Lezen met denkstrategieën

  Geplaatst op 15 november 2021

Filipiak, P. (2021). Lezen met denkstrategieën.
Geraadpleegd op 27-11-2021,
van https://wij-leren.nl/lezen-met-denkstrategie.php

Oude methoden voor begrijpend lezen waren zoals bekend niet voorzien van leesinstructie. We dachten, dat kinderen teksten konden begrijpen door er achteraf vragen over te beantwoorden. We leerden ze niet wat ze voor tijdens en na het lezen konden doen om een tekst beter te begrijpen. In de wat oudere methoden van begrijpend lezen zijn meestal veel zogenoemde leesstrategieën opgenomen. Daarbij loopt de aandacht voor leesstrategieën, leesdoelen en kenmerken van teksten vaak ook nog wel eens door elkaar. Dat maakt het onderwijs in leesbegrip onoverzichtelijk en voor kinderen minder leerbaar. 

Leesgedachten

Goede lezers krijgen allerlei gedachten voor, tijdens en na het lezen. Ze voeren als het ware een innerlijke dialoog, een innerlijk gesprek met de tekst, wanneer ze lezen. Op deze manier construeren ze een eigen betekenis bij de tekst. Goede lezers denken ook na over de manier waarop ze tot die gedachten komen. Ze denken dus na over hun eigen leesaanpak en kunnen daardoor hun manier van lezen ook aanpassen. Het begrijpen van een tekst gaat dus veel verder dan letterlijk begrip van de tekst of het achteraf beantwoorden van vragen. Goede leerkrachten doen dat hardop voor om kinderen te laten horen wat je doet als je begrijpend leest.

Denkstrategieën

Sommige gedachten die goede lezers hebben wanneer ze lezen, noemen we denkstrategieën. Voorbeelden zijn het denken met:
  • Voorkennis 
  • Voorspelling
  • Verbeelding
  • Vragen 
Om denkstrategieën te onderscheiden van allerlei andere gedachten die je tijdens het lezen kunt hebben, hanteren we enkele criteria aan de hand waarvan we gedachten tijdens het lezen, denkstrategieën willen noemen:
  • Denkstrategieën kun je voor, tijdens en na het lezen gebruiken. ‘Samenvatten’ is bijvoorbeeld vanwege dit criterium geen leesstrategie.
  • Een denkstrategie is een hulpmiddel om iets in een tekst beter te begrijpen. Een leesstrategie is dus geen leesdoel. Het doel van lezen is immers om iets in de tekst beter te begrijpen.
  • Tekstkenmerken zoals kopjes, alinea’s, en dergelijke zijn ook geen denkstrategieën.
  • Denkstrategieën bij het lezen moeten algemeen toepasbaar zijn bij de meeste tekstsoorten.
  • We moeten uitgaan van zo weinig mogelijk denkstrategieën, omdat ze anders niet leerbaar en hanteerbaar zijn; zeker voor jonge lezers in de basisschoolperiode.
Vaak worden vele andere zaken strategieën genoemd, zoals bijvoorbeeld de hoofdgedachte vinden of een samenvatting maken, conclusies trekken, gebruik maken van de tekststructuur.
 
Dat zijn weliswaar belangrijke aandachtspunten bij het lezen, maar het zijn eigenlijk geen denkstrategieën voor leesbegrip, volgens de criteria die we hier noemen.

Voorbeeld

Wanneer ik over de buffeljacht in Amerika lees krijg ik heel veel foto’s in mijn hoofd. Ik zie mijzelf bij het lezen als een indiaan. Ik voel me dan net een indiaan.
 
Wanneer Amanda leest, komen er allerlei gedachten bij haar op, zoals herinneringen, vragen, conclusies, belangrijke ideeën, verbeelding, enzovoorts. Niet alles noemen we een leesstrategie.

Belangrijke denkstrategieën bij het lezen: de vier v’s. 

We noemden vier belangrijke denkstrategieën: voorkennis gebruiken, voorspellen, verbeelden en vragen stellen. Het voordeel van deze ‘vier v’s is dat het aantal strategieën voor kinderen beperkt en overzichtelijk is en het gaat om belangrijke denkstrategieën; het gaat immers om mentale handelingen die algemeen inzetbaar zijn bij allerlei teksten en die nog los staan van leesdoelen. en Tevens zijn het allemaal denkstrategieën die je voor, tijdens en na het lezen kunt gebruiken. Ondanks dat ze mogelijk al bekend zijn, lichten we deze vier belangrijke denkstrategieën hierna toe.

