Bevordert de inzet van School-Wide Positive Behavior Support het studiesucces van studenten in het mbo?

Geplaatst op 31 januari 2019

Samenvatting

School-Wide Positive Behavior Support is een interventie die sociaal gedrag bevordert en gedragsproblemen bij leerlingen gericht aanpakt. De inzet ervan kan probleemgedrag verminderen en sociale competenties van leerlingen bevorderen. Of het ook werkt in het mbo is niet bekend, het meeste onderzoek naar dit programma betreft het primair onderwijs. En effecten op leerprestaties zijn nauwelijks onderzocht.

Een toenemend aantal scholen in het primair en voortgezet onderwijs maakt gebruik van programma’s om leerlingen te ondersteunen bij het ontwikkelen van sociale competenties en het terugdringen van problematisch gedrag. Een veel gebruikt programma is School-Wide Positive Behavior Support (SWPBS of korter PBS). Doel van deze preventieve aanpak is schoolbreed en vanuit gedeelde waarden een veilig en positief schoolklimaat te creëren, waarin leerlingen optimaal kunnen profiteren van het geboden onderwijs. Er wordt ook actief samengewerkt met ouders en de zorg.

Hoe werkt School-Wide Positive Behavior Support

De doelgroep van SWPBS zijn alle leerlingen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. SWPBS onderscheidt drie niveaus. Het programma richt zich in de eerste plaats op alle leerlingen (de zogenoemde groene interventies). Daarnaast is speciale aandacht voor groepen leerlingen met gedragsproblemen (gele interventies) en individuele leerlingen met ernstige gedragsproblemen (rode interventies). De gedragsaanpak van SWPBS varieert dus afhankelijk van de ernst van de problematiek van de leerling.

De werkzame elementen van de aanpak zijn:

  • positief basisklimaat gericht op belonen van gewenst gedrag in plaats van straffen van ongewenst gedrag
  • duidelijke gedragsverwachtingen voor de leerlingen
  • consequente manier van belonen en straffen
  • model staan voor goed gedrag door medewerkers van de school
  • zowel extrinsiek als intrinsiek belonen
  • schoolbrede aanpak gedragen door alle medewerkers
  • inzet ouders
  • evaluatie van de handelswijze door het systematisch monitoren van gedrag en consequenties
  • inzet interventies op maat: licht wanneer kan, zwaarder wanneer nodig.

Effecten van SWPBS

Uit onderzoek naar SWPBS blijkt dat het programma theoretisch is onderbouwd en dat de te verwachten effecten plausibel zijn. Een zorgvuldige implementatie is echter tijdrovend, zeker naarmate de schoolorganisatie complexer is, zoals het mbo. In Nederland is nog weinig effectonderzoek gedaan en het in de VS en Noorwegen verrichte onderzoek betreft vooral het primair onderwijs. Onduidelijk is of de bevindingen ook van toepassing zijn op oudere leerlingen. Sommige auteurs veronderstellen dat SWPBS bij oudere leerlingen/studenten minder invloedrijk is. Hun gedrag en welbevinden zouden sterker worden beïnvloed door de wereld buiten de school. Een beperking van het verrichte onderzoek is verder dat het accent ligt op effecten op gedrag en veiligheid, zelden op leerprestaties.

De vraag of de inzet van SWPBS in het mbo een positief effect heeft op leerprestaties kunnen we dus op basis van het beschikbare onderzoek niet beantwoorden. Het is te verwachten dat het terugdringen van ordeverstorend probleemgedrag bij mbo-studenten leidt tot meer welbevinden en meer ruimte voor leren en onderwezen worden. In het verlengde daarvan leidt dat tot betere prestaties. Of de invoering van SWPBS in het mbo daadwerkelijk leidt tot het terugdringen van probleemgedrag en het verhogen van het welbevinden van de studenten is op voorhand niet te zeggen. Dat kan alleen worden vastgesteld door invoering van SWPBS in het mbo onderzoeksmatig te monitoren.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Edith van Eck (Kennismakelaar Kennisrotonde) Vraagsteller: onderwijsondersteuner passend onderwijs mbo
Referentie: Kennisrotonde. (2018). Bevordert de inzet van Schoolwide Positive Behavior Support (SWPBS) het studiesucces van studenten in het mbo? (KR. 418) Den Haag: Kennisrotonde.

