Welk effect heeft aandacht voor verschillende tekstsoorten in de bovenbouw van het basisonderwijs op de leesvaardigheid van leerlingen?

Geplaatst op 11 januari 2021

Aandacht voor tekstsoorten en tekststructuren heeft een positief effect op het begrijpen van verschillende teksten door leerlingen in het basisonderwijs. Echter, dit effect treedt pas op bij voldoende tijdsinvestering en als leerkrachten ten minste twee verschillende tekststructuren aanbieden. Bij instructie in verschillende tekststructuren ligt de focus vooral op de organisatie van ideeën in de tekst, het leggen van verbanden tussen die ideeën en het gebruik van signaalwoorden.

In het basisonderwijs leren leerlingen verschillende soorten tekst lezen. Het referentiekader Nederlandse taal vermeldt expliciet informatieve teksten, instructieve teksten, betogende teksten, verhalen en poëzie.

Tekststructuur

Als leerlingen in groep 4 zowel verhalen als informatieve teksten lezen, zullen ze hun aanpak of leesgedrag spontaan aanpassen aan de aard van de tekst. Om dit flexibele leesgedrag te optimaliseren is inzicht in structuren van teksten een belangrijke factor.
Kennis over tekststructuren bij informatieve teksten vergroot het tekstbegrip bij zowel basisschoolleerlingen als leerlingen in het voortgezet onderwijs. Voorwaarde is wel dat leerlingen voldoende tekststructuuronderwijs ontvangen – elf tot twintig uur – en ten minste twee soorten tekststructuren aanleren. Kennis over tekststructuren bestaat uit de organisatie van ideeën in een tekst, de relaties tussen die ideeën, en de talige middelen om die relaties expliciet te maken.
Goede instructie in tekststructuur heeft een blijvend effect. Leerlingen gebruiken het geleerde ook later nog en ze passen het toe bij andere niet-onderwezen tekststructuren. De effecten op de algehele leesvaardigheid zijn klein.

Signaalwoorden

Teksten met een duidelijke structuur leiden tot beter tekstbegrip en leerlingen onthouden de inhoud dan makkelijker. Een expliciete markering van de structuur van een tekst, bijvoorbeeld met signaalwoorden, maakt het voor leerlingen nog eenvoudiger om de structuur te herkennen. Bovendien zorgt de aanwezigheid van signaalwoorden voor een snellere verwerking van de tekst, zonder dat dit ten koste gaat van het begrip.

Verbanden tussen teksten en tussen de tekst en achtergrondkennis

Een serie teksten lezen over hetzelfde thema leidt tot meer kennis over de concepten en kernwoorden uit deze teksten, dan wanneer leerlingen een set teksten over verschillende thema’s lezen. Leerlingen die vooraf al meer over het thema weten, behalen hogere scores op toetsen, ongeacht de teksten die ze lezen.

Jonge leerlingen leggen bij verhalende teksten vaak verbanden buiten de tekst. Dit duidt op inferentie, dat wil zeggen het leggen van verbanden bij ontbrekende informatie in de tekst door vergelijking met andere teksten en achtergrondkennis. Aandacht voor de inferentiële verbanden kan zowel het begrijpend lezen van zwakke als goede lezers verbeteren. Voorbeelden zijn tekstaanwijzingen activeren en benutten, achtergrond- of voorkennis activeren en benutten, en het eigen leesproces controleren.

Wat betekent dit voor onderwijs?

Onderwijs over tekststructuur biedt leerlingen inzicht in een aantal veelvoorkomende macrostructuren van teksten, leert hun welke signaalwoorden daar vaak in voorkomen en welke vragen ze daarbij kunnen stellen. Deze kennis helpt bij tekstbegrip te vergroten.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: José van der Hoeven (kennismakelaar)
Vraagsteller: Leerkracht PO
Geraadpleegde expert: Jacqueline Evers-Vermeul (UU)

Vraag

Wat draagt aandacht voor verschillende tekstsoorten in de bovenbouw van het basisonderwijs bij aan verhoging van de leesvaardigheid?

Kort antwoord

Aandacht voor tekstsoorten en tekststructuren in het leesonderwijs heeft een positief effect op het begrijpen van verschillende teksten door leerlingen in het basisonderwijs. Echter, dit effect treedt pas op als de tijdinvestering voldoende is en er ten minste twee verschillende tekststructuren worden aangeboden. Bij instructie in verschillende tekststructuren zal de focus liggen op de organisatie van ideeën in de tekst, het leggen van inferentiële verbanden en het gebruik van signaalwoorden.

Toelichting antwoord

In het basisonderwijs moeten leerlingen verschillende soorten tekst leren lezen. In het referentiekader Nederlandse taal worden informatieve teksten, instructieve teksten, betogende teksten, verhalen en poëzie expliciet vermeld (Oosterloo & Paus, 2010). Verschillen tussen tekstsoorten zijn vooral zichtbaar in de tekststructuur en in tekstverbanden, bijvoorbeeld signaal- of sleutelwoorden. Zo zul je in historische teksten aanduidingen van het verloop van tijd (chronologie) vinden, zoals jaartallen, eerst, dan, toen etc. (zie het schema hieronder).

Als je leerlingen in het basisonderwijs in groep 4 zowel verhalen als informatieve teksten laat lezen, zullen ze hun aanpak of leesgedrag spontaan aanpassen aan de aard van de tekst (Kraal e.a., 2018). Zo legden leerlingen in het onderzoek van Kraal e.a. (2018) bij verhalende teksten meer tekstverbanden, zowel binnen als buiten de tekst, dan bij informatieve teksten. En bleek er bij informatieve teksten vaker sprake van irrelevant commentaar en incorrecte verbanden. Om dit flexibele leesgedrag te optimaliseren is inzicht in macro- of tekststructuren van teksten een belangrijke factor.

Tekststructuur en signaalwoorden

Kennis over tekststructuren bij informatieve teksten doet ertoe. In een meta-analyse over tekststructuuronderwijs  rapporteren Pyle en collega’s (2017) over de resultaten van 19 studies. Zij vatten tekststructuur op als de organisatie van ideeën in een tekst, de relaties tussen die ideeën, en de gebruikte talige middelen om die relaties expliciet te maken. Bij informatieve teksten kan gedacht worden aan de volgende wijzen van organisatie van ideeën: beschrijving, chronologie, vergelijking, oorzaak en gevolg en probleemoplossing (zie het schema hieronder).

Pyle et al (2017) laten zien dat kennis over tekststructuur het tekstbegrip van zowel basisschoolleerlingen als leerlingen in het voortgezet onderwijs bij het lezen van informatieve teksten vergroot. Voorwaarde is wel dat leerlingen voldoende tekststructuuronderwijs ontvangen (11-20 uur) en ten minste twee onderscheiden tekststructuren aanleren.
Ook de meta-analyse van Hebert et al (2016) (45 studies van groep 4 tot klas 3 vo) toonde aan dat tekststructuurinstructie een positief effect had op het begrijpen van informatieve teksten. Er kon een nog groter effect worden bereikt als meerdere tekststructuren werden geïnstrueerd en als lezen van teksten werd gecombineerd met schrijfactiviteiten.

Ten slotte bleek sprake van transfer, het geleerde werd nog steeds gebruikt op een later tijdstip (onderhoud) en toegepast bij andere niet onderwezen tekststructuren. De effecten op de algehele leesvaardigheid waren echter klein.
Daarnaast weten we dat teksten met een duidelijke structuur leiden tot beter tekstbegrip en de inhoud ervan is makkelijker te onthouden (Jones, Clark, & Reutzel, 2016). Wanneer de structuur van een tekst expliciet wordt gemarkeerd, bijvoorbeeld met signaalwoorden, is het voor lezers makkelijker om deze te herkennen (Meyer & Ray, 2011). Onderzoek laat zien dat leerlingen teksten beter begrijpen wanneer de coherentierelaties in de tekst expliciet gemaakt zijn (Sanders, 2001). Bovendien zorgt de aanwezigheid van verbindingswoorden voor een snellere verwerking van de tekst, zonder dat dit ten koste gaat van het begrip (Van Silfhout, Evers-Vermeul, & Sanders, 2014).

