Hoe zit het met de relatie tussen de door mbo-docenten ervaren hoge werkdruk en het bieden van kwalitatief goed onderwijs?

Geplaatst op 14 februari 2019

Samenvatting

Zo’n driekwart van de docenten in het middelbaar beroepsonderwijs ervaart een hoge werkdruk. In hoeverre dit het geven van goed onderwijs en de leerprestaties van studenten hindert, is in het mbo niet onderzocht. Uit andere onderwijssectoren zijn er wel aanwijzingen dat er een indirecte relatie is tussen de door docenten ervaren werkdruk en leerlingprestaties. Een ervaren hoge werkdruk leidt tot stressverschijnselen of burn-out, die op hun beurt de motivatie van de docent en de ervaren competenties negatief kunnen beïnvloeden. Dit kan vervolgens negatief uitwerken op de motivatie van leerlingen en hun leerprestaties.

Werkdruk heeft te maken met de balans tussen de eisen die het werk stelt aan een werknemer en zijn mogelijkheden om dat werk goed uit te voeren. Wanneer een werknemer lange tijd zijn werk niet afkrijgt of de gewenste kwaliteit niet kan leveren, én hij hier zelf niets aan kan veranderen, spreken we van een disbalans. Houdt die disbalans langere tijd aan, dan kan dit leiden tot stressklachten. De oorzaken daarvan kunnen zowel liggen in de inhoud en organisatie van het werk, als bij het individu.

Motivatie en stress

Om de relatie tussen ervaren werkdruk en werkprestatie inzichtelijk te maken, wordt veel gebruik gemaakt van het Job Demands Resources model (JD-R model). Het model veronderstelt dat hoge werkeisen leiden tot stressreacties en ongezondheid (het uitputtingsproces), terwijl het beschikken over veel energiebronnen leidt tot hogere motivatie en productiviteit (het motivationele proces). Gemotiveerde werknemers zijn doelgericht en gefocust en zij hebben het enthousiasme en de energie om goed te presteren.

Werknemers die kampen met uitputtingsverschijnselen en gezondheidsklachten hebben onvoldoende energiebronnen om hun werk goed te kunnen uitvoeren. Wanneer werknemers geen of weinig energiebronnen tot hun beschikking hebben, kunnen werkeisen leiden tot emotionele uitputting en burn-out. Meer autonomie, als energiebron, kan deze emotionele uitputting verminderen.

Ongeveer driekwart van de docenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) ervaart een hoge werkdruk. Die docenten geven aan dat ze niet genoeg tijd hebben om taken goed uit te voeren, vooral als er problemen zijn met studenten. Ook zeggen mbo-docenten te weinig ruimte te hebben voor innovatie en opvang van tijdelijk uitgevallen collega’s. Verder constateren ze onhandige roosters en een tekort aan voorzieningen en materiaal.

In hoeverre de werkdruk onder docenten in een directe relatie gevolgen heeft voor de kwaliteit van het onderwijs is niet onderzocht; niet in het mbo en niet in andere sectoren. Het JD-R model veronderstelt dat de relatie tussen werkdruk en werkprestaties indirect verloopt via werkstress. Over deze relatie is in het onderwijs weinig onderzoek gedaan. Wel is er in het primair onderwijs een relatie gevonden tussen werkdruk en burn-out bij leerkrachten, wat een indirect negatief effect op leerresultaten van leerlingen kan betekenen. Hierbij zijn kwaliteit van leraren en motivatie van leerlingen de mediërende factoren.

Emotionele uitputting en vervreemding kunnen ervoor zorgen dat docenten minder goed functioneren en minder enthousiast zijn. Hierdoor kunnen leerlingen op hun beurt minder gemotiveerd raken voor school, wat effect heeft op hun schoolresultaten. In de klassen met de meest gestreste leraren die burn-outverschijnselen hebben en over weinig copingmechanismen beschikken, zijn leerlingen minder geconcentreerd en hulpvaardig en vertonen ze meer verstorend gedrag.

Vergelijking met andere beroepen

Hoge werkdruk komt vaak voor in contactuele beroepen. Naast docenten zijn dat bijvoorbeeld politieagenten, maatschappelijk werkers en zorgprofessionals. Zij ervaren het vaakst een hoge werkdruk, en de ervaren werkdruk is onder onderwijspersoneel iets hoger dan onder zorgpersoneel. Van de werkdruk bij verpleegkundigen is bekend dat deze direct samenhangt met de kwaliteit van zorg voor patiënten. Door de hoge taakeisen kunnen de verpleegkundigen niet al hun taken uitvoeren, met als gevolg dat de kwaliteit van zorg aan patiënten vermindert.

Uit onderzoek onder dienstverlenende medewerkers in het bedrijfsleven en de horeca komt naar voren dat veel verstoringen in het werk leiden tot een grotere kans om een cynische werkhouding te ontwikkelen. Dit gaat gepaard met negatieve acties naar klanten, zoals een gespannen houding en onvriendelijkheid. Dat leidt tot een lagere tevredenheid over de dienstverlening.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Ruud van der Aa en Niek van den Berg (Kennismakelaars Kennisrotonde) Vraagsteller: beleidsmedewerker mbo-instelling
Geraadpleegde expert: Devorah van den Berg (CAOP),

Vraag

Is het waar dat de door mbo-docenten ervaren werkdruk het bieden van kwalitatief goed onderwijs hindert? Hoe is de relatie tussen werkdruk en kwaliteit in andere sectoren met contactuele beroepen?

Kort antwoord

Ongeveer driekwart van de docenten in het middelbaar beroepsonderwijs ervaart een hoge werkdruk. In hoeverre dit het geven van goed onderwijs en de leerprestaties van studenten hindert, is niet onderzocht. Wel zijn er op basis van onderzoek in andere onderwijssectoren aanwijzingen dat er een indirecte relatie is tussen de ervaren werkdruk bij docenten en de leerlingprestaties. Hierbij leidt een hoge ervaren werkdruk tot stressverschijnselen of burn-out, die op hun beurt de motivatie van de docent en zijn ervaren competenties negatief kunnen beïnvloeden. Dit kan vervolgens negatief uitwerken op de motivatie van leerlingen en hun leerprestaties.

Ook in onderzoek in andere arbeidsmarktsectoren met contactuele beroepen zoals in de zorg, zijn negatieve relaties gevonden tussen werkdruk, burn-out-verschijnselen en kwaliteit van het werk.

Toelichting antwoord

Definitie ervaren werkdruk

Werkdruk betreft de mate van (dis)balans tussen de eisen die het werk stelt aan een werknemer (de ‘taakeisen’) en de mogelijkheden die deze werknemer heeft om dat werk goed uit te voeren (de ‘regelmogelijkheden’) (Wiezer et al., 2012). In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat een werknemer lange tijd zijn werk niet afkrijgt, of de gewenste kwaliteit niet kan leveren, én hij hier zelf niets aan kan veranderen (TNO, z.j.). Wanneer de disbalans tussen taakeisen en regelmogelijkheden langere tijd aanhoudt kan dit bij de werknemer leiden tot stressklachten. De ervaren werkdruk betreft de perceptie van de (dis)balans door een werknemer. De oorzaken van een disbalans (en daarmee te hoge ervaren werkdruk) kunnen zowel liggen in de inhoud en organisatie van het werk, als bij het individu (Wiezer et al., 2012).


Het Job Demands-Resources model (JD-R model) is een veelgebruikt model om de relaties tussen werkkenmerken en werkuitkomsten te bestuderen. Het model veronderstelt dat hoge werkeisen (job demands) leiden tot stressreacties en ongezondheid (het uitputtingsproces), terwijl het beschikken over veel energiebronnen (job resources) leidt tot hogere motivatie en productiviteit (het motivationele proces). (Schaufeli & Taris, 2013). Zie figuur.

Bron: Bakker & Demerouti, 2017, p. 277

(vertaling door de auteurs van dit antwoord van de Kennisrotonde)

Bij werkeisen gaat het om aspecten van het werk die moeite en energie kosten en daardoor verbonden zijn met bepaalde fysiologische en psychologische kosten.
Werkdruk is, evenals onder andere zwaar tillen, interpersoonlijke conflicten en baanonzekerheid, een voorbeeld van een werkeis. Volgens het model hangt ervaren werkdruk samen met factoren als hoge taak-/werkeisen, een hoog werktempo, tijdsdruk, samenwerkingsproblemen, gebrek aan kennis en vaardigheden, veeleisende of lastige klanten en te weinig invloed hebben op de arbeids- en rusttijden (Bakker & Demerouti, 2017).

Bij energiebronnen gaat het om aspecten van het werk die functioneel zijn voor het behalen van werkdoelen en de groei en persoonlijke ontwikkeling van werknemers stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn autonomie, sociale steun en de kwaliteit van feedback en de relatie met de leidinggevende (Bakker et al., 2005). Naast deze hulpbronnen uit de werkomgeving zijn er ook persoonlijke hulpbronnen; dit zijn ‘psychologische kenmerken die verband houden met iemands weerbaarheid en betrekking hebben op diens vermogen om de omgeving op een succesvolle manier te beïnvloeden of naar eigen hand te zetten.’ (Schaufeli & Taris, 2013: 188). Voorbeelden hiervan zijn extraversie, waargenomen eigen competentie (self-efficacy) en emotionele stabiliteit.

De werking van het model kan per beroepsgroep en daarbinnen ook per individu anders zijn: waar de een energie uit haalt, kan de ander op leeglopen (Sonneveld, 2016). Er vinden binnen het werk dan ook gelijktijdig twee processen plaats.

1) Enerzijds zal het werk, door de eisen die eraan worden gesteld, een beroep doen op de energiereserves van de werknemer. Wanneer het werk te veel energie vergt, zullen de reserves op den duur uitgeput raken en ontstaat er stress, wat tot een burn-out (uitputting, cynisme en een onverschillige houding naar collega’s en werk) kan leiden. Werkeisen, zoals (ervaren) werkdruk, zijn niet per definitie stressvol (Bakker et al., 2001; Schaufeli & Taris, 2013). Dat is alleen het geval wanneer een individu blootstaat aan hoge werkeisen, tussendoor onvoldoende kan herstellen én er geen energiebronnen zijn om te compenseren. In een dergelijk geval wordt de mentale energie steeds minder, wat tot uitputting leidt en uiteindelijk gezondheidsklachten tot gevolg kan hebben. Deze klachten kunnen leiden tot ziekteverzuim of arbeidsongeschiktheid. Uit een meta-analyse blijkt dat deze uitputting en gezondheidsklachten kunnen leiden tot slechtere werkprestaties (job performance) (Schaufeli & Taris, 2013). Stress kan op zijn beurt de ervaren werkdruk ook verder vergroten (self-undermining) (Bakker & Demerouti, 2017).

2) Anderzijds zullen energiebronnen op het werk ervoor zorgen dat het werk juist motivatie oplevert, wat uiteindelijk juist tot bevlogenheid kan leiden. Bevlogenheid leidt volgens het JD-R model tot positieve uitkomsten, zoals meer organisatiebetrokkenheid en betere werkprestaties (Bakker & Demerouti, 2007).
 


Relatie tussen ervaren werkdruk en werkprestaties

Om de relatie tussen ervaren werkdruk en werkprestatie inzichtelijk te maken wordt in de literatuur veel gebruik gemaakt van het Job Demands Resources model (JD-R model; zie tekstkader voor een nadere toelichting). Het model veronderstelt een indirecte relatie tussen werkdruk en de werkprestatie, waarbij motivatie (bevlogenheid, toewijding) en stress/burn-out intermediaire variabelen zijn. Het model is de afgelopen jaren in verschillende landen onderzocht en wordt inmiddels ondersteund door een grote hoeveelheid empirisch onderzoek.

Nader toelichting op het Job Demands Resources model (JD-R model)

In hun overzichtsartikel wijzen Bakker en Demerouti (2017) op meermalen in onderzoek gevonden positieve verbanden tussen

  • energiebronnen en motivatie (beschikken over meer energiebronnen draagt bij aan motivatie),
  • werkeisen (inclusief ervaren werkdruk) en werkstress (meer werkdruk, meer werkstress), en
  • motivatie en werkprestaties (job performance; gemotiveerde werknemers zijn doelgericht en gefocust, en hebben bovendien het enthousiasme en de energie om goed te presteren).

Tegelijkertijd wijst onderzoek uit dat werknemers die te maken hebben met uitputtingsverschijnselen en gezondheidsklachten onvoldoende energiebronnen hebben om hun werk goed te kunnen uitvoeren (Bakker & Demerouti, 2017). Overigens, wat onder werkprestaties verstaan wordt, verschilt per onderzoek. Soms gaat het om objectief vastgestelde prestaties, bijvoorbeeld financiële prestaties van een medewerker, soms gaat het om zelfrapportages door werknemers.

Ook voor het onderwijs zijn er diverse onderzoeken die het JD-R model ondersteunen. Zo blijkt onder andere dat wanneer docenten geen of weinig energiebronnen tot hun beschikking hebben, werkeisen kunnen leiden tot emotionele uitputting en burn-out (zie onder andere: Nie & Sun, 2015; Pu et al., 2016; Webb & Napier, 2015). Evers, Yamkovenko en Van Amersfoort (2017) constateren dat dit ook het geval is bij docenten in het middelbaar beroepsonderwijs. Uit een kwantitatief onderzoek onder 120 docenten op een school in het middelbaar beroepsonderwijs, blijkt tevens dat (meer) autonomie (als energiebron) deze emotionele uitputting bij docenten kan reduceren.

Ervaren werkdruk in het middelbaar beroepsonderwijs

Uit onderzoek naar taakgerelateerde werkdruk onder bijna 1.000 docenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) blijkt dat ongeveer driekwart van de docenten een hoge werkdruk ervaart (Van Toly et al., 2017). Het medewerkerstevredenheidsonderzoek in de branche laat eenzelfde uitkomst zien (Effectory, 2016). Mbo-docenten geven aan dat ze niet genoeg tijd hebben om taken goed uit te voeren, met name als er problemen zijn met studenten. Ook ervaren mbo-docenten tijdgebrek om een nieuw vak voor te bereiden. Daarnaast ervaren ze te weinig ruimte om met het team tijdelijke uitval van collega’s op te vangen. Ook geven ze aan op organisatieniveau te maken te hebben met onhandige roosters en gebrek aan voorzieningen en materiaal (Van Toly et al., 2017).

Dit beeld komt overeen met een al wat ouder onderzoek naar oorzaken van werkdruk in de basiseducatie voor volwassenen, een onderwijscontext die verwant is aan die van het mbo (Van den Berg & Stolk, 1994). Onder docenten in de basiseducatie leek de ervaren werkdruk niet zozeer te worden veroorzaakt door het lesgeven zelf, maar door andere factoren: onvoldoende tijd voor niet-lesgebonden taken zoals vergaderen, taakcomplexiteit (zoals werken op verschillende locaties en met verschillende groepen), geringe ervaren steun door leidinggevenden en aanscherping van externe normen (Van den Berg & Stolk, 1994).

Effect van ervaren werkdruk op kwaliteit van onderwijs

In hoeverre heeft de werkdruk onder docenten gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs? Over deze directe relatie is geen onderzoek voor handen, niet in het mbo en ook niet in andere sectoren. Het JD-R model veronderstelt dat de relatie tussen werkdruk en werkprestaties indirect verloopt via werkstress, maar over deze indirecte relatie zijn voor het onderwijs weinig empirische gegevens beschikbaar. Wel kan er iets gezegd worden op basis van onderzoek in het primair onderwijs.

Uit diverse studies blijkt dat er een relatie is tussen werkdruk en burn-out bij leerkrachten in het primair onderwijs, maar ook de gevolgen daarvan voor de leerprestaties van leerlingen zijn nog weinig onderzocht (Wong et al., 2017). Voor zover dat wel is gedaan blijkt er, conform het JD-R model, sprake van een indirecte relatie (Covell, McNeill & Howell, 2009; Jennings & Greenberg, 2009; Ruble & McGrew, 2013). Hierbij zijn kwaliteit van leraren en motivatie van leerlingen de mediërende factoren: emotionele uitputting en vervreemding kunnen ervoor zorgen dat docenten minder goed functioneren en minder enthousiast zijn.

Hierdoor kunnen leerlingen op hun beurt minder gemotiveerd raken voor school, wat effect heeft op hun schoolresultaten. Zo blijkt uit de studie van Herman, Hickmon-Rosa & Reinke (2017) onder 121 leraren en 1.817 kinderen van negen basisscholen in de Verenigde Staten dat in de klassen met de meest gestresste leraren die burn- outverschijnselen hebben en over weinig copingmechanismen beschikken, leerlingen minder geconcentreerd en hulpvaardig zijn en meer verstorend gedrag vertonen. Daarnaast blijken in deze klassen de wiskunderesultaten van de leerlingen significant lager.

Ook blijkt er een verband tussen burn-out, de ervaren competentie van docenten (self- efficacy) en de leerprestaties van leerlingen in het primair onderwijs (o.a. Klassen & Chiu, 2010). Docenten die (door werkstress en burn-out klachten) minder het gevoel hebben hun taken goed te kunnen uitvoeren, zijn vaker minder creatief, maken minder gebruik van didactische innovaties en zijn minder effectief in het lesgeven; zij maken bijvoorbeeld minder gebruik van effectieve instructiestrategieën. Dit kan leiden tot lagere studieresultaten van studenten (Huang et al., 2015; Skaalvik & Skaalvik, 2007).

Voorts blijkt uit onderzoek dat werkdruk onder leraren in het primair onderwijs negatief samenhangt met de ervaren leercultuur op school, waarin continu verbeteren, leren en ontwikkelen en kennisdeling centraal staan (Van den Berg & Scheeren, 2017). Dit kan op zijn beurt mogelijk negatieve gevolgen hebben voor het pedagogisch-didactisch repertoire en de vakinhoudelijke kennis van leraren, hoewel hard bewijs hiervoor ontbreekt (cf. Van der Ploeg, 2017).

Vergelijking met andere sectoren

Volgens Schaufeli en Bakker (2001) komt hoge werkdruk vaak voor in contactuele beroepen, bijvoorbeeld bij frontliniewerkers. Frontliniewerkers zijn uitvoerders van het overheidsbeleid en hebben veel directe contacten met burgers tijdens hun werk en een grote mate van beslissingsruimte (Lipsky, 1980).

Naast docenten zijn andere voorbeelden van frontliniewerkers politieagenten, maatschappelijk werkers en zorgprofessionals. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2017 blijkt dat het personeel in het onderwijs en de gezondheids- en welzijnszorg - na horecapersoneel - in vergelijking met onder andere de sectoren bestuur, financieel, zakelijk, recreatie en vervoer[1] het vaakst een hoge mate van werkdruk ervaren (Hooftman et al., 2017). De ervaren werkdruk is onder onderwijspersoneel iets hoger dan onder zorgpersoneel.

Als er specifiek naar zorgpersoneel wordt gekeken blijkt uit onderzoek dat werkdruk bij verpleegkundigen direct samenhangt met de kwaliteit van zorg voor patiënten (o.a.
Page, 2004; MacPee et al., 2017; Ramanujam et al., 2008). Hoge taakeisen zorgen ervoor dat de verpleegkundigen niet al hun taken kunnen uitvoeren, met als gevolg dat de kwaliteit van zorg aan patiënten vermindert. Vergelijkbare uitkomsten vonden Hu, Schaufeli en Taris (2017) bij Chinese verpleegkundigen en politieagenten.

Uit een meta-analyse van 46 peer reviewed en kwantitatieve onderzoeken over burn-out en veiligheid in de zorg komt naar voren dat er een relatie is tussen een burn-out, stressklachten en patiëntveiligheid (Hall et al., 2016). Ook uit de meta-analyse van Humphries et al. (2014) van 30 studies komt dit naar voren; zo blijkt uit één van de door hen geanalyseerde studies onder 1.311 Duitse medewerkers klinische chirurgie dat bij de mannelijke chirurgen burn-out significant samenhangt met ervaren mindere dienstverlening aan patiënten (Klein et al., 2010, aangehaald in Humphries et al, 2014).

Tot slot, uit onderzoek onder dienstverlenende medewerkers in het bedrijfsleven (medewerkers klantenservice, verkopers, horeca-personeel) blijkt dat veel afleiding (social interruptions) in het werk leidt tot een grotere kans om een cynische werkhouding te ontwikkelen (Demerouti, Xanthopoulou & Bakker, 2018). Dit gaat gepaard met negatieve acties naar klanten (zoals een gespannen houding en onvriendelijkheid), wat leidt tot een lagere tevredenheid over de dienstverlening.

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

Masterclass
Eensgezind leiderschap
Eensgezind leiderschap
Creëer eenheid tussen docenten, leidinggevenden en bestuurders
Medilex Onderwijs 
Werkdruk oplossen
15 tips voor het oplossen van werkdruk in het onderwijs
Paul Filipiak
Werkdruk en administratie
De bliksemafleiders in de discussie over werkdruk
Marjolein Zwik
Opgestapelde veranderingen
Werkplezier draagt bij aan fundamentele verandering
Dolf Janson
Werkdruk tips
Werkdruk? Wees zuinig op je professionals!
Machiel Karels
Interpersoonlijke identiteit
Relatie met leerling van invloed op welzijn docent
Annemieke Top
Bouwstenen verandercapaciteit
MBO-docenten die samen blijven leren, gaan beter met verandering om
Annemieke Top
Soepele lesovergang
Zonder stress van les naar les
Jelte van der Kooi
Werkdruk verlagen
Hoe kun je werkdruk echt verlagen?
Michel Verdoorn
Mindfulness uitleg
Mindfulness op school
Hélène van Oudheusden
Werkdruk onderwijs
Hoge werkdruk in het onderwijs is een gevolg van het huidige organisatiemodel.
Luc Stevens
Werkdruk bespreken
Leraren en werkdruk: waarom mopperen in de koffiekamer niet werkt
Angela Kouwenhoven-de Waardt
Werkdruk normjaartaak
Flipping de normjaartaak: werkdruk in het onderwijs ontrafeld
Marjolein Zwik


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Belemmeringen bij doorstroom van havo naar vwo
Doorstromen van Havo naar Vwo: hoe gaat dat?
Effect financieel onderwijs op gedrag studenten
Omgaan met geld: heeft onderwijs hierover effect?
Invloed kiesbord op natuurlijk leerproces kleuters
Welke invloed heeft een kiesbord op het leerproces van kleuters?
Aanwezigheid van leerlingen bij gesprekken
Zorgt aanwezigheid van leerlingen bij gesprekken voor meer betrokkenheid?
Leeropbrengsten van non-formeel en informeel leren
Hoe zijn leeropbrengsten zichtbaar te maken?
Praktijksituaties leren op school -bbl
Praktijksituaties leren op school: helpt dat bbl-studenten?
Feedback om docenten te motiveren
Hoe kan feedback docenten motiveren om te professionaliseren?
Samenwerkend leren inzetten
Hoe zet je samenwerkend leren goed in?
Inzet onderwijsassistenten
Hoe zet je onderwijsassistenten rendabel in?
Intrinsieke motivatie en praktijkleren
Neemt motivatie toe door praktijkervaring op het vmbo?
Competentiegericht beroepsonderwijs
Teamleren in het kader van competentiegericht beroepsonderwijs
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Studiemotivatie VWO plus
Studiemotivatie hoogbegaafde leerlingen in VWO-plus
Falen en succes
Van faalervaring naar leerervaring: Zijn reacties van leerlingen op lage cijfers te beïnvloeden?
Motivationele differentiatie
Invloed van cognitieve en motivationele differentiatie bij hoogbegaafde en getalenteerde leerlingen
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Verhindert werkdruk docenten in mbo goed onderwijs?

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.