Wat is het effect van de inrichting van schoolgebouwen voor primair onderwijs op de ontwikkeling van leerlingen?

Geplaatst op 22 november 2021

Kwaliteitskenmerken van schoolgebouwen, zoals de beheersing van luchtkwaliteit, (dag)licht, temperatuur en akoestiek hangen positief samen met leerprestaties van leerlingen. Hetzelfde geldt voor kleurgebruik en ruimtelijkheid. Of er een causale relatie is, valt op basis van onderzoek niet hard te maken. Overigens dragen de Arbowet en het Bouwbesluit bij aan de basiskwaliteit van schoolgebouwen. Hoe leerkrachten en leerlingen het gebouw gebruiken, is minstens zo belangrijk als het gebouw zelf.

Leeromgevingen moeten leren mogelijk maken en – beter nog - stimuleren. Dat geldt voor schoolgebouwen en zeker voor klaslokalen, waar leerlingen doorgaans de meeste tijd doorbrengen. Het is aannemelijk dat de relaties tussen kenmerken van het schoolgebouw en leerprestaties van leerlingen kleiner zijn dan de relaties tussen kenmerken van het klaslokaal en leerprestaties. Meer in het algemeen is het belangrijk om verstorende cognitieve overbelasting door omgevingsfactoren te vermijden.

Kwaliteit schoolgebouw heeft invloed op leerprestaties

De kwaliteit van het gebouw doet ertoe. Het gaat dan onder meer om luchtkwaliteit (te regelen via verwarming en airco’s), verlichting en inrichting. Een schoolgebouw moet echter als eerste voorzien in een aantal basisvoorwaarden voor de fysieke veiligheid van leerlingen en team. Het gaat om drinkwater, brandveiligheid, sanitair, veiligheidsvoorzieningen en alarmeringssystemen. In Nederland dragen de Arbowet en het Bouwbesluit bij aan een basiskwaliteit van schoolgebouwen. Met een dergelijke basis is vermoedelijk het directe effect van de kwaliteit van het gebouw op leerprestaties onder normale omstandigheden minimaal. Er is wel een relatie (betere gebouwen, betere leerprestaties), maar de vraag is in hoeverre die relatie causaal van aard is.
Een slechte kwaliteit van het schoolgebouw hangt ook samen met meer verzuim en uitval. Tijdelijke huisvesting, achterstallig onderhoud, weinig m2 per leerling en afwezigheid van conciërges hangen negatief samen met leerprestaties. Denkbaar is dat een slechte kwaliteit van het gebouw negatief uitwerkt op het welbevinden van leerkrachten en leerlingen, met als mogelijk gevolg een hoger verzuim en lagere prestaties.

Omgeving van schoolgebouw heeft invloed op leerprestaties

Ook de directe omgeving van het schoolgebouw doet ertoe. Groenere omgevingen met bomen hangen samen met hogere taal- en rekenprestaties. Als het groen bestaat uit grote grasvelden en atletiekbanen, is er juist weer een negatieve samenhang.
Sommige studies laten geen relatie zien tussen kenmerken van het gebouw en leerprestaties. Dat wil niet zeggen dat een schoon, veilig en op leren ingericht gebouw er niet toe doet. Er spelen echter meer factoren mee dan alleen het gebouw en de ligging om van een goede leeromgeving te kunnen spreken. Wat leerkrachten en leerlingen doen is minstens zo belangrijk. Bovendien gaat het zoals eerder vermeld om een samenhang en niet om een causale relatie. De meeste studies laten geen effect-uitspraken toe.

Nederland betrekt belanghebbenden bij ontwerp van schoolgebouwen

In Nederland ontbreekt onderzoek naar de relatie tussen kenmerken van het gebouw en leerprestaties. Er zijn wel studies naar het ontwerpen van scholen, passend bij de onderwijsvisie en het curriculum, en bij de gebruikers. De onderzoekers lijken de samenwerking van architecten, onderwijskundigen, schooldirecteuren, leerkrachten en leerlingen een logische waarde op zich te vinden, voldoende relevant om tot een passend schoolgebouw te komen. Die samenwerking zou via meer welbevinden van leerlingen bijdragen aan hun leerresultaten. Dit wordt echter niet getoetst en is ook in ander onderzoek niet duidelijk onderbouwd.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Niek van den Berg (kennismakelaar)
Vraagsteller: directeur/bestuurder basisonderwijs

Vraag

Wat is het effect van de inrichting van schoolgebouwen voor primair onderwijs op de ontwikkeling van leerlingen?

Kort antwoord

Kwaliteitskenmerken van schoolgebouwen zoals een adequate regeling van de luchtkwaliteit (airco’s), (dag)licht, temperatuur en akoestiek, en bijvoorbeeld ook kleurgebruik en ruimtelijkheid, hangen positief samen met leerprestaties van leerlingen. Of er een causale relatie is kan op basis van onderzoek niet hard worden gemaakt. Overigens dragen in de Nederlandse context Arbo-wet en Bouwbesluit bij aan de basiskwaliteit van schoolgebouwen. Vervolgens is hoe docenten en leerlingen het gebouw gebruiken minstens zo belangrijk als het gebouw zelf.

Toelichting antwoord

Kenmerken van het leslokaal doen ertoe

Leeromgevingen moeten leren mogelijk maken en – beter nog - stimuleren. Dat geldt onder meer voor de fysieke kant van leeromgevingen. Eerder ging de Kennisrotonde in op de relatie tussen kenmerken van klaslokalen en leerprestaties van leerlingen. Voldoende zuurstof,[1] goed daglicht en een niet te hoge of lage temperatuur in het lokaal dragen bij aan de prestaties van leerlingen (Barrett e.a., 2015, aangehaald in Kennisrotonde, 2018; 2019). Ook een onderscheidende maar niet te complexe en kleurrijke aankleding van de wanden doet ertoe (Almeda e.a., 2014, aangehaald in Kennisrotonde, 2019). Meer in het algemeen moet onnodige, verstorende cognitieve overbelasting door omgevingsfactoren worden vermeden (Choi et al., 2014, aangehaald in Kennisrotonde, 2018).

Kenmerken van het schoolgebouw als geheel doen er ook toe

In grote lijnen geldt wat voor klaslokalen geldt, ook voor schoolgebouwen als geheel. Leerlingen brengen echter doorgaans meer lestijd door in een lokaal dan elders in het gebouw, dus aannemelijk is dat de relaties tussen kenmerken van het verdere gebouw en hun leerprestaties kleiner zijn. Overigens, hoe docenten en leerlingen het gebouw gebruiken is minstens zo belangrijk als het gebouw zelf.

Diverse onderzoekers uit de VS gaan specifiek in op kenmerken van het gebouw. De leerstoel van - inmiddels emeritus hoogleraar - Glen Earthman richtte zich op de relatie tussen kenmerken van het gebouw en houding en prestaties van docenten en leerlingen. Kwaliteitskenmerken van schoolgebouwen zijn bijvoorbeeld de regeling van de luchtkwaliteit (airco’s), de verlichting, het geluidsniveau en de aard van de inrichting. Hoe beter de kwaliteit van het gebouw, hoe beter de leerprestaties, ook gecontroleerd voor de sociaal-economische status (SES) van leerlingen.

