Welk effect heeft financieel onderwijs op het financieel gedrag van mbo-studenten?

Geplaatst op 17 november 2019

Als jongeren kennis over financiële zaken meteen in de praktijk kunnen brengen, kan financieel onderwijs bijdragen aan verstandig omgaan met geld. De invloed van onderwijs op financieel gedrag van studenten is echter minimaal en is niet blijvend. Mogelijk is financieel onderwijs te gericht op kennisoverdracht, hetgeen niet automatisch leidt tot ander gedrag. Bovendien spelen vooral sociaal-psychologische factoren een rol.

Een op de vijf mbo-studenten vindt dat hij vaak geld tekort komt, en vijftien procent geeft aan een financieel probleem te hebben. Ruim een vijfde van de mbo’ers heeft geld geleend van anderen of bij DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Ontwikkelen van financiële competenties

Het Nibud heeft uitgebreide leerdoelen opgesteld voor jongeren van alle leeftijden. Voor jongeren tussen de 15 en 17 jaar onderscheidt het Nibud vier thema’s: inkomsten verwerven, geldzaken organiseren, verantwoord besteden en voorbereid zijn op onvoorziene gebeurtenissen. De leerdoelen binnen deze thema’s dragen bij aan het ontwikkelen van financiële competenties.

Financieel onderwijs dat zich richt op budgetteren, plannen, vermogensopbouw en sparen heeft een groter effect op financieel gedrag, dan programma’s die gaan over het lenen van geld. Wanneer een jongere het geleerde meteen in de praktijk kan brengen, is de impact op financieel gedrag groter. Hoe meer lesuren, hoe groter de invloed is. Belangrijk daarbij zijn een grondige aanpak, het betrekken van onderwijsexperts en het trainen van docenten.

Op een praktische manier aandacht besteden aan psychologische invloeden op gedrag, verbetert de financiële kennis, houding en gedrag van de jongeren. De effectiviteit van financieel onderwijs neemt toe wanneer de school de ouders erbij betrekt. Aansluiten bij financiële vragen die de jongeren bezighouden, helpt hen eveneens anders om te gaan met hun ‘financiële wereld’.

Hoewel financiële kennis cruciaal is voor gezond financieel gedrag, is meer inzicht nodig in de stap ‘van kennis naar gedrag’. Zeker omdat financieel onderwijs slechts 0,1 procent van de variantie in financieel gedrag verklaart. Bovendien is er na twintig maanden of langer nauwelijks meer een effect van financieel onderwijs op het financieel gedrag zichtbaar.

Sociaal-psychologische factoren

Verschillende sociaal-psychologische factoren spelen een rol bij financieel gedrag. Het is echter de vraag of onderwijs die factoren kan beïnvloeden. Factoren die horen bij gezond financieel gedrag zijn bijvoorbeeld vertrouwen in eigen kunnen, langetermijndenken en zelfcontrole. Een hoger vertrouwen in eigen kunnen hangt samen met de Nibud-competenties bijhouden van de administratie, opzijleggen van geld en beter controleren van financiële producten. Onduidelijk is of vertrouwen in eigen kunnen leidt tot verstandig financieel gedrag of dat het juist andersom is. Namelijk dat een jongere meer zelfvertrouwen krijgt omdat hij zijn geldzaken goed op orde heeft.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Rosanne Dubbeld (antwoordspecialist) en Melissa van Amerongen (kennismakelaar Kennisrotonde) Vraagsteller: docent mbo-instelling

Vraag

Wat is het blijvend effect van structureel financieel onderwijs op het financieel gedrag van mbo-jongeren?

Kort antwoord

Over het blijvend effect van structureel financieel onderwijs op het financieel gedrag van mbo-jongeren is nog weinig bekend. Wel weten we dat financiële kennis een voorwaarde is, maar op zichzelf niet voldoende voor het aanleren van gezond financieel gedrag. Het geleerde meteen in de praktijk kunnen brengen en het onderwijs structureel aanbieden met hoge intensiteit kan de impact op financieel gedrag te vergroten. Financieel onderwijs blijkt echter maar een zeer klein deel van de variantie in financieel gedrag te verklaren. Sociaal-psychologische kenmerken, zoals vertrouwen in eigen kunnen, hangen samen met financieel gedrag.

Toelichting antwoord

Het aantal Nederlandse huishoudens met betalingsachterstanden was in 2014 32% (Nibud, 2017). Eén op de vijf mbo-leerlingen vindt zelf dat hij of zij vaak geld tekortkomt, en 15% geeft aan een financieel probleem te hebben. Meer dan een vijfde van de mbo-jongeren heeft geld geleend van anderen of bij DUO (Nibud, 2015). Financieel onderwijs lijkt voor alle Nederlandse burgers maar zeker ook voor mbo-jongeren van groot belang.

Hoe kun je financieel gedrag aanleren aan jongeren op het mbo? 

Zowel in Nederland als in het buitenland wordt in meta-analyses nauwelijks tot geen positief effect gevonden van financieel onderwijs op financieel gedrag. Een mogelijke verklaring is dat financieel onderwijs zich vaak richt op kennisoverdracht, en dit alleen vaak niet tot ander financieel gedrag leidt (Nibud, 2017). Hoewel financiële kennis cruciaal is voor gezond financieel gedrag is het belangrijk om de stap ‘van kennis naar gedrag’ verder te onderzoeken (Madern, 2015, Nibud, 2012, zoals beschreven in Jungmann & Madern, 2016).

Wat verstaan we onder financieel gedrag?

Het Nibud (2018) heeft uitgebreide leerdoelen opgesteld voor jongeren van alle leeftijden. Voor jongeren tussen de 15 en 17 jaar worden vier hoofdthema’s onderscheiden: 1) inkomsten verwerven, 2) de geldzaken organiseren (betalingen uitvoeren, administratie op orde brengen, inkomsten en uitgaven in kaart brengen en monitoren), 3) verantwoord besteden (keuzes maken, verleidingen de baas blijven, jezelf opstellen in kritische momenten, verantwoord lenen), en 4) voorbereid zijn op onvoorziene gebeurtenissen (sparen en plannen, onverwachte omstandigheden, financiële producten kiezen).

De leerdoelen binnen deze thema’s dragen bij aan het ontwikkelen van financiële competenties. De belangrijkste competenties volgens het Nibud zijn in kaart brengen, verantwoord besteden, vooruitkijken, bewust kiezen en kennis bijhouden, waarbij de eerste twee vrijwel dagelijks nodig zijn (Jungmann & Madern, 2016).

Welke aspecten in financieel onderwijs bij kunnen dragen aan gezond financieel gedrag

In een meta-analyse waarin 115 onderzoeken naar financieel onderwijs werden vergeleken op hun effecten op financiële kennis en gedrag werd het volgende gevonden:

  • Voor financieel onderwijs dat zich richt op budgetteren, plannen, vermogensopbouw en sparen wordt een groter effect gevonden op het financieel gedrag dan voor programma’s die zich richten op leengedrag (Kaiser en Menkhoff, 2016)
  • Wanneer het geleerde meteen in de praktijk kan worden gebracht is de impact op financieel gedrag groter – dus letten op wanneer een programma wordt aangeboden is van groot belang (Kaiser en Menkhoff, 2016)
  • Hogere intensiteit (meer uren) leidt tot een grotere impact op het financieel gedrag van de jongeren (Kaiser en Menkhoff, 2016)

In Brazilië deden ongeveer 20.000 leerlingen tussen de 15 en 17 jaar mee aan een groot onderzoek naar financieel onderwijs. Uit dit onderzoek bleek:

  • Een grondige aanpak, het betrekken van onderwijsexperts, het trainen van docenten, en op een praktische manier aandacht besteden aan psychologische invloeden op gedrag verbeteren de financiële kennis, houding en gedrag van de jongeren (Brugh ea, 2013, zoals beschreven in Nibud, 2017)
  • De effectiviteit van financieel onderwijs is groter wanneer ouders erbij worden betrokken (Brugh ea, 2013, zoals beschreven in Nibud, 2017).
  • Net als in de meta-analyse van Kaiser en Menkhoff (2016) werd gevonden dat aansluiten bij financiële vragen die op dat moment spelen bij de jongeren bijdraagt aan het verbeteren van de financiële kennis, houding en gedrag.

Welke andere factoren dragen bij aan het uitvoeren van financieel gedrag?

Een kanttekening die wordt gemaakt bij onderzoek naar financieel onderwijs is dat het slechts 0,1% van de variantie in financieel gedrag verklaart (Fernandes et al., 2014, zoals beschreven in Jugmann & Madern, 2016). Bovendien is er na 20 maanden of langer nauwelijks meer een effect van financieel onderwijs op het financieel gedrag zichtbaar.

Als slechts zo’n klein deel van het financieel gedrag verklaard wordt door financieel onderwijs, dan wordt het overgrote deel van financieel gedrag door andere aspecten beïnvloed. Hier komt steeds meer aandacht voor in zowel literatuur als beleid (Tiemeijer, 2016, zoals beschreven in Nibud, 2018).

Verschillende sociaal-psychologische factoren spelen een rol bij het daadwerkelijk uitvoeren van financieel gedrag. Zo heeft Madern (2015) geanalyseerd welke factoren invloed hebben op gezond financieel gedrag. Zij komt tot meerdere factoren, zoals vertrouwen in eigen kunnen (verwacht je dat je in staat bent bepaald gedrag uit te voeren), tijdsoriëntatie (richt je je op het verleden, het heden of de toekomst) en zelfcontrole (kun je ongewenst gedrag onderbreken). Een hoger vertrouwen in eigen kunnen hangt bijvoorbeeld samen met de Nibud-competenties bijhouden van de administratie, opzijleggen van geld, en beter controleren van financiële producten.

Hoewel uit onderzoek blijkt dat deze en andere factoren samenhangen met het uitvoeren van financieel gedrag (Madern, 2015), is de causaliteit niet altijd duidelijk. Wel lijkt het de moeite waard om te onderzoeken of en zo ja, hoe deze sociaal-psychologische aspecten met behulp van financieel onderwijs ontwikkeld kunnen worden zodat leerlingen kunnen komen van financiële kennis naar financieel gezond gedrag.

Conclusie

Hoewel er meer aandacht komt voor de vraag welke factoren een jongere van kennis naar gedrag kunnen brengen, is er op dit moment nog weinig zekerheid over de succesfactoren. De Nibud-leerdoelen lijken een belangrijk startpunt te zijn voor financieel onderwijs, en structureel intensief onderwijs waarbij de nadruk ligt op het geleerde meteen in de praktijk brengen kan bijdragen aan gezond financieel gedrag. Financieel onderwijs verklaart slechts een klein deel van het financieel gedrag van jongeren – en na 20 maanden is de invloed al nauwelijks meer meetbaar. Vertrouwen in eigen kunnen en andere sociaal-psychologische factoren hangen samen met de Nibud-competenties en zouden een aandachtspunt kunnen zijn voor het verder vormgeven van financieel onderwijs dat leidt tot gezonder financieel gedrag.

Geraadpleegde bronnen 

Gerelateerd

E- learning module
Jongens en meiden in de klas (vo)
Jongens en meiden in de klas (vo)
Inspelen op de verschillen in ontwikkeling, motivatie en leervoorkeuren
Medilex Onderwijs 
Sociale pubers
Geliefde pubers meer geneigd tot delen
Annemieke Top
Preventie gedragsproblemen
Onderwijs en gedragsproblemen: Prioriteit voor preventie
Kees van Overveld
Problematisch internetgedrag
Problematisch gebruik van sociale media en games
redactie
Verbindend communiceren
Verbindend communiceren
Hélène van Oudheusden
Kind en delict
Kind en delict - als je agressief gedrag vertoont lijk je machtig
Miriam de Heer
Puberbrein binnenstebuiten
Puberbrein binnenstebuiten
Helèn de Jong
Pubers zijn leuk
Pubers zijn leuk! Zeker als je ze begrijpt
Helèn de Jong
Ik heb ook wat te vertellen
Ik heb ook wat te vertellen! - Communiceren met pubers en adolescenten
Helèn de Jong
Pubermania
Pubermania - Inspirerend opvoeden
Helèn de Jong
Pittige pubers
Pittige pubers - Opvoeden van je puber met ADHD of autisme
Marleen Legemaat


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Puberbrein in een video van één minuut uitgelegd
Puberbrein in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Invloed zelf kiezen op motivatie vo bovenbouw
Zelf kiezen van het instructieniveau: welke invloed heeft dat?
Tijd van de herkansingstoets invloed op resultaat
De herkansingstoets: snel erna of langer wachten?
Effect van cijfers op leerlingen
Wat doen hoge of lage cijfers met leerlingen?
Aanwezigheid van leerlingen bij gesprekken
Zorgt aanwezigheid van leerlingen bij gesprekken voor meer betrokkenheid?
Belemmeringen bij doorstroom van havo naar vwo
Doorstromen van Havo naar Vwo: hoe gaat dat?
Effect financieel onderwijs op gedrag studenten
Omgaan met geld: heeft onderwijs hierover effect?
Invloed kiesbord op natuurlijk leerproces kleuters
Welke invloed heeft een kiesbord op het leerproces van kleuters?
Praktijksituaties leren op school -bbl
Praktijksituaties leren op school: helpt dat bbl-studenten?
Samenwerkend leren inzetten
Hoe zet je samenwerkend leren goed in?
Intrinsieke motivatie en praktijkleren
Neemt motivatie toe door praktijkervaring op het vmbo?
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Studiemotivatie VWO plus
Studiemotivatie hoogbegaafde leerlingen in VWO-plus
Falen en succes
Van faalervaring naar leerervaring: Zijn reacties van leerlingen op lage cijfers te beïnvloeden?
Motivationele differentiatie
Invloed van cognitieve en motivationele differentiatie bij hoogbegaafde en getalenteerde leerlingen
Invloed leeromgeving vo
Invloed van leeromgeving op motivatie, zelfregulering en prestaties van potentieel excellente studenten
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.