Kunnen theorieën over begeleide groepsontwikkeling bijdragen aan een positief klasklimaat in het primair onderwijs?

Geplaatst op 7 maart 2019

Samenvatting

Theorieën over groepsontwikkeling proberen antwoord te vinden op de vraag hoe groepen zich door de tijd heen ontwikkelen. Er zijn verschillende van dit soort theorieën. Een van de bekendste is de theorie van Tuckman, die ook wordt toegepast in het basisonderwijs. Het is echter niet duidelijk of toepassing van deze theorie kan bijdragen aan een positief klasklimaat.

Theorieën over begeleide groepsontwikkeling zijn onder te verdelen in drie typen modellen: lineaire modellen, cyclische modellen en hybride modellen.

Lineaire modellen gaan ervan uit dat groepen zich op een geleidelijke en lineaire manier ontwikkelen. Stap voor stap zouden groepen steeds beter gaan functioneren. Lineaire modellen kennen verschillende fases die groepen in een vaste volgorde doorlopen. Het bekendste lineaire model is dat van Tuckman (zie ook dit antwoord van de Kennisrotonde over samenstelling van groepen en de fases van Tuckman). In dit model doorlopen groepen vijf fases:

  • forming (verheldering en kennismaking),
  • storming (spanningen en conflicten),
  • norming (regels en normen),
  • performing (stabilisering en productiviteit) en
  • adjourning(afronding).

Daarnaast maakt Tuckman onderscheid in taakgerichte aspecten en sociaal-emotionele aspecten. Volgens Tuckman zoeken groepen namelijk altijd naar een balans tussen de eisen van de uit te voeren taak en de behoeften van individuele groepsleden.

Cyclische modellen kenmerken zich door een herhalend patroon. Groepen doorlopen de fases niet in een vaste volgorde, maar bewegen zich in kleine cycli tussen fases heen en weer. Groepen kunnen in verschillende fases tegen problemen aanlopen. Daardoor moeten ze terugkeren naar een eerdere fase van waaruit ze weer verder kunnen ontwikkelen.

Hybride modellen combineren eerder ontwikkelde modellen om zo een nieuw model te vormen. Deze modellen gaan niet uit van een voorgeschreven patroon van groepsontwikkeling. Hybride modellen zien groepen als open systemen die beïnvloed worden door de context waarin ze bestaan. Effectieve groepen passen zich continu aan de context aan.

Bruikbaarheid van theorieën over groepsontwikkeling in het basisonderwijs

Er zijn slechts enkele onderzoeken waarin de bruikbaarheid van theorieën over groepsontwikkeling in een onderwijssetting is onderzocht. De meeste gaan over de theorie van Tuckman en/of andere contexten dan het basisonderwijs. Het is daardoor onduidelijk in hoeverre andere theorieën dan die van Tuckman bruikbaar zijn in het basisonderwijs.

Hoewel ook Tuckmans theorie er niet specifiek voor is ontwikkeld, is die wel toegepast in het basisonderwijs. Het is echter de vraag of zijn theorie hier ook effectief is omdat deze vooral gebaseerd is op onderzoek met therapiegroepen. Bovendien is het lineaire karakter van Tuckmans theorie achterhaald. Tegenwoordig wordt ervan uit gegaan dat groepen zich op verschillende manieren kunnen ontwikkelen. Tot slot worden groepen hier beschouwd als gesloten systemen, terwijl ze in werkelijkheid worden beïnvloed door omgevingsfactoren.

Effect op het klasklimaat

Leerkrachtinterventies op basis van Tuckmans theorie kunnen effect hebben op de groepsontwikkeling en het klasklimaat. Dat betekent overigens niet dat het gebruik van Tuckmans theorie het klasklimaat positief beïnvloedt. Ook is niet duidelijk welk voordeel dit oplevert voor de leerresultaten.

Hoe de theorie van Tuckman kan worden gebruikt in het onderwijs beschrijft Van Engelen in het boek Grip op de groep. Hij laat zien hoe Tuckmans theorie leerkrachten kan helpen bij het creëren van een positieve sfeer in de groep. Tuckmans derde fase (norming) is volgens Van Engelen van cruciaal belang om een positieve groep te vormen. Het is de fase waarin groepsnormen worden opgesteld: hoe gaan we in deze groep met elkaar om? Werken met de volgende vier groepsnormen kan bijdragen aan een positief klasklimaat:

  1. veilig voelen,
  2. elkaar respecteren,
  3. positief communiceren en
  4. helpen en samenwerken.

