Formatief evalueren en stimuleren van het denkend lezen - deel 2

  Geplaatst op 22 november 2021

Goede lezers 

Over zelfevaluatie en beheersingsaspecten van denkend lezen

Goede lezers zijn eerder in staat om stil denkend te lezen met begrip. Terwijl ze dit doen kun je de minder goede lezer(s) aandacht geven. Leerlingen moeten weten wanneer ze goed en wanneer ze niet goed hebben gelezen. Waar moeten ze dan op letten?
 
Hierbij is zelfevaluatie inzetbaar: het geeft je leerlingen de mogelijkheid om ervaring op te doen met aanpakken om goed te lezen en daarover zelf na te denken. Dit is essentieel als we willen dat de leerlingen zelfstandige lezers worden.
 
Toen Brenda bijvoorbeeld, een oudere, minder goede lezer, reflecteerde op haar gedachten bij een tekst, zei ze: Ik besteed nog steeds alleen aandacht aan mijn eigen ideeën en niet aan ideeën in het het verhaal. Als ik bijvoorbeeld lees over de trap in het verhaal, dan denk ik aan hoe onze eigen trap kraakt. Maar ik vroeg me niet af waarom de trap in het verhaal kraakt: de trap was versleten en angstaanjagend. Ik word dus wel beter!!!! Ik voelde niet veel, maar ik vond het wel erg voor het meisje in het verhaal dat ik nooit echt heb ontmoet. Niemand lijkt om haar te geven. Ik wil graag meer gaan geven om mensen in de verhalen die ik lees. Dat is iets wat ik nooit eerder gedaan heb. 
 
De hardopdenken-methode steunt Brenda om haar eigen lezen te beoordelen, om haar leesrepertoire uit te breiden en haar vooruitgang zelf te evalueren.

Een checklist voor zelfevaluatie 

Hierna volgt een checklist voor zelfevaluatie door de leerlingen. Voordat u de checklist aan leerlingen geeft, bespreekt u alle door hen te nemen stappen in een taakinstructie voor zelfevaluatie. In de eerste kolom staan belangrijke aandachtspunten bij het stil denkend lezen. 
In de tweede kolom kan een leerling met een aantal plusjes aangeven hoe goed hij/zij het in eigen ogen doet. In de derde kolom kunnen zelfbeoordelingen worden opgeschreven. Dit kan ook in tweetallen.
 
Naam: Walter
Datum:
 
Dit gebruik ik bij mijn lezen
  Opmerkingen

Lezen met een leesdoel 

+ Doe ik

Voorkennis gebruiken bij mijn lezen. 

++ Ik gebruik foto’s in mijn hoofd over mijn eigen leven.

Voorspelling gebruiken bij mijn lezen.

+ Ik bedenk vaak wat er gaat gebeuren.

Verbeelden bij woorden en zinnen die ik lees.

+ Dit probeer ik. Het gaat steeds beter. Het lijkt vaak alsof ik een stripboek lees of een film bekijk

Eigen vragen stellen.

  Ik stel vragen bij de foto’s in mijn hoofd.

Hoofdgedachten vinden en samenvatten.

- Nog moeilijk

Conclusies trekken.

- Nog moeilijk

Mening geven en evalueren na het lezen.

 
Nog moeilijk

Beheersingsaspecten

Lori Ockuz hanteert in haar praktijk onder andere de vier v's, die we beschouwen als een basis voor lezen met begrip. We geven hierna een aangepast overzicht van beheersingsaspecten die zij 
gebruikt. Daarvan zou een checklist gemaakt kunnen worden.

Lezen met voorkennis

  • Verbindt voorkennis met eigen ervaringen: verbinden van tekst met je eigen leven. Dit doet me denken aan wat ik zelf heb meegemaakt.....
  • Verbindt informatie uit de tekst met informatie uit een andere tekst: dit doet me denken aan iets wat ik heb gelezen.....

Lezen met voorspellingen

  • Gebruikt voorkennis bij het voorspellen.
  • Gebruikt aanwijzingen in de tekst om iets te voorspellen.
  • Bevestigt of verandert voorspellingen bij het lezen en herstelt het begrip.

Lezen met verbeelding

  • Gebruikt filmpjes en foto's in het hoofd tijdens het lezen bij woorden en zinnen.
  • Gebruikt meer zintuigen bij het verbeeldend lezen: geluid, geur, gevoel (en emotie). 
  • Gebruikt voorkennis en voorspelling bij het verbeelden.

Lezen met eigen vragen

  • Bedenkt een vraag bij de eigen voorkennis en voorspelling.
  • Bedenkt een vraag bij de eigen verbeelding, naar aanleiding van de tekst.
  • Bedenkt en beantwoordt concluderende vragen op basis van voorkennis en voorspelling.

Belangrijke leesdoelen

De goede lezers kunnen al eerder gaan lezen met de wat moeilijkere leesdoelen:

Hoofdgedachte vinden en samenvatten 

  • Vertelt alleen letterlijk de belangrijke informatie uit de tekst.
  • Gebruikt tekstkenmerken om samen te vatten en vertelt het in de goede volgorde.
  • Vertelt de tekst in eigen woorden na.

Concluderen

  • Gebruikt voorkennis en voorspelling om conclusies te trekken.
  • Bedenkt een concluderende zin (een denkstarter): ik kan dat zeggen, omdat… 
  • Concludeert en discussieert over karakters, gevoelens en de informatie: mijn verrassing bij de tekst is….....omdat…... Of: nu denk ik dat… omdat.........

Mening geven en evalueren 

  • Is het wel of niet eens met de schrijver en geeft een argument.
  • Geeft een mening en beoordeelt de eigen leesaanpak.
  • Evalueert de stijl van de schrijver en geeft daarbij een argument.

Monitoren van begrip

Laat zien hoe ervaren lezers (onbewust) hun begrip monitoren door zich de vraag te stellen, ' Is dit logisch?' 

Denkstarters

  • Dit is (niet) logisch want……..' ' Dit is niet wat ik verwachtte want...........' 
  • Dit sluit (niet) aan bij ik al gelezen heb/weet, want .........' 

Voorbeelden

  • Dit is niet logisch want eerder werd er gesproken over drie soldaten, en nu nog maar over twee.
  • Dit is niet wat ik verwachtte, want het ging over elektrische circuits, en nu wordt er ineens gesproken over weerstand.
  • Dit klinkt niet logisch, maar ik was er met mijn gedachten niet bij, dus ik moet het stuk herlezen.
  • Dit snap ik niet, want ik weet niet wat ‘Siamese tweeling’ betekent, en daar lijkt het over te gaan.
  • Dit sluit aan bij wat ik eerder heb gelezen over de Vikingen.

Denkactiviteiten om verwarring aan te pakken en begrip te herstellen

Laat zien hoe je verschillende denkactiviteiten toepast als je iets niet begrijpt of als je je begrip wilt checken. 
 
Benadruk dat zelfs ervaren lezers soms moeite hebben met bepaalde teksten. Als dit aan de orde is, dan doen ervaren lezers het volgende:
  • Herlezen;
  • verder lezen om te kijken of dit opheldering biedt;
  • eerdere ideeën proberen te koppelen aan dit onduidelijke stuk tekst;
  • vervangen van onbekende woorden door woorden die logisch lijken in deze context; opzoeken van woorden in woordenboek;
  • veranderen van ideeën of visualisaties van het verhaal om nieuwe informatie in te passen, d.w.z. wellicht heeft u een verkeerde aanname/visualisatie gehad. U moet uzelf wellicht corrigeren en iemand om hulp vragen.

Denkstarters

  • Misschien kan ik beter…... 
  • Ik zou kunnen……. 
  • Omdat ik dit woord niet begrijp, zou ik…………… 
  • Eerst dacht ik, maar nu denk ik….' . 
  • Ik dacht dat het hierover ging, maar dat lijkt nu niet meer logisch… 
  • Ik moet mijn gedachten veranderen door….' .
  • Misschien moet ik denken aan….' .

Voorbeelden

  • Misschien kan ik beter verder lezen om te zien of ik het begrijp.
  • Ik snap niet hoe dit samenhangt met eerdere gebeurtenissen. Ik zou eerdere passages kunnen herlezen om te kijken of ik samenhang kan ontdekken.
  • Aangezien ik dit woord niet ken, kan ik naar de context kijken om te zien wat het zou kunnen betekenen.
  • Ik dacht dat dit ging over belastingen, maar de informatie over wasmiddelen sluit hier niet bij aan. Misschien gaat dit wel over wassen.

Differentiatie 

Het afpellen van instructie bij interactief hardopdenkend lezen.

Differentiatie-ideeën

Lori Oczkus gebruikt een aantal differentiatie-ideeën in haar klas. Ze differentieert in haar leeslessen door te kiezen uit de volgende drie mogelijkheden:
  • Kies een andere tekst 
  • Kies een andere groepering 
  • Kies een andere leesstrategie 
We gaan er dieper op in.

Kies ander leesmateriaal 

  • Een langere of juist kortere tekst (teksten uit kindertijdschriften in plaats van uit een boek).
  • Fictie of juist non-fictie (zakelijke teksten uit bijvoorbeeld de Kijkdoosserie in plaats van een verhalende tekst).
  • Verplichte teksten of juist zelfgekozen teksten (een tekst uit Nieuwsbegrip of juist een zelf gekozen en geïllustreerde tekst uit Kidsweek Junior).
  • Teksten van verschillend AVI-niveau of CLIB-niveau (teksten op een precies AVI-niveau uit de bibliotheek of juist een inhoudelijk geschikte tekst).
  • In een klassikale les gericht op voorspellend lezen met een wat langere tekst, neemt u eerst een heel kort fragment en oefent nogmaals met de leerlingen het voorspellend lezen klassikaal.

Kies een andere groepering 

  • Alleen klassikaal leesonderwijs in een onrustige en onzelfstandige groep.
  • Begeleide instructie in een duo of kleine groep: ondersteuning van het hardopdenkend lezen in een homogeen duo of groepje.
  • Interessegroepen: het hardopdenkend lezen door een duo of in een groepje leerlingen met verschillende leesniveaus, maar met een tekst waar alle vier de leerlingen sterk in geïnteresseerd zijn.
  • Leerlingen kiezen zelf om individueel of in een groepje te lezen: vrijlezen.
  • In plaats van een klassikale start met hardopdenkend lezen, begint u het hardopdenkend lezen steeds in een kleine groep gedurende enkele dagen. Of u vraagt aan de leerlingen na een klassikale les, om een leesstrategie in een duo of interessegroepje toe te passen. U geeft vervolgens leesgroepjes ondersteuning op maat in de verlengde instructie, terwijl betere lezers zelfstandig lezen.

Kies een andere strategie

  • Bepaal welke leerlingen, welke leesstrategie van de vier v's (voorkennis, voorspelling, verbeelden en vragen stellen) nog eens moeten oefenen in een duo, kleine groep of individueel.
  • Bepaal welke leerlingen nog moeten oefenen om een hoofdgedachte te achterhalen en samen te vatten. Of een conclusie te trekken op basis van hun voorkennis. Of om hun begripsprobleem te herstellen. Of om hun mening te geven en hun eigen leesaanpak te evalueren.
  • Terwijl u een les over voorspellend lezen geeft, merkt u dat enkele leerlingen het moeilijk vinden om gebeurtenissen op te sommen en daar een voorspelling aan te verbinden. U besluit om extra aandacht te besteden aan het voorspellen bij een opsomming. Wijs leerlingen er op dat ze uiteindelijk meerdere strategieën moeten gebruiken bij onduidelijkheden en onbegrip met betrekking tot de tekst.

Het afpellen van instructie

Een lesmodel is mede afhankelijk van het onderwerp en het vak- en vormingsgebied; er is niet altijd één lesopzet aan te bevelen, zoals het belangrijke model van Directe Instructie. Soms kunt u een lesdoel voorop stellen, maar ook is het motiverend om een leesles verrassend te beginnen met een probleem, om achteraf met de leerlingen te bespreken, wat er is geleerd. Dit gaat vooral op bij zoiets als creatiefs als lezen, waarbij leerlingen ook nog eens diverse voorkennis hebben. Vaak leert u daarbij ook zelf. 
 
Om te differentiëren door de instructie af te pellen en steeds meer leerlingen zelfstandig denkend te laten lezen, gebruiken we het basisles model van het hardopdenkend leren lezen, de zogenoemde Vrije response. Gebruik een korte tekst uit Nieuwsbegrip, Kidsweek Junior of uit de leesmethode.
  1. Je doet het hardopdenkend lezen voor en de leerlingen kijken en luisteren (Ik).
  2. Je doet het hardopdenkend lezen en de leerlingen denken met u mee (Wij).
  3. Je leerlingen doen het hardopdenkend lezen zelf en je helpt (Jullie).
  4. Je leerlingen doen het en je observeert en evalueert het hardopdenkend lezen van je leerlingen (jullie, jij).
Bij stap 3 gaan de betere lezers zelfstandig stillezen met dezelfde tekst of interactief hardopdenkend lezen. Of ze voeren alleen of in tweetallen een zelfevaluatie uit. Ze kunnen bijvoorbeeld ook werken met langere teksten of nieuwe tekstsoorten zoals een fabel, een detective, en dergelijke. Ze kunnen ook met lastige leesdoelen aan de slag zoals de hoofdgedachte vinden en samenvatten, een conclusie trekken, een mening geven en de eigen leesaanpak evalueren. Dit kan dus individueel stil lezend of interactief hardopdenkend in een tweetal of een groepje.

Verlengde instructie

Je hebt vervolgens je handen meer vrij voor verlengde instructie. Je doet dit met dezelfde tekst in een groepje minder goede lezers, met de methode van de Vrije response. Leerlingen lezen hardopdenkend met elkaar en je ondersteunt hen bij het begrijpen van moeilijke woorden, het technisch lezen, het denken over de inhoud en het toepassen van leesstrategieën bij iets onduidelijks in de tekst. In een overzicht:
 

Start klassikaal met hardopdenkend lezen met stap 1 en 2 van het basislesmodel.

Interactief hardopdenkend lezen of stil denkend lezen door de betere lezers.

Verlengde instructie met de zwakkere lezers met observatie en ondersteuning via het hardop-denkend lezen en aandacht voor strategisch lezen en het leesproces.

Hulprondje door de leerkracht voor alle leerlingen en eventueel individuele aandacht.
Stap 3 en 4.

Gezamenlijk afsluiting: praten over de inhoud van de tekst en over de leesaanpak.

Het idee van de Vrije response komt er op neer dat je bij moeizame lezers het leesniveau van de naaste ontwikkeling opzoekt, terwijl je interactief hardopdenkend leest met deze leerlingen. Het gaat dan om het basislesmodel waarbij er hardopdenkend wordt gelezen over de inhoud en niet dwingend met leesstrategieën wordt gelezen. 

Betreffende leerlingen hebben daarvoor vaak niet het benodigde niveau van vloeiend lezen en de voorkennis, waardoor ook geen ruimte is om met leesstrategieën te lezen. Bouw dit langzaam op en werk met de zone van de naaste ontwikkeling.
 
Het groepje minder goede lezers kan vervolgens ook zelfstandig met elkaar doorgaan met hardopdenkend lezen. Daarbij kun je een keuze maken uit de genoemde differentiatie-ideeën: toch nog ander leesmateriaal, een andere groepering, een andere leesstrategie? En je hebt misschien nog even de tijd voor een strikt individuele aandacht voor twee lezers met hardnekkige (technische) leesproblemen. Gebruik daarbij 'Verhelpen van technische leesproblemen bij begrijpend lezen' (https://www.onderwijsmaakjesamen.nl). Ook kun je de korte tijd besteden aan voorinstructie, door een komende tekst inhoudelijk te introduceren.

Literatuur

Strategies That Work; Teaching Comprehension to Enhance Understanding;
Stephanie Harvey; Anne Goudvis; 2000.
Improving Comprehension with Think-Aloud Strategies; modeling What Good Readers Do; Jeffrey D. Wilhelm; 2001.
Reading Is Seeing; Learning to Visualize Scenes, Character, Ideas, and Text Worlds to Improve Comprehension and Reflective Reading; Jefferey D. Wilhelm; 2004.
Interactieve Think-Aloud Lessons; 25 Surefire Ways to Engage Students and Improve Comprehension; Lori Oczkus; 2009.

Gerelateerd

Formatieve assessment
Leren zichtbaar maken met formatieve assessment - In de praktijk.
Arja Kerpel
Formatief evalueren
Formatief evalueren, hoe pak ik dat aan in mijn les? Tien voorbeelden
Gerdineke van Silfhout
Ontdekkend leren lezen en leesrijpheid
Ontdekkend leren lezen
Ewald Vervaet
Leesonderwijs anders inrichten
Moeten we ons leesonderwijs anders gaan inrichten?
Jos Cöp
leesonderwijs en directe instructie
Directe instructie doorgelicht - 2: leesonderwijs en directe instructie
Ewald Vervaet
Cooperatief leren in leesonderwijs
Gebruik het ook in je leesonderwijs!
Paul Filipiak
Goed taal- en leesonderwijs
Vijf onderwijskundige voorwaarden voor goed taal- en leesonderwijs
Jos Cöp
Lezen van teksten
Makkelijk en moeilijk lezen
Paul Filipiak
Begrijpend lezen is een houding
Begrijpend Lezen - geen vak maar een houding
Terry van de Beek
Close Reading
Begrijpend lezen vervangen door Close Reading?
Paul Filipiak
Taalgericht onderwijs
Taal in alle vakken - De sleutel naar taalgericht onderwijs
Gerdineke van Silfhout
Goede schoolteksten
Een goede schooltekst. Het begin van goed leesonderwijs.
Gerdineke van Silfhout
Ontwikkelingsgericht leesonderwijs
Ik ben een beetje misselijk - ontwikkelingsgericht leesonderwijs
Bea Pompert
Letters leren
Letters leren: vandaag in staat, een leven lang paraat
Ewald Vervaet
Effectief leren spellen
Hersenen en woorden in verbinding
Dolf Janson
Woordenschat verbinden met taalbeschouwing
Woorden en betekenissen
Dolf Janson
Lezen en spellen
Zo leer je kinderen lezen en spellen
Anna Bosman
werken met website Lezeninhetvmbo.nl
Een positieve leesspiraal in het vmbo
Gerdineke van Silfhout
Leesactie: werkvormen bij verhalen deel 2
Juf, ik was Monica - deel 2
Paul Filipiak
Effectief leesonderwijs
Aantrekkelijk en effectief leesonderwijs: motiverend!
Paul Filipiak
Leesdorst lessen - 1
Leesdorst lessen (1) - Tien tips voor een goede les
Paul Filipiak
Leesdorst lessen - 2
Leesdorst lessen (2) - Acht valkuilen van leesmethodes
Paul Filipiak
Taalgericht zaakvakonderwijs (4): Verdieping
Taalgericht zaakvakonderwijs (4): Verdieping, de vier V's
Paul Filipiak
Taalgericht zaakvakonderwijs (5): betrokken lezen en leren
Taalgericht zaakvakonderwijs (5): betrokken lezen en leren
Paul Filipiak
Kindgericht taalonderwijs
Taalonderwijs integreren in zaakvakken, hoe doe je dat?
Paul Filipiak
eigentijds woordenschatonderwijs met woordcirkel
Maak van de school een woordpaleis
Jos Cöp
Grip op leesbegrip
Beter toetsen en evalueren van lezen met begrip
Karin van de Mortel
Leerwinst formatief toetsen
Grotere leerwinst door begeleiding leerkrachten bij gebruik formatieve toetsen
Annemieke Top
Uitdagend en functioneel taalonderwijs
Uitdagend en functioneel taalonderwijs
Machiel Karels


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

[extra-breed-algemeen-kolom2]




Formatief evalueren van lezen

Inschrijven nieuwsbrief


 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest