Hoe deel je het klaslokaal in bij vmbo basis/kader leerlingen?

Geplaatst op 3 april 2018

Samenvatting

Leerlingen die in rijen zitten, werken taakgerichter aan een individuele taak en hebben een betere werkhouding daarbij dan leerlingen in groepen. Zij krijgen meer werk gedaan in dezelfde tijd, omdat ze minder afgeleid zijn. De effecten zijn vooral groot voor leerlingen die snel afgeleid zijn en minder goed presteren. Voor interactieve werkvormen zijn rijen minder geschikt. Bij een hoefijzeropstelling (U) stellen leerlingen meer vragen aan elkaar en aan de docent, en is er een grotere taakgerichtheid bij het brainstormen.

Verrassend genoeg is vrijwel al het onderzoek naar het effect van rijenopstellingen op het leren gedaan in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Daarna stokt het onderzoek naar dit thema. Het meeste onderzoek is gedaan in het basisonderwijs, soms ook in de brugklas van het voortgezet onderwijs.

Toch zijn de resultaten consequent en heel specifiek: een opstelling in rijen zorgt voor een betere taakgerichtheid en een goede werkhouding van leerlingen die zelfstandig werken aan individuele taken. Het taakgerichte gedag verdubbelt en het storend gedrag is drie keer minder in rijen dan in groepen. Dit geldt vooral voor leerlingen die snel afgeleid zijn, minder presterende leerlingen en leerlingen met gedragsproblemen (storend gedrag).

Leerlingen produceren niet zozeer betere kwaliteit werk, maar wel meer werk (van dezelfde kwaliteit), als ze in rijen zitten.
Leerlingen die eerst in rijen werken en daarna in groepjes presteren beter dan leerlingen die in groepjes zijn begonnen en daarin blijven werken. Maar ze presteren niet zo goed als de leerlingen die in rijen blijven zitten.

De klasopstelling beïnvloedt ook het leraargedrag. Bij een rijenopstelling zijn leraren eerder geneigd instructie te geven en zelf te praten, bij een groepsopstelling veel minder. Ook geven leraren meer positieve en minder negatieve commentaren als leerlingen in rijen zitten.

De vraag of groepswerk geschikt is voor vmbo basis/kader leerlingen valt hier niet beknopt te beantwoorden. Wel mag verwacht worden dat een rijenopstelling zorgt voor minder cognitieve belasting door bijvoorbeeld geluidsoverlast en afleidend gedrag van klasgenoten dan een groepsopstelling. 

Weeg opstelling af aan leerdoelen

Gedragingen die belangrijk zijn voor goede leerprestaties komen meer voor bij rijen dan bij groepen. Het is gemakkelijker om orde te houden bij een rijenopstelling en leerlingen geconcentreerd te houden, zeker in klassen waar kinderen snel afgeleid zijn. Zo’n opstelling verbetert het gedrag dat belangrijk is voor inoefenen, zoals focussen en de aandacht behouden. Leerlingen krijgen hierdoor meer werk gedaan.

Leraren die taakgericht gedrag van leerlingen willen bevorderen bij het individueel werken, kiezen dus het beste voor een rijenopstelling. Ook als de focus ligt op luisteren, zijn rijen geschikter.

Brainstormen

Als het gewenste gedrag interactief is, zoals brainstormen of vragen stellen aan de leraar, dan is een opstelling in cirkels, hoefijzeropstelling of groepen passender. Zo’n indeling bevordert de communicatie en stimuleert leerlingen actief vragen te stellen, aan de leerkracht en aan elkaar. Een opstelling in groepjes lokt een actievere werkhouding uit. Ook sluit deze opstelling beter dan rijen aan bij leerdoelen als communiceren en samenwerken, het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden en burgerschapsvaardigheden. Het gedrag van leraren verandert bij een andere opstelling.

De flexibiliteit van klaslokalen blijkt een aantoonbaar positief effect te hebben op de leerresultaten van leerlingen in het basisonderwijs. Verklaring: in een flexibel lokaal kan een leraar verschillende werkmethoden en leeractiviteiten kiezen en die aanpassen aan haar klas en de leerdoelen.

Een vaste indeling benut dus niet alle mogelijkheden. Een verplichte groepsindeling sluit werkvormen uit waarbij rustig gewerkt moet worden. Dit is voor snel afgeleide leerlingen een aandachtspunt. Een flexibele indeling, waarbij de leraar de opstelling kan aanpassen aan de leerdoelen, lijkt te prefereren boven elke vaste.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Melissa van Amerongen
Vraagsteller: docent wiskunde, vmbo b/k
Geraadpleegde expert(s): Yvonne van den Berg, Radboud Universiteit Nijmegen

Vraag

Is een rijenopstelling beter voor leerlingen in het vmbo b/k dan een groepsopstelling?

Kort antwoord

Leerlingen die in rijen zitten, werken taakgerichter aan een individuele taak en hebben een betere werkhouding daarbij dan leerlingen in groepen. Zij krijgen meer werk gedaan in dezelfde tijd, omdat ze minder afgeleid zijn. De effecten zijn vooral groot voor leerlingen die juist snel afgeleid zijn en minder goed presteren. Voor interactieve werkvormen zijn rijen minder geschikt. Bij een hoefijzeropstelling (U) stellen leerlingen meer vragen aan elkaar en aan de docent en is er een grotere taakgerichtheid bij het brainstormen.

Achtergrond van de vraag

Op de school van een docent wiskunde in het vmbo (b/k) wordt een groepsopstelling verplicht. Een opstelling in rijen (de busopstelling) of hoefijzervorm (U) mag niet meer. De docent vraagt zich af of een groepsopstelling wel geschikt is voor de leeropbrengsten. Zijn rijen, waarbij de leraar de leerlingen in de ogen kan kijken en direct ziet of de leerlingen ‘bij’ zijn, niet beter voor het inoefenen van vaardigheden? Ze kan zich voorstellen dat een groepsopstelling past bij leerdoelen zoals samenwerken of aan projecten werken. Ze denkt ook dat deze opstelling makkelijker toe te passen is bij leerlingen uit de havo en het vwo.

Klasindeling

Klasindeling houdt leraren veel bezig. Leraren geven aan dat ze soms handelingsverlegen zijn en dat het thema niet of nauwelijks aan bod komt in de opleiding of bij trainingen (Gremmen et al, 2016; Van den Berg, oktober 2017, persoonlijke correspondentie). De vraag over klassenindeling bij de Kennisrotonde is ook een van de meest geraadpleegde op de website.

De klasindeling wordt in de literatuur gezien als een omgevingsconditie: een factor die op de achtergrond de cognitieve prestaties beïnvloedt (Arndt, 2012; Barrett, 2015). Bekende voorbeelden van andere omgevingsfactoren zijn temperatuur, licht en geluid. Het zijn condities waar een leraar tot op zekere hoogte invloed op heeft.

De meeste leraren hanteren een groepsopstelling (48%) of een rijenopstelling (40%), blijkt uit een verdiepend onderzoek onder vijftig leraren uit het basisonderwijs. De groepsopstelling kiezen ze om samenwerking te faciliteren en de rijenopstelling om een rustige sfeer te creëren waarin leerlingen goed kunnen leren. De meeste leraren (70%) hebben een voorkeur voor een groepsopstelling. Ze beginnen het schooljaar soms toch in rijen om leerlingen zich te laten concentreren om hopelijk later in het jaar over te kunnen gaan in groepen. Dit maakt de latere groepsopstelling effectiever (Gremmen et al, 2016; Bennett & Blundell, 1983).

Opstellingen in rijen

Wat weten we over de voordelen van rijen ten opzichte van groepen? Een review van Wannarka en Ruhl (2008) zet het onderzoek hiernaar op een rijtje. Verrassend genoeg is vrijwel al het onderzoek gedaan in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Daarna stokt het onderzoek naar dit thema.

Toch zijn de resultaten consequent en heel specifiek: een opstelling in rijen zorgt voor een betere taakgerichtheid en een goede werkhouding van leerlingen die zelfstandig werken aan individuele taken. Dit geldt vooral voor leerlingen die juist snel afgeleid zijn, minder presterende leerlingen en leerlingen met gedragsproblemen (storend gedrag).

Het meeste onderzoek is gedaan in het basisonderwijs, soms ook in de brugklas van het voortgezet onderwijs. Dit zijn in het kort de onderzoeksresultaten die deze conclusie onderbouwen (al deze bronnen via Wannarka & Ruhl, 2008):

  • Leerlingen in de onderbouw van het basisonderwijs vertonen beter studiegedrag als ze in rijen zitten dan als ze in groepjes van vier zitten (Axelrod, Hall and Tams, 1979).
  • Leerlingen in de brugklas praten minder zonder toestemming dan koppels die face-to-face zitten (Axelrod, Hall and Tams, 1979).
  • Een rijenopstelling vergroot het taakgerichte gedrag (luisteren naar de leraar, oogcontact met het materiaal) in een op niveau gemengde klas (bovenbouw basisonderwijs). Vooral leerlingen die in het begin weinig taakgericht gedrag vertonen, werken taakgerichter in een rijenopstelling. Het effect op leerlingen die al taakgericht werken is veel kleiner (Wheldall en collega’s, 1981; Hastings & Schweiso, 1995).
  • Juist leerlingen met gedragsproblemen (storend gedrag) werken taakgerichter als ze van groepen naar rijen worden gezet (Wheldall en Lam, 1987). Het taakgerichte gedag verdubbelt en het storend gedrag is drie keer minder in rijen dan in groepen.
  • Leerlingen produceren niet zozeer betere kwaliteit werk, maar wel meer werk, als ze in rijen zitten (Bennett en Blundell, 1983). Deze leerlingen hebben:
    o meer gemaakte vragen voor taal;
    o meer gemaakte vragen voor wiskunde;
    o meer gemaakte opdrachten voor lezen.

De toename in aantal vragen gaat niet ten koste van de kwaliteit (het aantal correct beantwoorde vragen).

  • Leerlingen die eerst in rijen werken en daarna in groepjes gaan beter presteren dan leerlingen die in groepjes blijven zitten, maar niet zo goed als de leerlingen in rijen (Bennett & Blundell, 1983).
  • De klasopstelling beïnvloedt ook het leraargedrag. Bij een rijenopstelling zijn leraren eerder geneigd instructie te geven en zelf te praten, bij een groepsopstelling veel minder (Brooks, 2012). Ook geven leraren meer positieve en minder negatieve commentaren als leerlingen in rijen zitten (Wheldall e.a., 1981).

De vraag of groepswerk geschikt is voor vmbo b/k leerlingen valt hier niet beknopt te beantwoorden. Wel mag verwacht worden dat een rijenopstelling zorgt voor minder cognitieve belasting door bijvoorbeeld geluidsoverlast en afleidend gedrag van klasgenoten dan een groepsopstelling (Choi en collega's, 2014).  Over de rol van oogcontact bij rijenopstellingen is in de literatuur geen informatie gevonden.

Opstellingen in groepen, hoefijzers en cirkels

Een opstelling in een cirkel of semi-cirkel bevordert de communicatie en lokt uit dat leerlingen actief vragen stellen, aan de leerkracht en aan elkaar. Zo’n opstelling vergroot de taakgerichtheid bij een activiteit als brainstormen (Rosenfield e.a., 1985), in Wannarka & Ruhl, 2008). Om deze reden wordt deze opstelling vaak gekozen voor vergaderingen. Groepsopstellingen zijn nauwelijks onderzocht in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Bij universiteitsstudenten zijn wel positieve leereffecten gevonden (Brooks, 2012).

De klasopstelling hangt ook af van de leerdoelen. Voor het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden, communicatievaardigheden en burgerschap, is een opstelling in groepen of (halve) cirkels mogelijk geschikter. Dan kan immers veel meer interactie plaatsvinden (Van den Berg, oktober 2017, persoonlijke correspondentie) .

Weeg opstelling af aan leerdoelen

Uit het onderzoek blijkt systematisch dat de gedragingen die belangrijk zijn voor goede leerprestaties meer voorkomen bij rijen dan groepen. Het is gemakkelijker om orde te houden bij een rijenopstelling en leerlingen geconcentreerd te houden, zeker in klassen waar kinderen snel afgeleid zijn. Zo’n opstelling verbetert het gedrag dat belangrijk is voor inoefenen, zoals focussen en de aandacht behouden. Leerlingen krijgen hierdoor meer werk gedaan.

Leraren die taakgericht gedrag van leerlingen willen bevorderen bij het individueel werken, kiezen dus het beste voor een rijenopstelling. Ook als de focus ligt op luisteren, zijn rijen geschikter.

Als het gewenste gedrag interactief is, zoals brainstormen of vragen stellen aan de leraar, dan is een opstelling in cirkels of groepen passender. De opstelling in cirkels heeft dan als voordeel dat leraren hun leerlingen direct kunnen aankijken en dat gestimuleerd wordt om vragen te stellen. Een opstelling in groepjes lokt een actievere werkhouding uit en sluit beter dan een rijenopstelling aan bij leerdoelen als communiceren en samenwerken, het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden en burgerschapsvaardigheden. Het gedrag van leraren verandert bij een andere opstelling.

Uit een onderzoek in 153 klassen, 27 scholen en bijna 4000 leerlingen naar effectieve klaslokalen (Barrett et al, 2015) blijkt de flexibiliteit van klaslokalen een aantoonbaar positief effect te hebben op de leerresultaten van leerlingen in het basisonderwijs. Verklaring: in een flexibel lokaal kan een leraar verschillende werkmethoden en leeractiviteiten kiezen en die matchen aan haar klas en de leerdoelen (Van Merrienboer et al, 2017).

Een vaste indeling benut dus niet alle mogelijkheden. Een verplichte groepsindeling sluit werkvormen uit waarbij rustig gewerkt moet worden. Dit is voor snel afgeleide leerlingen een aandachtspunt. Een flexibele indeling, waarbij de leraar de opstelling kan matchen aan de leerdoelen, lijkt te prefereren boven elke vaste.

Meer weten?

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

Focus op Professie van de leraar
Focus op Professie van de leraar
Marzano
Bazalt | HCO | RPCZ 
Klassenmanagement
Klassenmanagement - welke leerkrachtvaardigheden zijn belangrijk?
Arja Kerpel
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch klimaat - leidinggeven - veiligheid - orde in de klas
Arja Kerpel
Vijf mythes over leerbereidheid
Vijf hardnekkige mythes over leerbereidheid
Ivo Mijland
Lessen in orde
Lessen in orde - Handboek voor de onderwijspraktijk
Marleen Legemaat










Orde en aandacht
Hoe krijg je aandacht terug na intermezzo?
Effecten van centrale vaklestijd
Wat zijn de effecten van een aanpassing in het lesaanbod?
Welke effect heeft groepsgrootte en werkbeleving van docenten bij MBO-studenten?
Klasinrichting
Is de klasinrichting van invloed op leerprestaties?
Wat is optimale lesduur in VO
Wat is de optimale lesduur in voortgezet onderwijs?
Voordelen en nadelen van rijen- of groepsopstelling
Hoe deel je het klaslokaal in bij vmbo basis/kader leerlingen?
De invloed van vakanties op het leerrendement
Schoolvakanties: hoe voorkom je leerverlies en terugval?
Klassenmanagement
Effectieve klassenmanagementstrategieën in de onderwijspraktijk
Financiering basisscholen
De financiering van basisscholen: prikkels, doelstellingen en gedrag
Groepsgrootte
Effecten van formatie-inzet in de onderbouw van het basisonderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.