Ouders, hun prinsen en prinsesjes

Peter de Vries

Principal consultant bij CPS

  

p.devries@cps.nl

  Geplaatst op 3 april 2018

de Vries, P. (2018). Ouders, hun prinsen en prinsesjes.
Geraadpleegd op 17-12-2018,
van https://wij-leren.nl/ouders-school-prinsen-princesjes-communicatie.php

De media is er vol van: lastige ouders in het onderwijs en in de sport. Ouders die alleen oog lijken te hebben voor het belang van hun kind en steeds meer ouders die onredelijke eisen stellen. Dit artikel gaat in op de mogelijke oorzaken van dit gedrag van (sommige) ouders. En op een adequate professionele houding ten aanzien van ‘deze’ ouders.

Inleiding

Het lijkt wel of steeds meer ouders onredelijke eisen aan hun kind en aan de school stellen. Een havo-advies is soms niet meer goed genoeg en volgens de media schakelen ouders steeds vaker hun rechtsbijstandsverzekering in vanwege een conflict, niet alleen over bijvoorbeeld de hoogte van de ouderbijdrage, maar ook over het schooladvies of zelfs het lesrooster. In zijn brief van 20 juni 2017 benoemt voormalig staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Dekker dat leraren het lastig vinden om met mondige ouders in gesprek te gaan en dat ouders kritischer zijn geworden.

RTL Nieuws meldt op 1 september 2017 dat verzekeraar ARAG vijf jaar eerder nog geen onderwijsjurist in dienst had en nu zo’n 300 onderwijszaken met ouders per jaar behandelt. DAS Rechtsbijstand geeft een stijging van 11 procent aan in 2016. Al gauw worden in de wandelgangen verklaringen geroepen als “Ouders van tegenwoordig zijn veel te mondig.” en “Ouders van nu hebben meestal maar twee kinderen, en díe moeten het wel goed doen.” Maar voordat we het weten trekken we de verkeerde conclusies, en oordelen we over ouders wat wellicht een bron voor een nieuw conflict kan zijn.

Oppervlakkig gezien kloppen de geluiden. Ouders van tegenwoordig zijn mondiger en hebben minder kinderen zodat ze wellicht meer gefocust zijn op het succes van hun bijvoorbeeld ‘maar’ twee kinderen. Maar dit toenemende mondige – wellicht te veel eisende - gedrag van sommige ouders vraagt om een meer nauwkeurige analyse, zodat professionals die met kinderen én hun ouders werken, weten welke professionele attitude effectief is bij dit gedrag.

In dit artikel staan we stil bij veeleisende ouders: wat zijn mogelijke oorzaken van hun gedrag en wat is de juiste toon in het belang van het kind? Het artikel betreft geen onderzoek onder leraren en ‘mondige’ ouders, maar een analyse van een aantal maatschappelijke trends die waarschijnlijk van (negatieve) invloed zijn op de samenwerking tussen school en ouders.

Trends

Er zijn een aantal maatschappelijke trends waar te nemen die van invloed zijn op het gedrag van ouders. Niet alleen van ouders overigens, het zijn immers maatschappelijke trends, maar we richten ons in dit artikel op ouders.

Bol.com en de behoefte aan 24/7-informatie

De kracht van winkels als bol.com is dat we op de hoogte zijn en blijven van het leveringsproces zodra we een artikel hebben besteld. Binnen een paar seconden nadat we op de laatste bestelknop hebben gedrukt ontvangen we een bevestigingsmail en vanaf dat moment ontvangen we berichten wanneer onze bestelling aan welke transporteur is overgedragen, hoe laat het pakket wordt verwacht en hoe we eventueel kunnen retourneren. De klantenservice van Cool Blue is zeven dagen per week beschikbaar tot 23.59 uur, doet volgens eigen zeggen alles met een glimlach en bij Cool Blue is men niet bang voor lastige vragen: “Stel ze gerust, wij bijten niet.” staat er op hun website. En als je niet wilt bellen dan kun je ook met Cool Blue What’s Appen.

Deze manier van informeren schept verwachtingen in onze samenleving. Want als je alles van je bol.com-pakketje weet, wil je natuurlijk ook alles van je kind weten. Schoolinformatiesystemen spelen daar handig op in, natuurlijk niet met deze mate van bereikbaarheid, maar wel met informatie die zo snel mogelijk bij de ouders terecht komt. Zo zijn de cijfers via Magister doorgaans eerder ‘thuis’ dan dat de leerling zelf zijn cijfer aan zijn ouders kan vertellen.

Een cijfer binnen een bepaalde context (“Er waren heel veel onvoldoendes, ik had gelukkig nog een 5,3.”) veroorzaakt vaak minder stress dan een kil cijfer in een internetsysteem dat ouders lezen. Een bol.com-pakket is nu eenmaal iets anders dan een schoolresultaat binnen een pedagogische context. Scholen doen er dan ook verstandig geen resultaten te plaatsen voordat er communicatie met de ouders heeft plaatsgevonden, door de leerkracht zelf (vooral bij jonge kinderen) of door de leerling in het voortgezet onderwijs.

Terreur van het gemiddelde

Ons uitgangspunt lijkt de ‘gemiddelde leerling’ te zijn geworden, de leerling die gemiddeld scoort op toetsen en tests. Onder het gemiddelde scoren betekent extra aandacht, maar boven het gemiddelde overigens ook. Een leerling die naar het VMBO-kader doorstroomt mag deze richting binnenstromen met een leerstofniveau van eind groep zes. Dit betekent dat hij twee jaar achterstand (!) heeft ten opzichte van het gemiddelde kind in Nederland, en deze achterstand waarschijnlijk al vanaf groep drie heeft opgelopen, het moment vanaf wanneer er in DLE’s wordt gerekend. “Uw kind loopt achter… en de achterstand wordt alsmaar groter.” is het idee waarmee we ouders zes jaar lang confronteren als we niet oppassen.

Het is echter een schijnachterstand, namelijk ten opzichte van het ‘gemiddelde kind in Nederland’. In het basisonderwijs verhullen methodes dat in mooie kindertaal: “Met rekenen ben je een zonnetje.”, “Jij bent in taal een maantje.” We realiseren ons misschien onvoldoende welke effecten dit heeft op kinderen en hun ouders. Zoals een kind thuis vertelde: “Pap, ik ben nu twee maantjes, op rekenen en taal. Ik ben de allerslechtste van de klas. Waarom zou ik nog naar school gaan? Ik zie elke dag de maantjes, dan begin ik eigenlijk al niet meer.”

Natuurlijk is de voortgang van de schoolontwikkeling meten belangrijk, maar het vraagt een uiterst zorgvuldige manier van communiceren naar kinderen en zeker ook naar hun ouders. Wellicht is onze wijze van omgaan met en communiceren over testresultaten een belangrijke oorzaak dat ouders gestrest alles uit hun kind willen halen en steeds vaker een beroep doen op particuliere bureaus die kinderen beter moeten laten presteren. Of, om met de bekende psycholoog en theoloog Henri Nouwen te spreken:

“Als het resultaat van ons werk al te belangrijk voor ons wordt, gaan we geloven in het waandenkbeeld dat het leven één groot scorebord is waarop we kunnen aflezen wat wij waard zijn. En voor we het goed en wel in de gaten hebben, hebben we onze ziel verkocht aan alle mogelijke cijfergegevens. (…) Dan zijn we de moeite waard omdat we succes hebben. (…) Bijgevolg verkeren we voortdurend in de onzekerheid of we wel in staat zullen zijn om te voldoen aan alle verwachtingen die we door ons laatste succes hebben gewekt.” (Nouwen, 2003).

We mopperen op ouders die steeds hogere eisen stellen aan de leerprestaties van de kinderen, maar hebben we dat zelf niet met onze terreur van het gemiddelde veroorzaakt?

Gericht op tevredenheid

Er lijkt een tendens gaande: veeleisende ouders, dwingend en soms nauwelijks vertrouwen in de school. Dat op bepaalde scholen bepaalde ouders zich zo gedragen, wil nog niet zeggen dat de meeste Nederlandse ouders zich zo gedragen. Integendeel, tussen de vele ‘illustratieve briefjes en mails’ die ik van scholen en ouders krijg, vind ik ook voorbeelden van het omgekeerde: scholen die over de schreef gaan naar ouders. Ouders én scholen generaliseren en wegzetten als ‘lastige ouders van nu’ en ‘eigenwijze leraren’, is respectloos, is schadelijk voor kinderen, polariseert en doet geen recht aan de werkelijkheid die doorgaans toch een stuk genuanceerder ligt. Dat lossen we ook niet op met een gedragsprotocol voor ouders of met een gebod: “Gij zult ons vertrouwen.”

De vraag is wel waar het ongewenste gedrag van ouders vandaan komt. Natuurlijk, we zijn een stuk mondiger geworden. Als consument, als burger, maar ook als ouder en als professional. De onbetwiste status van bepaalde beroepen, zoals die van leraar, bestaat niet meer. Onze mening als ‘klant’ wordt steeds belangrijker gevonden. En dus neemt vrijwel elke school in Nederland een oudertevredenheidsonderzoek af. Daarmee geven we voortdurend het signaal af dat ouders tevreden moeten zijn.

Zo kreeg ik onlangs zelf als vader een rapport onder ogen. ‘Ouders geven gemiddeld een 7,7’ stond met grote letters op de cover. Maar als vader is mijn hoogste doel niet tevreden zijn. Ik wil kwaliteit, ook al gaat het soms even niet zo lekker. Kwaliteit wordt in onze maatschappij te vaak en ten onrechte gemeten langs de lat van tevredenheid. De vraag is of dit wel klopt. Betekent een lage tevredenheid automatisch een slechte kwaliteit? Zo kan ik als ouder niet tevreden zijn met de nieuwe klassenindeling, maar heeft de school goede keuzes gemaakt die ze ook weet uit te leggen. En moet een school er alles aan doen om ouders tevreden te stellen en te houden? Moet een school ouders ‘pleasen’ uit angst dat ouders hun kinderen van school halen? Het zou getuigen van een populistisch beleid.

Daar komt bij dat als ouders schriftelijke tevredenheidsscores en feedback geven, er geen enkele dialoog over kwaliteit tot stand komt en de school haar keuzes dus niet kan toelichten. Laat staan over de vraag hoe ouders kunnen bijdragen aan een betere kwaliteit van de school. In plaats van de betrokkenheid te vergroten, drijven dergelijke schriftelijke onderzoeken juist een wig tussen de ouders en de school. En vergroten die het gevoel bij sommige ouders dat zij de klant en dus koning zijn.

In plaats van een (kwantitatief) oudertevredenheidsonderzoek zou een (kwalitatief) onderzoek beter op zijn plek zijn, waarbij aan de hand van dialogische evaluatiegesprekken met at random gekozen ouders een beeld gevormd wordt over de kwaliteit van de school. En natuurlijk moeten professionals en ouders elkaar persoonlijk aanspreken als er over grenzen wordt gegaan en zich niet verschuilen achter onpersoonlijke mails waar de kans op miscommunicatie levensgroot is. Elkaar aanspreken als er (onbedoeld) over en weer onhandig wordt gecommuniceerd. Zolang een school staat voor kwaliteit hoeft zij niet bang te zijn voor (vaak maar enkele) ontevreden ouders.

De boekdrukkunst voorbij

Ouders van nu kunnen alle informatie opzoeken. Wanneer een leraar of andere professional een deskundig advies geeft op basis van zijn vakkennis, moet hij zich realiseren dat zijn uitspraken altijd te toetsen zijn via internet of met artikelen of doordat een ouder via de digitale weg contact zoekt met andere ouders of professionals in ons land of daarbuiten. En natuurlijk staat er ook verkeerde en oppervlakkige informatie op internet, maar ook goede bronnen.

De boekdrukkunst in de 15e eeuw had een enorme impact op onze samenleving: iedereen kon boeken lezen, opvattingen en wetenschappelijke inzichten werden verspreid onder alle mensen, inclusief onzin en nepnieuws. De impact van de informatietechnologie is wellicht nog vele malen groter. Informatie is niet alleen meer beschikbaar maar ook vindbaar. Ook ouders met een lagere opleiding of ouders die nauwelijks Nederlands spreken hebben vaak allerlei verbindingen met ervaringsdeskundigen of andere professionals.

Het betekent een andere rol van de professional: niet meer degene die ‘alles’ over het kind en diens scholing weet, maar degene die voorloopt in nieuwe inzichten, die kennis kan duiden en toepassen in een groepscontext. Het betekent ook dat professionals meer dan ooit hun vakliteratuur goed moeten bijhouden om niet te worden ingehaald door niet-professionals en om onderzoek te kunnen onderscheiden van nepnieuws.

Autonomie, competentie en relatie bij ouders

Voor de motivatie van leerlingen om te leren is het zeer belangrijk om hun drie psychologische basisbehoeften te versterken: autonomie, competentie en relatie (verbondenheid). Daar hameren we al jaren op (Stevens, 2004). Leerlingen bloeien hierdoor op, ze krijgen meer zelfvertrouwen. Het aardige is dat deze theorie niet alleen van toepassing is maar ook op volwassenen. Het waren Deci en Ryan die deze universele basisbehoeften in hun zelfbeschikkingstheorie of zelfdeterminatietheorie voor alle mensen aantoonden (Deci & Ryan, 1985).

Natuurlijk gelden ze ook voor professionals. Zij willen dolgraag goede leraren zijn, competent voor hun werk. En het is voor hen vaak bijzonder frustrerend om steeds meer schriftelijk te moeten verantwoorden. Alsof we onvoldoende vertrouwen op hun professionaliteit. Ook hechten zij waarde aan hun autonomie. Zij zijn professionals met een passie: een groep leerlingen begeleiden in hun ontwikkeling en kennis overbrengen. En ten slotte zijn de meeste leraren sociaal ingesteld. Ze hechten aan relaties en kozen daarom voor het onderwijs.

Maar wat voor leerlingen en leraren geldt, geldt ook voor ouders. Ze willen graag autonoom zijn in hun opvoeding en het gevoel hebben dat ze goed kunnen opvoeden zonder opvoedingsondersteuning. Ze willen graag dat het goed gaat met hun kind, ook op school, als gevolg van het feit dat ze competente opvoeders zijn. Ten slotte vinden ze het fijn – met erkenning voor hun autonomie, hun eigen wijze van werken – om deel uit te maken van de schoolgemeenschap en op hun eigen manier relaties op te bouwen op school, met de groepsleerkracht en de mentor van hun kind of met de klasgenoten van hun kind en eventueel met andere ouders.

De praktijk

Wat betekent dit in de praktijk? Vijf concrete tips.

  1. Veel – wellicht de meeste - verstoringen met ouders zijn terug te leiden tot een storing op één of een combinatie van de pijlers van de zelfdeterminatietheorie. Of de ouder of de leraar ervaart te weinig autonomie (ouder: “De school bepaalt zomaar…” ; leraar: “De ouder wil 100% weten wat er in de klas met zijn kind gebeurt, alsof hij me niet vertrouwt.”). Het kan ook zijn dat de professional of ouder zich niet competent voelt (leraar: “Deze hoogopgeleide ouders walsen altijd over je heen.”. Ouders die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen of lager opgeleide ouders die opkijken tegen de leraar die van alles over de ouder uitstort). En vaak gaat het fout bij gebrek aan een relatie (bijvoorbeeld de leraar die het jaar start zonder een startgesprek met elk kind en zijn ouder, zie ook punt 4; de ouder die de leraar nog niet heeft gesproken, niet goed weet hoe hij die moet bereiken en een boze mail stuurt). Analyseer elke moeilijke situatie met ouders op welk element uit de zelfdeterminatietheorie er iets hapert.
  2. Spreek collega’s altijd aan die mopperen op ‘lastige en veeleisende ouders’. In een professionele setting ga je op zoek naar het waarom van het gedrag, ook van ouders.
  3. Als er aanleiding is: verdiep je in het schoolverleden van de ouders door hen te laten vertellen. Dat kan nodig zijn om ouders beter te begrijpen wanneer ze fors uit de hoek komen. Een vader die nonchalant zegt dat rekenen niet zo belangrijk is en dat hij er ook is gekomen zonder goed te kunnen rekenen, vertelt wellicht dat zijn kind niet dezelfde pijn mag ervaren als hij toen hij vroeger werd uitgelachen tijdens de rekenles. Dergelijke opmerkingen van ouders nodigen uit voor doorvragen in het belang van het kind.
  4. Wanneer we denken en handelen vanuit de zelfdeterminatietheorie om ouders te motiveren, zou het weleens kunnen zijn dat we afstappen van 10-minutengesprekken en informatieavonden. Stop met oude structuren zoals informatieavonden en rapportgesprekken en ga terug naar de bedoeling van de communicatie met ouders: met élke ouder een goed contact met betrekking tot zijn kind. Over de must van het jaarlijkse startgesprek en het communiceren op maat is inmiddels voldoende bekend (zie het gratis e-Book Ouderbetrokkenheid 3.0: https://www.cps.nl/e-book-ouderbetrokkenheid).
  5. Laat in alles professioneel gedrag zien. Wanneer de leraar geen grenzen aangeeft, roept dat soms grenzeloosheid bij ouders op. Wanneer de leraar echter te veel op zijn strepen gaat staan als ‘professional’ wekt dat irritatie op. Stevige professionaliteit met heldere grenzen dwingt respect af, accuratesse kweekt vertrouwen en vriendelijkheid en begrip zorgt al gauw voor ouders die leraren het beste gunnen.

Ten slotte

Er zijn ouders die misschien op een onrealistische manier teveel van hun kind vragen. Er zijn ouders die grenzen - soms van fatsoen - overgaan. Ouders die alleen oog lijken te hebben voor het belang van hun eigen kind. Maar een professioneel antwoord is niet deze ouders te veroordelen. Ook (te) veeleisende ouders hebben recht op professionele sensitiviteit en tact, begrip voor en begrenzing van hun gedrag zonder oordeel, nieuwsgierig op zoek naar de beweegredenen van ook deze ouder. Daar hoef je geen maatschappelijk werker voor te zijn, maar een professional die oog heeft voor het systeem van het kind waarmee hij werkt.

Literatuur

  • Deci E.L. & Ryan, R.M. (1985). Intrinsic Motivation and Self-determination in Human Behavior. Berlijn: Springer Science+Business Media.
  • Dekker, S. Elfde voortgangsrapportage passend onderwijs. Brief aan de Tweede Kamer der Staten Generaal (20 juni 2017).
  • Nouwen, H. (2003). Even alleen. Meditaties over christelijk leven in een competitieve wereld. Houten: Uitgeverij Lannoo.
  • Stevens, L. (red.) (2004). Zin in school. Amersfoort: CPS.
  • Vries, de P. (2017). Handboek Ouderbetrokkenheid 3.0. Amersfoort: CPS.
  • Vries, de P. (2017). Hoe meer betrokken ouders, hoe beter. in VO Magazine november 2017. Utrecht: VO-raad.
  • www.rtlnieuws.nl/nederland/ouders-slepen-school-steeds-vaker-voor-de-rechter

de Vries, P. (2018). Ouders, hun prinsen en prinsesjes.
Geraadpleegd op 17-12-2018,
van https://wij-leren.nl/ouders-school-prinsen-princesjes-communicatie.php

Gerelateerd

Ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid - communicatie - educatief partnerschap
Arja Kerpel
Passende ouderbetrokkenheid
Bang voor ouders
Peter de Vries
Tevredenheidsonderzoek
Klantgerichtheid en oudertevredenheid
Ronald Dulmers
Ouderbetrokkenheid in VVE
Ouderbetrokkenheid in VVE
Peter de Vries
Iedere ouder telt
Iedere ouder telt - de vitale plek van ouders in de schoolloopbaan
Anne van Hees
Verbindend communiceren
Verbindend communiceren
Hélène van Oudheusden
School en ouder
School en ouder, schouder aan schouder
Arja Kerpel
Communicatie ouders
Professioneel communiceren met ouders
Korstiaan Karels
Klagende ouders
Klagende ouders en de kunst van samenwerking
Ivo Mijland










Hoe kunnen scholen ouderbetrokkenheid vergroten?
Hoe kunnen scholen ouderbetrokkenheid versterken?
Terugdringen schoolverlating (v)mbo door mentoren
Hoe voorkom je voortijdig schoolverlaten op het (v)mbo?
Kenmerken van de mbo-populatie
Wat zijn kenmerken van mbo-studenten?
Meerscholendirectie en de effecten hiervan
Effect van een meerscholendirectie: is iedereen tevreden?
Tweelingen
Wat is beter voor tweelingen: in verschillende klassen of bij elkaar?
Goede oudergesprekken voeren
Hoe voer je goede oudergesprekken?
Ouderbetrokkenheid en leerresultaten
Wat is de relatie tussen ouderbetrokkenheid en leerresultaten?
Ouderportalen
Welke voor- en nadelen zien scholen, ouders en besturen in ouderportalen?
Communicatie thuis
Differentiatie in ouderbetrokkenheid: het belang van thuis communiceren
Ouderbetrokkenheid VVE
Differentiatie in ouderbetrokkenheid in de voor- en vroegschoolse educatie
Studiekeuze vmbo
De rol van ouders bij studiekeuze en beroepskeuze in (v)mbo
Nurture of nature
Invloed van gezin, school en docent op ontwikkeling natuurlijke talenten in het basisonderwijs
Welwillend tegenover zorgleerlingen
Ouders welwillend tegenover ‘zorgleerlingen’ in de klas
Digitaal oefenen taal rekenen vo
Digitaal oefenen en ouderbetrokkenheid bij taal- en rekenprestaties in het voortgezet onderwijs
Leraren en ouderbetrokkenheid
De rol van leraren in de effectiviteit van ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid schoolbeleid po
Ouderbetrokkenheid bij schoolbeleid van het primair onderwijs
Ouderparticipatie nieuwe leren
Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie op scholen met vormen van ‘nieuw leren’
Onderwijs-ouderbetrokkenheid
Onderwijs op maat en ouderbetrokkenheid
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Veeleisende ouders



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.