Bij elke norm worden in het boek activiteiten en opdrachten voorgesteld. In hoeverre deze activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan een positief klasklimaat is niet onderzocht.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Femke van der Wilt (antwoordspecialist) en Niek van den Berg (kennismakelaar)
Vraagsteller: leerkracht basisonderwijs

Vraag

Zijn er naast de theorie van Tuckman andere theorieën over begeleide groepsontwikkeling, zijn die bruikbaar voor leerkrachten in het basisonderwijs, en draagt het werken ermee bij aan een positief klasklimaat?

Kort antwoord

Er zijn verschillende theorieën over groepsontwikkeling, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen theorieën die uitgaan van een lineair ontwikkelingsproces (bijvoorbeeld de theorie van Tuckman), theorieën die uitgaan van cycli en theorieën met een hybride model. Geen van de alternatieven voor de theorie van Tuckman is onderzocht op bruikbaarheid in het basisonderwijs. Daarmee is ook niet duidelijk of toepassing ervan zou kunnen bijdragen aan een positief klasklimaat.

Toelichting antwoord

Overzicht van verschillende theorieën over groepsontwikkeling

Theorieën over groepsontwikkeling proberen antwoord te vinden op de vraag hoe groepen zich door de tijd heen ontwikkelen (Bonebright 2010; Chang, Duck, & Bordia,
2006). De eerste theorieën ontstonden in het begin van de jaren ‘50 van de vorige eeuw en zijn in de daaropvolgende jaren steeds verder verfijnd. Inmiddels bestaan er meer dan 100 theorieën over groepsontwikkeling. Er zijn meerdere reviews verschenen waarin deze theorieën met elkaar worden vergeleken (bijvoorbeeld Tuckman & Jensen, 1977; Smith, 2001; Wheelan, 1994).

De meest uitgebreide review is die van Smith (2001), met een onderscheid in drie typen modellen: (1) lineaire modellen, (2) cyclische modellen en (3) hybride modellen.

Lineaire modellen

Lineaire modellen gaan ervan uit dat groepen zich op een geleidelijke en lineaire manier ontwikkelen (Chang et al., 2006; Smith, 2001). Stap voor stap zouden groepen steeds beter gaan functioneren. Lineaire modellen maken onderscheid in verschillende fases en veronderstellen dat groepen die fases in een vaste volgorde doorlopen (Bonebright, 2010; Smith, 2001). Het bekendste lineaire model is dat van Tuckman (1965; Tuckman & Jensen, 1977; zie ook Kennisrotonde, 2016). In zijn artikel ‘Developmental Sequence in Small Groups’ (1965) onderscheidde Tuckman vier fases:

  1. Forming (fase van verheldering en kennismaking),
  2. Storming (fase van spanningen en conflicten),
  3. Norming (fase van regels en normen) en
  4. Performing (fase van stabilisering en productiviteit). Later voegde hij daar nog een vijfde fase aan toe:
  5. Adjourning (fase van afronding; Tuckman & Jensen, 1977).

Naast het onderscheid in verschillende fases maakte Tuckman onderscheid in taakgerichte aspecten en sociaal-emotionele aspecten. Volgens Tuckman zoeken groepen namelijk altijd naar een balans tussen het tegemoet komen aan de eisen van de uit te voeren taak en de behoeften van individuele groepsleden (1965; Tuckman, & Jensen, 1977). Hoewel lineaire modellen verschillen in de termen die ze gebruiken voor de fases, komen ze inhoudelijk grotendeels met elkaar overeen (Smith, 2001). In het model van Caple (1978) heten de vijf fases bijvoorbeeld

(1) Orientation, (2) Conflict, (3) Integration, (4) Achievement en (5) Order.

Cyclische modellen

Cyclische modellen worden gekenmerkt door een herhalend patroon (Akrivou, Boyatzis, & McLeod, 2006; Chang et al., 2006; Smith, 2001). In plaats van het in een vaste volgorde doorlopen van fases, zouden groepen zich in kleine cycli tussen fases heen en weer bewegen (Chang et al., 2006). De veronderstelling is dat groepen in verschillende fases tegen problemen kunnen aanlopen waardoor ze moeten terugkeren naar een eerdere fase en van daar uit weer verder kunnen ontwikkelen (Bonebright, 2010; Smith, 2001). Problemen kunnen ontstaan door veranderingen binnen of buiten de groep (bijvoorbeeld, veranderingen in taak, samenstelling of leider; Bradford, 1978; Smith, 2001).

De fases die worden onderscheiden in de verschillende cyclische modellen komen inhoudelijk op hetzelfde neer:

  1. definiëren van taak en ontmoeten van groepsleden,
  2. verdelen van rollen op basis van behoeften, kennis en vaardigheden,
  3. vastleggen van relaties en maken van beslissingen en
  4. uitvoeren en monitoren van gemaakte plannen (Smith, 2001).

In de laatste fase komt het herhalende karakter van cyclische modellen het sterkst naar voren: zodra groepen merken dat ze niet tot een goede uitvoering komen van de taak, keren ze terug naar een eerdere fase om eerder gemaakte afspraken, verdeelde rollen en ontstane groepsstructuren te herzien (Smith, 2001).

Hybride modellen

Hybride modellen zijn modellen die eerder ontwikkelde modellen hebben gecombineerd om zo een nieuw model te vormen. Deze modellen gaan niet uit van een voorgeschreven patroon van groepsontwikkeling (Smith, 2001). Hybride modellen zien groepen als open systemen die beïnvloed worden door de context waarin ze bestaan (Bradford, 1978; Smith, 2001). Effectieve groepen passen zich continu aan de context aan. Door de invloed van omgevingsfactoren (bijvoorbeeld tijdsdruk) zijn er meerdere

ontwikkelingspatronen mogelijk (Chang et al., 2006). De variatie in ontwikkeling tussen groepen zou daardoor groter zijn dan wordt voorgesteld in lineaire en cyclische modellen. Eén van de bekendste hybride modellen is het model van Gersick (1988; zie ook Ito & Brotheridge, 2008; Mannix & Jenn, 2004). In plaats van door een geleidelijke, lineaire en gefaseerde ontwikkeling, wordt groepsontwikkeling volgens Gersick gekenmerkt door abrupte, snelle en radicale veranderingen (Smith, 2001). Hoewel Gersick er niet van uitging dat groepen zich volgens een vast patroon ontwikkelen, onderscheidde ook zij verschillende fases:

  1. verzamelen van groepsinformatie en uitproberen van gedrag,
  2. oriënteren op de uit te voeren taak,
  3. aanpassen van oorspronkelijk plan,
  4. uitvoeren van de taak en
  5. afronden (Smith, 2001).

Bruikbaarheid van theorieën over groepsontwikkeling in het basisonderwijs

Er zijn slechts enkele onderzoeken waarin de bruikbaarheid van theorieën over groepsontwikkeling in een onderwijssetting is onderzocht (bijvoorbeeld Kerr & Gass, 1987; Runkel, Lawrence, Oldfield, Rider, & Clark, 1971). De meeste van deze onderzoeken betreffen de theorie van Tuckman en/of andere contexten dan basisonderwijs. Het is daardoor onduidelijk in hoeverre andere theorieën dan die van Tuckman bruikbaar zijn in het basisonderwijs.

Hoewel ook Tuckman’s theorie niet specifiek ontwikkeld is voor deze setting, is die wel specifiek toegepast in het basisonderwijs (bijvoorbeeld Barling, 1984). Ook in handboeken en op websites over groepsontwikkeling in het onderwijs wordt regelmatig verwezen naar de theorie van Tuckman (bijvoorbeeld Dekeyser, 2018; Horeweg, 2014; Remmerswaal, 2013; Spaan, 2016). Of Tuckman’s theorie niet alleen bruikbaar maar ook effectief is in het basisonderwijs is echter de vraag. Tuckman’s theorie is namelijk vooral gebaseerd op onderzoek met therapiegroepen en het is onduidelijk in hoeverre de groepsontwikkeling daar vergelijkbaar is met groepen in het basisonderwijs (Tuckman, 1965; zie ook Bonebright, 2010; Cassidy, 2007).

Bovendien is het lineaire karakter van Tuckman’s theorie achterhaald en wordt er tegenwoordig vanuit gegaan dat groepen zich op verschillende manieren kunnen ontwikkelen (Edson, 2010; Zoltan & Vancea, 2016).
Tot slot worden groepen in de theorie van Tuckman beschouwd als gesloten systemen terwijl ze in werkelijkheid in grote mate lijken te worden beïnvloed door omgevingsfactoren (Bonebright, 2010).

Effect van implementatie van theorieën over groepsontwikkeling op het klasklimaat

Ondanks bovenstaande kanttekeningen heeft onderzoek uitgewezen dat Tuckman’s theorie als zodanig is toe te passen in het basisonderwijs, al is niet precies duidelijk welk voordeel dit oplevert voor leerresultaten. Een grootschalig onderzoek van Wilson et al. (1979) toonde bijvoorbeeld aan dat een interventie gericht op het bevorderen van leerkrachtvaardigheden effectief was in het stimuleren van de ontwikkeling van groepen: de interventiegroepen bereikten een hogere fase van Tuckman’s theorie dan de controlegroepen.