In een prioritering van criteria stelt Earthman (2004) dat voordat naar genoemde kwaliteitskenmerken wordt gekeken, een schoolgebouw moet voorzien in een aantal absolute basisvoorwaarden voor de fysieke veiligheid van leerlingen en staf. Het gaat om drinkwater, brandveiligheid, adequate sanitaire voorzieningen, veiligheidsvoorzieningen en alarmeringsvoorzieningen. Gebouwen die hier niet in voorzien, zouden niet als schoolgebouw gebruikt moeten worden. Het feit dat Earthman hier zo nadrukkelijk op wijst, is een indicatie dat niet alle schoolgebouwen in de VS aan die eisen voldeden (en mogelijk nu nog niet voldoen). Dit beperkt waarschijnlijk de vergelijkbaarheid van studies in de VS met de huidige Nederlandse situatie. De Arbowet en het Bouwbesluit dragen in elk geval bij aan een basiskwaliteit van schoolgebouwen. Met een dergelijke basis is vermoedelijk het directe effect van de kwaliteit van het gebouw onder normale omstandigheden minimaal.[2]

Voorbeelden van onderzoek in de VS

Een van de promovendi van Earthman laat in een studie naar 226 vo-scholen in Houston zien dat een slechte kwaliteit van het gebouw (veel tijdelijke gebouwen, achterstallig onderhoud, weinig m2 per student, weinig conciërges die onderhoud kunnen doen) samenhangt met meer verzuim en uitval (Branham, 2004).
Bullock (2007) laat in zijn proefschrift zien dat leerlingen in het vo beter presteren in nieuwere of recent gerenoveerde scholen in Virginia (VS). Temperatuur, daglicht, geluid, kleurgebruik, gebruik van (kelder)ruimtes zonder ramen, staat van onderhoud zijn voorbeelden van kenmerken die te maken hebben met de kwaliteit van het gebouw en die samenhangen met leerprestaties van leerlingen.

Overigens doet ook de directe omgeving van het schoolgebouw ertoe. Groenere omgevingen met bomen hangen samen met hogere leerprestaties (bij taal en rekenen), gecontroleerd voor SES, student/docentratio en schoolgrootte. Als het groen bestaat uit grote grasvelden en atletiekbanen, is er juist weer een negatieve samenhang. Beide blijken uit een studie naar 219 po- en vo-scholen in het district Columbia in de VS (Kweon e.a., 2017).

Hewitt (2017) maakt in zijn meta-analyse een synthese van inzichten uit bijna 40 jaar onderzoek naar de relatie tussen kenmerken van het schoolgebouw en leerprestaties van leerlingen in po en vo in de VS. In de 30 geselecteerde studies beoordelen professionals het schoolgebouw aan de hand vragenlijsten. Een voorbeeld daarvan (in 10 studies gebruikt) is de Commonwealth Assessment of Physical Environment (CAPE)-vragenlijst waarin verlichting, akoestiek, klimaatbeheersing, kleur, ruimtelijkheid (hoeveelheid vloer er per m2 grond, denk aan verdiepingen in scholen en buitenruimte), kwaliteit van het technieklokaal en esthetische kenmerken worden meegenomen (t.a.p., p.55). Het merendeel van de studies vindt een positieve relatie tussen de kwaliteit van het gebouw en de leerprestaties (volgens gestandaardiseerde tests en examens).

Overigens richten slechts vijf van de opgenomen studies zich exclusief op het po. Ook zijn er studies die – rekening houdend met andere variabelen - geen relatie vinden tussen kenmerken van het gebouw en leerprestaties (bijvoorbeeld Picus e.a., 2005, aangehaald in Hewitt, 2017, p.51). Dat wil niet zeggen dat een schoon, veilig en op leren ingericht gebouw er niet toe doet, maar wel dat meer factoren meespelen dan alleen het gebouw om van een goede leeromgeving te kunnen spreken, wat docenten en leerlingen concreet doen is belangrijker dan enkel kenmerken van het gebouw. Bovendien is een relatie nog geen causale relatie; methodologisch gezien laten de meeste studies geen effect-uitspraken toe.

Een deel van de samenhang tussen kenmerken van het gebouw en leerprestaties lijkt te lopen via verzuim, verloop en sociaal klimaat

Naast Picus e.a. (2005) laten ook verschillende andere studies zien dat de samenhang tussen kenmerken van het gebouw en leerprestaties van leerlingen (deels) wegvalt wanneer rekening wordt gehouden met andere variabelen. Zo laat Durán-Narucki (2008) in haar studie op basis van surveygegevens van 95 basisscholen in de stad New York zien dat leerlingen in verouderde gebouwen meer verzuimen en dat hun taal- en rekenprestaties lager zijn. In deze studie is rekening gehouden met SES en etnische herkomst van leerlingen, de kwaliteit van leraren en de schoolgrootte. De onderzoekster beredeneert dat een slechte kwaliteit van het gebouw negatief kan uitwerken op het welbevinden van docenten en staf, leerlingen het gevoel kan geven dat ze er niet toe doen, en zo kan bijdragen aan verzuim en (direct en indirect) aan lagere prestaties. Over dit soort mogelijke patronen en effecten zijn echter geen longitudinale gegevens verzameld.

In een grotere studie kijken Evans e.a. (2010) op basis van gegevens van 511 (van de op dat moment 609) openbare basisscholen in de stad New York naar wisselingen in de leerlingenpopulatie (verloop), rekening houdend met SES en etnische achtergrond van de leerlingen. Een goede kwaliteit van het gebouw hangt rechtstreeks samen met minder verloop en betere leerresultaten (volgens taal- en rekentoetsen). Ook hier echter kan een causale redenering niet sluitend worden gemaakt op basis van de verzamelde gegevens.

Maxwell (2016) bouwt voort op onder meer de genoemde studies van Durán-Narucki (2008) en Evans e.a. (2010) en laat op basis van surveygegevens van 236 middelbare scholen in de stad New York zien dat kwaliteit van het gebouw, sociaal klimaat, verzuim en leerprestaties onderling samenhangen. Net als in de eerdere studies is rekening houdend met SES en etnische herkomst van leerlingen, en ontbreken metingen die effect-uitspraken kunnen onderbouwen.

Nederlands onderzoek kijkt niet naar de kwaliteit van schoolgebouwen in relatie tot leerprestaties, wel naar het betrekken van belanghebbenden bij het ontwerpen van schoolgebouwen

Waar in de VS in de afgelopen twee decennia onderzoek ingaat op de relatie tussen kenmerken van het gebouw en de leerprestaties, ontbreekt dat soort onderzoek in de Nederlandse context. Er is in Nederland wel onderzoek naar het ontwerpen van scholen dat past bij de onderwijsvisie en het curriculum, en bij de gebruikers. In die studies wordt wel verwezen naar eerder onderzoek naar kenmerken van het gebouw en leerprestaties, maar een eigen empirische toets ontbreekt. De onderzoekers lijken de samenwerking van architecten, onderwijskundigen, schoolleiders, docenten en leerlingen als een logische waarde op zich te zien, relevant om tot een passend gebouw te komen (onder meer Janssen e.a., 2017; Könings & McKenney, 2017; Manahasa e.a., 2021; Van Merriënboer e.a., 2017). Die samenwerking zou via meer welbevinden van leerlingen bijdragen aan hun leerresultaten (Beckers & Van Vloten, 2013; Könings & McKenney, 2017), maar dit wordt niet getoetst en is ook in ander onderzoek niet duidelijk onderbouwd (vgl. Kennisrotonde, 2017).

Geraadpleegde bronnen 


[1] Recent is er vanwege de Coronacrisis hernieuwde aandacht voor het effect van ventilatie op de luchtkwaliteit en leerprestaties. Zie bijvoorbeeld de bespreking van onderzoek naar CO2 en leren in het blog van Paul Kirschner

[2] Zie ook de bespreking op Education Endowment Foundation

 

Gerelateerd

Masterclass
Een rijke leeromgeving voor kleuters
Een rijke leeromgeving voor kleuters
Werk maken van een krachtige leeromgeving in jouw kleuterklas
Medilex Onderwijs 
Integrale aanpak
Duurzame Inzetbaarheid in het onderwijs
Duurzame Inzetbaarheid in het onderwijs
Loyalis is er voor werkgever én werknemer. Met oplossingen voor vitaliteit en preventie.
Uw Gids in Inkomen & Zekerheid 
Kleine klassen hebben voordelen
Klein is fijn - Waarom kleine klassen beter werken dan grote.
Ruben du Burck
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch klimaat - leidinggeven - veiligheid - orde in de klas
Arja Kerpel
Technisch meubilair
Technisch meubilair - passende inrichting bevordert vereiste leerdoel
redactie
Klassenmanagement
Klassenmanagement - welke leerkrachtvaardigheden zijn belangrijk?
Arja Kerpel
Schoolinterieur
Interieur en identiteit
René Leverink
Schermen-schermtijd verminderen
Meer of minder schermen op school?
Ruben du Burck
Visie op kernwaarden en structuren van macht
Wie heeft de macht in de school?
Mathilde Tempelman-Lam
Klaslokaal, afleiding, invloed van kleuren
De vergeten variabele: het klaslokaal
Ruben du Burck
Spelen in uitdagende hoeken
Spelen in uitdagende hoeken
Marleen Legemaat
Lessen in orde
Lessen in orde - Handboek voor de onderwijspraktijk
Marleen Legemaat
Meesterlijk kleuteronderwijs voor juffen en meesters
Meesterlijk kleuteronderwijs - van eigenwijs tot onderwijs
Marleen Legemaat


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Omix Webtalks met Jitske Kramer - Culturen en tribes in het onderwijs.
Omix Webtalks met Jitske Kramer - Culturen en tribes in het onderwijs.
redactie
Omix Webtalks met Remco Claassen - Ikologie in het onderwijs
Omix Webtalks met Remco Claassen - Ikologie in het onderwijs
redactie
Hoe maak je van een schoolplein een aantrekkelijke, groene speelomgeving?
Hoe maak je van een schoolplein een aantrekkelijke, groene speelomgeving?
redactie
Loopbaanbegeleider van invloed op welbevinden mbo-er
Heeft een vaste LOB-begeleider meerwaarde voor studenten?
Effect van inrichting van schoolgebouw
Wat is het effect van de inrichting van schoolgebouwen?
Werken met minder leerkrachten en kwaliteit behouden
Hoe kun je werken met minder leerkrachten en toch kwaliteit behouden?
Bewegend leren en spelling
Is bewegend leren effectief bij spelling?
Inzet en inzicht door sociogrammen
Hoe zet je sociogrammen bruikbaar in?
Kleuters activiteiten vaardigheden leerkrachten
Kleuters die wel kunnen maar niet willen, hoe ga je daar mee om?
Kleuters combinatieklas gezamenlijke instructie
Kleuters in een combinatieklas: gezamenlijke instructie of apart?
effect pedagogische strategie leerprestaties mbo
Helpen pedagogische stragegieën voor mbo-studenten?
Beoordelen door leraren op verschillende wijzen en self-efficacy
Welke wijze van beoordelen draagt bij aan self-efficacy?
Voelen leerlingen zich veiliger op vo in een kleine klas?
Voelen kleine klassen veiliger voor onderbouwleerlingen voortgezet onderwijs?
Fysieke activiteit en leerprestaties
Onderzoek naar relaties tussen fysieke activiteit en leerprestaties
Invloed leeromgeving vo
Invloed van leeromgeving op motivatie, zelfregulering en prestaties van potentieel excellente studenten
Leeromgeving
Leeromgeving als katalysator voor leren voor duurzame ontwikkeling
Beleidsafwegingen
Beleidsafwegingen bij het ontwerp van onderwijssystemen
Resultaten arbeidsmarkt
Educatieve systemen, vaardigheden en resultaten op de arbeidsmarkt
[extra-breed-algemeen-kolom2]



bewegend leren
groepsgrootte
klasinrichting
klassenmanagement
leeromgeving
welbevinden

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest