Onderwijs2032 als nadere professionalisering

Dick van der Wateren

Docent natuurkunde en nlt, edublogger en auteur bij dickvanderwateren.nl

  

  Geplaatst op 1 juni 2016

van der Wateren, D. (2016). Onderwijs2032 als nadere professionalisering.
Geraadpleegd op 18-12-2017,
van https://wij-leren.nl/onderwijs2032-als-nadere-professionalisering.php

Geen spaander is er de laatste weken heel gelaten van het advies Ons Onderwijs 2032 (hierna: “2032”). Na de presentatie, eind januari, stak er op Twitter al een storm van kritiek op. Vooral na de behandeling in de Tweede Kamer zwol dat aan tot een ware orkaan. Het rapport zou onwetenschappelijk, ideologisch gekleurd, vaag en pretentieus zijn. In de weg erheen zou aan veel mensen te weinig en aan weinig mensen teveel input zijn gevraagd waardoor het resultaat geen draagvlak zou hebben bij leraren, ouders en andere belanghebbenden. Bij de omzetting, tenslotte, van plan naar beleid naar implementatie zou nog meer haast zijn dan in het voortraject, waardoor ook de transparantie eronder zou lijden. Zo zou ”2032” eindelijk haar ware gezicht hebben laten zien: een zoveelste poging van beleidsmakers om onderwijsvernieuwing er top down doorheen te duwen.

Badwater

Wij ontkennen niet dat er aan het Eindadvies van de Commissie Schabel wat op- of aan te merken zou zijn. Sterker nog: op een eerdere versie van het rapport hebben we in een andere samenhang & samenstelling uitgebreid kritiek geleverd. We stellen vast dat er op de meeste van die kritiek helaas niet gereageerd en/of geanticipeerd is door de Commissie zelf  – wel overigens door de Tweede Kamer  in de vorm van aangenomen moties. En ja, ook wij stellen zo onze vragen bij procedures die rond de “2032” gevolgd zijn.

Toch willen we met het badwater niet ook het kind weggooien: het is en blijft zinvol om naar een meer samenhangend curriculum voor het gehele funderende onderwijs te kijken, inclusief het VMBO en ook het MBO. “2032” biedt daar in geamendeerde vorm belangrijke aanknopingspunten voor. En: het is en blijft een goed idee om kerncurricula te formuleren, en om scholen en leraren te stimuleren en te faciliteren om de vrijgekomen ruimte daaromheen meer zelf vorm te geven. Ook daarop biedt ‘Schnabel’ een perspectief, en ook dat is voor ons reden om de strekking en de stootrichting van “2032” te blijven omarmen.

"Laten we met het badwater niet het kind weggooien."

Curriculum

De uitzending van Lubach waarin het Rapport van Schnabel in februari al werd weggezet als een aaneenschakeling van open deuren was bijzonder geestig. Toch was haar pointe uiteindelijk wat stomp. Want waar gaat het advies eigenlijk over? “2032” is een aanzet tot een algemeen ontwerp voor een nationaal curriculum voor het funderende onderwijs dat nader uit te werken zal zijn in vakken en niveaus. Een plan voor een plan voor plannen dus, die voor iedereen in dit heterogene en heetgebakerde landje gaan gelden. Nogal wiedes dat dat in hele algemene termen is opgeschreven.

Lubach en andere critici zien “2032” als een zoveelste uit een lange reeks mislukte of nog te mislukken onderwijsvernieuwingen. Dat is een krachtig frame, maar daarmee raken ook wel wat nuances uit het zicht. Zo gaat het hier niet primair, zoals bij Studiehuis en Tweede Fase om het ‘hoe’ (pedagogiek, didactiek), maar om het ‘wat’ (de inhoud) van het onderwijs. Het is ook geen stelselwijziging, zoals de Middenschool of de Mammoetwet, maar een herijking van het curriculum. Dat is ook een verandering of vernieuwing, zeker weten, maar zij is van een andere aard, beweegt zich op een ander niveau. In het heetst van de strijd wordt dat nog wel eens vergeten, maar dat is niet irrelevant.

Een curriculum is een leerplan: een set aan doelen dat een kind in en door het onderwijs geacht wordt te halen, inclusief de activiteiten en inhouden die haar helpen dat te doen. Op het niveau van “2032” is dat ook of juist een idee of een ideaal: wat willen wij, volwassenen anno 2015/16, dat onze kinderen anno 2032 kennen, kunnen, zijn en gaan doen? Hoe, met andere woorden, willen wij onze samenleving zowel in stand houden als verder helpen? Hoe kunnen we onze kinderen de kans geven er ook op hun eigen termen vorm aan te geven? Dat is een maatschappelijke kwestie, een heel abstracte vraag bovendien. Die kan niet alleen ‘objectief’ of ‘wetenschappelijk’ worden benaderd,  doordat zij noodzakelijk ook ethische, politieke, metafysische overwegingen en argumenten insluit. Ook de vaststelling dat  ‘2032’ ideologisch geladen, politiek, onwetenschappelijk en/of betwistbaar zou zijn, is daarom een open deur.

Hoe en Wat

In het curriculum drukt zich uit wat een samenleving hoopt voor en eist van haar jeugd en haar kinderen. In Nederland laten we het traditioneel graag aan de overheid over om die ingewikkelde belangenafweging te maken: zij de inhoud, wij de vorm en de pedagogisch-religieuze inkleding… Kleinere en ook  grote curriculaire veranderingen zijn in het recente verleden direct politiek en/of economisch ingegeven en ook zonder al te veel morren geïmplementeerd. Curriculum? Dat is een zaak van de politiek, van de SLO, van de schoolboekenmakers …

“2032” is (was?) een trendbreuk. Er is een poging gedaan om publieke ruimte in te richten en daarin een debat over onderwijs aan te zwengelen: wat willen we met het curriculum en waarom? Over dat proces, haar lengte en haar reikwijdte, de uitkomsten, de al dan niet gewogen inbreng van belanghebbenden, de validiteit van de Twitter-analyse, ja, over alles valt wel wat te zeggen. Maar er is een soort van maatschappelijk debat geweest en er is voor iedereen de mogelijkheid geweest zich daarin te mengen. Er wordt wel geklaagd  dat ‘de’ vakdocent niet gehoord is. Evengoed hebben vrijwel alle vakverenigingen en ook de bonden in het proces hun zegje gedaan, en zijn alle georganiseerde docenten zo formeel vertegenwoordigd …

Nooit eerder werd die leraren zo nadrukkelijk gevraagd zich te uiten over wat zij belangrijk vonden voor ‘hun’ curriculum. Als “2032” wordt wat ze wil zijn, dan zal die rol van de docent groter blijven dan ze ooit was. Immers: voor het uitwerken van de verdere conceptplannen is voorzien dat groepen leraren met ondersteuning van experts aan de slag gaan. In vrijwel elk hoofdstuk van het rapport wordt benadrukt dat de rol van de leraren bij het verder uitwerken, preciseren en implementeren van een nieuw curriculum doorslaggevend is. Behalve over het ‘hoe’ krijgen leraren zo zeggenschap over het ‘wat’ van hun onderwijs – bij het vaststellen en verder inplannen van het kerncurriculum, bij de vormgeving van de vrije ruimte. Maar het lijkt er nu, maart 2016, op dat velen dat helemaal niet willen…

"Als “2032” wordt wat ze wil zijn, dan zal de rol van de docent groter blijven dan ze ooit was."

Ruimte

Wat critici ook mogen roepen, het is niet zo dat er aan “2032” geen probleemanalyse vooraf ging. De Onderwijsraad constateerde in 2014 dat curricula in Nederland overladen zijn en versnipperd. Er zou weinig samenhang zijn tussen wat er in het po en het vo geleerd zou worden. Er zou ook een slechte aansluiting zijn op andere vormen van onderwijs. Docenten zouden te weinig bewustzijn hebben van wat curricula zijn en vooral wat ze niet zijn – namelijk identiek aan wat de methodenmakers zoal schrijven. Daarnaast zouden ze zich door allerlei krachten gedwongen voelen er steeds meer ‘in te persen’.

Nee, dat is misschien geen schokkend, levensbedreigend probleem in de categorie terrorisme, groeiende tweedeling, lerarentekort, werk- en regeldruk, sluipende bezuinigingen. Maar het kon wel eens sterk met al die problemen en met nog heel veel andere samenhangen. Meer nog dan om leraren, namelijk, is het het curriculum waar de rituele dans op school feitelijk om draait.

Daarnaast past “2032” naadloos in een bredere, ook internationale trend, waarin curricula gemoderniseerd, dat wil zeggen, op een andere manier gesystematiseerd en ‘gedynamiseerd’ (kunnen) worden. Niet alleen kritische leraren, ook beleidsmakers zijn in gaan zien dat de ‘afrekencultuur’ van de laatste twee decennia niet goed functioneert en allerlei perverse prikkels genereert. Andere dan alleen meetbare doelen, bredere definities van wat kwaliteit is, meer ‘ruimte’ voor leraren en scholen: zulke en soortgelijke discussies spelen niet alleen in Polderland, maar ook elders in de wereld.

In de cynische variant is ‘2032’ zo een uitruil: minder output-sturing (“rendementsdenken”) tegenover meer input-sturing (“mensenkweek”); want zonder sturing en controle van de kant van de overheid c.q. zonder politieke legitimering kan het ook niet… Meer pragmatisch bezien is het een beleidsrichting die voortbouwt op Het Alternatief van Kneyber & Evers c.s., waarin docenten-als-professionals centraal staan. Als het hen lukt zich om te vormen tot ‘professionele professionals’, dan kunnen scholen – niet alleen, maar zeker ook via het curriculum –  meer kwaliteit en identiteit ontwikkelen, hetgeen ten goede komt aan iedereen – de scholen zelf, docenten, het onderwijs, kinderen, hun ouders. In die zin is “2032” – in samenhang met de discussie om een breder palet aan kwaliteitscriteria en – instrumenten – ook een uitnodiging aan ons, aan docenten, tot engagement en tot nadere professionalisering.

"2032 lijkt een beleidsrichting die voortbouwt op Het Alternatief van Kneyber & Evers c.s. waarin leraren als professionals centraal staan."

Pat / Pad

Na de behandeling in de Kamer zag de Onderwijscoöperatie (OC), aan wie een belangrijke rol was toebedacht bij het uitwerken van ‘2032’, gedwongen zich plots terug te trekken. Vooral de vereniging Beter Onderwijs Nederland, in mindere mate ook vakbond AOB, voorzag te weinig draagvlak onder haar leden. Tot december meent de OC nu nodig te hebben om dat draagvlak onder leden van lid-verenigingen alsnog te genereren.

Sceptici framen “2032” graag als een ondemocratische beleidsmanoeuvre. Dat kan. Met een effectieve blokkade op de uitvoer ervan ‘overrulet’ een kleine club (vo-)docenten nu de facto de Tweede Kamer. Dat kan ook. Bovendien claimen zij en anderen soms woordelijk, soms ook tussen regels door dat ‘het’ onderwijs van hen, van ‘de’ leraar is. Het is in het recente verleden een effectieve politieke strategie gebleken om dat zo te doen. Dat heeft ons onder andere “Ons Onderwijs 2032” opgeleverd… Maar uiteindelijk is het natuurlijk onzin: het onderwijs ‘is’ van iedereen en van niemand, en ‘de’ docent als een eenduidige, goed georganiseerde groep, die bestaat helemaal niet. Ook dat maakt “2032” en het gedoe eromheen eens te meer duidelijk.

Het kan zijn dat het hele proces “2032” nu helemaal stopt. Het kan ook zomaar zo zijn dat de beoogde curriculumherziening doorgaat – desnoods zonder de actieve hulp van leraren. Dat zou in elk van beide gevallen jammer zijn. Niet eerder lagen er zoveel kansen voor leraren, individueel en collectief, maar ook voor scholen en ouders, om hun onderwijs inderdaad weer ‘van hen’ te maken.

Het beeld heerst wel dat “2032” leraren overkomt, dat hen van alles wordt afgenomen en wordt opgedrongen: geschiedenis als vak weg, alleen nog maar geïntegreerde domeinen, Noord-Koreaanse persoonsvorming en dito burgerschap… Dat soort angsten is alom gecreëerd en in stand gehouden, maar in het rapport zelf staat – inderdaad – nog maar heel weinig concreets, ook niet over deze aangelegenheden. Er is dus nog volop tijd en mogelijkheid om een en ander bij te schaven, naar inzicht van vakdocenten, de wensen van ouders en het bedrijfsleven om te buigen. Zeker het ‘vrije deel’ van het curriculum kan ook naar de mogelijkheden van de school en haar doelgroep worden ingericht en steeds weer worden bijgesteld. Het zou, nogmaals, zonde zijn, als leraren en docenten deze kans nu niet zouden grijpen, andere betrokkenen hem daardoor niet zouden krijgen …

"Niet eerder lagen er zoveel kansen voor leraren, scholen en ouders om het onderwijs weer ‘van hen’ te maken."

Oproep

Ja, wij zien ook dat meer engagement voor het curriculum wringt met arbeidsvoorwaarden, met de ruimte en de tijd die leraren op hun scholen ervaren. Ja, we zien ook dat de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen, die van het lerarenkorps en ook van de lerarenopleidingen du moment in het geding is. Vooral ook zien we de effecten van maatschappelijke tweedeling die door onderwijs niet wordt weggenomen maar veeleer versterkt. Elk van ons houdt zich met zulke kwesties op z’n eigen manier ook bezig – politiek of anderszins.

Maar nee, we zien niet in waarom actieve betrokkenheid bij onderwijsvernieuwing en -verbetering, op landelijke schaal, in de eigen school, op gespannen voet zou staan met het aanpakken van deze en andere problemen. We geloven er wel in dat vakbekwame docenten met veel ruimte en mogelijkheid om zich met collega’s nader te professionaliseren goed, beter onderwijs kunnen verzorgen. Het is daarom dat wij hen – en anderen – oproepen zich niet uit het huidige traject van curriculumherziening terug te trekken. Ook en juist als je het niet, of niet helemaal eens bent met de inhoud van “2032”, met de snelheid van haar implementatie, met haar vage grens tussen ‘wat’ en ‘hoe’, met het gebrek aan toezeggingen over de arbeidsvoorwaarden om dit te kunnen realiseren,  is het raadzaam je niet buitenspel te (laten) zetten en mee te blijven denken. Ook als je eigenlijk andere ideeën hebt over het curriculum is het goed je – samen met collega’s van het vo en het po, ja, ook die van het VMBO en het MBO – actief te laten betrekken bij discussies daaromtrent, en er zo het maximale voor je vak, je beroepsgroep, je school, je leerlingen en jezelf uit te halen. Docenten, neem je kans en je verantwoordelijkheid!

JA – ook ik onderteken deze oproep om verder mee te denken over curricula [adhesiepagina voor docenten]

Namens zichzelf

  • Anne Bos – docent dans / conrector – Vathorst College Amersfoort
  • Liesbeth Breek – docent Frans – Petrus Canisius College Alkmaar
  • Alexandra Broussard – docent Zorg en Welzijn, leerlingbegeleider
  • Elsbeth van Dijk – docent Beeldende Vorming en Frans, Eerste Christelijk Lyceum Haarlem
  • Frans Droog – docent Biologie, Mens en Natuur, Wiskunde
  • Jelmer Evers – docent Geschiedenis – UniC
  • Henk ter Haar – docent Nederlands/teamleider, Guido de Bres Arnhem
  • Els de Jong – docent Levensbeschouwing/decaan Eerste Christelijk Lyceum Haarlem
  • René Kneyber – docent wiskunde, Oosterlicht College Nieuwegein
  • Wouter Meijer – docent Geschiedenis, Vathorst College Amersfoort
  • Bart Ongering – docent Engels, Openbare Scholengemeenschap Bijlmer Amsterdam
  • Pieta Redder – groepsleerkracht Goejanverwelleschool Gouda
  • Jasper Rijpma – docent Geschiedenis en Grote Denkers, Hyperion Lyceum Amsterdam
  • Simon Verwer – docent Filosofie en Grote Denkers, Hyperion Lyceum Amsterdam
  • Alderik Visser – docent Geschiedenis, Thorbecke VO Rotterdam
  • Dick van der Wateren – docent Natuurkunde en NLT, Eerste Christelijk Lyceum Haarlem
  • Hester IJsseling – groepsleerkracht/bouwcoördinator De Kleine Reus Amsterdam
  • Marjolein Zwik – groepsleerkracht basisschool Noordeinde Zoetermeer

van der Wateren, D. (2016). Onderwijs2032 als nadere professionalisering.
Geraadpleegd op 18-12-2017,
van https://wij-leren.nl/onderwijs2032-als-nadere-professionalisering.php

Gerelateerd

Leerkracht centrale factor
Leerkracht, grijp uw vak!
Albert de Boer
Nationaal curriculum
De vorming van een nationaal curriculum: #onderwijs2032
Marjolein Zwik
Platform #onderwijs2032
Het platform #onderwijs2032: hun eerste advies
Casper Hulshof
Vreemde talen onderwijs
Platform Onderwijs2032 helpt vreemde talen onderwijs om zeep
Erna Brummel
Stellingen #2032
Goed onderwijs in 2032? Vijf stellingen!
Machiel Karels
Overdenkingen Schnabel I
Enkele overdenkingen bij Schnabel I #onderwijs2032
Marjolein Zwik
Staat van de leraar
De Staat van de Leraar
Marjolein Zwik
Time-out 2032
Ons onderwijs 2032: hoe nu verder?
Marjolein Zwik
Curriculum geen visie
Een curriculum is nog geen visie
Gert Biesta










Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Onderwijs2032 professionalisering



Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.