Onderzoek van Barling (1984) heeft bovendien laten zien dat een interventie gericht op het toepassen van interactiestrategieën door leerkrachten een significant effect had op het klasklimaat en de groepsontwikkeling: tijdens Tuckman’s tweede fase (Storming) was er in de interventiegroepen in vergelijking met de controlegroepen sprake van een lagere mate van frictie en een hogere mate van empathie. Daarnaast ervaarden de interventiegroepen in de overgang van Tuckman’s derde fase (Norming) naar Tuckman’s vierde fase (Performing) minder afname in cohesie en wederkerige vriendschappen dan de controlegroepen.

Hoewel leerkrachtinterventies volgens de besproken studies dus effect kunnen hebben op de groepsontwikkeling en het klasklimaat, kan hieruit niet worden afgeleid of het gebruik van Tuckman’s theorie over groepsontwikkeling het klasklimaat positief beïnvloedt.

Wat betreft de alternatieve theorieën: wegens gebrek aan onderzoek naar de bruikbaarheid in het basisonderwijs is niet bekend of het werken met dergelijke theorieën effect heeft op het klimaat in de klas.

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

Tweedaags opleiding tot Schoolcoach Betrokkenheid
Tweedaags opleiding tot Schoolcoach Betrokkenheid
unieke kans!
Bazalt | HCO | RPCZ 
Groepsdynamica in de bovenbouw
Groepsdynamica in de bovenbouw
Groepsprocessen begrijpen, begeleiden en bijsturen
Medilex Onderwijs 
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch klimaat - leidinggeven - veiligheid - orde in de klas
Arja Kerpel
Roos van Leary -1-
Roos van Leary - uitleg - test - gebruik
Arja Kerpel
Pedagogisch basisklimaat
Pedagogisch (basis) klimaat
Luc Stevens
Sociogram
Sociogram: inzicht in sociale relaties en tips voor de leerkracht
Arja Kerpel
Groepsprocessen
Groepsprocessen in de klas
Anton Horeweg
Medogenloze groep
De meedogenloze groep
Wendy Brasz en Myra den Haan
Groepsvorming
De groep in je greep!
Ivo Mijland
Groepsklimaat
Gelukkige kinderen in een gelukkige klas
Arja Kerpel
Grip op de groep
Grip op de groep - Hoe vorm je een positieve groep?
Arja Kerpel
Lessen in orde
Lessen in orde - Handboek voor de onderwijspraktijk
Marleen Legemaat
Klassenkracht
Klasse(n)kracht - in zeven stappen naar een veilig en sociaal groepsklimaat
Arja Kerpel
De Ringaanpak
De Ringaanpak - Een groepsdynamische benadering voor een veilige klas
Korstiaan Karels


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Orde en aandacht
Hoe krijg je aandacht terug na intermezzo?
Brede talentontwikkeling door goed pedagogische klimaat
Brede talentontwikkeling: hoe pak je dat aan?
Stoeien goed voor ontwikkeling?
Heeft stoeien op school altijd een positief effect op kinderen?
Effectieve anti-pest methode
Wat is een effectieve methode om pesten tegen te gaan?
Theorie van Human Dynamics
Effect van onderwijs op basis van Human Dynamics-theorie
Internaliserende en externaliserende problemen
Hoe kunnen docenten omgaan met verstorend gedrag?
Tools voor het versterken van pedagogische relatie
Welke tools zijn er om docenten te versterken in hun gedragsrepertoire?
Theorie als bijdrage aan positief klasklimaat
Helpt theorie bij het vormen van een positief klasklimaat?
Groepssamenstelling
Groepssamenstelling volgens de groepsfasen van Tuckman
Hoe kunnen scholen discriminatie voorkomen?
Hoe kunnen scholen het ontwikkelen van vooroordelen voorkomen?
Sociaal klimaat po
Invloed sociaal klimaat op ontwikkeling van sociale competenties in het basisonderwijs
Pedagogisch didactisch handelen
Pedagogisch-didactisch handelen en Passend Onderwijs
Relatie leerling-leraar
Leerling én leraar profiteren van goede relatie
 Onderwijs en leren
De invloed van het onderwijzen van leraren en het leren van leerlingen
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.