals in een stage) verloopt echter niet altijd constructief, bijvoorbeeld door het tekortschieten van de kwaliteit van de werkplek als leeromgeving of het te schoolse perspectief vanuit de opleider, aldus het overzicht van onderzoekskennis van Van den Berg en Onstenk (2019).

Volgens Onstenk (2016) moet de werkplek uitnodigen tot leren, waarbij studenten leren door interactie op en deelname aan activiteiten van de leerwerkplek. Om tijdens de stage deze betekenisvolle leerervaringen voor het ontwikkelen van het eigen vakmanschap op te kunnen doen, zijn uitwisseling en communicatie tussen student, werkgever en opleider noodzakelijk (Kennisrotonde, 2016a). Binnen deze context is een van de specifieke vraagpunten  welke randvoorwaarden gecreëerd moeten worden om de student constructief zelfsturend aan de slag te kunnen laten gaan.

Randvoorwaarden werkgever: zinvolle taken gestructureerd laten uitvoeren in verschillende settingen

Allereerst moet onder andere de werkgever laten zien, dat de inbreng van de student serieus wordt genomen (Van Woerkom, 2003) en moet hij de taken op gestructureerde wijze laten uitvoeren om het zelfsturend leren te kunnen bevorderen. Gebaseerd op een literatuurstudie van Blokhuis (2006) zijn concrete richtlijnen voor de begeleider van het werkplekleren op de werkvloer geformuleerd (aannemende dat de werkzaamheden goed zijn afgesproken tussen school en bedrijf):

  1. Laat de student zich oriënteren op de taak (door uitkiezen en bespreken van de taak en bijbehorende aanpak naast verkenning van reeds aanwezige kennis en vaardigheden).
  2. Bereid met de student de uitvoering van de taak voor (door voorbereiding op uitvoering en regelen van randvoorwaarden).
  3. Zie toe op de uitvoering van de taak en bespreek het na (door toezicht houden, nabespreken en vaststellen van vervolgstappen).
  4. Laat de student zich verder bekwamen in de taak (door herhaalde uitvoering).

Op deze wijze kan de student gestructureerd (en deels zelfgestuurd) zijn taken uitvoeren. Hierbij moet de student de gelegenheid krijgen om te reflecteren, verbeteracties te doen en vervolgens nieuwe routines aan te leren (Nieuwenhuis, 2006). Op basis van de reviewstudie van Nieuwenhuis et al. (2017) kan het (laten) uitvoeren van taken onder andere op de volgende vier manieren:

  1. Zorg voor hybride leerwerkplekken (een leersetting ‘die de authentieke beroepspraktijk zo dicht mogelijke benadert’ (Brouwer, 2015) en meestal uit een combinatie van schools leren en leren in de beroepspraktijk bestaat), waarin simulaties gerealiseerd kunnen worden als experimenteer- en leerruimte in de echte praktijk ontbreken.
  2. Zorg voor ‘supported participation’, waarbij de werkplekbegeleider sociale support geeft en er sociale veiligheid is om fouten te kunnen maken, hulp te kunnen vragen en dingen uit te proberen en er tegelijkertijd een bepaalde vorm van autonomie voor de student is.
  3. Zorg voor wisseling van de leerwerkplek, zodat de ‘persoonlijke werktheorie’ vergroot wordt door de ervaringen op verschillende leerwerkplekken.
  4. Zorg voor simulaties als ‘leerwerkvorm’ als er door de praktijk geen leermogelijkheden voor het eigen maken van vaardigheden geboden kan worden.

Randvoorwaarden opleider: Aandacht voor bereidheid en vermogen tot leren naast aanleren van specifieke vaardigheden

Ondanks dat de opleider beperkte invloed heeft op werkprocessen van de leerwerkplek (Nieuwenhuis et al., 2017) zal de opleider expliciete aandacht moeten besteden aan specifieke vaardigheden voor een succesvol verloop van de stage, waarbij de student zelfsturend kan leren. De opleider moet het vermogen en de bereidheid van studenten bevorderen om leermogelijkheden op de leerwerkplek te kunnen gebruiken (Kennisrotonde, 2016a). Belangrijke vormen van begeleiding hiervoor zijn coaching, scaffolding, modeling, monitoring en guiding (Kennisrotonde, 2016b).

Bij deze begeleiding moet aandacht zijn voor  het aanleren van vaardigheden als soft skills (zoals emotionele volwassenheid en groei), het leren toepassen van het geleerde in de praktijk, creativiteit en kritisch denken (Al-Mamun, 2012; Clark & Fahr, 2001; Kargar et al., 2013).

Mogelijkheden student: Zelfsturend leren

Ontwikkeling van zelfsturingsvaardigheden voor het zelf kunnen sturen van het leren op de werkplek start al in de voorbereidingsfase van de stage (Nieuwenhuis et al., 2017) als de randvoorwaarden door zowel de werkgever als opleider zijn gecreëerd. Onderzoek onder studenten van een medische opleiding in het hoger onderwijs laat zien, dat zelfsturend vermogen mede afhankelijk is van de voorkennis van de studenten (Bhat et al., 2007). Echter kunnen motivatie, betrokkenheid, en metacognitieve vaardigheden worden bevorderd om meer eigenaarschap over het leren te krijgen (Kennisrotonde, 2017).

Docenten kunnen leerlingen hiervoor effectieve leerstrategieën aanleren, hen ondersteunende feedback geven en de leeromgeving met hulp- en informatiebronnen verrijken (Kennisrotonde, 2017). Onderzoek van Sharples en Moseley (2011) onder 47 studenten in de zorg ondersteunt deze resultaten, waaruit blijkt dat de student niet altijd vanzelf het zelfsturend vermogen heeft om spontaan actief te leren in de werkpraktijk. Zij moeten de mogelijkheid krijgen om deze vaardigheden te ontwikkelen om zelfsturend te kunnen leren (Sharples & Moseley, 2011). Vraag is hoe studenten dit kunnen aanleren.

Aanleren van zelfsturend leren

Volgens Zimmerman (2002) is zelfregulerend leren een zelfsturend proces, waarbij de student zelfsturend op een proactieve manier de mentale vermogens omzet in academische vaardigheden (oftewel leervaardigheden). De student is zich hierbij bewust van zijn sterkte en zwakte mede omdat hij geleid wordt door persoonlijk gestelde doelen en taakgerelateerde strategieën (Zimmerman, 2002).
Om dit zelfsturend leren eigen te kunnen maken, kan een student verschillende (meta)cognitieve en motivationele leerstrategieën hanteren (Kennisrotonde, 2020).

Op basis van onderzoek van Vanslambrouck (2018) onder 213 volwassenen die deelnamen aan diverse onderwijsprogramma’s zijn dit onder andere de volgende leerstrategieën: minder om hulp vragen, beter kunnen uitvoeren van taakstrategieën (zoals herhalen, uitwerken van dingen, organiseren van het leren, enz.), beter beheren van tijd en het meer waarde hechten aan leren. Hier zou de docent op kunnen inspelen door dit in vier fasen aan te kunnen leren (Thomas et al., 2019):

  1. Observatiefase: afleiden van de belangrijkste kenmerken van een vaardigheid (zoals gebruiken van een agenda om te plannen).
  2. Emulatiefase: oefenen van de vaardigheid met ondersteuning (zoals een weekplanning maken met de docent).
  3. Fase van zelfcontrole: uitoefenen van vaardigheid onder gestructureerde omstandigheden (zoals het maken van een examenplanning).
  4. Zelfregulatiefase: toepassen van de vaardigheid in verschillende settingen (zoals twee keer per week 1 uur fitness inplannen).

Geraadpleegde bronnen 

Gerelateerd

E- learning module
Emotieregulatie uitgelegd
Emotieregulatie uitgelegd
Krijg inzicht in emoties en hoe je emoties reguleert
Medilex Onderwijs 
Passend mbo onderwijs
Passend onderwijs in het mbo maakt meer los dan gedacht
Annemieke Top
SBL competenties VO MBO
SBL competenties onderwijs leraar VO MBO
redactie
Een doorgaande lijn in zelfsturing
Een doorgaande lijn in zelfsturing
Lilian van der Bolt
Stimuleert een digitaal portfolio zelfsturing?
Zelfsturing stimuleren met een digitaal portfolio
Maaike van de Loo
Zelf gereguleerd leren
Hoe laat je intrinsieke motivatie groeien?
Dirk van der Wulp
Motivatie vmbo
Training helpt leraren vmbo-leerlingen te motiveren
Annemieke Top
Hybride leeromgeving (1): kernelementen en rolverdeling
Hybride leeromgeving (1): over de grens tussen werk en school
Rens Gresnigt
Pittige pubers
Pittige pubers - Opvoeden van je puber met ADHD of autisme
Marleen Legemaat
Pubers zijn leuk
Pubers zijn leuk! Zeker als je ze begrijpt
Helèn de Jong
Puberbrein binnenstebuiten
Puberbrein binnenstebuiten
Helèn de Jong
Sturen op autonomie
Sturen op autonomie - Transactionele analyse voor het onderwijs
Nelleke Herrewijnen


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Autonomie-ondersteunend lesgeven in een video van één minuut uitgelegd
Autonomie-ondersteunend lesgeven in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Maarten van Buuren over autonomie en zelfsturing volgens Spinoza
Maarten van Buuren over autonomie en zelfsturing volgens Spinoza
redactie
Zelfregulatie in een video van één minuut uitgelegd
Zelfregulatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Hoeveel eigenaarschap kunnen professionals aan? Tjipcast 0012
Hoeveel eigenaarschap kunnen professionals aan? Tjipcast 0012
redactie
Het belang van autonomie en zelfsturing: Tjipcast 002
Het belang van autonomie en zelfsturing: Tjipcast 002
redactie
Principes dalton en freinetonderwijs bruikbaar volwassenonderwijs
Welke principes van het dalton- en freinetonderwijs zijn inzetbaar bij volwasseneducatie?
Interventies taaltrajecten om intrinsieke motivatie inburgeraars te bevorderen
Hoe bevorder je de intrinsieke motivatie van inburgeraars?
Uitschrijven leerdoelen op het bord
Is het uitschrijven van leerdoelen op het bord helpend?
Leren na schoolloopbaan stimuleren
Hoe kun je verder leren stimuleren?
Zelfreflectie mbo 4 studiesucces
Zelfreflectie: is dat helpend bij studiesucces op het mbo?
Bevorderen van duurzaam afvalgedrag leerlingen
Hoe bevorder je duurzaam afvalgedrag van leerlingen?
Herkansen van toetsen leerresultaten en leergedrag
Herkansen: leidt dit tot betere leerresultaten en een beter leergedrag?
Effect van gepersonaliseerd onderwijs op achterstandsleerlingen
Wat is het effect van gepersonaliseerd onderwijs op achterstandsleerlingen?
Klassikaal mentoruur ontwikkeling studievaardigheden mbo
Wat voegt een effectief mentoruur toe?
Driehoeksgesprek tussen leerkracht, leerling en ouders
Een driehoeksgesprek: hoe bevorder je actieve deelname van ouders?
Scaffoldingstechnieken
Toepasbaarheid van scaffoldingstechnieken bij zelfregulatievaardigheden
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Formatief toetsen po
Selfassessment voor formatief toetsen van basisschoolleerlingen
Begrip door zelftoetsen
Beter begrip van informatie in teksten door zelftoetsen
IMPROVE methode metadenken
De metadenkende leerling: effecten van de IMPROVE-methode
[extra-breed-algemeen-kolom2]



autonomie
autonomie-ondersteunend lesgeven
puberteit
verantwoordelijkheid
zelfbeoordeling
zelfregulatie

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest