Welke kenmerken van kenniswerkplaatsen dragen bij aan professionalisering en schoolontwikkeling?

Geplaatst op 19 december 2019

In kenniswerkplaatsen die effectief bijdragen aan de onderwijspraktijk hebben deelnemers een gemeenschappelijk belang en een eigen instellingsbelang. Ze zijn actief in hun community door onder meer regelmatig bij elkaar te komen, onderling vertrouwen op te bouwen en een gezamenlijke taal te ontwikkelen. Draagvlak en een lerende cultuur binnen de scholen dragen eveneens bij aan professionalisering en schoolontwikkeling. Succesvolle samenwerking vergt een lange adem.

Actief betrokken zijn bij onderzoek bevordert de professionele ontwikkeling van docenten. Als docenten zelf onderzoek gaan doen, hebben ze goede begeleiding gedurende langere tijd nodig. Onder meer kenniswerkplaatsen kunnen voorzien in een structuur daarvoor. Het zijn samenwerkingsverbanden van onderzoekers en praktijkprofessionals, soms met andere belanghebbenden zoals gemeenten en bedrijven. De werkplaatsen zijn gericht op kennisontwikkeling aansluitend bij schoolontwikkelingsvragen, en op daadwerkelijk gebruik van die kennis in de scholen.

Ervaringen primair onderwijs

De ervaringen opgedaan in de werkplaatsen onderwijsonderzoek primair onderwijs na het eerste jaar, openbaren drie accenten.

  • De werkplaatscoördinator speelt een cruciale rol. Hij structureert de werkplaats, is aanspreekpunt en verstevigt het netwerk.
  • Het schoolbestuur is er voor het faciliteren en stimuleren van schooldirecteuren om deel te nemen aan de werkplaatsen. Het bestuur prioriteert deelname en borgt het voortbestaan van de werkplaatsen.
  • Ten slotte moet er oog zijn voor ontwikkelingen binnen de hogescholen en universiteiten die deelnemen aan de werkplaatsen.

Na twee jaar ervaring met de werkplaatsen primair onderwijs zijn er voorzichtige uitspraken te doen over de feitelijke bijdrage aan de schoolontwikkeling. Zo lijkt een richtinggevend gemeenschappelijk thema voordelen te hebben voor de verbinding tussen (de vragen van) de scholen en de overdracht van onderzoeksinzichten. Zo’n richtinggevend thema kan echter nadelig zijn voor de betrokkenheid, verbinding en kennisdeling tussen leerkracht-onderzoekers en hun collega’s binnen de eigen school. Bij een open thema is er meer ruimte voor diverse schoolgebonden vragen, en dan lijkt de betrokkenheid en verbinding tussen leerkracht-onderzoekers en hun collega’s in de eigen school groter. Dit kan de bruikbaarheid binnen de school ten goede komen, maar de overdracht van onderzoeksinzichten buiten de school juist weer beperken.

Ervaringen uit andere praktijken

Samenwerking tussen scholen (po, vo, mbo) en instellingen voor hoger onderwijs, gericht op kennisontwikkeling voor schoolontwikkeling, kent een aantal succesfactoren. Ten eerste is belangrijk dat deelnemers een gemeenschappelijk en een eigen instellingsbelang hebben bij de samenwerking. Het gemeenschappelijk doel is om met zorgvuldig praktijkgericht onderzoek bij te dragen aan de onderwijskwaliteit. Het belang voor de scholen is om onderzoek te doen naar een eigen vraagstuk. Daardoor heeft de school baat bij de opbrengsten en de docenten ontwikkelen een onderzoeksmatige aanpak. Ook de betrokken universiteiten en hogescholen hebben eigen belangen, bijvoorbeeld meer inzicht krijgen in de praktijk of een onderzoeksomgeving voor studenten bieden.

Essentieel is verder community-vorming. Deelnemers moeten regelmatig bij elkaar komen, vertrouwen opbouwen en een gezamenlijke taal ontwikkelen. Dat draagt bij aan de samenwerking, kennisontwikkeling en benutting. Draagvlak en een lerende cultuur binnen de school zijn hiervoor eveneens belangrijk. Eventueel kan een voorlopersgroep hier goed werk doen. De scholen geven onderzoek een plek in de schoolstructuur en ‑cultuur, door onder meer leraren vrij te roosteren voor onderzoek. Ten slotte, succesvolle samenwerking kost tijd.

UItgebreide beantwoording

Opgesteld door: Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde)     

Vraagsteller: opleidingscoördinator interne academie PO

Vraag

Welke kenmerken van kenniswerkplaatsen (van onderwijsprofessionals begeleid door externe onderzoekers) dragen bij aan professionalisering en schoolontwikkeling?

Kort antwoord

Literatuurstudie, monitoronderzoek en analyse van praktijkvoorbeelden leiden tot de conclusie dat in kenniswerkplaatsen die bijdragen aan professionalisering en schoolontwikkeling, deelnemers een gemeenschappelijk belang en een eigen instellingsbelang hebben bij de samenwerking. Ten tweede zijn ze actief in hun community door onder meer regelmatig bij elkaar te komen, onderling vertrouwen op te bouwen en een gezamenlijke taal te ontwikkelen. Draagvlak en een lerende cultuur binnen de scholen zijn ook belangrijk, en ten vierde is duurzaamheid een factor: succesvolle samenwerking vergt een lange adem.

Als een werkplaats een richtinggevend gemeenschappelijk thema heeft, lijkt dit voordelen te hebben voor de transfereerbaarheid van inzichten (tussen scholen) en nadelen voor de betrokkenheid en kennisbenutting binnen de deelnemende scholen. Bij een meer open thema lijken de transfereerbaarheid kleiner en de interne betrokkenheid en bruikbaarheid groter. Het onderzoek hiernaar is echter nog pril.

Toelichting antwoord

Actief betrokken zijn bij onderzoek draagt bij aan professionele ontwikkeling van docenten (Maandag et al., 2017) en geeft via die lijn input voor onderwijsontwikkeling. Als docenten zelf onderzoek gaan doen (bijvoorbeeld actieonderzoek), hebben ze wel goede begeleiding nodig gedurende een wat langere tijd (Ponte, 2002). Onder meer kenniswerkplaatsen kunnen voorzien in een structuur daarvoor; het zijn samenwerkingsverbanden van onderzoekers en praktijkprofessionals, soms ook met andere belanghebbenden zoals gemeenten en bedrijven.

Kenniswerkplaatsen zijn doorgaans niet zelf object van studie. Een uitzondering daarop is het flankerend onderzoek bij de werkplaatsen onderwijsonderzoek die sinds 2016 zijn gestart met subsidie van NRO. De werkplaatsen zijn gericht op kennisontwikkeling aansluitend bij schoolontwikkelingsvragen, en op daadwerkelijk gebruik van die kennis in de scholen. Tegen deze achtergrond is onder meer een internationale literatuurstudie uitgevoerd naar succesfactoren voor onderzoekswerkplaatsen. Ook is er - met name bij de eerste drie werkplaatsen in het primair onderwijs - voorzien in onafhankelijk monitoronderzoek naar de werking van de werkplaats. Verder zijn praktijkvoorbeelden elders in kaart gebracht.

Succesfactoren op basis van literatuuronderzoek

Om met het literatuuronderzoek beginnen, Zuiker et al. (2017) verzamelden 55 kernpublicaties over samenwerkingsverbanden tussen scholen in instellingen voor hoger onderwijs. Op basis daarvan concluderen de auteurs dat bij werkplaatsen die (onder meer) bijdragen aan professionalisering en schoolontwikkeling

  • alle betrokkenen (in de scholen en bij de hogescholen en universiteiten) schoolontwikkeling als gemeenschappelijke doelstelling hebben,
  • de onderzoeksvragen die in dat verband worden geformuleerd, afkomstig zijn uit de scholen,
  • die vragen ook bij het expertise- of interessegebied van de betrokkenen (scholen en ho) aansluiten,
  • de partners in de werkplaats een ‘gemeenschappelijke taal’ ontwikkelen,
  • de partners taken en verwachtingen duidelijk afstemmen en
  • de scholen onderzoek een plek geven in de schoolstructuur en cultuur, door leraren vrij te roosteren voor onderzoek, en door waarde te hechten aan vragen stellen en onderzoek initiëren (Zuiker et al., 2017).

Aanvullingen op basis van monitoronderzoek

De genoemde inzichten van Zuiker et al. (2017) zijn uitgangspunt voor het monitoronderzoek naar de werkplaatsen onderwijsonderzoek, waarvoor documentenanalyses, interviews en een vragenlijst zijn (en worden) ingezet. In de tussenrapportage over jaar 1 van de werkplaatsen primair onderwijs benoemen De Jong et al. (2017) drie mogelijke aanvullingen op de literatuurstudie.

  1. Ten eerste wijzen ze op de rol van de werkplaatscoördinator (in elk geval in het eerste jaar) voor het structureren van de werkplaats, als aanspreekpunt en voor het verstevigen van het netwerk.
  2. Ten tweede wijzen ze op de rol van het schoolbestuur voor het faciliteren en stimuleren van schooldirecteuren om deel te nemen aan de werkplaatsen en dit te prioriteren, en (voor als de subsidie van NRO niet meer beschikbaar is) het voortbestaan van de werkplaatsen te borgen.
  3. Een derde aanvulling is de aandacht die besteed zou moeten worden aan mogelijke ontwikkelingen binnen de hogescholen en universiteiten die participeren in de werkplaatsen (naast de aandacht voor schoolontwikkeling).

Voor uitspraken over de feitelijke bijdrage van de werkplaatsen aan de schoolontwikkeling bleek de eerste tussenrapportage nog te vroeg; de werkplaatsen waren nog maar net opgestart. In de tussenrapportage na 2 jaar werkplaatsen PO worden wel al wat voorzichtige uitspraken gedaan (Exalto et al., 2018). Zo lijkt het dat een richtinggevend gemeenschappelijk thema voordelen heeft voor de verbinding tussen (de vragen van) de scholen en de transfereerbaarheid van onderzoeksinzichten, maar nadelen voor de betrokkenheid, verbinding en kennisdeling tussen leerkracht-onderzoekers en hun collega’s binnen de eigen school.

Bij een meer open thema is er meer ruimte voor diverse schoolgebonden vragen en lijkt de betrokkenheid en verbinding tussen leerkracht-onderzoekers en hun collega’s binnen de eigen school groter. Dit lijkt de bruikbaarheid binnen de school ten goede te komen, maar de transfeerbaarheid van onderzoeksinzichten buiten de school te beperken.

Toetsing werkmodel aan de hand van andere praktijkvoorbeelden

Naast het besproken monitoronderzoek baseert ook het onderzoek van Schot et al. (2019) zich op de bevindingen van Zuiker et al. (2017). De onderzoekers beschrijven zes praktijkvoorbeelden van samenwerking tussen scholen (po, vo, mbo) en instellingen voor hoger onderwijs in Nederland, gericht op kennisontwikkeling ten behoeve van schoolontwikkeling. Ze concluderen dat een aantal succesfactoren uit de literatuurstudie en het monitoronderzoek zijn te herkennen.

  • Ten eerste is van belang dat participanten een gemeenschappelijk en een eigen instellingsbelang hebben bij de samenwerking. Het gemeenschappelijk doel is om met zorgvuldig praktijkgericht onderzoek bij te dragen de onderwijskwaliteit in de scholen. Het belang voor de scholen is om onderzoek te doen naar een concreet eigen vraagstuk, waardoor de school iets heeft aan de opbrengsten en de docenten een onderzoeksmatige aanpak ontwikkelen. Ook de betrokken universiteiten en hogescholen kunnen eigen belangen hebben, bijvoorbeeld meer inzicht krijgen in de praktijk, of een onderzoeksomgeving voor studenten bieden.
  • Ten tweede is community-vorming belangrijk: regelmatig bij elkaar komen, vertrouwen opbouwen, een gezamenlijke taal ontwikkelen draagt bij aan de samenwerking, de kennisontwikkeling en benutting.
  • Draagvlak en een lerende cultuur binnen de school zijn hiervoor ook belangrijk. Als die nog niet sterk zijn ontwikkelt, kan een voorlopersgroep die zichzelf zichtbaar maakt, en werkt aan een vraagstuk dat veel collega’s urgent vinden, goed werk doen.
  • Ten vierde is duurzaamheid een factor. Succesvolle samenwerking vergt een lange adem.

Geraadpleegde bronnen 

Gerelateerd

adviestraject
Kindgericht onderwijs in een lerende school
Kindgericht onderwijs in een lerende school
Hoe groeit jouw school naar gepersonaliseerd onderwijs?
Wij-leren.nl schoolontwikkeling 
opleiding
6-daagse opleiding tot taalcoördinator
6-daagse opleiding tot taalcoördinator
Coördinator, coach en deskundige binnen het taal-leesonderwijs
Medilex Onderwijs 
Blended learning
Grenzen verleggen met blended learning
Sylvia Peters
Welbevinden professionele schoolcultuur
Welbevinden: een belangrijke factor van een professionele schoolcultuur
Henk Galenkamp
Scholing in het onderwijs
Scholing van medewerkers: naar een meer volwassen aanpak
Theo Wildeboer
Duurzame schoolontwikkeling
Duurzame schoolontwikkeling: werken aan het schoolplan in een lerende organisatie
Jan Jutten
Elementen veranderproces onderwijs
Vijf elementen voor succesvol veranderen binnen het onderwijs
Sietske van der Wegen
Leren samen leren
De meerwaarde van professionele leergemeenschappen en lerende netwerken
Naomi Mertens
De school als professionele leergemeenschap
Samen werken en leren in een professionele leergemeenschap
Myriam Lieskamp
Teamcommunicatie
Teamcommunicatie in een lerende school
Jan Jutten


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Wat is professionaliteit? Tjipcast 015
Wat is professionaliteit? Tjipcast 015
redactie
Schoolontwikkeling in een video van één minuut uitgelegd
Schoolontwikkeling in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Marco de Witte over de essentie van veranderen in organisaties
Marco de Witte over de essentie van veranderen in organisaties
redactie
Grote innovatie in kleine stappen. Tjipcast 029
Grote innovatie in kleine stappen. Tjipcast 029
redactie
Hoe maak je van kleine stappen een grotere innovatie beweging?
Hoe maak je van kleine stappen een grotere innovatie beweging?
redactie
Hoe kunnen organisaties spelend veranderen? Tjipcast 022
Hoe kunnen organisaties spelend veranderen? Tjipcast 022
redactie
Hoe ontwerp je een goed leertraject? Tjipcast 013
Hoe ontwerp je een goed leertraject? Tjipcast 013
redactie
Leren en opleiden aantrekkelijk maken: Tjipcast 001
Leren en opleiden aantrekkelijk maken: Tjipcast 001
redactie
Kenniswerkplaatsen bijdrage aan professionele school
Wat voegen kenniswerkplaatsen toe aan schoolontwikkeling?
Leeropbrengsten van non-formeel en informeel leren
Hoe zijn leeropbrengsten zichtbaar te maken?
Kijkwijzer voor leraren
Kijkwijzers, hoe helpend zijn ze voor leraren?
De leraar als ontwerper van het curriculum
Hoe maak je van een leraar een goed ontwerper?
Feedback om docenten te motiveren
Hoe kan feedback docenten motiveren om te professionaliseren?
Co-teaching en vaardigheden van de leraar
Wat kan een ambulant begeleider betekenen voor een leerkracht?
Invloed wisselende leerkrachten op jonge kind
Wisselende leerkrachten op één dag: heeft dat invloed op het welbevinden?
Verhindert werkdruk docenten in mbo goed onderwijs?
Verhindert werkdruk van docenten in mbo goed onderwijs?
Zelfregie van leraren op professionele ontwikkeling
Welke zelfregie hebben leraren op hun professionele ontwikkeling?
Tools voor het versterken van pedagogische relatie
Welke tools zijn er om docenten te versterken in hun gedragsrepertoire?
Professionele leergemeenschappen
Professionele leergemeenschappen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: Effecten van wederzijdse afhankelijkheid o...
Competentiegericht beroepsonderwijs
Teamleren in het kader van competentiegericht beroepsonderwijs
Professionele ruimte
Zeggenschap en professionele ontwikkeling van docenten in het voortgezet onderwijs
Individueel maatwerk vo MEGAband
Individueel maatwerk in voortgezet onderwijs (MEGAband)
Professionaliseren samenwerken po
Professionaliseren en samenwerken in het primair onderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.