Wat zijn ontwerpcriteria voor effectief educatief beeldmateriaal voor taalzwakke mbo-ers?

Geplaatst op 25 november 2020

Goed leermateriaal ondersteunt het leren en oogt aantrekkelijk. Digitaal leermateriaal spreekt meerdere zintuigen tegelijkertijd aan. Visuele elementen zijn beeld en tekst, auditieve elementen geluid en gesproken tekst. Algemeen geldt dat het directe leereffect op de korte termijn sterker wordt bij het combineren van beeld en gesproken tekst. Er zijn aanwijzingen dat voor leren op de lange termijn de combinatie van beeld met geschreven tekst effectiever is. Specifiek onderzoek over educatief beeldmateriaal voor taalzwakke mbo-ers, ontbreekt.

Een ontwerp voor effectief en aansprekend digitaal materiaal maakt gebruik van verschillende digitale mediaprincipes. Dat zijn kleur, lay-out, typografie, samenhangend design, illustraties en video.

Het gebruik van kleuren, lay-out en typografie

Kleuren en kleurencombinaties beïnvloeden de stemming van de kijker. Over het algemeen vinden kijkers neutrale en zachte kleuren aantrekkelijker. Ze associëren die met professionaliteit. Harde of scherp contrasterende kleuren ervaren kijkers als storender.

De lay-out richt de aandacht van de kijker en structureert de informatie. Een symmetrische lay-out is het effectiefst. De tekst is bondig en duidelijk gestructureerd. Er is een indeling in paragrafen en alinea’s, met één onderwerp per alinea. Zinnen zijn kort, helder en met actief taalgebruik; ingewikkelde constructies komen niet voor.

Typografie beïnvloedt de leesbaarheid. Voorbeelden van duidelijke lettertypes, speciaal ontworpen voor het scherm, zijn Verdana, Tahoma, Trebuchet MS en Georgia. Ook Arial, Book Antiqua, Courier New, Times New Roman zijn makkelijk leesbaar. Het gebruik van meer dan drie lettertypes op één scherm wordt afgeraden, evenals overmatig gebruik van vet, cursief en onderstrepingen.

Het gebruik van samenhangend design, illustraties en video

Het vierde digitale mediaprincipe betreft een samenhangend design, bekend onder de naam CRAP-principes. Die letters staan voor de Engelse termen contrast, repetition, alignment en proximity.

Door het aanbrengen van contrast wordt een bepaald element uitgelicht en krijgt daardoor meer aandacht. Herhaling houdt in dat een visueel element (zoals een kleur, lettertype, beeld of teken) meermalen terugkomt. Die herhaling creëert eenheid, consistentie en coherentie. Gecombineerd vormen contrast en herhaling een sterk duo om aandacht te trekken.

De plaatsing van visuele elementen (alignment) in een rechte lijn onder of naast elkaar zorgt er voor dat elementen een geheel vormen. Nabijheid (proximity) gaat over het, ook visueel, groeperen van elementen die inhoudelijk samenhangen.

Een goede illustratie is aantrekkelijk, heeft toegevoegde waarde, helpt het begrip en bevat een boodschap. Er is een duidelijke link met de tekst. Kenmerken van aansprekende beelden zijn herkenbaarheid, verrassing, concretisering en onderscheidend vermogen.

Ontwerpprincipes voor het maken van video bieden praktische handvatten, zoals het advies een statief te gebruiken voor een stabiel beeld, en filmpjes alleen in landscape te maken.

Combineren van digitaal beeldmateriaal en tekst

Digitaal leermateriaal bestaat vaak uit een combinatie van afbeeldingen, geschreven tekst en geluid. Een student kan daarmee op verschillende manieren informatie verwerven; vervolgens verwerken de hersenen die informatie. Naar dit proces is veel onderzoek gedaan, maar niet bij taalzwakke mbo-studenten.

Taal wordt op een andere manier gecodeerd dan beelden. Dat betekent dat een combinatie van tekst met beeld een dubbele codering oplevert. Als gevolg van die dubbele verwerking, slaat het brein de informatie beter op. Het leereffect is groter dan wanneer je alleen een tekst of alleen een beeld presenteert. Vooral de combinatie van beeld en gesproken tekst lijkt voor leren effectief. Maar, bij digitaal leermateriaal dat meerdere schermen beslaat, wordt het effect van deze combinatie kleiner wanneer het tempo van aanbieden daalt. Als de student zelf het tempo kan bepalen, werkt geschreven tekst beter dan gesproken tekst. Daarnaast onthouden lerenden een geschreven tekst met plaatjes op de lange termijn het beste.

De combinatie geschreven tekst en gesproken tekst belemmert het leren. Je spreekt hetzelfde systeem gelijktijdig via twee kanalen aan, met als gevolg dubbele belasting.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Georgia Vasilaras (kennismakelaar)
Vraagsteller: Beleidsmedewerker mbo-instelling

Vraag

Wat zijn ontwerpcriteria voor effectief educatief beeldmateriaal voor taalzwakke mbo-ers?

Kort antwoord

Goed ontworpen educatief materiaal is aansprekend en faciliteert het leren. Er bestaan algemene op onderzoek gebaseerde richtlijnen voor een aansprekend design van digitaal beeldmateriaal. Er is zeer beperkt ook onderzoek gedaan naar aansprekend beeldmateriaal voor leerlingen, maar dit is niet specifiek gericht op taalzwakke mbo-studenten. Wat betreft leereffecten laat onderzoek (ook weer in andere contexten dan het mbo) zien dat het directe leereffect op de korte termijn sterker wordt bij het combineren van beeld en gesproken tekst. Er zijn aanwijzingen dat voor leren op de lange termijn de combinatie van beeld met geschreven tekst effectiever is.

Toelichting antwoord

Goed leermateriaal ondersteunt het leren, en dat geldt ook voor digitaal materiaal dat voor leren ontworpen is. Een tweede belangrijke functie kan zijn dat het materiaal studenten aanspreekt (in dienst van het leren). Digitaal leermateriaal heeft een specifieke eigenschap die papieren materiaal niet heeft: het is multimodaal. Daarmee wordt bedoeld dat het meerdere zintuigen tegelijkertijd kan aanspreken. Visuele elementen zijn beeld en geschreven tekst, auditieve elementen bestaan uit geluid waaronder ook gesproken tekst (Reints & Wilkens, 2012).

Er is zowel onderzoek gedaan naar ontwerpcriteria voor vormkenmerken van digitaal materiaal in algemene zin, als naar de optimale combinatie van beeld en tekst in de specifieke context van leren. Hieronder bespreken we deze twee soorten onderzoek. Onderzoek dat specifieker nog betrekking heeft op educatief beeldmateriaal voor taalzwakke mbo-ers, ontbreekt.

Digitale Media Principes

Bij digitaal materiaal kunnen verschillende vorm-elementen onderscheiden worden. Reyna (2019) brengt deze bijeen in een model om effectief en aansprekend digitaal materiaal mee te ontwerpen. Per element benoemt hij ontwerpprincipes. Daarbij heeft hij gebruik gemaakt van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek op diverse terreinen. We volgen hieronder Reyna’s model en vullen het aan met inzichten uit andere onderzoek.

Figuur 1: The Digital Media Principles for Teaching and Learning, overgenomen uit Reyna (2019, p.3).

Het eerste element in het model betreft inzichten over kleuren. Uit decennia psychologisch onderzoek is bekend dat kleuren en kleurencombinaties de stemming van de kijker beïnvloeden (Whitfield & Wiltshire, 1990). Over het algemeen vinden kijkers neutrale en zachte kleuren aantrekkelijker, en associëren ze die met professionaliteit. Harde of scherp contrasterende kleuren worden als storender ervaren (Fogg e.a., 2000).

Het tweede element gaat over het ontwerp van de lay-out. De lay-out richt de aandacht en structureert de informatie, en is het meest effectief wanneer deze symmetrisch is. A-symmetrische lay-out is cognitief belastender voor de kijker, waardoor de aandacht van de inhoud kan worden afgeleid, zo blijkt uit het op eerder onderzoek gebaseerde handboek van Malamed (2015). In een Nederlandse literatuurstudie geven Reints & Wilkens (2012) de volgende succescriteria voor de lay-out voor teksten voor het scherm:

  • Het is een korte tekst met duidelijke structuur.
  • De belangrijkste informatie staat in het midden.
  • De pagina beslaat hooguit anderhalf scherm.
  • Er is een indeling in paragrafen en alinea’s, met één onderwerp per alinea.
  • Ieder scherm heeft één kern.
  • Er worden opsommingen gebruikt, en deze tellen niet meer dan 9 items.
  • Zinnen zijn kort, helder en met actief taalgebruik; ingewikkelde constructies komen niet voor.

Het derde element uit het model van Reyna (2019) is de typografie. De functie van typografie is de leesbaarheid te vergroten. Voorbeelden van duidelijke lettertypes speciaal ontworpen voor het scherm zijn Verdana, Tahoma, Trebuchet MS, en Georgia. Ook lettertypes als Arial, Book Antiqua, Courier New, Times New Roman worden als makkelijk leesbaar ervaren. Het gebruik van meer dan drie lettertypes in één dia of poster wordt afgeraden. Reints & Wilkens (2012) raden aan zo weinig mogelijk vet en cursief te gebruiken, en onderstrepingen te vermijden in verband met mogelijke verwarring met hyperlinks.

Het vierde element uit het model betreft een samenhangend design zoals dat wordt gevormd door toepassing van de CRAP-principes: Contrast, Repetition, Alignment en Proximity:

  • Door contrast kan een bepaald element uitgelicht worden en daardoor meer aandacht krijgen.
  • Herhaling (repetition) houdt in deze context in dat een visueel element (zoals een bepaalde kleur, lettertype, lijnen, beelden of tekens) meermalen terugkomt. Door die herhaling worden eenheid, consistentie en coherentie gecreëerd. Gecombineerd leveren contrast en herhaling een sterke manier op om de aandacht te richten.
  • Alignment (de plaatsing van visuele elementen) is een van de belangrijkste designprincipes. Het gaat er hierbij om dat visueel duidelijk wordt gemaakt dat elementen inhoudelijk bij elkaar horen, door ze bijvoorbeeld in een rechte lijn onder of naast elkaar te presenteren.
  • Proximity (nabijheid) tenslotte gaat over het groeperen van elementen die inhoudelijk samenhangen. Hierdoor wordt ook visueel aangegeven dat er een samenhang tussen deze elementen is. 

Het vijfde element uit het model zijn illustraties. Bij het gebruik van illustraties zouden vier vragen centraal moeten staan: 

  • Wat is de toegevoegde waarde van de illustratie?
  • Helpt de illustratie het begrip?
  • Is de illustratie aantrekkelijk?
  • Welke boodschap zendt de illustratie?

Reyna (2019) geeft aan dat illustraties aantrekkelijk moeten zijn, maar gaat niet in op de vraag wat (volgens onderzoek) een illustratie aantrekkelijk maakt voor lerenden. Reints & Wilkens (2012) benadrukken in hun literatuurstudie dat het doel van het toevoegen van een beeld in digitaal leermateriaal duidelijk moet zijn, en dat er een duidelijke band met eventuele tekst is.

Het enige gevonden onderzoek dat zich specifiek richt op wat jongeren aantrekkelijk beeldmateriaal vinden in een onderwijscontext, is dat van Van den Berg (2018). Hij onderzocht via interviews met experts en jongeren de beeldbeleving van jongeren op de basisschool en het vmbo, met als doel die inzichten te kunnen toepassen om jongeren te interesseren voor de technische sector. Beelden in een informatieve context verhelderen en trekken de aandacht.

Kenmerken van aansprekende beelden zijn volgens Van den Berg (2018) herkenbaarheid, verrassing, concretisering en onderscheidend vermogen. Bij herkenbaarheid raakt een element in een beeld de kennis of interesse die al aanwezig is. Een onverwacht en mooi beeld prikkelt de nieuwsgierigheid. Concretisering houdt in dat beeld bijvoorbeeld de bijgaande tekst verduidelijkt. Een beeld dat afwijkt (zich onderscheidt) van andere beelden trekt de aandacht.

Het zesde element uit het model van Reyna beschrijft ontwerpprincipes voor het maken van video, ontleend aan het handboek van Bowen & Thompson (2013). Zij baseren zich echter niet expliciet op wetenschappelijk onderzoek. Reyna citeert vier onderdelen uit genoemd handboek: de zogenaamde rule of thirds, camera shot types, het gebruik van statief, en het verticale video syndroom. Het gaat hierbij om praktische handvatten, zoals bijvoorbeeld het advies een statief te gebruiken voor een stabiel beeld, en filmpjes alleen in landscape te maken.

Combineren van digitaal beeldmateriaal met tekst

Vaak is digitaal leermateriaal een combinatie van afbeeldingen, geschreven tekst, en/of geluid (multimodaal). Een student kan daarmee dus op verschillende manieren informatie verwerven. Deze informatie moet vervolgens door de hersenen verwerkt (gecodeerd) worden. Naar dit proces is veel onderzoek gedaan, maar niet bij taalzwakke mbo-studenten. De doelgroepen waren meestal ofwel kinderen in de basisschoolleeftijd, ofwel studenten aan een universiteit.

Het proces waarbij iemand zowel beeld als tekst verwerkt, heet dual coding (Paivio, 1986). Taal wordt op een andere manier gecodeerd dan beelden. Dat betekent dat een combinatie van tekst met een beeld een dubbele codering oplevert. Als gevolg van die dubbele verwerking, wordt de informatie ook beter opgeslagen in het brein. Het leereffect is dan groter dan wanneer je alleen een tekst of alleen een beeld zou presenteren. Dit multimedia effect is vooral bekend geworden door het onderzoek van Mayer (2005). Hij liet proefpersonen een tekst zien of horen. Zij bleken deze beter te begrijpen wanneer de tekst vergezeld ging van plaatjes of animaties.

Een volgende stap was de zoektocht naar de optimale combinatie van beeld en tekst: is het beter om geschreven of gesproken teksten te gebruiken? Dit zogenaamde modaliteitseffect is onderzocht door het leereffect van verschillende combinaties van beeld en tekst te onderzoeken. Uit vele studies blijkt overtuigend dat vooral de combinatie van beeld en gesproken tekst effectief is (Mayer, 2005; Ginns, 2005; Herrlinger e.a., 2016).

Er zijn echter twee kanttekeningen bij dit onderzoeksinzicht te plaatsen. De eerste gaat over beeldmateriaal dat meerdere schermen beslaat, zoals bijvoorbeeld bij power point presentaties. Het effect van de combinatie van beeld en gesproken tekst wordt kleiner wanneer het tempo van aanbieden lager wordt. Als de student zelf het tempo kan bepalen, werkt geschreven tekst zelfs beter dan gesproken tekst. Daarnaast vond Tabbers (2002) dat lerenden een geschreven tekst met plaatjes op de lange termijn het beste onthouden.

Naast combinaties van tekst en beeld zijn ook combinaties van geschreven en gesproken tekst mogelijk. Uitleg geven door geschreven teksten voor te lezen blijkt echter het leren te belemmeren: je spreekt hetzelfde systeem gelijktijdig via twee kanalen aan, en belast daarmee dat systeem dubbel (Sweller 2005).

Geraadpleegde bronnen 

Gerelateerd

congres
Kleutertaal
Kleutertaal
Taalontwikkeling en -stimulering in groep 1 en 2
Medilex Onderwijs 
Visualiseren van werkprocessen in stroomschema's
Processen zijn cool: werken met stroomschema's
Theo Wildeboer
mindmap maken in het onderwijs
Mindmappen, een instrument voor het denken
Ed van Uden
Taalproblemen bij formeel rekenen deel 1
Taalhulp bij het uitrekenen van formele sommen - 1 - Taalproblemen
Jeanne Buijks
Leren met kunst
Beter leren en onthouden met kunst
Vera Meewis
Kunstintegratie als betekenisgeving
Kunstintegratie als betekenisgeving
Vera Meewis
Denken in beelden
Denken in beelden
Arja Kerpel
Beelddenkers, als kwartjes vallen…
Beelddenkers, als kwartjes vallen…
Machiel Karels
Krachtig anders leren
Krachtig anders leren - Kernvisie methode
Arja Kerpel
Taalontwikkelingsstoornissen in de klas
Taalontwikkelingsstoornissen in de klas
Marleen Legemaat


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Didactische aanpak zwakke lezers in het basisonderwijs
Wat is de beste didactische aanpak voor zwakke lezers?
Verdiepingsopdrachten voor goede spellers in bovenbouw bo
Wat zijn effectieve verdiepingsopdrachten voor goede spellers?
Principes dalton en freinetonderwijs bruikbaar volwassenonderwijs
Welke principes van het dalton- en freinetonderwijs zijn inzetbaar bij volwasseneducatie?
Interventies taaltrajecten om intrinsieke motivatie inburgeraars te bevorderen
Hoe bevorder je de intrinsieke motivatie van inburgeraars?
Spellingontwikkeling leerlingen groep drie open lettergrepen
Wanneer kun je het beste open lettergrepen lezen in groep 3?
Cito-lvs woordenschattoetsen geschikt voor taalzwakke lln
Zijn de Cito-LVS woordenschattoetsen geschikt voor taalzwakke leerlingen?
Methoden interventies communicatie beroepspraktijk mbo
Hoe stimuleer je goede communicatievaardigheden in de mbo-beroepspraktijk?
Intake selectieprocedure NT1 en NT2
Hoe zorg je voor een passend taaltraject voor NT1 en NT2?
Kenmerken blended learning NT2- volwassenonderwijs
Welke kenmerken van blended learning zijn positief voor NT2 deelnemers?
Functionele of grammaticale onderwijsbenadering nt2 taal
Taal leren door volwassen NT2 deelnemers: functionele of grammaticale aanpak?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
Taallijn peuters kleuters
Het effect van Taallijn bij peuters en kleuters
[extra-breed-algemeen-kolom2]



beelddenken
laaggeletterdheid
performaal
taalontwikkeling
taalontwikkelingsstoornis TOS

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest