Wat kunnen leerkrachten doen om het welbevinden van cognitief zwakkere leerlingen te bevorderen?

Geplaatst op 11 april 2019

Samenvatting

Werken in homogene niveaugroepen kan ten koste gaan van het zelfvertrouwen en welbevinden van leerlingen in lagere niveaugroepen. Leerkrachten bieden deze leerlingen soms minder rijke en motiverende instructie aan. Door de focus te verbreden (niet alleen cognitieve vakken) en ruimte te bieden voor eigen keuzes in een positieve sfeer kan de leerkracht bijdragen aan het welbevinden van leerlingen.

In het basisonderwijs zitten leerlingen van verschillende cognitieve niveaus bij elkaar in een klas, zodat de leerkracht beter kan inspelen op behoeften van leerlingen. Niveaugroepen kunnen een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen. Het werken met vaste niveaugroepen (per vak) kan stigmatiserend werken. De zwakke leerlingen merken dat ze in de ‘laagste’ groep zitten, wat een gevoel van minderwaardigheid kan veroorzaken.

Daarnaast komt het voor dat leerkrachten (onbewust) anders omgaan met zwakke leerlingen. De instructie aan leerlingen in lagere niveaugroepen is vaak van mindere kwaliteit. En leerlingen krijgen veelal opdrachten die minder uitdagend en motiverend zijn. Bovendien zijn de verwachtingen van de leerkracht lager, wat niet motiverend werkt. 

Alternatieven voor homogeen groeperen

Een voor de hand liggende keuze is om alternatieven te zoeken voor de homogene niveaugroepen. Bijvoorbeeld door te werken in heterogene groepen of door in te spelen op de individuele behoeften van leerlingen. Een ander alternatief is de zogenoemde convergente differentiatie. Hierbij wordt instructie aan de gehele (heterogene) groep gecombineerd met verlengde instructie en pre-teaching voor leerlingen die dat voor de specifieke taak nodig hebben. Zo kan er tegemoet worden gekomen aan de behoeften van leerlingen zonder de risicoleerlingen tekort te doen.

Meer focussen op het proces in plaats van het resultaat is een andere didactische strategie die tegemoet komt aan de behoeften van leerlingen. Daarnaast kunnen leraren de negatieve gevolgen van homogeen groeperen voor zwakke leerlingen beperken door vooroordelen te vermijden en door een positieve houding en hoge verwachtingen te hebben.

Talentontwikkeling  

Of talentontwikkeling kan bijdragen aan het versterken van de sociaal-emotionele ontwikkeling van cognitief zwakke leerlingen is lastig te zeggen. Motiverende leerkrachten kunnen het welbevinden van leerlingen wel stimuleren. Dat kan de leerkracht doen door leerlingen eerlijk te bejegenen, vertrouwen in hen te hebben en hen met plezier te laten leren. Het helpt ook als de leerkracht de leerlingen meer keuzes geeft in wanneer ze wat doen en op welke manier. 

Motiverende leerkrachten kunnen het welbevinden van leerlingen wel stimuleren. Het helpt ook als de leerkracht de leerlingen meer keuzes geeft in wanneer ze wat doen en op welke manier. Wanneer er door talentontwikkeling meer wordt uitgegaan van de persoonlijke drijfveren van leerlingen en er ruimte is om eigen keuzes te maken, draagt dit dus mogelijk bij aan hun welbevinden op school. Het waarderen en stimuleren van diverse talenten lijkt veelbelovend.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Hester Heerdink (Sardes) en Sandra Beekhoven (Kennismakelaar Kennisrotonde)                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  Vraagsteller: po-instelling - leraar en onderzoekscoördinator

Vraag

Wat kunnen leerkrachten inzetten om ervoor te zorgen dat leerlingen die in de lagere niveaugroepen zitten (voor taal en rekenen) zich in sociaal-emotioneel opzicht positief ontwikkelen. Kan het ontwikkelen van andere talenten hieraan bijdragen?

Kort antwoord

Het werken in homogene niveaugroepen kan ten koste gaan van het zelfvertrouwen en welbevinden van leerlingen in de lagere niveaugroep. Het behoren tot de laagste groep kan stigmatiserend zijn en onderzoek wijst uit dat leerkrachten deze leerlingen soms minder rijke en motiverende instructie bieden. Als er toch wordt gekozen voor het werken in homogene niveaugroepen is het nog onvoldoende goed onderzocht of talentontwikkeling een positief effect heeft op de sociaal emotionele ontwikkeling van cognitief zwakkere leerlingen. Er zijn aanwijzingen dat het verbreden van de focus in het onderwijs (niet alleen cognitieve vakken de nadruk geven), het bieden van ruimte voor eigen keuzes in een positieve sfeer bijdragen aan het welbevinden van leerlingen.

Toelichting antwoord

Werken in homogene niveaugroepen

In het basisonderwijs zitten leerlingen van verschillende cognitieve niveaus bij elkaar in een klas. Voor homogeen groeperen wordt doorgaans gekozen zodat de leerkracht beter kan inspelen op behoeften van leerlingen (Hattie, 2002). Werken in homogene groepen kan taalprestaties verbeteren, maar het zorgt vaak vooral voor leerwinst van hoger presterende kinderen (Kennisrotonde, 2017a).

Verschillende onderzoeken wijzen er op dat niveaugroepen een negatieve invloed kunnen hebben op het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen (Vernooij, 2012; Belfi e.a. 2012; Belfi e.a., 2009; Hattie 2002). Het werken met vaste niveaugroepen (per vak) kan stigmatiserend werken. De zwakke leerlingen merken dat ze in de ‘laagste’ groep zitten, wat een gevoel van minderwaardigheid kan veroorzaken (Hattie, 2002; Belfi e.a., 2009). Daarnaast komt het voor dat leerkrachten (onbewust) anders omgaan met zwakke leerlingen. De instructie aan leerlingen in lagere niveaugroepen is vaak van mindere kwaliteit (Vernooij, 2012), leerlingen krijgen veelal opdrachten die minder uitdagend en motiverend zijn (Hattie, 2002) en de verwachtingen van de leerkracht zijn lager (Vernooij, 2012; Belfi e.a., 2009), wat niet motiverend werkt.

Homogeen groeperen betekent dus niet per definitie dat de leerkracht beter om gaat met leerlingen van verschillende niveaus. De negatieve gevolgen van de homogeen groepen op de sociaal-emotionele ontwikkeling kunnen dus zowel door het groeperen zelf worden veroorzaakt (stigma), als door het ontbreken van de juiste leerkrachtvaardigheden.

Een voor de hand liggende keuze is om alternatieven te zoeken voor de homogene niveaugroepen. Dat kan zijn het werken in heterogene groepen of, zoals Hattie (2002) aangeeft: een benadering die gericht is op individuele behoeften van de leerlingen. Volgens Vernooij (2012) is het beste alternatief voor homogeen groeperen convergente differentiatie. Hierbij wordt instructie aan de gehele (heterogene) groep gecombineerd met verlengde instructie en pre- teaching voor leerlingen die dat voor de specifieke taak nodig hebben. Zo kan er tegemoet worden gekomen aan de behoeften van leerlingen zonder de risicoleerlingen tekort te doen. Meer focussen op het proces in plaats van het resultaat is een ander didactische strategie die tegemoet komt aan de behoeften van leerlingen (Kennisrotonde, 2016a).

Wordt er toch binnen homogene groepen gewerkt, dan kunnen leerkrachten de negatieve gevolgen van homogeen groeperen voor zwakke leerlingen volgens Belfi e.a. (2009) beperken door vooroordelen te vermijden en een positieve en enthousiaste houding en hoge verwachtingen te hebben.

Versterken van welbevinden van cognitief zwakke leerlingen

Kan talentontwikkeling bijdragen aan het versterken van de sociaal-emotionele ontwikkeling van cognitief zwakke leerlingen? Om die vraag te beantwoorden gaan we eerst in op wat van invloed is op de sociaal-emotionele ontwikkeling ofwel het welbevinden van leerlingen in het algemeen.

Volgens Belfi e.a. (2009) is vooral de persoonlijke achtergrond van leerlingen van invloed op het schoolse presteren, schools welbevinden en het academisch zelfbeeld van leerlingen. Gutman en Feinstein (2008) wijzen er op dat iedere leerling een eigen perceptie heeft van de interacties met leeftijdsgenoten en leerkrachten. Zij suggereren daarom dat voor het welbevinden het vooral van belang is dat er een goede match is tussen een bepaalde school en een individuele leerling.

Vergeer (2001), die zijn proefschrift schreef over de relatie tussen autonomie en welbevinden van leerlingen, benoemt dat er een sterk verband is tussen leerlingen die zichzelf kunnen motiveren voor school en het welbevinden op school. Daarbij stelt hij dat de leerkracht leerlingen hierbij wel kan helpen: ‘Wanneer leerlingen ervaren dat hun leerkrachten hen eerlijk bejegenen, hen uitnodigen tot het geven van hun eigen mening, hen met plezier laten leren, vertrouwen in hen stellen, heeft dit in sterke mate invloed op het welbevinden op school.’ (p.98). Het belang van de positieve sfeer die Vergeer schetst, wordt ook genoemd als voorwaardelijk om bewegen en sport in te zetten ten bate van de sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen (Kennisrotonde, 2016b).

Leerkrachten kunnen leerlingen dus ondersteunen bij het versterken van het welbevinden op school. Of talentontwikkeling daaraan bijdraagt is een lastige vraag om op basis van onderzoeksresultaten te beantwoorden. Hoewel er veel wordt gesproken over talentontwikkeling wordt talentontwikkeling op verschillende manieren opgevat en is er weinig onderzoek gevonden naar de vraag of talentontwikkeling kansen biedt om het welbevinden en of de sociaal emotionele ontwikkeling van cognitief zwakkere leerlingen te versterken.

Door White (2011) wordt in ‘Exploring well-being in schools’ wel aangehaald dat er in het onderwijs vaak nadruk ligt op cognitieve zaken als rekenen en taal, terwijl dat zeker niet voor alle leerlingen waardevol en betekenisvol is voor hun persoonlijke leven. De nadruk leggen op de cognitieve vakken, iets dat ook op Nederlandse scholen veelal gebeurt, draagt volgens White (2011) dan ook niet voor alle leerlingen bij aan het welbevinden op school. Hij stelt dat het welbevinden van leerlingen gestimuleerd kan worden door motiverende leerkrachten en door leerlingen meer keuzes te bieden in wanneer ze wat doen en op welke manier.

Wanneer er door talentontwikkeling meer wordt uitgegaan van de persoonlijke drijfveren van leerlingen en er ruimte is om eigen keuzes te maken, draagt dit dus mogelijk bij aan hun welbevinden op school. Er is nog weinig onderzoek naar de effecten van talentontwikkeling, maar het waarderen en stimuleren van diverse talenten lijkt veelbelovend (zie Kennisrotonde 2017b).

Geraadpleegde bronnen

  • Belfi, B., De Fraine, B., en Van Damme, J. (2009). De klas: homogene of heterogene samenstelling? Leuven: Acco.
  • Belfi, B., Goos, M., De Fraine, B., en Van Damme, J. (2012). The effect of class composition by gender and ability on secondary school students’ school well- being and academic self-concept: A literature review. Educational research review, 7(1), 62-74.
  • Gutman, L.M., & Feinstein, L. (2008). Children’s wellbeing in primary schools: Pupil and school effects. London: Centre for Research on the wider benefits of Learning.
  • Hattie, J.A.C. (2002). Classroom Composition and Peer Effects. International Journal of Educational Research, 37(5), 449-481. https://doi.org/10.1016/S0883-0355(03)00015-6
  • Vernooij, K. (2012). Omgaan met verschillen nader bekeken. Wat werkt? Onderwijs maak je samen. Via: https://www.onderwijsmaakjesamen.nl/actueel/omgaan-met-verschillen-nader-bekeken-wat-werkt/
  • Vergeer, F. (2001). Autonomie en welbevinden. Een onderzoek naar de relatie tussen autonoom handelen van leerlingen en hun welbevinden op school.
  • Wageningen: Ponssen & Looyen bv. Via: https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/19038/19038_autoenwe.pdf
  • White, J. (2011). Exploring Well-Being in Schools. A Guide to Making Children's Lives more Fulfilling. New York: Routledge.

Gerelateerd

congres
Meiden begeleiden
Meiden begeleiden
Voorkom dat meiden vastlopen in het vo en mbo
Medilex Onderwijs 
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch klimaat - leidinggeven - veiligheid - orde in de klas
Arja Kerpel
Zorg voor het kind
Zorg voor het kind: passend onderwijs - onderwijsbehoeften
Arja Kerpel
Talentenscan motiveert
Hoe een talentenscan leerlingen intrinsiek motiveert
Nadine van der Hart
professionele cultuur van welbevinden
Professionele cultuur en welbevinden
Henk Galenkamp
Excellentie bevorderen
Iedereen kan ergens heel goed in worden
Yvonne van Sark
Zelfvertrouwen
Vertrouwen en zelfvertrouwen als kwaliteiten van ontwikkeling en leren
Luc Stevens
Positieve psychologie
De betekenis van de positieve psychologie voor het onderwijs
Peter Ruit


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Leerlingenzorg in een video van één minuut uitgelegd
Leerlingenzorg in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Pedagogisch klimaat in een video van één minuut uitgelegd
Pedagogisch klimaat in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Talentontwikkeling in een video van één minuut uitgelegd
Talentontwikkeling in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Emotieregulatie bij escalerend leerlinggedrag
Dreigende escalatie: wat helpt jou op zo'n moment als leerkracht?
Sportbeleving na shuttlerun
Shuttle Run test: worden leerlingen daar fitter van?
Talentontwikkeling bij multidiversiteit
Hoe zorg je dat leerlingen die minder goed mee komen het toch leuk vinden op school?
Resultaten onderbouw voorspellen succes bovenbouw?
Wat voorspellen resultaten in de onderbouw voor de bovenbouw?
Theorie als bijdrage aan positief klasklimaat
Helpt theorie bij het vormen van een positief klasklimaat?
Verhindert werkdruk docenten in mbo goed onderwijs?
Verhindert werkdruk van docenten in mbo goed onderwijs?
Onderwijs aan gestresste leerlingen in instelling
Leerlingen onder stress: direct onderwijs geven of even wachten?
Interventies op gedragsproblemen
School-Wide Positive Behavior Support: effectief?
Participeren in een leernetwerk draagt bij - verpleegkunde
Participeren in een leernetwerk: goed voor ontwkkeling van praktijkbegeleiders?
Leren in een buitenles
Les in een buitenlokaal: welke invloed heeft dat?
Motivationele differentiatie
Invloed van cognitieve en motivationele differentiatie bij hoogbegaafde en getalenteerde leerlingen
Bevorderen intelligentie
Bevorderen van de ontwikkeling van intelligentie in de bovenbouw van de basisschool
Welwillend tegenover zorgleerlingen
Ouders welwillend tegenover ‘zorgleerlingen’ in de klas
Bureaucratie leerlingenzorg
Verschillen in bureaucratie rond leerlingenzorg
Wiskundige denktactiviteit
Wiskundige denkactiviteit in wiskunde op havo en vwo
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.