Vraag

Bevordert de inzet van SWPBS het studiesucces van studenten in het mbo?

Kort antwoord

Gedragsproblemen op scholen stellen leraren en andere medewerkers steeds vaker voor problemen. SWPBS is een interventie waarin sociaal gedrag schoolbreed wordt bevorderd en gedragsproblemen bij leerlingen gericht worden aangepakt. Het uiteindelijke doel is dat alle leerlingen optimaal kunnen profiteren van het geboden onderwijs. Onderzoek laat zien dat inzet van SWPBS kan leiden tot een afname van probleemgedrag en groei van de sociale competenties van leerlingen; het meeste onderzoek betreft echter het primair onderwijs. Effecten op leerprestaties zijn nauwelijks onderzocht.

Toelichting antwoord

Introductie

Een toenemend aantal scholen in het primair en voortgezet onderwijs maakt gebruik van programma’s om leerlingen te ondersteunen bij het ontwikkelen van sociale competenties en het terugdringen van problematisch gedrag. Een veel gebruikt programma is SWPBS.
Is dit programma ook bruikbaar voor het mbo? Ook in het mbo hebben scholen immers te maken met gedragsproblemen, gedrag dat studieprestaties van de studenten zelf en van hun klasgenoten kan belemmeren. Zijn in het mbo positieve effecten van SWPBS te verwachten, niet alleen op gedrag, maar ook op leerprestaties?

Wat is SWPBS?

Schoolwide Positive Behavior Support (SWPBS of korter PBS) is een preventieve aanpak of benadering van gedrag van leerlingen in het primair, het speciaal en het voortgezet onderwijs. De aanpak heeft in grote lijnen als doel om schoolbreed en vanuit gedeelde waarden een veilig en positief schoolklimaat te creëren dat alle leerlingen in staat stelt om optimaal te profiteren van het geboden onderwijs.

Doel van SWPBS is het bevorderen van sociaal gedrag en het verminderen van gedragsproblemen onder leerlingen. SWPBS is een overkoepelende term voor een systematische en gelaagde gedragsaanpak die bestaat uit een combinatie van het schoolbreed en preventief toepassen van een set gedragsbeïnvloedende technieken, het schoolbreed registreren/signaleren van ongewenst gedrag en het op maat inzetten van bestaande interventies in verschillende mate van intensiteit voor leerlingen die risicovol gedrag tonen.

De in te zetten gedragsinterventies passen bij een gelaagd preventie- model, waarbij de gedragsaanpak afhangt van de mate waarin leerlingen gedragsproblemen vertonen. Door aanvullend hierop actief samen te werken met ouders en de zorg, wordt toegewerkt naar een klimaat waarin sociaal gedrag wordt bevorderd en gedragsproblemen worden voorkomen.
De doelgroep van SWPBS zijn alle leerlingen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs.

SWPBS onderscheidt drie niveaus:

  1. het progranna richt zich in de eerste plaats op alle leerlingen (de zogenoemde groene interventies);
  2. daarnaast is speciale aandacht voor groepen leerlingen met gedragsproblemen (gele interventies) en individuele leerlingen met ernstige gedragsproblemen (rode interventies).

De gedragsaanpak van SWPBS varieert dus afhankelijk van de ernst van de problematiek van de leerling. Een intermediaire doelgroep zijn alle schoolmedewerkers en de ouders van de leerlingen, die een veilig schoolklimaat wensen.

Borging via onderzoek en het kwaliteitssysteem van de school maakt integraal deel uit van de aanpak; reflectie op de gemonitorde effecten van de aanpak maakt zichtbaar wat werkt en wat niet; dit kan leiden tot aanpassing van de aanpak (Orobio de Castro, et al., 2018).

Verwachte werking van SWPBS

De werkzame elementen van de aanpak zijn het schoolbreed en preventief neerzetten van een kader waarbinnen voor alle leerlingen helder is wat er qua gedrag van hen wordt verwacht, dit gedrag actief wordt aangeleerd en systematisch positief wordt bekrachtigd. Voor risicoleerlingen met specifieke vormen van ongewenst gedrag worden op maat interventies ingezet die aansluiten bij de functie die dat gedrag heeft voor de leerling. De actieve ouderbetrokkenheid hierbij vergroot de kans op een succesvolle uitkomst van de interventie.

Ten slotte worden leraren toegerust met concrete technieken en hulpmiddelen om op eenduidige en effectieve wijze sociaal gedrag schoolbreed te bevorderen en gedragsproblemen te voorkomen of om te buigen. Te denken valt aan het inzetten van systemen voor positieve bekrachtiging en technieken om gedrag effectief te begrenzen (Van Leeuwen, 2014).

Theoretische onderbouwing

Aan de interventie SWPBS ligt een aantal theoretische noties ten grondslag. Van Leeuwen (2014) beschrijft aan de hand van bronnen wat de werkzame elementen zijn in deze aanpak.

  • Positief basisklimaat gericht op belonen van gewenst gedrag in plaats van straffen van ongewenst gedrag (De Groot, 2004; Golly & Sprague, 2008)
  • Duidelijke gedragsverwachtingen voor de leerlingen (Sugai & Horner, 2006)
  • Consequente manier van belonen en straffen (Skinner, 1953, Golly & Sprague, 2008)
  • Model staan voor goed gedrag door medewerkers van de school (Bandura, 1986)
  • Zowel extrinsiek als intrinsiek belonen (De Groot, 2004)
  • Schoolbrede aanpak: uniform door alle medewerkers (Sørlie, & Ogden,2007)
  • Inzet ouders (Smit, Sluiter & Driessen, 2006)
  • Systematisch monitoren van gedrag en consequenties > evaluatie handelswijze (Sugai, & Horner, 2006)
  • Inzet interventies op maat: licht wanneer kan, zwaarder wanneer nodig (Sørlie, & Ogden, 2007).

Onderzoek naar implementatie en effecten van SWPBS

Bij de implementatie van SWPBS moet een praktische invulling worden gegeven aan een vijftal pijlers, te weten:

  1. De school werkt vanuit gezamenlijk geformuleerde schoolbrede waarden.
  2. De school richt zich op het voorkomen van probleemgedrag.
  3. De school zet gedragsinterventies voor leerlingen in op basis van verzamelde gegevens over gedrag. SWPBS is dus data-gestuurd. De school verzamelt en benut data over gedrag afkomstig van het sociaal-emotioneel leerlingvolgsysteem van de school en data op basis van schoolbrede, dagelijkse gedragsincidentenregistratie door alle schoolmedewerkers.
  4. De school formuleert vanuit de gedeelde waarden welk gedrag zij van de leerlingen wil zien op de verschillende plekken in en om school. Deze gedragsverwachtingen worden visueel gemaakt, actief aangeleerd en systematisch positief bekrachtigd.
  5. De school werkt actief samen met zorginstellingen en ouders (Van Leeuwen, 2014).

In Nederland zijn tot nog toe weinig effectstudies gedaan naar SWPBS. Wel zijn er twee procesevaluaties verricht. Uit de landelijke procesevaluatie uit 2013, besproken in Van Leeuwen (2014), komt naar voren dat het opstellen van een korte lijst met gedragsverwachtingen voor leerlingen, het bieden van concrete handelswijzen in geval van ongewenst gedrag en het hebben van regelmatig contact met de scholen (de PBS- coach) over SWPBS hebben bijgedragen aan een succesvolle implementatie.
Belemmerende factoren zijn technische tekortkomingen van het incidentregistratiesysteem, personeelswisselingen op school en verschillende visies binnen school op elementen van SWPBS.

Over de opbrengsten van SWPBS zijn de uitvoerders van de interventie positief: zij vinden dat SWPBS leidt tot positieve gedragsverandering. Een jaar na start van de implementatie van SWPBS op de school vinden de SWPBS-teamleden gemiddeld gezien dat hun school op een aantal aspecten vooruit is gegaan, met name de thema's die in het eerste implementatiejaar speerpunt zijn geweest. Onduidelijk is of de procesevaluatie po, vo of beide betreft.

Kuijk en Van Rens (2013) onderzochten de implementatie en gepercipieerde effecten van de invoering van SWPBS in een zestal scholen voor voortgezet onderwijs. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de scholen in de korte tijd dat ze bezig waren met het vormgeven van SWPBS op hun school veel ontwikkeld hebben en op onderdelen resultaten hebben bereikt. Deze liggen met name op het terrein van de organisatie en de organisatiecultuur, het pedagogisch klimaat en op het terrein van het pedagogisch didactisch handelen.

De schoolbrede (groene) interventies blijken gemakkelijker te realiseren dan een goede invulling van interventies voor bepaalde groepen leerlingen (gele interventies) en individuele interventies (rode interventies). Docenten en ander onderwijspersoneel geven aan dat er organisatorisch en pedagogisch veranderingen worden gerealiseerd. Niet alleen de docenten maar ook de leerlingen blijken deze veranderingen te ervaren.

Recent is verder in het kader van de NRO-programmering onderzoek gedaan naar effecten van SWPBS in het kader van een onderzoek naar de effectiviteit van antipest- programma’s. Uit dit onderzoek bleek dat maar twee van de dertien deelnemende po- scholen in staat waren gebleken het programma in de onderzoeksperiode in voldoende mate te implementeren. Er werden binnen de onderzochte periode van een jaar nauwelijks effecten gerealiseerd op pesten en gepest worden, welbevinden in de klas, conflicten in de klas, depressieve gevoelens, sociale angst en pro-sociaal gedrag. De onderzoekers schrijven dit toe aan de gebrekkige implementatie van de interventie (Orobio de Castro, et al., 2018).

In de Verenigde Staten en Noorwegen is meer onderzoek gedaan naar de effecten van SWPBS; Orobio de Castro et al. (2014) vatten de resultaten als volgt samen. In Noorwegen signaleren Sørlie en Ogden (2007) een afname van probleemgedrag in de klas en in de school, maar geen effecten op sociale competenties en sociaal klimaat in de klas. Ogden et al. (2007) zien een groei van de sociale competenties van leerlingen onder invloed van SWPBS, maar geen effect op probleemgedrag. Volgens Sorli en Ogden 2015) zien leraren minder gedragsproblemen in de school en in de klas, en ervaren ze een beter klasklimaat, maar de leerlingen ervaren dat laatste niet (Orobio de Castro, et al., 2018). Deze onderzoeken betreffen het primair onderwijs.

In de VS laten Horner et al. (2009) laten zien dat leerlingen zich op een school met SWPBS veiliger voelen. Bradshaw et al. (2010) en (2012) rapporteren dat leerlingen daar minder de klas worden uitgestuurd. Verder rapporteren ze in 2012 een afname van verstorend en agressief gedrag en een toename van emotieregulering en pro-sociaal gedrag. Horner et al. (2009) zien ook een positief effect op leeropbrengsten. Ook in deze onderzoeken in de VS gaat het om SWPBS in het primair onderwijs.
Onderzoek van Flannery et al. (2013) betreft de invoering van SWPBS in high schools in de VS. Leerlingen blijken minder vaak de klas uit/naar de schoolleiding gestuurd te worden

De onderzoekers benadrukken dat de vormgeving van SWPBS moet worden aangepast aan de complexere structuur van vo-scholen en dat de invoering daar meer tijd kost dan in het vo. Ook geven zij aan dat de interventie goed moet worden afgestemd op wat deze leeftijdsgroep aanspreekt.

Terug naar de vraag

Kunnen we op basis van het besproken onderzoek aannemelijk maken dat de inzet van SWPBS het studiesucces van studenten in het mbo bevordert? We kunnen vaststellen dat SWPBS goed theoretisch is onderbouwd en dat de te verwachten effecten plausibel zijn. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat een zorgvuldige implementatie tijdrovend is, zeker naarmate de schoolorganisatie complexer is. In Nederland is nog weinig effectonderzoek gedaan en het in de VS en Noorwegen verrichte onderzoek betreft met name het primair onderwijs. Onduidelijk is of de bevindingen ook van toepassing zijn op oudere leerlingen.

Sommige auteurs veronderstellen dat SWPBS bij oudere leerlingen/studenten minder invloedrijk zou zijn omdat hun gedrag en welbevinden sterker zouden worden beïnvloed door de wereld buiten de school. Een beperking van het verrichte onderzoek is verder dat het accent ligt op effecten op gedrag en veiligheid, zelden op leerprestaties.

De vraag of de inzet van SWPBS in het mbo een positief effect heeft op leerprestaties kunnen we dus op basis van het beschikbare onderzoek niet beantwoorden. We kunnen stellen dat te verwachten is dat het terugdringen van ordeverstorend probleemgedrag bij studenten in het mbo, net als leerlingen in po en vo, leidt tot meer welbevinden en meer ruimte voor leren en onderwezen worden en - in het verlengde daarvan - tot betere prestaties. Of de invoering van SWPBS in het mbo daadwerkelijk leidt tot het terugdringen van probleemgedrag en het verhogen van het welbevinden van de studenten, kan alleen worden vastgesteld door invoering van SWPBS in het mbo onderzoeksmatig te monitoren. Het besproken onderzoek laat dat een zorgvuldige implementatie tijd en inzet vraagt, zeker in complexe onderwijsorganisaties als in het mbo.

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

Motivatie - theorie in de lespraktijk (VO)
Motivatie - theorie in de lespraktijk (VO)
Leer hoe motivatie bij je leerlingen werkt
Medilex Onderwijs 
Tweedaags opleiding tot Schoolcoach Betrokkenheid
Tweedaags opleiding tot Schoolcoach Betrokkenheid
unieke kans!
Bazalt | HCO | RPCZ 
Interventies gedragsproblemen
Interventie bij gedragsproblemen - De Eerste Stap
Monique Baard
Gedragsproblemen leerkrachtgedrag
Gedragsproblemen in de klas: preventie
Anton Horeweg
Gedragsproblemen
Indicaties van gedragsproblemen en werkhoudingproblemen
Machiel Karels
Positive Behavior Support
Schoolwide Positive Behavior Support (SWPBS)
Monique Baard
Complimenten en belonen
Werkt Schoolwide Positive Behaviour Support op VO scholen?
Marjoke Hinnen
Pubers begrijpen
De puberijsberg en de warme leraar - Jongeren beter begrijpen
Ingrid van Essen
Flexibel puberbrein
Flexibel Puberbrein
Yvonne van Sark
Huiswerk maken
Motiveren: Ga je je huiswerk ook echt maken?
Dirk van der Wulp
Omgaan met gedragsproblemen
Omgaan met gedragsproblemen
Anton Horeweg
Omgaan met agressie
Korte lontjes en coole gasten. Gericht omgaan met agressie in school
Kees van Overveld
Gedragsproblemen bij kinderen
Gedragsproblemen bij kinderen
Marleen Legemaat
Pittige pubers
Pittige pubers - Opvoeden van je puber met ADHD of autisme
Marleen Legemaat


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Sportbeleving na shuttlerun
Shuttle Run test: worden leerlingen daar fitter van?
Talentontwikkeling bij multidiversiteit
Hoe zorg je dat leerlingen die minder goed mee komen het toch leuk vinden op school?
Leerrendement bij lintstage of blokstage op mbo
Heeft de stagevorm effect op het leerrendement?
De leeropbrengsten van internationalisering
Internationaal studeren of stage: wat levert het de mbo student op?
Competenties mentor van een internationale schakelklas
De competenties van een mentor internationale schakelklas
Samenwerking met jeugdhulp
Samenwerking in jeugdhulp: wat levert het op?
Versnellers op het mbo
Versnellen op het mbo: hoe organiseer je dat?
Onderwijs aan gestresste leerlingen in instelling
Leerlingen onder stress: direct onderwijs geven of even wachten?
Voorbereiding op beroepspraktijkvorming
Beroepspraktijkvorming (bpv): hoe bereiden mbo studenten zich goed voor?
Interventies op gedragsproblemen
School-Wide Positive Behavior Support: effectief?
Studiekeuze vmbo
De rol van ouders bij studiekeuze en beroepskeuze in (v)mbo
Gedrag en schoolprestaties
Invloed van antisociaal gedrag en prosociaal gedrag op schoolprestaties
Competentiegericht beroepsonderwijs
Teamleren in het kader van competentiegericht beroepsonderwijs
Ontwikkeling vakmanschap
Ontwikkeling van vakmanschap in het beroepsonderwijs
Invloed sturingsdynamiek VO/MBO
Invloed sturingsdynamiek op onderwijspraktijk van voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.