Voorkennis gebruiken (ofwel: verbanden leggen tussen bekende en de nieuwe informatie)

Deze strategie heeft betrekking op het leggen van verband tussen je voorkennis (je eigen ervaring en kennis van de wereld) en de tekst en tussen de tekst en de informatie uit een andere tekst. Als je leest vraag je je bijvoorbeeld het volgende af: is er iets in deze tekst dat me doet denken aan iets in mijn eigen leven of iets wat ik gelezen heb in een andere tekst? Dit doet me denken aan……
Aspecten aan deze voorkennis zijn dus:
  • De relatie tussen de tekst en je eigen ervaring of kennis van de wereld.
  • De relatie tussen de tekst en kennis uit een andere tekst 
Leren om Voorkennis gebruiken kan bij kinderen goed voor het eerst gepresenteerd worden met bekende en populaire verhalende teksten, omdat daarin vaak herkenbare informatie is te vinden. Lezen met voorkennis doe je niet alleen vóór, maar ook tijdens het lezen.

Voorbeeld

Als ik lees denk ik nergens aan.
Omdat ik maar één vis heb.
Mijn vis is nog niet dood.
 
Bij het lezen komen bij Daniel herinneringen op, al zegt hij zelf dat hij ze niet heeft. Daardoor verbindt hij tóch nieuwe aan eigen informatie.

Voorspellen (ofwel: op weg naar conclusies)

Voorspellen ligt op het kruispunt van wat je weet (je voorkennis) en de informatie die je al (oppervlakkig) uit de tekst hebt gehaald. Als je leest vraag je je bijvoorbeeld het volgende af: wat kan ik voorspellen op grond van wat ik al weet of heb gelezen of gezien? Aspecten bij de strategie van het voorspellen zijn:
  • Plaatjes gebruiken
  • Voorkennis gebruiken
  • Gebruiken van uiterlijke tekstkenmerken (plaatjes, kopjes, lay out, alinea’s, )
Voorspellen werkt dus het best vanuit je voorkennis en op grond van wat je al oppervlakkig ziet of leest in de tekst. Het trekken van conclusies uit een tekst gaat makkelijker, als je daarbij je voorkennis en voorspelling gebruikt.

Verbeelden en visualiseren (ofwel: het verhogen van je ‘grip’ op de tekst)

Actieve lezers vormen vaak visuele beelden gebaseerd op de woorden of zinnen die ze in de tekst tegenkomen. Maar er zijn ook lezers die weinig of niet visualiseren bij het lezen. Het leidt echter tot meer ‘grip op de tekst’ en het draagt bij tot verdere gedachtevorming over de tekst. Als je leest vraag je je bijvoorbeeld het volgende af: Bij welke woorden of zinnen in de tekst maakte ik een foto of filmpje in mijn hoofd? Welke beelden zag ik voor me? Aspecten aan het visualiseren zijn:
  • Het creëren van mentale beelden op basis van woorden in de tekst.
  • Het vergroten van betekenis uit de tekst door je verbeelding.
  • Voorkennis en ervaringen aan woorden en ideeën uit de tekst verbinden door te visualiseren.
  • Je beter inleven in de tekst.
  • De stimulering van je fantasie en van het beeldend denken.
  • Andere verbeelding; geuren, geluiden, aanrakingen
Teksten die beeldend geschreven zijn, waarin personen, situaties en gebeurtenissen voorkomen, lenen zich goed voor de introductie van de strategie van het visualiseren. Deze denkstrategie kan ook heel goed gestimuleerd worden met prentenboeken en strips. je kan de strategie verbreden naar verbeelden op basis van andere zintuigen; hoor je het, proef je het, ruik je het, voel je het?

Voorbeeld

We lezen samen gedicht hardop voor.
We luisteren naar de woorden.
We maken bij de woorden foto’s in ons hoofd.
Dan tekenen we onze foto’s.
En soms maken we eigen gedichten.
De witte en donkere wolken komen bij elkaar.
Ze regenen allemaal.
Een vallende ster schiet door de lucht, en over de wereld.
En dan is ie weg.
 
In ’n minuut.
 
Terwijl je leest kun je woorden of zinnen aanwijzen, waarbij je beelden krijgt. Dit draagt, zoals elke leesstrategie, bij aan het begrijpen van de tekst. Je kunt dus woorden of zinnen in de tekst kiezen en daarbij foto’s of filmpjes maken. Kinderen kunnen dit ook tekenen.

Vragen bedenken (ofwel: de stimulans om verder te lezen)

Door eigen vragen te stellen bij de tekst blijf je gemotiveerd om verder te lezen, verhelder je je eigen begrip en ben je bezig om een eigen ‘betekenis bij de tekst te maken’. Je gebruikt daarvoor je eigen nieuwsgierigheid. Vragen bedenken gaat het best op basis van je voorkennis, de daarop gebaseerde voorspelling en op basis van de verbeelding of visualisering van de woorden en zinnen in de tekst. Als je leest vraag je je bijvoorbeeld het volgende af: Is er een stukje tekst waar ik een vraag bij heb? Wat vroeg ik me af bij dit stukje tekst? Waar raakte ik in de war, wat was verwarrend? Welke vraag moet ik hier bedenken? Je bedenkt bijvoorbeeld vragen om:
  • Betekenis van woorden te vormen
  • Antwoorden te vinden
  • Problemen op te lossen
  • Speciale informatie te vinden
  • Informatie te verzamelen
  • Nieuwe informatie te ontdekken en je eigen te maken
  • Onderzoek voort te zetten
  • Verwarring op te heffen
  • Na te denken over je manier van lezen
  • Andere leesstrategieën toe te passen

Voorbeeld

We lazen het verhaal over het meisje Elizabeth in de oorlog. We bedachten heel veel vragen bij het verhaal.

Is de schildpad echt?
Waarom keken de soldaten naar het huis?
Waarom moesten ze zo snel het huis uit?
Waarom mochten ze niks meenemen?
Is het echt gebeurd?
Waarom konden ze nooit meer terug?
De familie was Duits. Waarom moesten ze toch weg uit Duitsland?
Daarna lazen we de tekst om antwoorden te vinden.
We vonden enkele antwoorden.
Maar we hebben meer informatie nodig.
 
Goede lezers stellen zichzelf voor tijdens en na het lezen vragen, waardoor ze de tekst beter begrijpen. Je kunt je vragen en antwoorden verzamelen, om de tekst beter te begrijpen en te bedenken wat je nog niet weet of begrijpt.

Leesdoelen

Voor, tijdens en na het lezen moeten kinderen leren om gebruik te maken van denkstrategieën, zoals voorkennis gebruiken, voorspellen, visualiseren en vragen bedenken, teneinde bepaalde leesdoelen te bereiken. Met andere woorden, met behulp van denkstrategieën leer je om iets in de tekst of de gehele tekst beter te begrijpen. 
Het begrijpen van iets in de tekst kan van alles zijn. Met andere woorden je kunt lezen met talloze leesdoelen. We noemen hier twee belangrijke leesdoelen. Het gaat om:
  • Het vinden van belangrijke informatie, het thema of de hoofdgedachte in de tekst
  • Het trekken van conclusies
In veel methoden voor begrijpend lezen lopen zogenoemde leesstrategieën en leesdoelen door elkaar. Dat is niet bevorderlijk voor het goed leren van het lezen met begrip. Het is goed om voor de kinderen een heel duidelijk onderscheid in de leesles te maken, tussen een leesdoel en een denkstrategie. Leesdoelen kunnen bij een tekst vooraf worden gegeven, maar kinderen kunnen bij een tekst ook eigen leesdoelen bedenken.

Belangrijke informatie, het thema of de hoofdgedachte vinden (op weg naar conclusies)

Denkende lezers onderscheiden tijdens het lezen belangrijke van onbelangrijke informatie. Als je leest moet je alleen al vanwege de veelheid aan informatie in veel teksten, een onderscheid maken tussen onbelangrijke en belangrijke informatie. Het belangrijkste in een tekst hangt natuurlijk wél sterk samen met wat je als lezer zelf belangrijk vindt. Het hangt dus af van je leesdoel. Het is bijvoorbeeld afhankelijk van datgene wat je wilt onthouden of wat je wilt weten.
 
Op basis van verzamelde belangrijke informatie kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om een samenvatting te maken, al of niet met behulp van een schema. Als je leest vraag je je bijvoorbeeld het volgende af. Waar gaat dit vooral over? Welke belangrijke ideeën vielen me op? Wat is het belangrijkste in elke alinea? Over welk belangrijk thema of hoofdgedachte gaat deze tekst eigenlijk? Wat is het belangrijkste om te onthouden? Aspecten die met het vinden van de belangrijke informatie of het thema van de tekst samenhangen zijn:
  • Het samenhangend gebruik van de vier denkstrategieën met betrekking tot voorkennis, voorspellen, visualisering en het lezen met eigen vragen.
  • Het gebruik van uiterlijke kenmerken van de tekst (bijvoorbeeld kopjes, subkopjes, alinea’s)
  • Het kiezen van een stukje tekst waar je zorgvuldig aandacht aan besteedt.
  • Het kiezen van een stukje tekst dat je even overslaat. 
  • Besluiten of de tekst het waard is om zorgvuldig te lezen of juist zoekend.
  • Besluiten om te stoppen met lezen, omdat de tekst voor jou geen belangrijke of nieuwe informatie bevat.
  • Het opbouwen van nieuwe kennis die je daarna als voorkennis kunt gebruiken.
  • Een onderscheid maken tussen het belangrijke, het interessante en details.
  • Een thema, mening of perspectief vinden.
  • Een specifieke vraag beantwoorden.
  • Bepalen of de schrijver wil informeren, overtuigen of vermaken. (het doel van de schrijver zoeken)
  • Het samenvatten en eventueel onthouden van de belangrijke informatie.

Voorbeeld

Toen we het verhaal over de Titanic lazen werden we erg nieuwsgierig.
Waarom is de Titanic gezonken? 
We lazen het verhaal om een antwoord op deze vraag te vinden. 
We moesten belangrijke informatie vinden om het te begrijpen.
 
We maakten aantekeningen:
  • De radioman (telegrafist) was moe en niet ervaren
  • De zee was rustig
  • De lucht was helder
  • De kapitein lette niet op.
  • De kapitein wist dat er ijsbergen konden zijn
  • Voor een onzinkbaar schip waren een paar stukjes ijs niet gevaarlijk
Deze weetjes hielpen ons beter om te begrijpen waarom het schip toch zonk.
De mensen dachten, dat de boot niet kon zinken.. En daarom letten ze niet meer op de gevaren.
 
Terwijl je leest kun je belangrijke informatie onderstrepen of markeren. Je kunt beschrijven waarom je iets belangrijk vindt en wat je wilt onthouden. Daarbij start je bijvoorbeeld met een vraag, waarop je echt het antwoord wilt weten.

Conclusies trekken (de verdere ontwikkeling van het eigen denken over allerlei onderwerpen)

Het gaat bij het concluderen om het combineren van bestaande eigen kennis met de nieuwe informatie, om tot eigen ideeën en interpretaties te komen. Het herzien en sorteren van de belangrijke informatie uit de tekst, kan tot nieuwe inzichten, conclusies en kritiek leiden en je denken of je mening veranderen. Je moet bijvoorbeeld de informatie aan iemand anders kunnen uitleggen, iets kunnen verbinden met vorige kennis en de informatie op de een of andere manier kunnen gebruiken. Als je leest vraag je je bijvoorbeeld het volgende af: kan ik in de tekst aanwijzen waar mijn eigen ideeën veranderden? Welke nieuwe ideeën of informatie heb ik gevonden? Waarmee ben ik het helemaal niet eens? Aspecten in het proces van concluderen zijn:
  • Het samenhangend gebruik van voorkennis, voorspellen, verbeelden/visualiseren en eigen vragen bedenken.
  • Het onderscheiden van belangrijke en onbelangrijke informatie.
  • Stoppen met lezen en gedachten verzamelen voordat je verder leest.
  • Het combineren van de hoofdgedachte met een omvangrijker idee.
  • Het veralgemeniseren van de informatie.
  • Het beoordelen van de informatie.
  • Conclusies trekken op basis van aanwijzingen en eigen voorspellingen en ze onderbouwen vanuit de tekst.
  • Het persoonlijker maken van het gelezene, door nieuwe en oude informatie te integreren in een nieuw idee, mening of een eigen standpunt.
  • Impliciete informatie gedurende en na het lezen gebruiken (tussen de regels lezen).

Tot slot

Niet alle leesgedachten bij een tekst zijn denkstrategieën. Geoefende lezers gebruiken er misschien maar vier en niet veel meer. Denkstrategieën mogen niet worden verward met lesdoelen en kenmerken van teksten. Gebruik zo weinig mogelijk strategieën in het leesonderwijs aan kinderen, zodat ze die makkelijk kunnen leren en ze ook eenvoudiger kunnen gebruiken bij het lezen van bijvoorbeeld zaakvakteksten. Houdt daarmee ook het leesplezier in stand. 

Literatuur

Strategies That Work; Teaching Comprehension to Enhance Understanding;
Stephanie Harvey; Anne Goudvis; 2000.
Improving Comprehension with Think-Aloud Strategies; modeling what Good Readers Do; Jeffrey D. Wilhelm; 2001.
 
Voor het eerst gepubliceerd in JSW. jaargang 89, juni 2005; Begrijpend lezen; leren lezen met leesstrategieën: https://www.onderwijsmaakjesamen.nl/bijlagen/JSW/leesstrategien.pdf
 

Filipiak, P. (2021). Lezen met denkstrategieën.
Geraadpleegd op 27-11-2021,
van https://wij-leren.nl/lezen-met-denkstrategie.php

Gerelateerd

Online software
Themaplein
Themaplein
Themaplein biedt jouw school bij vrijwel elk thema de beste bronnen voor leeskilometers
Uitgeverij Schoolsupport 
Opleiding
Specialist Begrijpend Lezen 4.0
Specialist Begrijpend Lezen 4.0
Van Begrijpend lezen als afzonderlijk vak naar functioneel, betekenisvol en tekstgericht onderwijs.
Studiecentrum B&O 
Specialist Begrijpend Lezen 4.0leesonderwijs, hoe anders
Leesonderwijs: wat is er mis en hoe kan het anders?
Jos Cöp
Effectief leesonderwijs
Aantrekkelijk en effectief leesonderwijs: motiverend!
Paul Filipiak
Goed taal- en leesonderwijs
Vijf onderwijskundige voorwaarden voor goed taal- en leesonderwijs
Jos Cöp
Leesonderwijs: begin pas als kind eraan toe is
Leesonderwijs: begin pas als het kind aan lezen toe is
Ewald Vervaet
Ontwikkelingsgericht leesonderwijs
Ik ben een beetje misselijk - ontwikkelingsgericht leesonderwijs
Bea Pompert
Leesonderwijs ZML
Fonologisch gebaseerd leesonderwijs in het ZML
Anna Bosman
Cooperatief leren in leesonderwijs
Gebruik het ook in je leesonderwijs!
Paul Filipiak
Leesbegrip en leesonderwijs, instructie
De vele kanten van leesbegrip -2; instructie
Paul Filipiak
Ontdekkend leren lezen en leesrijpheid
Ontdekkend leren lezen
Ewald Vervaet


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Effect modelleren leesstrategie hardop denken volwassenen
Hardop denken: goede strategie voor volwassen leerders?
Leren van scripts lees en schrijfonderwijs leerlingen laaggeletterd
Is het leren van verschillende scripts zwaar voor laaggeletterden?
Didactische aanpak zwakke lezers in het basisonderwijs
Wat is de beste didactische aanpak voor zwakke lezers?
Spellingontwikkeling leerlingen groep drie open lettergrepen
Wanneer kun je het beste open lettergrepen lezen in groep 3?
Kleuters combinatieklas gezamenlijke instructie
Kleuters in een combinatieklas: gezamenlijke instructie of apart?
Leesbevordering en interventies leesplezier mbo studenten
Hoe krijg je mbo-studenten aan het lezen?
Welke methoden voor leesbevordering zijn effectief? 12-16 jaar
Hoe bevorder je lezen effectief onder jongeren?
Effect aandacht tekstsoorten bovenbouw leesvaardigheid
Heeft aandacht voor verschillende tekstsoorten effect op leesvaardigheid?
Relatie passieve woordenschat en technisch lezen
Welke relatie bestaat er tussen passieve woordenschat en technisch lezen?
Aanpassen van dictee bij dyslexie
Kan je dictee aanpassen voor iemand met dyslexie en hoe?
Leesprestaties groep 6 po 2016
Vergelijkend onderzoek leesprestaties groep 6 basisonderwijs - PIRLS 2016
Effecten digitaal leermiddel
Effecten van een digitaal leermiddel bij het leren lezen
Digitale leeskilometers groep 3
Leesvaardig door digitale leeskilometers in groep 3: Differentiatie door inzet van ICT
Vliegwielen begrijpend lezen po
Vliegwielen voor begrijpend lezen in het basisonderwijs
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]




lezen met denkstrategieën

Inschrijven nieuwsbrief


technisch lezen

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest