Welke invloed hebben kennis en vaardigheid in een moderne vreemde taal op het leren van een andere moderne vreemde taal?

Geplaatst op 10 december 2018

Samenvatting

Kennis van een moderne vreemde taal kan bij tieners een zowel een positieve als een negatieve invloed hebben op het leren van een nieuwe vreemde taal.  Op luister- en leesvaardigheid kan er sprake zijn van een positieve invloed, maar op woord- en zinsniveau kan er sprake zijn van een negatieve invloed bij het leren van een andere moderne vreemde taal. Die invloed hangt onder meer af van overeenkomst tussen de talen, de taalvaardigheid in de eerste vreemde taal en de mate van gebruik van de eerste vreemde taal. Bij een schriftelijke vertaaltaak schakelen leerlingen niet-relevante talen uit.

Mensen die een nieuwe taal leren maken gebruik van kennis die ze van andere talen hebben. Zo hielden middelbare scholieren die een tekst eerst in hun moedertaal schreven en meteen daarna in drie andere talen vertaalden, de talen goed gescheiden. De beperkte negatieve invloed van verschillende talen was afkomstig van de eerste en tweede taal, de derde en vierde taal hadden geen invloed. Wanneer leerlingen een schriftelijke vertaaltaak doen, hebben zij blijkbaar voldoende tijd om de talen die op dat moment niet relevant zijn ‘uit te schakelen’. Of deze bevinding ook geldt voor leerlingen in andere taallleersituaties is vanuit dit onderzoek niet te beantwoorden.

Zo blijkt uit ander onderzoek dat een eerder geleerde taal een negatieve invloed kan hebben op het leren van nieuwe talen als het gaat om woord- en zinsniveau. Middelbare scholieren met Duits als moedertaal en Frans als vreemde taal, maakten fouten in het Engels die duidelijk terug te leiden waren naar het Duits en Frans. Een dergelijk effect kan ook plaatsvinden op zinsniveau. Nederlandse middelbare scholieren beoordeelden Franse zinnen met een woordvolgorde die bij Engels of Nederlands hoort, vaak als ‘goed’. Zowel bij leerlingen die tweetalig onderwijs volgden, als bij leerlingen in reguliere klassen, had het Engels invloed op het beoordelen van Franse zinnen.

Echter, het op jonge leeftijd leren van een vreemde taal kan bij het leerproces van een volgende taal ook helpen. Duitssprekende kinderen die vanaf negen jaar Engels leerden, waren beter in lees- en luistervaardigheid in het Frans toen ze op elfjarige leeftijd Frans leerden, dan kinderen die nog geen andere taal geleerd hadden. Het is daarbij makkelijker om een taal te leren die lijkt op een eerder geleerde taal, omdat dan bijvoorbeeld gebruik kan worden gemaakt van de gelijkenis tussen de uitspraak van woorden in twee talen. Bij het leren van een nieuwe vreemde taal grijpen leerlingen daarnaast vaker terug op de andere vreemde taal dan op hun moedertaal. Echter, of de moedertaal of de tweede taal van invloed is op de derde taal, is mede afhankelijk van hoeveel de talen op elkaar lijken. De taal die het meeste op de derde taal lijkt, zal de grootste invloed hebben. Die invloed is het sterkst bij zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden.

De invloed van talen op elkaar is wel afhankelijk van het beheersingsniveau van deze talen. De kennis van de eerder geleerde taal is pas van invloed op de nieuwe taal als een minimum beheersingsniveau is bereikt. Als iemand een minimum niveau in de tweede taal heeft behaald, maar daarin niet erg vaardig is, is de invloed van de tweede op de derde taal negatief. Wanneer iemand de tweede taal veel gebruikt en vaardig is in deze taal, heeft de tweede taal een positieve invloed op de derde taal. Ten slotte speelt behalve taalvaardigheid de klassengrootte mee. In grotere klassen laten leerlingen meer negatieve invloed zien van de ene op de andere taal.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Claire Goriot (antwoordspecialist) en José van der Hoeven (kennismakelaar Kennisrotonde)
Vraagsteller: leraar Frans

Vraag

Wat is er bekend over de invloed van de kennis en vaardigheid in een moderne vreemde taal op het leren en gebruik van een andere moderne vreemde taal?

Kort antwoord

Kennis van een moderne vreemde taal kan bij tieners zowel een positieve (bij luister- en leesvaardigheid) als een negatieve (op woord- en zinsniveau) invloed hebben op het gebruik van een andere moderne vreemde taal. Of de invloed van een eerder geleerde taal op een nieuwe taal positief of negatief is, hangt af van verschillende factoren, zoals overeenkomst tussen de talen, de taalvaardigheid in de eerste vreemde taal en de mate van gebruik van de eerste vreemde taal. Bij een schriftelijke vertaaltaak bleken leerlingen niet relevante talen te kunnen uitschakelen.

Toelichting antwoord

Mensen die een nieuwe taal leren maken gebruik van kennis die ze al over andere talen hebben. Bij het leren van een tweede taal maken zij gebruik van de moedertaal. Bij het leren van een derde of volgende taal spelen zowel de moedertaal als vreemde talen een rol.

Vertaaltaak op school

Sercu (2007) onderzocht of de ene taal invloed heeft op de andere, wanneer middelbare scholieren verschillende talen vlak na elkaar gebruiken. Leerlingen die een tekst eerst in hun moedertaal schreven en meteen daarna in drie andere talen vertaalden, konden de talen goed gescheiden houden. De beperkte negatieve invloed van verschillende talen was afkomstig van de eerste en tweede taal, de derde en vierde taal hadden geen invloed. Wanneer leerlingen een schriftelijke taak doen, hebben zij dus voldoende tijd om de talen die op dat moment niet relevant zijn ‘uit te schakelen’. Of dit ook geldt wanneer leerlingen een mondelinge opdracht krijgen, is niet onderzocht.

Bij een vertaaltaak zien we dus dat leerlingen talen kunnen uitschakelen, maar dit blijkt niet altijd het geval. In andere onderzoeken zien we wel degelijk negatieve en positieve invloed van talen op elkaar.

Negatieve invloeden

Eerder geleerde talen kunnen een negatieve invloed hebben op het leren van nieuwe talen. Dit negatieve effect vindt plaats op woordniveau. Pfenninger en Singleton (2016) vonden dat middelbare scholieren met Duits als moedertaal en Frans als vreemde taal, fouten maakten in het Engels die duidelijk terug te leiden waren naar het Duits en Frans: leerlingen gebruikten bijvoorbeeld Duitse of Franse woorden in Engelse zinnen. Het negatieve effect van de ene vreemde taal op de andere vreemde taal kan ook plaatsvinden op zinsniveau. Nederlandse middelbare scholieren bestempelden Franse zinnen met een woordvolgorde die in het Frans niet maar in het Engels of Nederlands wél is toegestaan, in een substantieel deel van de toets toch als ‘goed’.

Zowel bij leerlingen die tweetalig onderwijs volgden (50% van de lessen in het Engels), als bij leerlingen in de reguliere stroom had het Engels invloed op het beoordelen van Franse zinnen (Stadt, Hulk, & Sleeman, 2016). Hierbij moet aangemerkt worden dat in onderzoeken vaak slechts één taal getoetst wordt, en dat niet nagegaan wordt of de invloed sterker wordt als beide talen vlak na elkaar gebruikt worden.

Positieve invloeden

Eerder geleerde talen kunnen ook een positieve invloed hebben bij het leren van een nieuwe taal. Die invloed kan algemeen zijn: het feit dat kinderen al eerder een taal geleerd hebben kan helpen bij het leerproces van een volgende taal. Haenni Hoti e.a. (2011) vonden dat Duitssprekende kinderen die vanaf 9 jaar Engels leerden, beter waren in lees- en luistervaardigheid in het Frans toen ze op 11-jarige leeftijd Frans leerden, dan kinderen die nog geen andere taal geleerd hadden. Het is daarbij makkelijker om een taal te leren die lijkt op een andere, eerder geleerde vreemde taal (Schepens, van der Slik, van Hout, 2017).

De eerder geleerde taal kan ook specifieke positieve invloeden hebben op een nieuwe taal. Kinderen gebruiken bijvoorbeeld de gelijkenis tussen de uitspraak van woorden in twee talen (bijvoorbeeld ‘bus’ in het Engels en ‘bus’ in het Nederlands) om de betekenis af te leiden (Goriot et al., in voorbereiding).

Invloed van de ene taal op de andere is afhankelijk van verschillende factoren

Taalleerders grijpen eerder terug naar een andere vreemde taal dan naar hun moedertaal. Daarom is de invloed van een vreemde (tweede) taal op de derde taal relatief groter dan de invloed van een eerste (moeder)taal (Cenoz, 2001). Toch kunnen beide talen invloed hebben. Of de moedertaal of de tweede taal van invloed is op de derde taal, is mede afhankelijk van hoeveel de talen op elkaar lijken. De taal die het meeste op de derde taal lijkt, zal de meeste invloed hebben. Die invloed is het grootst bij zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden. Taalleerders gebruiken minder vaak woorden uit een andere taal wanneer het gaat om voorzetsels, lidwoorden en voegwoorden (Cenoz, 2001).

Daarnaast beïnvloedt de mate van taalvaardigheid of een taal invloed heeft op een andere taal. Wanneer iemand net begint met het leren van een nieuwe taal, wordt meer teruggegrepen naar eerder geleerde talen (Sercu, 2007). De kennis van die eerder geleerde taal moet wel een minimumniveau bereikt hebben, anders heeft die taal geen invloed op de nieuwe taal (Tremblay, 2006). Als iemand een minimumniveau van vaardigheid in de tweede taal bereikt heeft, maar niet erg vaardig is in de tweede taal, is de invloed van de tweede op de derde taal negatief. Wanneer iemand veel kennis heeft van een tweede taal en regelmatig aan die taal blootgesteld wordt, heeft de tweede taal een positieve invloed op de derde taal (Tremblay, 2006). Ook de klassengrootte speelt mee: in grotere klassen laten leerlingen meer (negatieve) invloed zien van de ene op de andere taal (Pfenninger & Singleton, 2016).

Samenvattend: Onderzoek toont aan dat vreemde talen elkaar beïnvloeden. Bij tieners zijn zowel positieve (bij luister- en leesvaardigheid) als negatieve (op woord- en zinsniveau) invloeden gevonden. De positieve of negatieve invloed van een moderne vreemde taal op een andere vreemde taal hangt af van verschillende factoren, zoals de taalvaardigheid in de eerste vreemde taal, de mate van gebruik van de eerste vreemde taal en overeenkomsten tussen talen.

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

Een aardig mondje Engels
René Leverink
Tweetaligheid
Tweetaligheid is geen probleem
Sieneke Goorhuis
Taalachterstand
Taalachterstand
Sieneke Goorhuis
Taalontwikkeling
Taalontwikkeling: door taal worden kinderen mensen
Steven Pont
Leerhouding als basis
De leerhouding als basis voor succes op school
Jos Cöp
Vreemde talen onderwijs
Platform Onderwijs2032 helpt vreemde talen onderwijs om zeep
Erna Brummel


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Leerrendement bij lintstage of blokstage op mbo
Heeft de stagevorm effect op het leerrendement?
Aansluiting cognitief niveau van nieuwkomers
Hoe vinden nieuwkomers aansluiting bij zaakvakken?
De leeropbrengsten van internationalisering
Internationaal studeren of stage: wat levert het de mbo student op?
Twee jaar internationale schakelklas voor nieuwkomers
Is twee jaar Internationale Schakelklas voor nieuwkomers voldoende?
Competenties mentor van een internationale schakelklas
De competenties van een mentor internationale schakelklas
Goed taalonderwijs in groep 2 op weg naar 3
Hoe stroom je -qua taal- goed voorbereid door in groep 3?
Vakwedstrijden op het mbo
Skills Heroes vakwedstrijden: hebben zij effect op vakontwikkeling?
Ondersteuning voor mbo studenten met dyslexie
Mbo-studenten met dyslexie: welke ondersteuning helpt?
Wat zijn de opbrengsten van vakintegratie
Wat zijn de opbrengsten van vakintegratie?
Rekenadviezen voor kinderen met taalstoornis
Wat zijn adviezen voor rekentaal bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
Taallijn peuters kleuters
Het effect van Taallijn bij peuters en kleuters
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Werkt kennis moderne vreemde taal mee of tegen?

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.