Word jij ook een kindertalentenfluisteraar?
Luk Dewulf
Spreker, coach, adviseur bij Kiezen voor talent
Geraadpleegd op 20-09-2024,
van https://wij-leren.nl/hoe-ga-jij-aan-de-slag-met-talent-op-school.php
De afgelopen drie jaar zijn er meer dan duizend professionals in en rond het onderwijs ‘kindertalentenfluisteraar’ geworden. Maar wat is een kindertalentenfluisteraar precies? Wat is onze kijk op talent? En hoe ga jij aan de slag met talent op school?
Als je aan mensen vraagt wat volgens hen talent is, dan krijg je in veel gevallen het antwoord dat het gaat over iets waarin je uitblinkt. Voor mij is dat echter niet de definitie van talent. Talent gaat niet over het uitblinken of de beste zijn in een bepaalde activiteit. Het is eerder omgekeerd. Het gaat over wat een activiteit doet met jou.
Talent, een definitie met vier lagen
Mijn definitie van talent heeft vier lagen:
1. Voldoening en natuurlijk vermogen
De basisdefinitie van talent heb ik de afgelopen vijftien jaar aangescherpt tot: ‘een talent is de beschrijving in woorden van datgene wat je voldoening geeft in een activiteit die voor jou moeiteloos gaat’. Door dit te om schrijven, kom je bij de talenten die je bij die activiteit hebt ingezet.
Juf Ellen heeft net een gesprek gehad met een leerling uit groep 6. Ze voelt hoe haar specifieke aandacht voor die leerling heeft geleid tot een veel positiever zelfbeeld bij de leerling. Zelf ervaart ze voldoening van de leervorderingen die hierop volgen. Ze kan er enorm van genieten als ze ziet hoe iemand anders groeit en in beweging komt.
De combinatie van talenten binnen één persoon is uniek
Daarnaast gaat talent over een natuurlijk vermogen, iets wat jij vanuit jezelf goed kunt. Dat natuurlijke vermogen is deels erfelijk, je bent ermee geboren. Anderzijds is dat vermogen ontstaan vanuit je opvoeding, onderwijs, de contexten waarbinnen je hebt gefunctioneerd en datgene wat je is overkomen in het leven. De combinatie van talenten binnen één persoon is uniek. Elk individu heeft immers een eigen set van aangeboren talenten en bewandelt een unieke levensweg.
2. Flow
Talent wordt zichtbaar in activiteiten waarbij de tijd vliegt. Ik verwijs hiermee naar het concept ‘flow’ van Mihaly Csikszentmihalyi (2008). Flow is zowel een fysieke als een mentale toestand, waarbij je de tijd uit het oog verliest. Je bent met elke vezel in je lijf betrok ken bij een bepaalde situatie en verliest de rest van de wereld uit het oog. Als je op een gegeven moment op de klok kijkt, is de tijd omgevlogen. En als je vervolgens stopt en uitrust, besef je pas dat het je heel wat inspanning heeft gekost.
Anne kijkt op haar horloge. Het is al twaalf uur. ‘Zijn wij nu al twee uur in gesprek?’ vraagt ze zich hardop af. Het is dan ook een bijzonder gesprek. Met haar collega’s praat ze over de moeilijke periode van de afgelopen tijd. Iedereen krijgt de tijd om te vertellen hoe hij of zij die periode heeft beleefd. Anne faciliteert het gesprek. Ze vat samen, benoemt wat ze hoort en verbindt de verhalen met elkaar.
3. Positieve emoties
Talent gaat ook over activiteiten die je batterij opladen en positieve emoties genereren. Deze positieve emoties zorgen voor een hoger welbevinden op de korte en lange termijn. Barbara Fredrickson (2011) heeft hier veel onderzoek naar gedaan. In de ‘broaden-and-build theory’ beschrijft ze hoe het ervaren van positieve emoties je mogelijkheden ‘verbreedt’. Welke activiteit je doet, is hierbij om het even. Als je bezig bent met een creatieve taak dan zal je creatieve vermogen toenemen, een planningstaak wordt secuurder, een persoonlijk gesprek wordt intenser en diepgaander.
Figuur 1: Overzicht van talenten.
Hoe meer positieve emoties je ervaart, hoe meer voorraden je ‘opbouwt’ die je helpen om te gaan met moeilijke momenten en situaties. Kort gezegd: positieve emoties leiden tot een hoger welbevinden. Het gevolg is dat je beter presteert in het moment en meer veerkracht en psychisch evenwicht ervaart. Je gebruikt je verstand, communiceert, bouwt relaties uit en je voelt je fysiek gezonder. Inzetten op je talent en de tijdservaring die daarmee gepaard gaat, heeft dus een enorm effect op je psychische en fysieke weerbaarheid. En dat is waar het bij de talentenbenadering om draait.
4. Authenticiteit
Talent gaat over activiteiten die maken dat je je ‘authentieke zelf’ kunt zijn. Ik gebruik hier de definitie zoals die wordt gehanteerd door de filosoof Peter Koestenbaum (2002). Hij legt de link tussen flow en authenticiteit en beschrijft twee toestanden. De eerste is een toestand waarin je last hebt van de tijd. Je voelt je onrustig, gestrest of bent verveeld. In de tweede toe stand val je volledig samen met de tijd. Je kijkt niet op de klok, maar bent bezig zonder erbij na te denken. Je denken valt helemaal samen met de situatie. Je bent helemaal jezelf.
Referentiekader
In de afgelopen jaren heb ik samen met Els Pronk en Peter Beschuyt op basis van honderden gesprek ken een referentiekader gebouwd. Dit bestaat uit 39 talenten, die zijn onderverdeeld in vijf categorieën (zie figuur 1). Hieronder volgen enkele voorbeelden.
- Ben je een bezige bij? Dan hou je ervan om zinvol en nuttig bezig te zijn, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.
- Ben je een kennisspons? Dan word je rustig als je leest. Je leest vaak voor het slapengaan, want dan val je vanzelf in slaap.
- Ben je een doordenker? Dan heb je bij een nieuw vraagstuk tijd nodig om eerst in je hoofd de puzzel stukken te leggen voordat je tot een antwoord komt.
- Ben je een uitblinker als ik dat wil? Dan streef je naar excellentie bij alles wat je boeit en passioneert, maar vind je het moeilijk om je in te zetten voor datgene waar je geen passie voor hebt.
- Ben je een groeimotor (zoals juf Ellen uit het eerdere voorbeeld)? Dan haal je er voldoening uit als je ziet hoe iemand anders groeit, stapjes zet of in beweging komt.
- Of ben je een sfeervoeler? Dan voel je het onmiddel lijk als iemand verdrietig is en doe je kleine dingen om ervoor te zorgen dat diegene zich beter voelt.
Talent in actie
Niet alle talenten zijn altijd vanzelf zichtbaar voor an deren. Uiteraard hoop je natuurlijk dat je talent zicht baar wordt voor de buitenwereld. Dat noem ik ‘talent in actie’ (zie figuur 2 op pagina 24).
Figuur 2: Talent in actie.
Talent in actie is talent dat zichtbaar geworden is in een specifieke context door gedrag dat is ontwikkeld bij dat talent. De context hangt af van je intrinsieke motivatie en je drijfveren. Eenzelfde talent kan binnen verschil lende contexten zichtbaar zijn. En binnen één context kun je verschillende talenten tot actie brengen. Bij elke nieuwe context zul je vaardigheden dienen te ontwik kelen om je talent zichtbaar te maken. Een voorbeeld om dit concreet te maken:
Tijdens een studiedag vertelt juf Ingrid dat ze in haar vrije tijd veel teksten schrijft: een dagboek, gedichten en verhalen. Geen van haar collega’s was daarvan op de hoogte. Juf Ingrid heeft het talent ‘woordkunstenaar’. Ze geniet ervan om de juiste woorden te vinden om een gedachte uit te drukken. Ze heeft het schrijven van teksten (gedrag) al behoorlijk onder de knie. Haar talent wordt zichtbaar in de thuiscontext. Thuis is het ‘talent in actie’. Op school niet. Voor juf Ingrid zijn haar familie en beste vrienden erg belangrijk. Ze voelt zich bij hen veilig genoeg om hun de teksten die ze schrijft te laten lezen. Dat durft ze nog niet bij anderen. Het zijn deze drijfveren die maken dat ‘talent in actie’ nog niet betekent dat haar collega’s de resultaten van dat talent al zien. Als Ingrid haar talent gaat inzetten op school (een nieuwe context), bijvoorbeeld door het schrijven van de maan delijkse online nieuwsbrief, dan zal ze eerst nieuwe vaardigheden dienen te ontwikkelen: Hoe maak je een nieuwsbrief? Hoe plaats je die online? Wat wil een lezer lezen en wat niet?
Mensen worden zich alleen bewust van hun talent als het voor het eerst door iemand anders wordt benoemd
Er is alleen maar talent als het wordt gezien…
Iets wat veel mensen herkennen is dat je zeer snel talent ziet bij iemand anders, maar moeilijk bij jezelf. Hoe dat komt, hangt samen met de definitie van ‘talent’. Het gaat over activiteiten die moeiteloos gaan. En hoe zou nu iets wat moeiteloos gaat een talent kunnen zijn? Mensen worden zich alleen bewust van hun talent als het voor het eerst door iemand anders wordt benoemd.
In de klas stelt meester Bart een vraag aan Mila. Mila kijkt bedremmeld en weet niet meteen het antwoord. ’s Middags zegt ze tegen meester Bart: ‘Ik denk dat ik nu het antwoord wel weet.’ Daarop antwoordt hij: ‘Mila, volgens mij heb jij het talent “doordenker”. Als ik jou een vraag stel over iets nieuws, dan vind je het moeilijk om onmiddellijk een antwoord te geven. Maar als je de tijd heb om erover na te denken, bijvoorbeeld tijdens de middagpauze of ’s avonds, dan is het alsof plotseling alle puzzelstukken op hun plek vallen in je hoofd en dan weet je precies wat je ervan denkt.’ Mila glimlacht omdat ze dat een beetje herkent, maar ze moet er nog wel even over nadenken …
‘Talent’ is een relationeel begrip. Van belang is datgene wat er ontstaat in een relatie als een kind zich gekend voelt in zijn talent: de veiligheid tussen leraar en kind, en de ruimte om aan ontwikkeling te werken en het te hebben over dat wat lastig is. Precies dát is de kern van de hele beweging van de ‘kindertalentenfluisteraar’. Het duurt welgeteld tien seconden om een compliment te geven over het talent van een leerling, dat misschien wel levenslang blijft hangen. Er zijn twee voorwaarden:
1. Benoem het als je een kind iets ziet doen wat je oprecht bijzonder vindt. Beperk je daarbij niet tot woorden als ‘knap gedaan’, ‘mooi’ of ‘prima’, maar vertel zo precies mogelijk wat je er zo bijzonder aan vond.
‘Ik zag jou daarnet bezig in een groepje en iedereen was druk door elkaar aan het praten. Jij was de enige die rustig bleef. En doordat jij zo rustig bleef, begon iedereen spontaan naar elkaar te luisteren. Er ontstond een mooi gesprek. Zo knap hoe jij dat doet.’
2. Het is belangrijk dat het kind dat je complimenteert zich geraakt voelt door jouw opmerking, omdat het ernaar verlangt echt goed te zijn in datgene wat je benoemt.
Hoe voer je een talentgesprek met kinderen?
Kindertalentenfluisteraars zijn ertoe opgeleid om goede talentgesprekken met kinderen te voeren. Gesprekken waarin duidelijk wordt welk talent een kind heeft en hoe dit verder ontwikkeld kan worden. De beste manier om zo’n gesprek met een kind te voeren is even de tijd nemen en een vel papier erbij pakken.
Eerst leg je uit dat talent niet gaat over het uitblinken in een bepaalde activiteit of ergens de beste in zijn, maar over activiteiten die moeiteloos gaan en waar je blij van wordt. Vervolgens vraag je het kind naar zijn of haar favoriete activiteiten. Die schrijf je in het midden van het blad. Denk aan voetballen, feestjes vieren, YouTube filmpjes bekijken, zwemmen, op kamp gaan enzovoort. Vervolgens vraag je bij elk van die activiteiten door tot dat je het voor ogen ziet: Wanneer doe je dat? Met wie? Wat zou ik zien als ik het zou filmen? En dan onderzoek je waar het kind voldoening uit haalt: Wat vind je er leuk aan? Waar word je blij van? Wanneer is het echt super geweest? De antwoorden op die vragen brengen je bij de talenten van het kind.
De favoriete activiteit van een leerling is voetballen. Eerst vraag je door. Waar voetbalt hij of zij? Wanneer zijn de trainingen en de wedstrijden? Met wie en waar staat het kind op het veld? Hoe verloopt een training? Dan vraag je door op wat het kind er leuk aan vindt. Het ene kind zal zeggen: ‘Als we winnen.’ Dan is zijn talent misschien ‘grenzenverlegger’. Een ander kind zal zeggen: ‘Als we goed hebben samengespeeld, dan hoeven we niet eens te winnen.’ Wellicht heeft dit kind het talent ‘sterktearchitect’. Weer een ander kind zal zeggen: ‘Als mijn vriendje niet weer op de bank is blijven zitten, want daar word ik verdrietig van.’ Dat kind heeft misschien het talent ‘sfeervoeler’.
Het voeren van een talentgesprek is vaak heel krachtig bij kinderen die gedrag laten zien waarvan je als leraar last hebt. Dat is met name de invalshoek van mijn collega Els Pronk, mede-initiator van het project van de kindertalentenfluisteraar. Wij leren leraren om ook achter het lastige gedrag van kinderen te kijken. Dat gedrag wordt vaak vertoond door kinderen die een kwetsbaar deel van zichzelf willen beschermen. Ze zijn druk en praten luid of zijn juist stil en teruggetrokken. We worden aangezogen door dat gedrag. Door contact te leggen met hun kwetsbaarheid en het onderliggende talent ontstaat er een andere relatie met kinderen.
Jente is soms erg druk. Dan maakt ze hardop allerlei woordgrapjes. Dat doet ze altijd als er (thuis) spanningen zijn. De juf neemt Jente even apart en gaat op zoek naar haar talenten. Ze komen onder andere op het talent ‘ideeënfontein’. ‘Jij legt altijd grappige verbanden tussen wat ik zeg en wat jij dan bedenkt. Je vindt het leuk om dat onmiddellijk te zeggen. Dat is een erg mooi talent. Alleen, als je druk bent, dan is jouw ideeënfontein niet te stoppen.’ ‘Dat vind ik ook,’ zegt Jente, ‘en daar voel ik me soms niet goed bij.’ De juf zoekt met Jente naar oplossingen om beter met haar talent om te gaan.
Talentontwikkeling gaat niet alleen over de kinderen in onze klassen. Het is ook relevant voor leraren en begeleiders. Door je eigen talenten te kennen kun je ook als volwassene meer je authentieke zelf zijn en daarmee het talent van collega’s en kinderen doen ontbranden.
Het voeren van een talentgesprek is vaak heel krachtig bij kinderen die gedrag laten zien waarvan je als leraar last hebt.
Talentfluisteren neemt een vlucht
In 2016 nam Marit Swarts, studente pedagogiek uit Leeuwarden, contact met mij op. Ze wilde bij mij in Gent stage lopen, vooral om te oefenen met het voeren van talentgesprekken met kinderen. Om meer bekendheid te krijgen, maakten we een Facebookpagina getiteld ‘Pop-up van de kindertalentenfluisteraar’. Hierop nodigden we mensen uit voor een pop-upbijeenkomst op woensdagmiddag in een koffiehuisje in het centrum van de stad. Die middag konden kinderen van zeven tot twaalf jaar gratis bij ons terecht voor talentgesprekken. De eerste pop-up was een groot succes. Al snel volgden er meerdere pop-ups, die allemaal helemaal vol zaten.
Op dat moment ontstond er een sneeuwbaleffect: scholen uit Gent vroegen ons of we activiteiten konden organiseren. De wethouder Onderwijs van de stad Gent werd enthousiast. En zo organiseerden wij onder de Stadshal een grote pop-up waar een paar honderd kinderen op afkwamen. Vervolgens werden we benaderd door mensen die ons vroegen of ze ook kindertalenten fluisteraar konden worden. Samen met collega Els Pronk ontwierpen we een open leertraject van drie dagen. Een traject waarin deelnemers niet alleen leren hoe ze talentgesprekken kunnen voeren, maar ook hoe ze achter het gedrag van kinderen kunnen kijken.
Mensen die de opleiding tot kindertalentenfluisteraar hebben gevolgd, krijgen een certificaat en zij spreken de intentie uit dat ze jaarlijks één, twee of drie keer zelf zo’n gratis pop up organiseren in hun eigen gemeente of buurt.
Op dit ogenblik hebben al meer dan duizend mensen in Nederland en Vlaanderen de opleiding tot kindertalentenfluisteraar gevolgd. Op Curaçao hebben we meer dan driehonderd leraren opge leid. En ook op Bonaire en in Zuid-Afrika gaan we aan de slag met talentfluisteren.
Literatuur
- Csikszentmihalyi, M. (2008). Flow: Psychologie van de optimale ervaring. Amsterdam: Boom uitgevers. – Dewulf, L. (2009). Ik kies voor mijn talent. Tielt: Uitge verij Lannoo.
- Dewulf, L., Beschuyt, P. & Pronk, E. (2012). Ik kies voor mijn talent: Toolbox voor jong talent. Tielt: Uit geverij Lannoo.
- Dewulf, L. & Beschuyt, P. (2012). Ik kies voor mijn talent: Toolbox. Tielt: Uitgeverij Lannoo.
- Dewulf, L. & Borms, B. (2017). Iedereen Talent! Tielt: Uitgeverij Lannoo.
- Fredrickson, B. (2011). Positivity: Groundbreaking research to release your inner optimist and thrive. Amsterdam: Athenaeum.
- Koestenbaum, P. (2002). Leadership: The inner side of greatness: A philosophy for leaders. New Jersey: John Wiley & Sons.
- Pronk, E. & Busschots, E. (2018). Blij met mij! Talent en veerkracht van je kind versterken.