Verbanden tussen teksten en tussen de tekst en voor- en achtergrondkennis

Cervetti, Wright en Hwang, (2016)  onderzochten bij leerlingen in groep 6 of het lezen van een set teksten over hetzelfde thema, in dit geval over vogels, leidt tot meer kennis over de concepten en kernwoorden uit deze teksten dan leerlingen die een set teksten over verschillende thema’s hadden gelezen. Dat bleek inderdaad het geval. Ook was er een effect van voorkennis: ongeacht de teksten die ze te lezen kregen, behaalden leerlingen die vooraf al meer over vogels wisten, hogere scores.

Hierboven lazen we daarnaast dat jonge leerlingen bij verhalende teksten vaak verbanden buiten de tekst legden. Dit duidt op inferentie, dat wil zeggen het leggen van verbanden bij ontbrekende informatie in de tekst door vergelijking met andere teksten en achtergrondkennis.  In een meta-analyse  door Elleman (2017) werden inferentiële verbanden in 25 studies onderzocht: het activeren en benutten van tekstaanwijzingen (text clues), het activeren en benutten van achtergrond- of voorkennis en het controleren van het eigen leesproces. Daarbij bleek dat aandacht voor de inferentiële verbanden zowel het begrijpend lezen van zwakke als goede lezers kan verbeteren.

Wat betekent dit voor onderwijs

Onderwijs over tekststructuur biedt leerlingen inzicht in een aantal veelvoorkomende macrostructuren van teksten, leert hen welke signaalwoorden daar vaak in voorkomen en welke vragen ze daarbij kunnen stellen. Deze kennis helpt bij het vergroten van tekstbegrip. In het onderstaande schema worden 5 veel voorkomende tekststructuren weergegeven.

Figuur 1: Vijf tekststructuren (Kooiker-den Boer, Sanders & Evers-Vermeul, 2019)

Instructie in tekststructuren is zinvol als het om ten minste twee verschillende tekststructuren gaat. Dit werd bevestigd in de bovenstaande meta-analyse van Hebert en collega’s (2016). Daarbij bleek tevens dat het koppelen van lezen aan schrijfactiviteiten bijdraagt aan de leesprestaties.
Ook bleek dat het besteden van voldoende tijd aan dit tekststructuuronderwijs cruciaal is. Zo is hierboven beschreven dat in een meta-analyse (Pyle et al, 2017)  is aangetoond dat een tijdsinvestering van meer dan 10 uur een groter effect heeft dan een tijdsinvestering van minder dan 10 uur.

Geraadpleegde bronnen 

Gerelateerd

Masterclass
Taalontwikkeling in de kinderopvang
Taalontwikkeling in de kinderopvang
Stimuleren van taalontwikkeling bij baby's en peuters
Medilex Onderwijs 
Leesdorst lessen - 2
Leesdorst lessen (2) - Acht valkuilen van leesmethodes
Paul Filipiak
Lezen van teksten
Makkelijk en moeilijk lezen
Paul Filipiak
Communicatief zaakvakonderwijs
Communicatief zaakvakonderwijs
Paul Filipiak
Begrijpend lezen is een houding
Begrijpend Lezen - geen vak maar een houding
Terry van de Beek
Taalgericht zaakvakonderwijs (3): lezen van teksten in zaakvakken
Taalgericht zaakvakonderwijs (3): Lezen van teksten in zaakvakken
Paul Filipiak
Ontwikkelingsgericht leesonderwijs
Ik ben een beetje misselijk - ontwikkelingsgericht leesonderwijs
Bea Pompert
Leesonderwijs ZML
Fonologisch gebaseerd leesonderwijs in het ZML
Anna Bosman
Close Reading
Begrijpend lezen vervangen door Close Reading?
Paul Filipiak
technisch begrijpend studerend lezen
Hoe zinvol is het onderscheid tussen technisch, begrijpend en studerend lezen
Paul Filipiak
Goede schoolteksten
Een goede schooltekst. Het begin van goed leesonderwijs.
Gerdineke van Silfhout
Effectief leesonderwijs
Aantrekkelijk en effectief leesonderwijs: motiverend!
Paul Filipiak
Begrijpend lezen
Begrijpend lezen is kwestie van denken
Karin van de Mortel
Goed taal- en leesonderwijs
Vijf onderwijskundige voorwaarden voor goed taal- en leesonderwijs
Jos Cöp
Denkend lezen
Denkend lezen - begrijpend lezen naar een hoger niveau
Dolf Janson
Leuke schoolteksten
Hoe leuk moeten we schoolteksten maken? Opleuken helpt niet!
Gerdineke van Silfhout
Beter begrip door vloeiend lezen
Beter begrip door vloeiend lezen
Karin van de Mortel
Close Reading
Close Reading - Werken aan dieper tekstbegrip in het basisonderwijs
Marleen Legemaat
Uitdagend en functioneel taalonderwijs
Uitdagend en functioneel taalonderwijs
Machiel Karels
Leesstimulering in de onderwijspraktijk
Leesstimulering in de onderwijspraktijk - verwerking van boeken
Helèn de Jong


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Didactische aanpak zwakke lezers in het basisonderwijs
Wat is de beste didactische aanpak voor zwakke lezers?
Verdiepingsopdrachten voor goede spellers in bovenbouw bo
Wat zijn effectieve verdiepingsopdrachten voor goede spellers?
Spellingontwikkeling leerlingen groep drie open lettergrepen
Wanneer kun je het beste open lettergrepen lezen in groep 3?
Kleuters combinatieklas gezamenlijke instructie
Kleuters in een combinatieklas: gezamenlijke instructie of apart?
Cito-lvs woordenschattoetsen geschikt voor taalzwakke lln
Zijn de Cito-LVS woordenschattoetsen geschikt voor taalzwakke leerlingen?
Methoden interventies communicatie beroepspraktijk mbo
Hoe stimuleer je goede communicatievaardigheden in de mbo-beroepspraktijk?
Intake selectieprocedure NT1 en NT2
Hoe zorg je voor een passend taaltraject voor NT1 en NT2?
Kenmerken blended learning NT2- volwassenonderwijs
Welke kenmerken van blended learning zijn positief voor NT2 deelnemers?
Functionele of grammaticale onderwijsbenadering nt2 taal
Taal leren door volwassen NT2 deelnemers: functionele of grammaticale aanpak?
Leesbevordering en interventies leesplezier mbo studenten
Hoe krijg je mbo-studenten aan het lezen?
Leesprestaties groep 6 po 2016
Vergelijkend onderzoek leesprestaties groep 6 basisonderwijs - PIRLS 2016
Effecten digitaal leermiddel
Effecten van een digitaal leermiddel bij het leren lezen
Digitale leeskilometers groep 3
Leesvaardig door digitale leeskilometers in groep 3: Differentiatie door inzet van ICT
Vliegwielen begrijpend lezen po
Vliegwielen voor begrijpend lezen in het basisonderwijs
Begrip door zelftoetsen
Beter begrip van informatie in teksten door zelftoetsen
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Effect aandacht tekstsoorten bovenbouw leesvaardigheid

avi-niveau
begrijpend lezen
leerproces
leren lezen
taalontwikkeling
technisch lezen

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest