Wat zijn oorzaken van voortijdige uitval van leerlingen in het voortgezet onderwijs? Welke interventies gaan deze uitval tegen?

Geplaatst op 16 november 2020

Regelmatig schoolverzuim verhoogt het risico op voortijdig schoolverlaten. Verzuim en uitval van leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben vooral schoolgerelateerde oorzaken, zoals het schoolklimaat en de kwaliteit van het onderwijs en de begeleidingsstructuur. Ook gezondheidsproblemen bij leerlingen leiden vaak tot verzuim of uitval. Scholen kunnen leerlingen aan zich binden door te investeren in een positief leerklimaat en een goede zorgstructuur. Van belang is om daar het netwerk van de leerling bij te betrekken.

Spijbelaars in de leerplichtige leeftijd (5 tot 16 jaar) vallen driemaal vaker uit dan niet-spijbelaars. Jongeren tussen zestien en achttien jaar zijn kwalificatie plichtig. Wanneer een jongere het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie – dat wil zeggen zonder mbo niveau 2-, havo- of vwo-diploma – is er sprake van voortijdig schoolverlaten.

Oorzaken en risicofactoren

Redenen voor uitval onder leerlingen in het voortgezet onderwijs en het mbo zijn voor bijna de helft toe te schrijven aan de school. Het betreft dan het schoolklimaat, de ondersteuningsstructuur en de onderwijskwaliteit. Geestelijke en fysieke gezondheidsproblemen bij leerlingen nemen een kwart van de uitvaloorzaken voor hun rekening. Andere oorzaken hebben te maken met de omgeving van de leerling en het onderwijssysteem.

Risicofactoren waar de school invloed op heeft, zijn onder meer motivatie, inzet, vertrouwen in een succesvolle schoolloopbaan, een toekomstperspectief en sociale vaardigheden. Motivatie is in dat rijtje het sleutelbegrip bij het voorkomen van verzuim en uitval.

Motivatie bevorderende factoren

In de lessen

Spreek hoge verwachtingen uit en handel ernaar. Maak duidelijk welke kennis of vaardigheden een leerling leert en hoe opdrachten daaraan bijdragen. Geef de leerling direct na een prestatie positieve feedback, gericht op de inhoud en op versterking van gewenst gedrag.

In het aanbod

Doe in opdrachten en toetsen een beroep op hogere denkvaardigheden, zoals evalueren, analyseren en creëren. Bied uitdagende lesstof aan op een hoog maar haalbaar niveau, dat aansluit bij de interesses van leerlingen. Geef leerlingen zo veel mogelijk regie over hun eigen leerproces.

Aanpakken van verzuim en uitval

Interventies op schoolniveau

Om verzuim en voortijdig schoolverlaten tegen te gaan is een integrale aanpak nodig. Die begint met een goede registratie van verzuim, zodat knelpunten zichtbaar worden. De school voert een consequent verzuimbeleid uit. Korte lijnen binnen het netwerk dat verzuim aanpakt, helpen hierbij. Mentoring en coaching, studieloopbaanbegeleiding en loopbaanoriëntatie, zorg- en adviesteams zorgen voor een daling van uitval.

Intensieve coaching biedt leerlingen onder meer ondersteuning bij persoonlijke problematiek. Coaches leggen huis- en stagebezoeken af, en stellen maatwerk-studiekeuzetrajecten op in geval van dreigende uitval. Dergelijke coaching is effectief. Er is minder studie-uitval en er zijn meer leerlingen die doorstromen naar een andere opleiding.

Interventies op leerlingniveau

Voor jongeren (17 tot 25 jaar) die door een psychische beperking belemmering ondervinden bij het studeren, is er het programma Begeleid Leren. De ondersteuning op maat die het programma biedt, bestaat uit vijf fases: verkennen, kiezen, verkrijgen, behouden en verlaten. Het doel is jongeren met succes en tevredenheid een reguliere opleiding van hun eigen voorkeur te laten volgen, met zo min mogelijk professionele hulp. Voorwaarde voor succes is dat de jongere zelf een opleidingswens heeft.

Het voortgezet onderwijs kent M@zl, dat staat voor Medische advisering ziekgemelde leerling. De school voert deze effectief gebleken interventie uit in samenwerking met ggz-instellingen en de gemeente. Wanneer er sprake is van zorgwekkend ziekteverzuim, dan bespreekt de school dat met de leerling en diens ouders. Ze kijken samen naar hoe de school de leerling kan ondersteunen in het wegwerken van een leerachterstand. Mochten er redenen voor de ziekmelding zijn die buiten de M@zl-aanpak vallen, dan verwijst de school de leerling door.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Georgia Vasilaras (kennismakelaar)

Vraagsteller: Docent en docent-onderzoeker voortgezet onderwijs

Vraag

Wat zijn oorzaken van voortijdige uitval van leerlingen in het voortgezet onderwijs, en wat zijn effectieve interventies om deze uitval tegen te gaan?

Kort antwoord

Regelmatig schoolverzuim verhoogt het risico op voortijdig schoolverlaten (vsv). Verzuim en uitval van vo-leerlingen hebben vooral schoolgerelateerde oorzaken zoals het schoolklimaat en de kwaliteit van het onderwijs en van de begeleidingsstructuur. Ook (geestelijke) gezondheidsproblemen leiden vaak tot verzuim of uitval. Scholen kunnen verzuim en uitval voorkomen en terugdringen door te investeren een positief leerklimaat en een goede zorgstructuur, waarbij ook het netwerk om de leerling heen betrokken wordt.

Toelichting antwoord

Spijbelaars vallen driemaal vaker uit dan niet-spijbelaars. Er wordt daarom al geruime tijd veel aandacht geschonken aan het terugdringen van verzuim en vsv (De Witte et al. 2014). In dit antwoord op een vraag aan de Kennisrotonde wordt eerst kort stilgestaan bij cijfers en feiten. Vervolgens gaan we na wat oorzaken voor verzuim en vsv in het vo zijn, en op welke manieren deze door school kunnen worden aangepakt.

Verzuim en voortijdig schoolverlaten

Schoolverzuim houdt in dat een leerling niet op school aanwezig is op momenten dat hij aanwezig moet zijn. Ongeoorloofd verzuim, oftewel spijbelen in de leerplichtige leeftijd (5 tot 16 jaar) is een overtreding van de Leerplichtwet. Jongeren tussen 16 en 18 jaar zijn kwalificatieplichtig. Van vsv wordt gesproken wanneer een jongere het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie; dat wil zeggen zonder mbo niveau 2-, havo- of vwo-diploma (OCW). Met name onder leerlingen die door het vo zijn uitbesteed aan het vavo is er veel uitval, met een piek bij de vmbo-leerlingen (Onderwijs in cijfers, 2019).

Oorzaken van en risicofactoren voor verzuim en vsv in het vo

Meng (2019) heeft de redenen voor uitval onder vo- en mbo-leerlingen in beeld gebracht. We zien hier dat schoolgerelateerde redenen (die vaak gerelateerd zijn aan schoolklimaat, ondersteuningsstructuur en onderwijskwaliteit) voor bijna de helft van de uitval verantwoordelijk zijn. (Geestelijke) gezondheidsproblemen zijn de oorzaak van een kwart van de uitval.

Overgenomen uit Meng (2018, p. 3)

Onderzoek naar interventies om vsv tegen te gaan was lange tijd veelal beschrijvend (kwalitatief) van aard, en richtte zich op voorwaarden voor een effectieve aanpak. Er is veel onderzoek gedaan naar de verschillen tussen schoolverlaters en degenen hun diploma halen. Hiermee werden risicofactoren en daarmee aangrijpingspunten voor mogelijke oplossingen geïdentificeerd (De Baat, 2010; Sutphen et al., 2010).

De risicofactoren worden daarbij vaak in vier categorieën ingedeeld: kenmerken van de leerling zelf, kenmerken van de omgeving, schoolkenmerken en kenmerken van het stelsel (Kearney, 2008; Wagemans e.a., 2015). Wanneer we inzoomen op risicofactoren die door de school te beïnvloeden zijn, gaat het ten eerste om leerlingkenmerken als motivatie, inzet, vertrouwen in een succesvolle schoolloopbaan, een concreet toekomstperspectief, schoolprestaties, sociale vaardigheden en gezondheid. Motivatie is een sleutelfactor bij het voorkomen van verzuim en uitval. De Kennisrotonde heeft al eerder vragen beantwoord over het bevorderen van motivatie, kortheidshalve verwijzen we daarnaar (zie bijvoorbeeld Kennisrotonde, 2016a, 2016b, 2016c). De Inspectie van het Onderwijs (2019) benoemt op basis van genoemde inzichten een aantal aangrijpingspunten voor scholen om de motivatie bij leerlingen te vergroten (zie tekstkader).

Motivatiebevorderende factoren (o.b.v. Inspectie van het onderwijs, 2019)

In de lessen:

  • Spreek hoge verwachtingen uit en handel ernaar.
  • Maak duidelijk welke kennis of vaardigheden een leerling leert en benoem tijdens de les hoe de verschillende opdrachten bijdragen aan dit doel.
  • Geef kort na een prestatie positieve feedback. Niet alleen gericht op de inhoud, maar ook op het versterken van gewenst gedrag.

In het aanbod:

  • Doe in opdrachten en toetsen (zoals het schoolexamen) een beroep op hogere denkvaardigheden, zoals evalueren, analyseren en creëren.
  • Bied uitdagende lesstof op een hoog maar haalbaar niveau dat aansluit bij de interesses van leerlingen. Bijvoorbeeld door het aanbod aan te passen aan wat de leerling later zou willen.
  • Geef leerlingen, waar mogelijk, in opdrachten en toetsen regie over de inhoud van het eigen leerproces. Bijvoorbeeld door de keuze voor een onderwerp aan de leerling te laten of leerlingen te betrekken bij het vormgeven van toetsen.

Naast genoemde leerlingkenmerken zijn er schoolkenmerken relevant als aangrijpingspunten om vsv tegen te gaan. Belangrijk zijn de kwaliteit van het onderwijs en van de ondersteuningsstructuur, positieve ervaringen met docenten en andere medewerkers en medeleerlingen, het verloop onder docenten, roostering (tussenuren), een veilige leeromgeving, pesten, de relaties tussen docenten en leerlingen, aandacht voor diversiteitskwesties, registratie van schoolverzuim en het verzuimbeleid van de school (De Baat, 2009; Van Batenburg et al., 2007; Holter & Bruinsma, 2010). Veiligheid houdt in dat er zowel aandacht is voor omgang tussen scholieren onderling (met negatieve aspecten als pesten) als voor de interactie tussen docenten en leerlingen. Leerlingen moeten vragen durven stellen, en weten dat het niet erg is om fouten te maken. Speciale aandacht verdienen in dit verband leerlingen met een migrantenachtergrond. Zij ervaren het klimaat en normoverschrijdend gedrag vaak negatiever dan andere leerlingen. Soms voelen zij zich buitengesloten door docenten, die (vaak onbewust) over ‘jullie’ en ‘wij’ spreken (Pels & Drost, 2011). De effecten van  aandacht voor veiligheid zijn niet onderzocht in relatie tot terugdringen van verzuim en uitval. Voor enkele andere factoren is dat wel het geval, deze komen in de volgende paragraaf aan de orde.

Om schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten tegen te gaan is volgens De Baat et al. (2014) en Holter en Bruinsma (2010) een integrale aanpak nodig die zich op alle bovengenoemde categorieën richt.

Aanpakken van verzuim en vsv in het vo; wat werkt?

In de voorgaande paragraaf zijn de risicofactoren benoemd, maar expliciete metingen of die aanpak vervolgens ook tot minder verzuim leidde, ontbreken vaak. Hieronder worden de aanpakken uitgelicht waar het effect wel gemeten werd.

Interventies op schoolniveau:

  • Verzuimregistratie en verzuimbeleid

Verschillende onderzoekers wijzen op het belang van een goede registratie van verzuim zodat knelpunten geïdentificeerd en aangepakt kunnen worden, controle, en actie bij geconstateerd verzuim of uitval. Belangrijk is verder dat het verzuimbeleid ook daadwerkelijk en consequent wordt uitgevoerd. Korte lijnen binnen het netwerk dat verzuim aanpakt, helpen hierbij. Het helpt wanneer docenten en collega’s uit de tweede lijn elkaar regelmatig zien, zowel in formele bijeenkomsten als ook informeel. Een zorgteam dat op een andere locatie gesitueerd is, verhoogt de drempels voor docenten en leerlingen (Cabus & De Witte, 2011; Cabus, 2013a, 2013b).

  • Mentoring en coaching, studieloopbaanbegeleiding, loopbaanoriëntatie, zorg- en adviesteams, en specifieke trajecten voor teruggekeerde vsv-ers hangen duidelijk samen met een daling van vsv (De Witte et al., 2014; Cabus, 2013b).
  • Anti-pestprogramma’s

Internationaal is er (nog) geen bewezen effectieve aanpak gevonden van pesten in het voortgezet onderwijs, hoewel het een groot probleem kan zijn. Vaak vindt pesten plaats buiten het blikveld en bereik van docenten, door de schaalgrootte van scholen, de wisselende klassen, en door het pesten via social media (Orobio de Castro et al., 2018).

  • Intensieve coaching

Van der Steeg et al. (2015) deden onderzoek naar de effecten van intensieve coaching. Bij deze intensieve coaching werden groepen leerlingen begeleid door twee parttime coaches. Zij begeleidden onder andere bij persoonlijke problematiek, legden huis- en stagebezoeken af en hielpen bij het aanbieden van maatwerk-studiekeuzetrajecten in geval van (dreigende) uitval.

Dergelijke coaching bleek langere tijd effectief. In het eerste jaar liep de schooluitval terug van 17 naar 10 procent van het totale aantal leerlingen, en na twee jaar coaching was de afname van de schooluitval nog iets groter. Niet alleen zorgde coaching voor minder studie-uitval, maar er werden ook meer leerlingen voor het onderwijs behouden door doorstroom naar een andere studie. De effecten van coaching waren groter bij leerlingen met de grootste kans op voortijdig schoolverlaten, zoals jongens, leerlingen die niet bij beide ouders wonen, of oudere leerlingen.

Interventies op leerlingniveau (met name bij gezondheidsproblemen):

  • Interventie Begeleid Leren

Met Begeleid Leren worden jongeren (in de leeftijd van 17-25 jaar) ondersteund die door hun psychische beperking belemmerd worden bij het (gaan) studeren. De ondersteuning wordt op maat aangeboden, individueel dan wel groepsgewijs. Het programma bestaat uit vijf fases: verkennen, kiezen, verkrijgen, behouden en verlaten. Er kan in iedere fase worden ingestapt. Het doel is dat deze jongeren met succes en tevredenheid een reguliere opleiding van hun eigen voorkeur kunnen volgen, met zo min mogelijk professionele hulp. Voorwaarde voor succes is dat de leerling zelf een opleidingswens heeft.

Er is zowel internationaal als Nederlands effectonderzoek gedaan naar deze interventie (Anthony & Unger, 1991; Korevaar, 2015). Dit onderzoek wees uit dat Begeleid Leren effectief is bij het helpen kiezen, verkrijgen en behouden van een opleiding. Het Nederlandse onderzoek beperkte zich overigens tot ervaringen binnen het mbo. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft in 2017 het oordeel ‘effectief volgens eerste aanwijzingen voor effectiviteit’ gegeven.

  • M@zl op het vo

M@zl staat voor ‘medische advisering ziekgemelde leerling’, en wordt uitgevoerd in een samenwerking tussen scholen, GGZ-instellingen en gemeente. De interventie heeft als doel om het ziekteverzuim onder vo-leerlingen te verlagen. De ziekgemelde leerling wordt door school vroegtijdig gesignaleerd. Wanneer er sprake is van zorgwekkend ziekteverzuim voert de school het eerste gesprek met de leerling en ouders, om samen te kijken naar hoe de school kan ondersteunen om leerachterstand te beperken. Hier kan ook worden achterhaald of de leerling daadwerkelijk ziek is, of dat er andere redenen zijn voor de ziekmelding, die om een actie vragen die buiten de M@zl-aanpak valt.

De school vraagt desgewenst bij de jeugdarts een advies of een M@ZL-consult aan voor de ziek gemelde leerling en ouders. De jeugdarts bespreekt de gezondheidsklachten en redenen van het ziekteverzuim, onderzoekt de leerling zo nodig en bepaalt samen met de leerling en ouders de gewenste begeleiding of zorg. Na afloop van het consult wordt een advies voor school opgesteld, bestaande uit een re-integratievoorstel en eventuele aanpassingen om rekening te houden met de emotionele en fysieke belastbaarheid van de leerling.

De uitvoering en effectiviteit van M@zl is onderzocht (Vanneste-van Zandvoort et al., 2016). Geconcludeerd werd dat M@ZL effectief is. Systematische signalering van leerlingen met een ziekteverzuimomvang, gevolgd door consequente verwijzing naar de jeugdarts maakt dat zowel de omvang als de frequentie van het ziekteverzuim significant dalen. De interventie is daarbij effectiever dan gebruikelijke zorg. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft in 2017 het oordeel ‘effectief volgens eerste aanwijzingen gegeven (Vanneste, 2016).

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

E- learning module
Gedragsproblemen (vo)
Gedragsproblemen (vo)
Zes modules met Anton Horeweg
Medilex Onderwijs 
Signaleren
Signaleren van leerlingen die extra aandacht nodig hebben.
Arjan Clijsen
Spijbelen
Spijbelen? Communicatie is het sleutelwoord
Miriam de Heer
Mentoraat
Oplosmiddelvrij mentoraat: gezonder voor mentor en leerling
Ivo Mijland
De mentor als spil in de begeleiding
Beter goed gedaan dan beter geprobeerd
Ivo Mijland
Preventie gedragsproblemen
Onderwijs en gedragsproblemen: Prioriteit voor preventie
Kees van Overveld
Motivatiewaaier; leraren kunnen inspireren
Ongemotiveerde leerlingen zijn ook gemotiveerd
Ivo Mijland
Motivatie vergroten leerlingen
Zo vergroot je de motivatie van je leerlingen!
Jaap Versfelt
Preventie van gedragsproblemen
Preventie van gedragsproblemen: daar moet je wat mee?!
Kees van Overveld
Betrokkenheid! - Marzano
Betrokkenheid! - De sleutel tot beter leren - Marzano
Arja Kerpel
Puberbrein binnenstebuiten
Puberbrein binnenstebuiten
Helèn de Jong
Kwaliteit opleiding
Meesterlijk opleiden - De ene opleiding is de andere niet
Eleonoor van Gerven


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Ouderbetrokkenheid in een video van één minuut uitgelegd
Ouderbetrokkenheid in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Zelfregulatie in een video van één minuut uitgelegd
Zelfregulatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Economie onderwijs en beroepscontext voor beeldvorming vmbo-lln
Onderwijs aan de hand van beroepscontexten, beter voor beeldvorming?
Oorzaken van uitvall leerlingen in het vo en interventies
Wat zijn oorzaken van voortijdige uitval in het voortgezet onderwijs en hoe stop je het?
Inburgeraars en het nut van het vut-model
Volwassen inburgeraars en het nut van het vut-model
Verband kwaliteit technisch leesonderwijs en laaggeletterdheid
Is er verband tussen de kwaliteit van het leesonderwijs en laaggeletterdheid?
Manieren differentieren leerrendement volwassenen
Volwasseneneducatie: Hoe verhoog je leerrendement door differentiatie?
Het waarnemen van pestgedrag door leerkrachten
Pestgedrag: heeft elke leerkracht dezelfde opmerkingsgave?
Helpt een spellingcontrole bij het maken van toetsen voor dyslectici?
Helpt een spellingcontrole bij het maken van toetsen voor dyslectici?
Ontwikkeling van peuters vve aanbod
Welk VVE programma heeft het meest effect? Langdurig of kort en intensief?lijkblijvende intensiteit of met toenemende intensi...
Interdisciplinair opleiden en samenwerken op het mbo
Hoe geef je gestalte aan interdisciplinair opleiden op het mbo?
Toename ongewenst gedrag sinds 2010
Neemt ongewenst en lastig gedrag toe in het basisonderwijs?
Professionele leergemeenschappen
Professionele leergemeenschappen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: Effecten van wederzijdse afhankelijkheid o...
Communicatie thuis
Differentiatie in ouderbetrokkenheid: het belang van thuis communiceren
Ouderbetrokkenheid VVE
Differentiatie in ouderbetrokkenheid in de voor- en vroegschoolse educatie
Studiekeuze vmbo
De rol van ouders bij studiekeuze en beroepskeuze in (v)mbo
Gedrag en schoolprestaties
Invloed van antisociaal gedrag en prosociaal gedrag op schoolprestaties
[extra-breed-algemeen-kolom2]



achterstandsleerlingen
beroepsonderwijs
gedragsproblemen
hangjongeren
leerplicht
mentor
motivatie
ouderbetrokkenheid
probleemjongeren
puberteit
spijbelen

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest