In langdurig contact met woorden - deel 1

  Geplaatst op 25 maart 2022

In dit artikel lees je over manieren om je leerlingen langdurig in contact te houden met belangrijke woorden. In dit eerste deel zal het met name gaan over woordklappers. Je kunt woordklappers voor je leerlingen gaan gebruiken of klassikale woordposters, maar deze voorbeelden kun je ook beschouwen als illustraties van leerling- en leerkrachtgericht onderwijs in woordenschat en taalvaardigheid. In deel twee van het artikel zal het gaan over het gebruik van woordenboeken en zullen allerlei tips gegeven worden voor het geven van woordenschatonderwijs. 

Impliciet leren van eigen woorden

De Woordklapper 

In een Woordklapper verzamelen je leerlingen terloops hun lievelingswoorden op werkbladen. Het gaat om een impliciete werkwijze met betrekking tot woordenschatstimulering. Het doel is, om deze woorden vast te houden teneinde ze expliciet te kunnen herhalen en met klasgenoten uit te wisselen. De Woordklapper nemen de kinderen vanaf groep 5 als een groeidocument en om hun woorden langer te koesteren mee naar de volgende jaargroep, om hun persoonlijke woordenschat en de woordenschat van de hele groep uit te breiden en steeds meer te verdiepen. Je hebt daardoor goede herinneringen aan het woord. Gevonden situatieplaatjes bij het woord uit kinderkranten en van Internet plakken de kinderen in de Woordklapper en die zorgen van meet af aan voor een visuele en situationele uitbreiding van het woordgebruik in meerdere contexten. Indien je leerlingen ieder aan één favoriet woord per week werken, dan zouden er zelfs elke week veel interessante woorden tussen je leerlingen uitgewisseld kunnen worden. Ook kunnen er met de Woordklapper verschillende activiteiten gedaan worden. Dat kan er ongeveer zo uitzien:

Woordgroep-twee-woord: verrassen

In plaatjes

Schrijf het woord op het werkblad (zie hierna) en google andere plaatjes bij het woord. Zowel concrete woorden zoals ‘de monteur’ maar ook abstractere woorden zoals ‘verrassen’ kunnen worden gekozen. De woorden op de plaatjes verschijnen in verschillende situaties en de betekenis wordt daardoor al wat meer veralgemeniseerd in verschillende contexten: verrassing in de wei, aan de kust en op een verjaardag. De kinderen kunnen begrippen en woorden even visueel in hun geheugen opnemen, waardoor een ‘episodisch geheugenspoor’ voor het woord ontstaat. In plaatjes

Gebruik het woord in zinnen 

De kinderen maken met hun woorden goede zinnen. Ze schrijven zinnen met het woord naar aanleiding van de plaatjes of verzinnen een eigen zin. Ze moeten niet alleen het woord kennen, maar ook het ook goed kunnen gebruiken: een raceauto kun je afvlaggen. Een bus vlag je niet af, behalve als de bus meedoet aan een race. De kinderen verzamelen voorbeelden van goed gebruik van woorden in zinnen en je helpt hen daarbij. In de loop van het werkbladgebruik kunnen nieuwe zinnen worden toegevoegd: 

  • De stier verrast de man.
  • De kinderen werden door de hoge golven verrast.
  • De vrouw is verrast door het cadeau.

Maak woordcombinaties met het woord

Bij woordcombinaties of collocaties gaat om woorden als de woudloper, maar ook om woorden die als het ware zijn vastgeplakt aan elkaar in alledaagse taalgebruik, zoals geld besteden, tijd besteden, aandacht besteden. Taalgebruik bestaat immers niet uit losse woorden maar uit combinaties van woorden in zinnen. Je biedt deze woordcombinaties of collocaties aan, je leerlingen zoeken ze op in woordenboeken of je leerlingen bedenken ze zelf. Geef instructie. Het gaat hierbij dus om woorden die in het woordgebruik in zinnen vaak bij elkaar voorkomen, zoals: monteur – gereedschap - repareren; verrassen - onverwacht. 

  • Een onverwachte verrassing
  • Een verrassend cadeau
  • Een verrassingsfeestje
  • Ik heb een verrassing in petto.

Maak woordfamilies met het woord. 

De kinderen bedenken dergelijke woordfamilies bij hun lievelingswoorden. Ze smeden het “woordijzer” als het heet is. Bij een woordfamilie gaat het om woorden die gebaseerd zijn op ongeveer dezelfde basisbetekenis: de monteur, monteren, de montage, gemonteerd, gedemonteerd. Door het werken met woordfamilies wordt de leerlast van te leren woorden wat minder. Het kan ook gaan om morfologische woordfamilies: ont-dekken, ont-moeten, ont-lopen; ge-vallen, ge-lopen, ge-huurd; ver-hinderen, ver-gaan, vergroten. Je biedt deze woordfamilies van frequente morfemen aan of helpt je leerlingen ze te bedenken. Geef instructie. Woordvormen of morfemen hebben niet in alle woorden dezelfde betekenis. Let daarop.
Het bedenken van de woordfamilie kan ook bijdragen aan het leren van woordvormen (ge-, be- ont- on- enzovoorts). Kinderen die achter zijn in woordenschat zijn meestal ook achter in de beheersing van woordvormen of de morfologie.

  • verrassen
  • de verrassing
  • verrast
  • verrassend

Maak een woordspin met het woord

Met een woordspin maken je leerlingen associaties bij het woord. De kinderen kunnen dit doen aan de hand van de plaatjes. Het kan alleen, in tweetallen of klassikaal in de hele groep. Ze moeten aan elkaar vertellen waarom hun woord bij het spinwoord hoort. Woordspinnen kunnen samen met de kinderen op het bord worden aangevuld en worden overgenomen in hun Woordklapper. Met een woordspin kunnen je leerlingen eventueel een kort verhaaltje vertellen of schrijven, zodat ze hun woorden echt toepassen. In hogere jaargroepen kunnen kinderen hun woordassociaties rubriceren, bijvoorbeeld bestek: vork, lepel, mes.  In tegenstellingen: donker-licht. In een gradatie: koud, fris, lauw, warm, heet, gloeiend heet. Bij ‘verrassen’ komen de kinderen bijvoorbeeld op woorden als de golven, de stier, plotseling, onverwacht, het cadeau, schrikken, verbaasd; woorden die vaak met het woord verrassen samengaan. Ze zijn actief betrokken bij het vullen van de woordspin. Ook praten en schrijven ze naar aanleiding van de plaatjes en de woordspin.

Woordspelletjes

Met de woordbladen kunnen spelletjes gedaan worden. Kinderen leren elkaars lievelingswoorden.

Raad van je klasgenoot het woord bij de drie plaatjes

De kinderen bekijken de drie plaatjes en bedenken het woord, dat bij alle drie de plaatjes past. De kinderen gebruiken elkaars woordbladen. Leg uit, of laat kinderen uitleggen, wat het gemeenschappelijke is aan de betekenis van woorden in de verschillende situaties op de drie plaatjes. Bedenk bij de drie plaatjes van je klasgenoot een zin met het woord, een woordcombinatie of woordfamilie bij het woord. 

Woordspin

  • Geef leerlingen suggesties om de woordspin zelf aan te vullen. Lok het uit met behulp van de plaatjes.
  • Laat kinderen woorden van de woordspin aan elkaar uitleggen, door het verband tussen de bedachte woorden en het centrale spinwoord aan te geven. Waarom hoort het woord in de woordspin?
  • Herhaal de woordinbreng van de kinderen in de woordspin en beloon hun bijdrage.
  • Gebruik de woordspin en de drie plaatjes bij het praten en schrijven!
  • De kinderen bedenken bij de lege woordspin zoveel mogelijk woorden bij het spinwoord, schrijven een kort tekstje en vertellen elkaar hun tekstje bij de woordspin. 

Bedenk een gekke vraag bij het woord

  • Kan een boom je verrassen?
  • Controleer de spelling en uitspraak van de woorden met de kinderen.
  • Laat kinderen thuis de woorden uitleggen aan hun vader, moeder, broertje of zusje, met behulp van hun woordenboekje.

Werkbladvoorbeeld van een Woordklapper

Het woord 

---------------------------------------------

Plaatjes

 

 

Gebruik het woord in zinnen

……………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………….

Maak woordcombinaties met het woord

……………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………..

Maak een woordfamilie

…………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………..

Maak een woordspin

 

 

 

Ervaringen 

  • Leerlingen zijn heel enthousiast en gemotiveerd bezig. Ze hebben het idee dat ze niet hoeven te ‘werken’! Ze vinden in de Kidsweek Junior heel snel een interessant artikel voor een lievelingswoord.
  • Je merkt duidelijk dat er verschillende interessegebieden zijn: muziek, dieren en nieuws. Een jongetje was heel geïnteresseerd in echte nieuwsartikelen; hij wil later bij het nieuws werken. Hij koos in eerste instantie voor samenwerken, maar later voor alleen werken omdat hij andere interesses had en zich nu ook beter kon concentreren; een goede keuze, vond ik.
  • Het eerst goed bekijken en bespreken van de afbeelding hebben ze niet goed opgepakt. Er wordt heel snel een beslissing genomen over een artikel.
  • Ze hebben bijna helemaal niet de neiging gehad om de tekst van het artikel in te plakken.
  • Bij het maken van zinnen heb ik ze gevraagd om in ieder geval één zin te maken met een woord dat ze nog niet kenden en waarvan ze de betekenis nu achterhaald hadden.
  • Ze zijn echt aan het lezen en aan het nadenken over de tekst een meisje zei dat ze het bijzonder vond dat je nu een dier kunt adopteren, voor maar € 45,-.
  • Met een leerling heb ik het gehad over het vinden van de betekenis door de woorden op te delen: schat-graver.
  • Een jongetje gaf aan dat hij liever geen astronaut wilde worden, omdat hij bang was om naar beneden te vallen.
  • Ik heb de strategie voor het opzoeken van woorden met een van de leerlingen nog eens goed kunnen doornemen.
  • De instructie voor de zinnen maken, kun je wellicht beter geven na het plakken en maken van het woordveld, bij al deze leerlingen moest ik de instructie hiervoor herhalen.
  • Uiteindelijk toch geen voorbeeld gemaakt. Maakte voor deze groep gelukkig niet uit.
  • Ik heb nu vooral gereflecteerd op het proces en wat ze geleerd hebben, hierin kwamen alweer een aantal woorden terug. Misschien is het goed om in de nabespreking de leerlingen wat woorden te laten uitleggen of voorbeelden te laten geven van goede zinnen met de woorden.

Expliciet leren van schooltaalwoorden 

Met een posterproject volgens het idee van het CED werk je aan de expliciete en noodzakelijke uitbreiding van woordgroep-twee-woorden. Ook wel schooltaalwoorden genoemd. Een Posterproject is geschikt voor groep 5, 6, 7 en 8 van het basisonderwijs en is methode-onafhankelijk. Op de CED-website vind je een kant en klaar Posterproject voor het Voortgezet Onderwijs.
Het gaat om schooltaalwoorden of woordgroep-twee-woorden, zoals:

raadplegen, ramp, rangschikken, reactie, reageren, realistisch, recent, rechtstreeks , redelijk (adj), reeds , reeks, regeling, regelmaat, regelmatig (geregeld), regelmatig (recht), rekening houden met, relatie (verband), relatief, reserveren, respectievelijk (resp.) (adj.), resultaat, ruim (adj.). 

Bij de woorden worden op de woordposter voorbeeldzinnen opgenomen: 

  • Zelfstandig = alleen, zonder hulp. Als je je altijd laat helpen, leer je nooit om zelfstandig je band te plakken. 
  • Alternatief = andere, anders dan het gewone. Met gewone medicijnen komt Bert niet van de hooikoorts af. Daarom probeert hij nu alternatieve geneesmiddelen.
  • Absoluut = helemaal, totaal. Jij gaat dan wel naar de bioscoop maar ik ben het er absoluut niet mee eens dat je in de kou weggaat.

Maak zelf woordposters. Verzamel per week samen met je leerlingen 10 nieuwe woordgroep-twee-woorden op een poster of met het Digibord. Schrijf er de betekenis en een voorbeeldzin bij. Elke dag besteed je er kort, expliciet aandacht aan. Aan het einde van de week oefenen je leerlingen in tweetallen de tien woorden mondeling, doordat ze bij de woorden nieuwe gebruikszinnen bedenken in de ik-, jij- of wij-vorm. 

Gerelateerd

Congres
Kleutertaal
Kleutertaal
Taalontwikkeling en -stimulering in groep 1 en 2
Medilex Onderwijs 
Lesprogramma
Samenhang in taalonderwijs
Samenhang in taalonderwijs
Taal, spelling en lezen leren moet anders. Nu kan het ook anders! Nieuw Nederlands Junior
Noordhoff 
E-learning cursus
Kennis waar je direct mee aan de slag kunt?
Kennis waar je direct mee aan de slag kunt?
De online cursussen van E-WISE sluiten perfect aan op praktijk. Vraag nu een gratis proefcursus aan!
E-Wise 
Kennis waar je direct mee aan de slag kunt?Zaakvakwoorden woordenboeken
Woorden leren in de zaakvakken - deel 3
Paul Filipiak
woordenschatonderwijs vernieuwen vraagt om leiderschap
Woordenschatonderwijs in de 21e eeuw: effectief en uitdagend (1)
Jos Cöp
Woordkennis en taalbeschouwing
Woordselectie (3) -4-
Paul Filipiak
Pratend woorden leren
Pratend woorden leren -7-
Paul Filipiak
Lezend woorden leren
Lezend woorden leren -8-
Paul Filipiak
eigentijds woordenschatonderwijs met woordcirkel
Maak van de school een woordpaleis
Jos Cöp
Woordenschat uitbreiden
Woordenschat uitbreiden bij begrijpend lezen en bij de zaakvakken
Paul Filipiak
Woordenschat verbinden met taalbeschouwing
Woorden en betekenissen
Dolf Janson
Woordenschatonderwijs impliciet en expliciet leren
Woordenschatonderwijs - deel 1
Paul Filipiak
Tips voor differentiatie in woordenschatonderwijs
Differentiëren binnen woordenschatonderwijs
Martie de Pater
Tips woordenschat
Knikkers spelers en spel: tips voor woordenschatonderwijs.
Paul Filipiak
Woordenschatonderwijs didactiek woordgroep twee en toetsing
Woordenschatonderwijs - deel 2
Paul Filipiak
Woordselectie en woordgroepen
Woordselectie en didactiek -5-
Paul Filipiak
kwaliteitskenmerken woordenschatonderwijs en didactiek
Woordselectie en woordenschatdidactiek -12-
Paul Filipiak


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Effecten van aanpakken voor een soepele overgang naar po
Vier jaar! Hoe stimuleer je een soepele overgang naar de basisschool?
Effect van leesmethodes op leesvaardigheid
Welk effect hebben leesmethodes?
Klassenverkleining in het vo
Wat zijn effecten van klassenverkleining in het voortgezet onderwijs?
Hulpstappen bij het spellen
Welke hulpstap is voor leerlingen effectief bij het leren spellen?
Interventies versterken van motivatie volwassen NT2 deelnemers
Hoe versterk je online het actief leren van volwassen NT2-deelnemers?
Hoe bevorder je studievaardigheden en zelfsturing van laagopgeleide nt2 leerlingen?
Hoe bevorder je zelfsturing van laagopgeleide nt2-leerlingen?
Bewegend leren en spelling
Is bewegend leren effectief bij spelling?
Effect modelleren leesstrategie hardop denken volwassenen
Hardop denken: goede strategie voor volwassen leerders?
Uitgangspunten kenmerken leeromgeving niveau twee f
Hoe help je mensen naar niveau 2f van de Nederlandse taal?
Didactische aanpak zwakke lezers in het basisonderwijs
Wat is de beste didactische aanpak voor zwakke lezers?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
Woordenschat leesbegrip
Rol van de woordenschat bij de ontwikkeling van begrijpend lezen
[extra-breed-algemeen-kolom2]



didactiek
taalontwikkeling
woordenschat

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest