Heeft leerlingen betrekken bij het schoolbeleid positieve effecten?

Geplaatst op 19 juni 2018

Samenvatting

Leerlingparticipatie stimuleert vaardigheden van leerlingen die actief zijn in bijvoorbeeld een leerlingenraad. Ze ontwikkelen diverse algemene vaardigheden en burgerschapsvaardigheden, hebben meer zelfvertrouwen en krijgen een betere sociale positie. Leerlingen beoordelen scholen waar veel mogelijkheden zijn om te participeren vaker als een school met een goed schoolklimaat en een goed schoolethos. Dat kan zich vertalen in een hogere motivatie voor school van alle leerlingen. Aanwijzingen dat participatie leidt tot beter schoolbeleid en via die route leidt tot betere leerprestaties, hebben we niet gevonden.

Leerlingparticipatie in schoolbeleid definiëren we als de mogelijkheden die leerlingen hebben om actief en met daadwerkelijke invloed deel te nemen aan de besluitvorming over de leefomgeving van leerlingen op school. Louter incidentele deelname en sportactiviteiten et cetera vallen hierbuiten. Het gaat over invloed op schoolniveau en op het beleid. Leerlingen betrekken bij besluiten over het curriculum op klasniveau valt hier dus ook buiten (zie voor dat laatste dit antwoord van de Kennisrotonde).

Doelen van leerlingparticipatie

Leerlingparticipatie is voor pleitbezorgers meestal een (democratische) waarde op zich. Anderen willen de voordelen ervan voor leerlingen meer benadrukken. Zo wordt leerlingparticipatie in het hart gezet van burgerschapsontwikkeling. Als een democratisch georganiseerde gemeenschap kan de school als model functioneren voor democratie. Daarbinnen kunnen leerlingen burgerschapsvaardigheden ontwikkelen en verdiepen. Een andere reden om leerlingen te laten participeren, is om de kwaliteit van het schoolbeleid te verbeteren. Dankzij input van leerlingen is er meer draagvlak en meer informatie over problemen en oplossingen. Op die manier zou leerlingenparticipatie ook kunnen bijdragen aan leerresultaten en leerlingtevredenheid.

Diverse vormen

Er zijn diverse vormen van leerlingparticipatie op scholen. In Nederland is er de (verplichte) medezeggenschapsraad op alle scholen in het voortgezet onderwijs, waarin leerlingen en ouders zijn vertegenwoordigd. Daarnaast heeft 87% van de middelbare scholen een leerlingenraad. Die heeft minder zeggenschap dan een medezeggenschapsraad en is niet verplicht. Andere vormen van leerlingparticipatie in schoolbeleid zijn deelname in een sollicitatiecommissie of betrokkenheid van leerlingen bij besluiten over nieuwbouw, verbouw of inrichting van het gebouw.

Effecten van participatie

Leerlingenparticipatie stimuleert diverse vaardigheden van leerlingen die zelf actief participeren. Ze ontwikkelen sterkere algemene vaardigheden, hebben meer zelfvertrouwen en een betere sociale status, en ontwikkelen burgerschapsvaardigheden. Dat blijkt uit interviews met leerlingen, leraren en schoolleiders, en uit observaties in de lessen. De ervaring in een leerlingenraad kan zich zo dus vertalen in leerresultaten. Er zijn echter geen effecten gevonden op toetsprestaties.

Op scholen met leerlingenraden oordelen leerlingen positiever over school, voelen ze zich meer eigenaar en zijn ze meer gemotiveerd voor school. Het klimaat op deze scholen is beter: er is een betere sfeer in de klassen, leerlingen zijn gedisciplineerder, er wordt minder gepest en er is minder racisme. En er is meer draagvlak voor regels op school. Er zijn overigens weinig aanwijzingen dat leerlingparticipatie leidt tot beter functionerende scholen.

Welbevinden

Leerlingenparticipatie heeft geen directe gevolgen voor het persoonlijk welbevinden, dat wordt door andere factoren veel sterker beïnvloed. Wel beoordelen leerlingen scholen waar veel mogelijkheden zijn om te participeren vaker als een school met een goed schoolklimaat en een goed schoolethos. Dat kan zich vertalen in een hogere motivatie voor school van alle leerlingen.

Er is ons geen onderzoek bekend dat empirisch aantoont dat leerlingparticipatie leidt tot beter schoolbeleid en via die route leidt tot betere resultaten van leerlingen.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Melissa van Amerongen en Niek van den Berg (kennismakelaars Kennisrotonde)
Vraagsteller: medewerker Schoolinfo

Vraag

Heeft het betrekken van leerlingen bij het schoolbeleid (direct of indirect) positieve effecten op de motivatie voor school en de leerprestaties van leerlingen?

Kort antwoord

Leerlingparticipatie stimuleert vaardigheden van leerlingen die actief participeren, bijvoorbeeld in een leerlingenraad: ze ontwikkelen diverse algemene vaardigheden en burgerschapsvaardigheden, hebben meer zelfvertrouwen en krijgen een betere sociale positie. Leerlingen die niet actief zijn in zo’n raad profiteren hiervan niet. Leerlingen beoordelen scholen waar veel mogelijkheden zijn om te participeren vaker als een school met een goed schoolklimaat en een goed schoolethos en dat kan zich vertalen in een hogere motivatie voor school van alle leerlingen. Aanwijzingen dat participatie leidt tot beter schoolbeleid en via die route leidt tot betere leerprestaties, hebben we niet gevonden.

Toelichting antwoord

Definitie van leerlingparticipatie in schoolbeleid

Leerlingparticipatie in schoolbeleid definiëren we als de mogelijkheden die leerlingen hebben om actief en met daadwerkelijke invloed deel te nemen aan de besluitvorming over de leefomgeving van leerlingen op school (Smit, 2005; Mager & Nowak, 2012). Louter incidentele consultaties en deelname aan sportactiviteiten en dergelijke vallen hierbuiten. Het gaat over invloed op schoolniveau en op het beleid, dus ook het betrekken van leerlingen bij besluiten over het curriculum op klasniveau valt hierbuiten (zie voor dat laatste Kennisrotonde, 2017b).

Doelen van leerlingparticipatie

Leerlingparticipatie heeft een lange geschiedenis en is vanuit meerdere perspectieven belicht (Mager & Nowak, 2012, p. 39). Uit de Verenigde Staten kennen we het begrip Student Voice, een breed concept dat staat voor de betrokkenheid van leerlingen bij hun leren (dus ook in de interactie docent-leerling op klasniveau) en bij schoolbeleid meer in het algemeen (Harper, 2000). Het idee van Student Voice heeft al een lange historie die terugvoert tot eind 19e eeuw en de periode 1920 – 1940 (Rudduck & Fielding, 2006, aangehaald door Albone, 2017). Het gaat om scholen die waarde hechten aan democratie, autonomie, zelfontwikkeling, keuze, respect, vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheden.

Leerlingparticipatie is voor pleitbezorgers meestal een (democratische) waarde op zich. Maar er zijn ook benaderingen die de voordelen ervan voor leerlingen meer willen benadrukken. Zo wordt leerlingparticipatie ook in het hart gezet van burgerschapsontwikkeling. Als een democratisch georganiseerde gemeenschap kan de school als model functioneren voor democratie, waarbinnen leerlingen burgerschapsvaardigheden kunnen ontwikkelen en verdiepen. Een andere reden om leerlingen te laten participeren in scholen, is om de kwaliteit van het schoolbeleid te verbeteren. Dankzij input van leerlingen is er meer draagvlak en meer informatie over oplossingen en problemen. Langs die weg zou leerlingenparticipatie ook kunnen bijdragen aan leerresultaten en leerlingtevredenheid.

Hieronder bespreken we eerst verschillende vormen van leerlingenparticipatie, en daarna de effecten ervan op (onder meer) motivatie en leerresultaten zoals die onderzoeksliteratuur worden beschreven.

Leerlingenraden, medezeggenschap en andere vormen van leerlingparticipatie in schoolbeleid

Er zijn diverse vormen van leerlingparticipatie op scholen. De belangrijkste geïnstitutionaliseerde vormen in Nederland zijn de medezeggenschapsraad (jongere leerlingen zijn daarin vertegenwoordigd door hun ouders) en de leerlingenraad (Smit e.a., 2005).
Alle scholen voor voortgezet onderwijs hebben een medezeggenschapsraad waarin leerlingen en ouders zijn vertegenwoordigd. De medezeggenschapsraad is sinds 1992 in de Wet Medezeggenschap Onderwijs (nu Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS)) verplicht op scholen.

In de praktijk functioneren medezeggenschapsraden meer als personeelsraden/ondernemingsraden, leerlingen vormen daarin ‘de zwakste schakel’: “... weinig leerlingen zijn voor de klus te vinden, er is veel afwezigheid, en tijdens vergaderingen functioneren leerlingen veelal niet voldoende, althans in de ogen van voorzitters en secretarissen” (Karsten e.a., 2006, p. 50). Recent onderzoek van De Vijlder e.a. (2017) bevestigt dit beeld. De leerlinggeleding is lastig te vullen en bestaat vooral uit leerlingen uit havo/vwo en eerder uit boven- dan onderbouwleerlingen.

Een leerlingenraad heeft minder zeggenschap dan een medezeggenschapsraad en is niet verplicht, maar 87% van de Nederlandse scholen heeft er een (Bollen & Verbeek, 2015, p. 3). Vrijwel alle leerlingenraden hebben overleg met de schooldirectie, meer dan de helft vaker dan vier keer per jaar. De meeste leerlingen die in een leerlingenraad zitten voelen zich serieus genomen door de schooldirectie en oordelen positief over het functioneren van de leerlingenraad. Ongeveer de helft (46,5%) geeft vooral advies over sociale evenementen zoals een schoolfeest (t.a.p., p. 10). Leden van leerlingenraden zien de betrokkenheid van de achterban als zorgpunt: ze worden niet altijd serieus genomen door de andere scholieren (t.a.p., p. 14).

Andere vormen van leerlingparticipatie in schoolbeleid naast medezeggenschaps- en leerlingenraad, zijn deelname in een sollicitatiecommissie of betrokkenheid van leerlingen bij besluiten over nieuwbouw, verbouw of inrichting van het gebouw. Uit een enquête onder 5500 eindexamenleerlingen vmbo/havo/vwo blijkt een derde van de leerlingen actief te participeren op school; in een leerlingenraad, bij schoolkrant, als hulpmentor, of in de MR of een klankbordgroep. De meeste leerlingen kiezen niet de formele weg van deelname aan leerlingenraad en medezeggenschapsraad. Bijna driekwart van de leerlingen vindt het belangrijk om meer inspraak te krijgen op school, vooral meisjes en leerlingen uit havo/vwo. Ze willen meepraten over de lesroosters, voorzieningen zoals de bibliotheek, leraren en de manier waarop er les wordt gegeven (Karsten e.a., 2006, p. 95-96).

Effecten van participatie op leerlingen

Mager en Nowak (2012) voerden een uitvoerige en systematische review uit naar effecten van leerlingparticipatie in schoolbeleid. Zij analyseerden 52 studies en vonden gematigd bewijs voor effecten op algemene vaardigheden, zelfrespect en sociale status en op burgerschapsvaardigheden (t.a.p., p. 38; gematigd definiëren de onderzoekers als “two cross-sectional studies or an equivalent number of case series or single cases of good or fair quality showed a certain effect”; p.42). De effecten zijn onderzocht door middel van enquêtes en interviews met studenten, leraren en schoolleiders. Het gaat dus om ervaren opbrengsten, niet om gemeten opbrengsten.

Meer in detail:

  • Bij meer dan de helft van de studies (28 van 52) beschreven betrokkenen verbetering van algemene vaardigheden. Daaronder verstaan ze, in volgorde van belangrijkheid: verantwoordelijkheid leren nemen, communicatie- en debatvaardigheden, sociale vaardigheden en persoonlijkheidsontwikkeling, organisatievaardigheden, probleemoplossend vermogen en het bewustzijn dat compromissen soms nodig zijn (t.a.p., p. 44).
  • Bij ruim een derde van de studies (21) leidde participatie volgens betrokkenen tot verbetering van het zelfvertrouwen en zelfrespect. Leerlingen krijgen een betere sociale positie en worden gerespecteerd door andere leerlingen.
  • In meer dan een derde van de studies (20) beschreven betrokkenen verbetering van de burgerschapsvaardigheden. Leerlingen hebben meer kennis van burgerschap en democratie, een beter begrip van democratische processen en leerden een vergadering voorzitten, notulen maken en een verkiezing organiseren.

Mager en Nowak vonden weinig bewijs voor positieve effecten op schoolprestaties, zoals toets- en examenresultaten en studievoortgang.

Bovengenoemde effecten worden vrijwel uitsluitend gevonden (en onderzocht) bij leerlingen die zelf participeren, vooral in leerlingenraden (zie ook figuur achterin de tekst). Over het algemeen geldt dat leerlingen die deelnemen aan besluitvorming (binnen én buiten school) meer democratische waarden hebben (De Groof e.a., 2001, p.42).  Participatie binnen en buiten school heeft overigens geen directe effecten op het persoonlijk welbevinden. Dat welbehagen wordt voornamelijk buiten school gevormd, zoals door de maatschappelijke cultuur, levensbeschouwing, vriendschapsrelaties en andere factoren waar de school weinig invloed op heeft (De Groof e.a., 2001, p.41)

Effecten van leerlingparticipatie op de kwaliteit van scholen

Leerlingparticipatie kan dus een positieve invloed hebben op attitudes en vaardigheden van leerlingen die participeren in bijvoorbeeld een leerlingenraad. Andere leerlingen profiteren hier niet direct van. Is er ook evidentie dat leerlingparticipatie leidt tot een betere kwaliteit van het schoolbeleid en daardoor een betere onderwijsomgeving voor alle leerlingen? Ook dit hebben we bekeken. Een groot onderzoek naar leerlingparticipatie (De Groof e.a., 2001) onder ruim 7000 Vlaamse leerlingen van 90 scholen, constateert vooral indirecte effecten van leerlingparticipatie: leerlingparticipatie is goed voor het schoolklimaat en zo’n klimaat gaat gepaard met meer democratische attituden van leerlingen.

Hoe beïnvloedt participatie het schoolklimaat? Meest bepalend is dat leerlingen het gevoel hebben dat ze veel inspraak en verantwoordelijkheid krijgen in de leefomgeving van de school. Zelfs voor leerlingen die niet deelnemen aan activiteiten, heeft dit een samenhang met positieve beleving van het schoolklimaat (t.a.p., p. 39). Ook het aantal participatiekanalen dat leerlingen kennen of waarnemen heeft invloed op de beleving van het schoolklimaat, denk aan klassendagen of een vertrouwenspersoon.

Ten slotte is de gepercipieerde inspraak in de leeromgeving belangrijk voor het schoolklimaat. Leerlingen vragen niet zozeer om inspraak op de inhoud van de lessen, de manier van lesgeven of het beoordelen van leraren, maar wel om inspraak in de praktische regeling van de leeromgeving, zoals het schoolreglement, de hoeveelheid en spreiding van het huiswerk en het examen en lessenrooster. Als leerlingen achter de regels staan, heeft dit een positief effect op het klimaat.

Ook Mager en Nowak (2012) vonden een gematigd effect van participatie op schoolethos en het schoolklimaat (t.a.p., p. 47). Op scholen met leerlingenraden oordelen leerlingen positiever over school, voelen zich meer eigenaar en zijn meer gemotiveerd voor school. Het klimaat op deze scholen is beter: er is een betere sfeer in de klassen, leerlingen zijn gedisciplineerder, er wordt minder gepest en er is minder racisme. En er is meer draagvlak voor regels op school. Er zijn overigens weinig aanwijzingen dat leerlingparticipatie leidt tot beter functionerende scholen; dat wil zeggen dat bewijs dat participatie voorzieningen, regels en beleid verbeteren (t.a.p, p. 47).

Figuur 2 (overgenomen uit Mager & Nowak, 2012, p. 48) is een samenvattend plaatje van de effecten van diverse vormen van leerlingparticipatie en hun sterkte.

Conclusie

Leerlingenparticipatie stimuleert diverse vaardigheden van leerlingen die actief participeren: ze ontwikkelen sterkere algemene vaardigheden, hebben meer zelfvertrouwen en een betere sociale status en ontwikkelen burgerschapsvaardigheden (ervaren opbrengsten). De ervaring in een leerlingenraad kan zich zo dus vertalen in leerresultaten. Leerlingen die niet actief zijn in zo’n raad profiteren hiervan niet en er zijn geen effecten gevonden op toetsprestaties.

Leerlingenparticipatie heeft geen directe gevolgen voor het persoonlijk welbevinden, dat wordt door andere factoren veel sterker beïnvloed. Wel beoordelen leerlingen scholen waar veel mogelijkheden zijn om te participeren vaker als een school met een goed schoolklimaat en een goed schoolethos en dat kan zich vertalen in een hogere motivatie voor school van alle leerlingen.

Er is ons geen onderzoek bekend dat empirisch aantoont dat leerlingparticipatie leidt tot beter schoolbeleid en via die route leidt tot betere resultaten van leerlingen.

Geraadpleegde bronnen

  • Albone, S. J. (2017). Student Voice (masterthesis). Wageningen: Aeres Hogeschool Wageningen.
  • Bollen, I., & Verbeek, F. (2015). Leerlingenraden in het voortgezet onderwijs. Onderzoeksrapport LAKS. Amsterdam: Kohnstamm Instituut.
  • De Groof, S., Elchardus, M. & Stevens, F. (2001). Leerlingenparticipatie in het secundair onderwijs, Tussen theorie en praktijk. Samenvatting van het eindrapport. (TOR 2001/15). Brussel: VU, Vakgroep Sociologie, Onderzoeksgroep TOR.
  • Harper, D. (2000). Students as Change Agents: The Generation Y Model. Olympia, WA: Generation Y. Aangehaald op https://soundout.org/definitions-of-student-voice-2/
  • Karsten, S., Jong, U. de, Ledoux, G. & Sligte, H. (2006). De positie van ouders en leerlingen in het governancebeleid. SCO-Kohnstamm Instituut: Amsterdam.
  • Kennisrotonde. (2017a). Hoe kom je tot verticaal alignment in het onderwijs? (KR. 145). Den Haag: Kennisrotonde.
  • Kennisrotonde. (2017b). Leidt betrokkenheid van leerlingen bij onderwijsinterventies tot meer motivatie en betere leerresultaten? (KR. 254). Den Haag: Kennisrotonde.
  • Könings, K.D., Brand-Gruwel, S. & Merriënboer, J. van. (2010). ‘An approach to participatory instructional design in secondary education: an exploratory study’. Educational Research, 52(1), 45-59.
  • Könings, K.D., Seidel, T. & Merriënboer, J. G. van (2014). Participatory design of learning environments: integrating perspectives of students, teachers, and designers. Instructional Science, 42(1), 1-9.
  • Mager, U. & Nowak, P. (2012). Effects of student participation in decision making at school. A systematic review and synthesis of empirical research. Educational Research Review, 7(2012), 38–61.
  • Rudduck, J., & Fielding, M. (2006). Student Voice and the perils of popularity. Educational Review, 58(2) 219-231.
  • Smit, F., Vrieze, G., & Kuijk, J. van (2005). Leerlingenparticipatie in het voortgezet onderwijs. Onderzoek naar ervaringen met nieuwe vormen van leren. Nijmegen: ITS.
  • Vijlder, F. de, Kan, C. van, & Brouwer, P. (2017). Medezeggenschap onder het vergrootglas. Een themaonderzoek in het kader van de governance VO. Nijmegen: HAN, Kenniscentrum Publieke Zaak.

Meer weten?

Over verbeteren van leerresultaten en motivatie

De Kennisrotonde is in diverse antwoorden op vragen ingegaan op manieren om eigenaarschap, motivatie en leerresultaten van leerlingen te versterken:

Over leerlingparticipatie in het primair proces

In een antwoord op een eerdere vraag aan de Kennisrotonde is nagegaan of het betrekken van leerlingen bij onderwijsinterventies kan bijdragen aan hun motivatie en leerresultaten (Kennisrotonde, 2017b). Daarbij is ingezoomd op het afstemmen van onderwijsinterventies tussen docenten en leerlingen. Naar voren kwam dat door die afstemming het eigenaarschap van leerlingen wordt aangesproken, waardoor ook een beroep gedaan wordt op hun intrinsieke motivatie, wat een gunstig effect heeft op studiegedrag en daarmee waarschijnlijk op leerresultaten. Er zijn echter ook allerlei andere factoren van invloed; daarom gaat bij interventies het afstemmen tussen docenten en leerlingen niet altijd gepaard met meer motivatie en betere leerresultaten.
Ook bij leerlingparticipatie in het onderwijsontwerpproces lijken er vooral positieve effecten te zijn voor de participerende leerlingen en niet voor de anderen (Könings e.a., 2014). Volgens Könings en collega’s (2014) kan leerlingparticipatie zorgen voor een betere kwaliteit van de instructie en grotere tevredenheid met het onderwijs bij zowel leerlingen als docenten. Door leerlingen te betrekken kan de leraar toetsen of de beoogde les ook overkomt zoals bedoeld. “A mismatch between designers’ intentions and students’ interpretations can cause ignorance of (parts of) the learning environment or use in a different way than intended” (Elen & Lowyck, 1999, aangehaald in Könings e.a., 2014, p. 2).

Over vertical alignment

Leerlingen betrekken bij onderwijsinterventies (waaronder de net genoemde afstemming tussen docenten en leerlingen, maar ook het betrekken van leerlingen bij schoolbeleid, dus meer op organisatieniveau) sluit onder meer aan bij het principe van verticaal alignment: het streven naar verbinding en afstemming tussen verschillende lagen in het onderwijssysteem. Ook hierover heeft de Kennisrotonde eerder een vraag beantwoord (Kennisrotonde, 2017a). Die vraag en daarmee het antwoord gaan vooral over het hoe van alignment bereikt kan worden en minder over de effecten op leerlingen.

Gerelateerd

Marzano's Model voor Effectief Lesgeven
Marzano's Model voor Effectief Lesgeven
key-note van Robert Marzano
Bazalt | HCO | RPCZ 
Motiveer je leerlingen!
Motiveer je leerlingen!
Werken aan motivatie in het voortgezet onderwijs
Medilex Onderwijs 
Kind is eigenaar van zijn ontwikkeling
Het kind is eigenaar van zijn ontwikkeling en is daarvoor competent
Luc Stevens
Leren zichtbaar maken
Leren zichtbaar maken - John Hattie
Arja Kerpel
Betrokkenheid! - Marzano
Betrokkenheid! - De sleutel tot beter leren - Marzano
Arja Kerpel
Handboek leren leren
Handboek leren leren - 5 krachtige principes
Arja Kerpel










Motivatie MBO
Met welke didactische strategieën kunnen docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief beïnvloeden?
betrokkenheid van leerlingen bij innovatieprocessen
Betrokkenheid van leerlingen bij innovatie vergroot motivatie?
Cijfers geven
Welk effect heeft cijfers geven op de motivatie?
Feedback en motivatie
Kan feedback motivatie en resultaten van studenten positief beïnvloeden?
Eigenaarschap leerlingen vo
Hoe kunnen docenten het eigenaarschap van leerlingen (vo) versterken?
Games voor leerlingen met concentratieproblemen
Helpt afwisseling van quizvragen met games leerlingen met gedrags- en concentratieproblemen om hun leerrendement te verhogen?
Kritisch denkvermogen stimuleren
Hoe stimuleer je kritisch denkvermogen?
Voelen studenten VO zich klant?
Klantbeleving studenten VO: hoe breng je dat in beeld?
Leanprincipes in het basisonderwijs
Versterken leanprincipes het eigenaarschap van leerlingen BO?
Het versterken van eigenaarschap door leerlijnen
Hoe versterk je het eigenaarschap bij leerlingen?
Leerlingen betrekken bij schoolbeleid werkt positief?
Leerlingen betrekken bij schoolbeleid: heeft dat positief effect?
Onderzoeksvaardigheden mbo studenten
Onderzoeksvaardigheden van mbo studenten: hoe bevorder je die?
Resultaatverplichting toetsen motiveert mbo studenten
Resultaatverplichting of deelnameverplichting? Wat werkt beter?
Schrijfmateriaal
Met welk schrijfmateriaal kunnen kinderen het beste leren schrijven?
leren lezen zonder lesmethode
Ontwikkelingsgericht onderwijs: kun je leren lezen zonder lesmethode?
Verband tussen wereldbeeld en gebrek motivatie
Wereldbeeld en motivatie: is daar een verband tussen?
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Individueel maatwerk vo MEGAband
Individueel maatwerk in voortgezet onderwijs (MEGAband)
Prestaties en etniciteit
Motivatie bij verschillende prestatieniveaus en sociale en etnische achtergrond
Toetsing en motivatie
Invloed van toetsing op motivatie: effecten en mechanismen in verschillende contexten
Omgaan met excellentie po
Omgaan met excellentie in het primair onderwijs
Motivatie schoolprestaties
Motivatie, zelfregulering en schoolprestaties van leerlingen op het beroepsonderwijs
nieuwe leren po
Het nieuwe leren in het basisonderwijs
TEST
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.