Samenwerking tussen scholen en educatieve partners

Geplaatst op 6 maart 2018

Samenvatting

Effectieve samenwerking tussen scholen en verschillende educatieve partners kent de volgende gemeenschappelijke succesfactoren: visie, leiderschap en coördinatie, structurele communicatie, draagvlak, aandacht voor (financiële) randvoorwaarden, gezamenlijke ontwikkeling van activiteiten en producten. Een causale relatie tussen een goede samenwerking en het behalen van doelen van de samenwerking is nog niet overtuigend aangetoond.

De vraagsteller zoekt vooral naar samenwerkingsverbanden waarin partners uit meerdere van de domeinen gezamenlijk optrekken.
Over samenwerking tussen scholen en educatieve partners is vanuit verschillende invalshoeken effectonderzoek verricht. Er is gekeken naar de samenwerking tussen partners uit verschillende domeinen binnen de ‘brede school’. En er is onderzoek gedaan naar de samenwerking tussen onderwijs en één van de verschillende disciplines. Gezien de vraagstelling niet de ideale samenwerking, maar niettemin relevant.

De ‘brede school’

Binnen de brede school werken scholen samen met educatieve partners uit verschillende sectoren, zoals cultuur, sport, techniek, kinderopvang en welzijn. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat structurele inhoudelijke samenwerking de ontwikkelingskansen van kinderen kan helpen vergroten. Goede samenwerking binnen de brede school draagt bij aan doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen en dat is weer gunstig voor de ontwikkeling van kinderen.
Er is een aantal procescriteria voor succesvolle samenwerking binnen de brede school:

  • visie en doelen – onder andere gezamenlijke visie, afgestemd op de doelgroep, waarvoor draagvlak bestaat
  • programma – zoals een samenhangend activiteitenaanbod, doorgaande lijn
  • samenwerking – zoals leiderschap, coördinatie, teamvorming
  • personeel – onder andere kwalificaties, samenwerking

Onderzoek naar de relatie met leerlingresultaten bevestigt echter niet dat brede scholen die aan deze criteria voldoen effectiever zijn dan andere brede scholen.
Er is ook onderzoek gedaan naar de samenwerking tussen onderwijs en één educatieve partner, zoals op het gebied van cultuureducatie, bewegingsonderwijs en natuur- en milieueducatie.

Cultuureducatie

Scholen werken voor cultuureducatie samen met gemiddeld zes culturele partners, vooral centra voor kunst en cultuur, bibliotheken en musea.
Om vast te stellen in hoeverre de samenwerking leidt tot borging van cultuureducatie, zijn de volgende zes criteria belangrijk:

  1. cultuurcoördinator aanwezig
  2. visie vastgelegd in schoolplan, schoolgids of cultuurbeleidsplan
  3. structurele samenwerking tussen school en ten minste één partner
  4. evaluatie van cultuureducatie
  5. structurele financiën: cultuureducatie als aparte post is opgenomen in begroting school
  6. breed draagvlak bij directie en leerkrachten

Er is onderzoek gedaan naar drie verschillende vormen van samenwerking: aanbodgerichte samenwerking, vraaggerichte samenwerking en gezamenlijke ontwikkeling vraag en aanbod. De eerste samenwerkingsvorm, aanbodgerichte samenwerking, komt verreweg het meeste voor. Maar bij vraaggerichte samenwerking en gezamenlijke ontwikkeling van vraag en aanbod worden vaker effecten gevonden op schoolniveau: doorlopende leerlijnen en samenhang in het onderwijs. Deze vormen van samenwerking komen echter nog steeds weinig voor.

Bewegingsonderwijs

Er bestaan diverse vormen van structurele samenwerking tussen scholen en sportverenigingen, waarbij de laatste doorgaans het aanbod bepalen. De gemiddelde school heeft weinig specifieke wensen en is tevreden met het aanbod, zo ook de leerlingen. Het aanbod is divers en authentiek. Er is dus een goede match tussen vraag en aanbod, zonder dat daar veel wederzijdse afstemming aan te pas komt.
Factoren die bepalend zijn voor het succes van de samenwerking zijn:

  • organisatie: regie, verankering doelstellingen in beleidsstukken, draagvlak creëren, communicatie
  • aanbod: frequent, gevarieerd, authentiek, voor verschillende sectoren, doorlopende leerlijnen
  • kader: voldoende kader, professionaliteit, affiniteit met doelgroep
  • middelen: subsidie, materialen, accommodaties

Borging van de samenwerking is gebaat bij een intermediair tussen school en vereniging, bijvoorbeeld de gemeente. De inzet van zogenoemde combinatie-functionarissen zou een goede match tussen vraag en aanbod en een meer structurele samenwerking bevorderen.

Natuur- en milieueducatie

Er zijn verschillende netwerken van scholen en organisaties die voor natuur- en milieueducatie lesmateriaal ontwikkelen. Enkele casestudies geven zicht op de succesvoorwaarden voor onderlinge samenwerking. Voorwaarden voor een goed functionerende samenwerking zijn onder andere een goed onderling contact tussen de betrokkenen en vertrouwen. Daarnaast worden opnieuw visie, leiderschap en randvoorwaarden genoemd.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Anne Luc van der Vegt
Vraagsteller: Onderwijsadviseur onderwijsgroep primair onderwijs

Vraag

Wat zijn de ontwerpcriteria voor een effectieve samenwerking tussen enerzijds scholen en anderzijds educatieve partners op het gebied van gezondheid & sport, techniek, cultuur en natuur?

Met name wordt gezocht naar samenwerkingsverbanden waarin partners uit meerdere van bovengenoemde domeinen gezamenlijk optrekken.

Kort antwoord

Effectieve samenwerking tussen scholen en verschillende educatieve partners is onderzocht binnen de praktijk van de ‘brede scholen’, waar scholen samenwerken met verschillende partners. Ook is gekeken naar samenwerking tussen scholen en educatieve partners op één terrein: cultuureducatie, bewegingsonderwijs en natuur- en milieueducatie.

We zien de volgende gemeenschappelijke succesfactoren: visie, leiderschap en coördinatie, structurele communicatie, draagvlak, aandacht voor (financiële) randvoorwaarden, gezamenlijke ontwikkeling van activiteiten en producten. Een causale relatie tussen een goede samenwerking en het behalen van doelen van de samenwerking is nog niet overtuigend aangetoond.

Toelichting antwoord

Over samenwerking tussen scholen en educatieve partners is gepubliceerd vanuit verschillende invalshoeken binnen het onderwijsonderzoek.

  • Brede samenwerking tussen partners uit verschillende domeinen, zoals plaatsvindt binnen de ‘brede school’. Binnen het Nederlandse onderwijs is hiernaar effectonderzoek verricht. Gezien de vraagstelling, waarbij het vooral gaat om partners uit meerdere domeinen, is dit zeer relevant onderzoek.
  • Samenwerking tussen onderwijs en één van de bovengenoemde disciplines. Gezien de vraagstelling niet de ideale samenwerking, maar niettemin relevant. In het antwoord worden drie voorbeelden besproken: samenwerking rond bewegingsonderwijs, rond cultuureducatie en rond natuur- en milieueducatie. Naar de effectiviteit van de samenwerking zijn enkele relevante studies verricht.

Samenwerking binnen de ‘brede school’

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw kennen we in Nederland de ‘brede school’. Binnen de brede school werken scholen samen met educatieve partners uit verschillende sectoren; cultuur, sport, techniek, kinderopvang, welzijn. Het aantal brede scholen is sindsdien enorm toegenomen. In 2013 behoorde 29% van de basisscholen tot een brede school (De Weerd e.a., 2014).

Ontwerpcriteria samenwerking

In het begin van de 21ste eeuw zijn er enkele onderzoeken gedaan naar de factoren die een brede school succesvol maken. Oberon, ITS en Sardes (2010) concluderen op basis daarvan dat structurele inhoudelijke samenwerking de ontwikkelingskansen van kinderen kan helpen vergroten. Goede samenwerking binnen de brede school draagt bij aan doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen en dat is weer gunstig voor de ontwikkeling van kinderen.

Op basis van onderzoek en ervaringen met de brede school hebben het Landelijk Steunpunt Brede Scholen en Oberon een ‘Kwaliteitskaart brede school & Integraal Kindcentrum’ opgesteld (2013). Daarin worden onder meer de volgende procescriteria beschreven:

  • visie en doelen – o.a. gezamenlijke visie, afgestemd op de doelgroep, waarvoor draagvlak bestaat
  • programma – o.a. samenhangend activiteitenaanbod, doorgaande lijn
  • samenwerking – o.a. leiderschap, coördinatie, teamvorming
  • personeel – o.a. kwalificaties, samenwerking

Samenwerking en effecten van de brede school

Vervolgens hebben Kruiter en collega’s (2013) in een landelijk effectonderzoek nader onderzoek gedaan naar de samenwerking binnen de brede school. Dit onderzoek is verricht onder een groep van twintig voorlopers onder de brede scholen. Tot de selectie behoren scholen die met tenminste drie andere instellingen samenwerken (b.v. op het gebied van cultuur, sport, kinderopvang) en een activiteiten¬aanbod hebben van tenminste 120 uur per jaar. Deze scholen zijn vier jaar gevolgd en vergeleken met een controlegroep.

In deze effectstudie is onder meer onderzocht of er een relatie is tussen de kwaliteit van de samenwerking binnen de brede school en effecten op de ontwikkeling van leerlingen. Pas dan kunnen we namelijk echt spreken van effectieve samenwerking: de samenwerking helpt de doelen van de brede school te bereiken. Een dergelijke relatie werd niet gevonden. De onderzoekers konden geen verband aantonen tussen a)  de wijze waarop de samenwerking is georganiseerd en b) de effecten van brede-schoolactiviteiten op leerlingen (Kruiter e.a., 2013).

Met andere woorden, op brede scholen waar intensief wordt samengewerkt (zie de bovengenoemde aspecten), verloopt de ontwikkeling van leerlingen niet gunstiger dan op andere brede scholen.
Conclusie: op basis van de onderzoeksliteratuur zijn ontwerpcriteria voor samenwerking binnen de brede school geformuleerd, maar onderzoek naar de relatie met leerlingresultaten bevestigt niet dat brede scholen die aan deze criteria voldoen effectiever zijn dan andere brede scholen.

Behalve het onderzoek naar samenwerking tussen scholen en meerdere educatieve partners is er ook onderzoek naar de samenwerking tussen onderwijs en één educatieve partner. Dit is niet het ideaal van de vragensteller, waar wel relevant voor de beantwoording van de vraag. We gaan achtereenvolgens in op samenwerking rond cultuureducatie, bewegingsonderwijs en natuur- en milieueducatie.

Samenwerking rondom cultuureducatie

Vanaf 2004 stimuleert de rijksoverheid de samenwerking tussen scholen en culturele instellingen, eerst in het kader van ‘Versterking Cultuureducatie Primair Onderwijs’, vervolgens binnen het beleidsprogramma ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’. Het stimuleren van duurzame samenwerking tussen scholen en educatieve partners is één van de speerpunten van dit programma. En er wordt veel samengewerkt. Volgens de meest recente meting van de Monitor Cultuuronderwijs werken scholen samen met gemiddeld zes culturele partners, vooral centra voor kunst en cultuur, bibliotheken en musea (Kruiter e.a., 2016).

Verankering van cultuureducatie

Om vast te stellen in hoeverre de samenwerking leidt tot borging van cultuureducatie, hebben Sardes en Oberon een ‘verankeringsmaat’ ontwikkeld, ontleend aan de criteria voor cultuurprofielscholen. De volgende zes criteria blijken onderling sterk samen te hangen:

  1. Cultuurcoördinator aanwezig
  2. Visie vastgelegd in schoolplan, schoolgids of cultuurbeleidsplan
  3. Structurele samenwerking tussen school en tenminste één partner
  4. Evaluatie van cultuureducatie
  5. Structurele financiën:cultuureducatie als aparte post is opgenomen in begroting school
  6. Breed draagvlak bij directie en leerkrachten

De criteria hebben duidelijke overeenkomsten met de procescriteria uit de Kwaliteitscriteria brede scholen & Integrale Kindcentra. De aspecten 4 en 5 bieden een aanvulling daarop. Aan sommige criteria wordt voldaan op de overgrote meerderheid van de scholen (cultuurcoördinator, structurele financiën) aan andere criteria op een minderheid van de scholen (structurele samenwerking, visie vastgelegd) (Hoogeveen e.a., 2014).

Effect van samenwerking rondom cultuureducatie

Hoogeveen en Beekhoven (2016) hebben onderzoek gedaan naar drie verschillende vormen van samenwerking:

  1.  Aanbodgerichte samenwerking – Scholen maken een keuze uit het aanbod van culturele instellingen. Zij nemen bijvoorbeeld een kunstmenu af.
  2. Vraaggerichte samenwerking – de school formuleert een vraag, de culturele instelling stelt op basis daarvan een aanbod samen.
  3. Gezamenlijke ontwikkeling vraag en aanbod – In onderlinge dialoog wordt de vraag gearticuleerd en het aanbod samengesteld. Ook de uitvoering gebeurt gezamenlijk.

De eerste samenwerkingsvorm, aanbodgerichte samenwerking, komt verreweg het meeste voor.

Maar bij vraaggerichte samenwerking en gezamenlijke ontwikkeling van vraag en aanbod worden vaker effecten gevonden op schoolniveau: doorlopende leerlijnen en samenhang in het onderwijs. Dit is vergelijkbaar met sommige onderzoeken naar de brede school, waar werd geconstateerd dat samenwerking bijdraagt aan doorlopende leerlijnen. Voor wat betreft het onderzoek naar cultuureducatie is dit een voorzichtige constatering, want deze vormen van samenwerking komen nog steeds weinig voor.

Samenwerking rondom bewegingsonderwijs

In het kader van het project ‘Sportaanbod voor het Onderwijs’ zijn er vanaf 2008 diverse initiatieven genomen tot structurele samenwerking tussen scholen en sportverenigingen, met als doel een frequent en gevarieerd sportaanbod voor leerlingen te realiseren. Door het Mulier Instituut is onderzoek gedaan om te succesfactoren van deze samenwerking te bepalen (Van der Werff, Wisse & Stuij, 2012).

In het algemeen is de afstemming tussen vraag en aanbod – anders dan bij cultuureducatie – niet echt een issue. Het activiteitenaanbod wordt in de praktijk bepaald door de sportverenigingen. De gemiddelde school heeft wat dit betreft weinig specifieke wensen en is tevreden met het aanbod dat de verenigingen verzorgen. Het is divers en authentiek. Hetzelfde geldt voor de leerlingen; zij zijn over het algemeen zeer tevreden. Er is dus een goede match tussen vraag en aanbod, zonder dat daar veel wederzijdse afstemming aan te pas komt.

Effect van samenwerking rondom bewegingsonderwijs

In interviews met scholen en sportvereniging heeft het Mulier Insituut gevraagd naar factoren die bepalend zijn voor het succes van de samenwerking. Een overzicht wordt gegeven in Van der Werff en collega’s (2012, p. 56). Het betreft uiteenlopende zaken als randvoorwaarden, structurele kenmerken van de samenwerking, communicatie en de aard van het aanbod. Hieronder volgt een overzicht van de kritische factoren voor de samenwerking:

  • Organisatie: regie, verankering doelstellingen in beleidsstukken, draagvlak creëren, communicatie
  • Aanbod: frequent, gevarieerd, authentiek, voor verschillende sectoren, doorlopende leerlijnen
  • Kader: voldoende kader, professionaliteit, affiniteit met doelgroep
  • Middelen: subsidie, materialen, accommodaties

We zien veel overeenkomsten met de brede school en cultuureducatie. Een aspect dat het Mulier Insituut veel aandacht geeft is de verankering van de samenwerking in de organisaties. Borging van de samenwerking is volgens het Mulier Instituut gebaat bij een intermediair tussen school en vereniging, bijvoorbeeld de gemeente. Daarbij hebben combinatie-functionaris een belangrijke inbreng. Dit bevordert volgens betrokkenen een goede match tussen vraag en aanbod en een meer structurele samenwerking. Ook in sommige studies naar de brede school wordt gewezen op het belang van combinatie-functionarissen (b.v. Kruiter e.a., 2013).

Samenwerking rondom natuur- en milieueducatie

Ten behoeve van leren voor een duurzame omgeving zijn er verschillende netwerken actief van scholen en organisaties voor natuur- en milieueducatie die lesmateriaal ontwikkelen. De netwerken zijn er voor verschillende onderwijssectoren: middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en de Pabo. Door middel van case-studies is gezocht naar criteria voor succesvolle samenwerking.
In ‘Duurzaam doen’ beschrijven Remmerswaal en collega’s (2012) op basis van een casestudy in het middelbaar beroepsonderwijs voorwaarden voor een goed functionerend netwerk:

  • Face-to-face ontmoetingen en uitwisselen van ervaringskennis.
  • Draagvlak en aandacht binnen de instelling.
  • Facilitering van docenten.
  • Aansluiten op actualiteit en up-to-date blijven.
  • Concreet zichtbare resultaten.
  • Politieke ontwikkelingen.

In een onderzoek van de Universiteit Wageningen is gezocht naar voorbeelden van succesvolle samenwerking tussen scholen en organisaties voor natuur- en milieueducatie, om te achterhalen welke factoren bijdragen aan een structurele inbedding van natuur- en milieueducatie (Van der Waal & Wals, 2009). Drie ‘toparrangementen’ zijn nader onderzocht in een case studie. Op grond daarvan hebben de onderzoekers de volgende gemeenschappelijke kenmerken gedestilleerd:

  • Eenheid van visie
  • Verbindende leider
  • Verscheidenheid van samenwerkingspartners, aanwezige competenties
  • Leren van andere (vergelijkbare) arrangementen
  • Geven van vertrouwen
  • Persoonlijk contact
  • Gebruik maken van particuliere fondsen, vrijwilligers, bestaande netwerken, bestaande instrumenten

De ervaringen rondom natuur- en milieueducatie wijzen vooral in de richting van goed onderling contact tussen de betrokkenen. Daarnaast worden opnieuw visie, leiderschap en randvoorwaarden genoemd.

Conclusie

Samenwerking tussen scholen en educatieve partners is onderzocht binnen verschillende contexten. We zien de volgende gemeenschappelijke succesfactoren: visie, leiderschap en coördinatie, structurele communicatie, draagvlak, aandacht voor (financiële) randvoorwaarden, gezamenlijke ontwikkeling van activiteiten en producten. Een causale relatie tussen een goede samenwerking en het behalen van doelen van de samenwerking is nog niet overtuigend aangetoond.

Geraadpleegde bronnen

Meer weten?

Gerelateerd

Tweedaags opleiding tot Schoolcoach Betrokkenheid
Tweedaags opleiding tot Schoolcoach Betrokkenheid
unieke kans!
Bazalt | HCO | RPCZ 
Gezonde leefstijl
Niet meedrinken in de keet. Leerplankader voor een gezonde leefstijl
René Leverink
Techniek talent
Talentontwikkeling met wetenschap en techniek
Hanno van Keulen
Kunst in de les
Hoe kunst helpt leren
Vera Meewis
Kunstonderwijs
Kunstonderwijs en 21st century skills
Vera Meewis
Tien effecten van kunst
Wat leer je van kunst? - Tien positieve effecten
Vera Meewis
Cultuurcoördinator
10 jaar cultuurcoördinatoren op school. Hoe staat het ermee?
Sanne van den Hoek
Techniek: Leren door doen
Techniek: leren door doen. Hoe geef je techniek een plek in het onderwijs?
Arja Kerpel
Fascinerende ontdekkingen
Fascinerende ontdekkingen met kinderen rondom wetenschap en techniek
Arja Kerpel










Effecten van centrale vaklestijd
Wat zijn de effecten van een aanpassing in het lesaanbod?
Draagt kunsteducatie bij aan sociaal-emotionele vaardigheden?
Draagt kunsteducatie bij aan sociaal-emotionele vaardigheden?
Is muziekonderwijs een hulpmiddel bij taal?
Kan muziek(onderwijs) kinderen met taalontwikkelingsstoornissen helpen?
ontwerpcriteria samenwerking scholen en partners
Samenwerking tussen scholen en educatieve partners
Relatie werkbelasting en vakkennis
Is er een relatie tussen ervaren werkbelasting en bekwaamheid?
Toetsen-leertrajecten
Gebruik van toetsen bij het plannen van leertrajecten
Binnen- en buitenschools
Het verbinden van binnen- en buitenschools leren van leerlingen: de ontwikkeling van een verklarend raamwerk
Assessment kunsteducatie
Assessment in kunsteducatie - reviewstudie
Effecten brede scholen
Variatie in brede scholen en hun effecten
Condities buitenschoolse opvang
Condities voor een goede tussenschoolse opvang
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.