Excellente leerlingen kunnen zich heel goed redden

René Leverink

Onderwijsjournalist en tekstschrijver bij René Leverink Tekst

  

  Geplaatst op 25 april 2018

Leferink, R. (2018). Excellente leerlingen kunnen zich heel goed redden.
Geraadpleegd op 21-09-2018,
van https://wij-leren.nl/interview-roel-bosker-nee-dan-finland.php

Interview met Roel Bosker, hoogleraar onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Een veel gehoorde klacht, vooral ook uit de mond van bewindslieden, is dat we niet genoeg uit onze uitblinkers halen. Over het algemeen doen we het heel aardig in internationale onderwijspolls, maar onze talenten worden te weinig uitgedaagd.

Ga ik bij mezelf te rade, dan moet ik toegeven dat in mijn lessen die toppers ook niet altijd op hun niveau bediend worden. Kinderen en pubers hebben trouwens lang niet altijd zin om te excelleren. Ze willen ook wel eens uitblinken in chips eten op de bank.

Gedifferentieerd onderwijs

Toen Roel Bosker in 2005 werd geïnaugureerd als hoogleraar onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, had zíjn speech een ontnuchterende strekking. Titel: De grenzen van gedifferentieerd onderwijs.

Een van zijn bevindingen luidde: “Niet elke leerling kan volledig geïndividualiseerd onderwijs volgen, de grootte van de groep brengt beperkingen met zich mee, en soms is de beschikbaarheid van extra leerkrachten een voorwaarde.”

Bosker stelde als wetenschapper zaken vast die op de werkvloer voor velen al duidelijk waren. De praktijk is immers vaak een stuk weerbarstiger dan de ideologie. Alle leerlingen op maat bedienen is een illusie. Op veel basisscholen is men afgestapt van de utopische gedachte dat elk kind een eigen individuele benadering moet en zal krijgen. Klassen worden behapbaar ingedeeld in drie niveaus, in plaats van zesentwintig.

Ruim tien jaar na dato is Bosker nog altijd van mening dat er grenzen zijn aan gedifferentieerd onderwijs. Je kunt niet iedereen op maat bedienen. En als bepaalde doelgroepen dan tóch recht hebben op extra aandacht, dan weet Bosker wel wie daarvoor het eerst in aanmerking komen. Niet de uitblinkers.

"Bosker: je kunt niet iedereen op maat bedienen."

Goed onderwijs 

Wim de Bie zei ooit: de kwaliteit van onze samenleving meet je af aan de manier waarop we omgaan met de zwakkeren. Een opvatting die Bosker graag omarmt voor de definitie van goed onderwijs.

Een citaat van Bosker: “Onderwijs kan niet goed zijn als het niet primair is gericht op leerlingen die minder kansen hebben. Die op de een of andere manier in het nadeel zijn. Ik hoorde over een stadje in Amerika waar één van de vijf inwoners doof is. Iedereen in dat dorp had zich de gebarentaal eigen gemaakt. Dat noem ik rekening houden met de zwakkeren.

Het streven moet zijn dat ieder kind het beste uit zichzelf haalt. In dat streven verdient de onderkant van de doelgroep de meeste aandacht. Ik heb altijd een zwak voor de kinderen uit achterstandswijken, omdat die van huis uit minder meekrijgen. Ik vond het plan van Groen Links om kinderen gratis huiswerkbegeleiding te geven erg sympathiek. Dat iedereen de beschikking krijgt over datgene wat nu alleen rijke mensen voor hun kinderen kunnen kopen.”

"De onderkant van de doelgroep verdient de meeste aandacht."

Schoolkeuze

Volgens Bosker is er in dit opzicht de laatste vijftig jaar veel vooruitgang geboekt. “Er was vroeger één ding waar niets van deugde, en dat was de schoolkeuze op basis van het oordeel van de hoofdonderwijzer van de lagere school.

Daar kwam gelukkig de Cito-eindtoets voor in de plaats, waardoor het niet meer zo is dat het kind van de huisarts automatisch naar het gymnasium gaat en dat van de timmerman naar de ambachtsschool.

Dankzij de objectieve Cito-toets zijn we veel beter in staat de kinderen te determineren. Helaas gebeurt dat wel te vroeg. Kinderen worden genadeloos ingedeeld op basis van de kennis en vaardigheden die ze hebben als ze twaalf zijn. Vaak zijn er dan nog de naweeën van een valse start, bijvoorbeeld door de thuissituatie.

Het zou veel rechtvaardiger zijn de Cito-toets pas af te nemen als de kinderen veertien of vijftien zijn. Dan heeft dat aanvankelijk achterblijvende kinderbrein veel meer tijd de schade in te halen en te laten zien waar het werkelijk toe in staat is. Er zijn landen, zoals Canada, waar ze dat op die manier doen, en dat gaat over het algemeen uitstekend. Waarom zou dat bij ons niet kunnen?

Van Kemenade heeft het in de jaren zeventig geprobeerd met de middenschool. Dat plan is door politieke gevoeligheid gesneuveld. Sindsdien brandt niemand zich de vingers er meer aan.

Het argument dat we onze bollebozen tekort zouden doen met een latere selectie gaat niet op. Ondanks ons gymnasium en onze plusklassen blijkt dat we vergeleken met andere landen – ook die met een latere selectie - helemaal niet zo geweldig zijn in het bedienen van excellente leerlingen.”

Overigens vindt Bosker dat geen probleem. “Die kinderen kunnen zich verder heel goed redden. Er zijn al allerlei voorzieningen voor, zoals gymnasium, technasium en atheneum-plus. Bovendien zijn dat vaak kinderen met hoogopgeleide ouders, die zelf prima voor de extra uitdaging voor hun kinderen kunnen zorgen.” 

Kinderen met een achterstand

Het lukt het basisonderwijs volgens Bosker onvoldoende om de kinderen met een taalachterstand op niveau te krijgen. “Ze komen met twee jaar achterstand binnen en aan het eind van groep 8 hebben ze nog steeds twee jaar achterstand. In dat opzicht zou het primair onderwijs een kwaliteitsslag moeten maken.

Wat te doen? 

Een van de aanzetten daartoe is de academische pabo. Daarmee proberen pabo’s en universiteiten samen vwo-leerlingen enthousiast te maken en op te leiden voor een baan als leerkracht in het basisonderwijs.

Bovenop het reguliere pabo-programma maken zij zich academische vaardigheden eigen, zoals onderzoek doen en kritisch reflecteren. De hoop is dat het basisonderwijs dankzij deze kwaliteitsinjectie de stap kan zetten naar - bijvoorbeeld - het systematisch aanpakken en wegwerken van taalachterstanden bij jonge kinderen.

Tegelijkertijd werken ook de pabo’s zelf aan kwaliteitsverbetering. Enerzijds door hun docenten te stimuleren promotietrajecten te volgen en anderzijds door strengere eisen te stellen aan de instromende studenten.”


Roel Bosker is Hoogleraar Onderwijskunde & Directeur Graduate School for Behavioural and Social Sciences aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij onder meer redacteur van het tijdschrift School Effectiveness and School Improvement; voorzitter van de Adviesraad voor primair & voortgezet onderwijs van het Cito; voorzitter bestuur stichting Success for All – Nederland.

Hij is gespecialiseerd in onderzoek op het gebied van evidence based onderwijs, referentieniveaus, onderwijs en ongelijkheid, onderwijsevaluatie en multilevel modellen.


Maatschappelijke roep

Het onderwijs staat voortdurend bloot aan de maatschappelijke en politieke roep om verandering en vernieuwing. Waar mag volgens Bosker absoluut niet aan getornd worden?

“In de eerste plaats de basisvakken rekenen en taal. Blijf zorgen dat alle leerlingen die op een voldoende niveau beheersen, zodat ze in het vervolgonderwijs en later in hun beroep en in de samenleving in dat opzicht volwaardig kunnen functioneren.

Verder: houd vast aan de gedachte dat de school een afspiegeling van de samenleving is en als zodanig een oefenplaats voor het aanleren van burgerschapscompetenties. Daarom pleit ik voor het afschaffen van het bijzonder onderwijs. Als je die schuttingen tussen de verschillende denominaties weghaalt, zien de kinderen beter hoe gemengd onze samenleving is. Naast het niet mengen van verschillende bevolkingsgroepen heeft het systeem nog een nadeel: het is veel te duur, met al die kleine schooltjes.”

Internationale vergelijking

Waar zijn we goed in? In welk opzicht kunnen we ons prima meten met het buitenland?

Bosker: “Rekenen en taal. Daar hoeven we ons niet voor te schamen, al kan het altijd beter. Of we ook tevreden mogen zijn over het onderwijsniveau op andere vlakken, is nog maar de vraag. Neem burgerschapsvorming. Dat heeft niet alleen betrekking op de meetbare kennis van maatschappelijke instituties. Het gaat ook over hoe we in onze gemêleerde samenleving met elkaar omgaan.

Zolang je dat oefent in voornamelijk homogene groepen, kun je moeilijk de maatschappelijke opbrengst ervan meten. Daarom is het lastig te bepalen hoe goed we de socialiserende taak van het onderwijs vervullen, vergeleken met andere landen.”

"Voor rekenen en taal hoeven we ons niet te schamen."

Discipline 

Bosker denkt dat er veel te winnen valt met meer discipline in het klaslokaal.

“En dan bedoel ik echt niet zo’n ijzeren tucht als bijvoorbeeld in Singapore. Ik zie in Canada en Engeland scholen waar veel minder dan bij ons tijd en energie verloren gaat aan het handhaven van orde en het bij de les houden van de leerlingen. Begrijp me goed, het is in die scholen heus niet muisstil in de les. Integendeel, de leerlingen zijn voortdurend met elkaar in gesprek. Het is samenwerkend leren.

Maar de leerkracht hoeft niet aan één stuk door leerlingen tot de orde te roepen en brandjes te blussen. Misschien komt dat omdat de Nederlandse leraar sterk gehecht is aan zijn autonomie. The classroom is my castle. Op die manier worden kinderen steeds weer met andere regels, afspraken, rechten en plichten geconfronteerd.

Het zou veel beter en duidelijker zijn als daar schoolbreed afspraken over worden gemaakt, zodat leerlingen in alle gevallen weten waar ze zich aan te houden hebben. Ik zou ook adviseren de kinderen meer te laten bewegen in de les. Ook als ze met de lesstof bezig zijn. Onderzoek wijst uit dat bewegend leren goed is voor hun concentratie en leidt tot betere cijfers.”

Rust in onderwijsbeleid

Waar Bosker ook voor wil pleiten, is meer rust in het onderwijsbeleid. “Hoe lang is het nog maar geleden dat het opbrengstgericht werken de boventoon voerde? Er werd alleen maar naar de prestaties in de kernvakken gekeken. Al gauw was dat weer uit de mode. Nu gaat het over ‘heel het kind’, en staat de persoonlijke ontwikkeling van de leerling centraal.

Hou nou even vol, als je een bepaald beleid hebt gekozen. De waarde van onderwijsvernieuwingen is echt niet na een paar jaar al zichtbaar. Een probleem hierbij is de aard van de politiek. Iedere bewindspersoon vindt dat er iets tot stand moet zijn gebracht in de periode dat hij of zij staatssecretaris of minister was.

Dat is misschien wel het belangrijkste verschil met Finland. Ze zijn daar echt niet zoveel slimmer dan wij, maar ze houden wel vast aan de richting die ze eenmaal gekozen en met elkaar afgesproken hebben.”


Roel Bosker is een nuchtere Drent, met de bijbehorende realistische blik. Als man van de cijfers weet hij heel goed dat de effecten van beleidsmatige ingrepen lang niet altijd onmiskenbaar vast te stellen zijn. Zijn pleidooi voor meer rust in het onderwijsbeleid en het vasthouden aan een gekozen bestemming, spreekt mij aan.

De route naar die bestemming hoeft wat mij betreft overigens niet een dogmatisch bewegwijzerd traject te zijn. Misschien kiest mijn collega wel de efficiënte snelweg, terwijl ik de landschappelijke variant prefereer en af en toe halt houd om mijn leerlingen op een mooi uitzicht te wijzen. Moet kunnen toch? Daarom voel ik me ook wat ongemakkelijk als Bosker de autonomie van de leraar, met name in het stellen en handhaven van regels, ter discussie stelt. Daarvoor ben ik waarschijnlijk te lang zelfstandig ondernemer geweest.

In het kader van mijn onderzoek naar de kernwaarden van ons onderwijs is van belang dat volgens Bosker niet getornd mag worden aan de positie van de basisvakken rekenen en taal, die alle leerlingen goed genoeg moeten beheersen om in vervolgonderwijs, beroep en samenleving volwaardig te kunnen functioneren.

Ik zou daaraan toe willen voegen dat we rekenen en taal primair als eigenstandige disciplines moeten blijven aanbieden, daarnaast waar mogelijk praktisch toegepast in bijvoorbeeld een projectmatige context. Verder kan ik me zeer vinden in het advies van Bosker om vast te houden aan de gedachte dat de school een afspiegeling van de samenleving is en als zodanig een oefenplaats voor het aanleren van burgerschapscompetenties.

Een lastig thema - differentiëren. Houdt goed onderwijs in dat je kinderen precies datgene aanbiedt waar ze behoefte aan hebben, open voor staan en aan toe zijn? Moet het onderwijs méér dan het echte leven rekening houden met individualiteit? Het is absoluut wenselijk kinderen en jongeren aan te spreken op hun interesses en kwaliteiten. En ze te laten werken aan het compenseren of wegnemen van eventuele tekortkomingen.

Maar de uiterste consequentie daarvan – elke leerling zijn eigen onderwijs – is in de praktijk onhaalbaar. Daarnaast is het niet verkeerd kinderen te confronteren met niveaus, activiteiten, uitdagingen en taken die – voorlopig – buiten hun bereik liggen. Of lijken te liggen. Het echte leven houdt ook niet altijd rekening met ons.


Nee, dan Finland!

Dit interview is een fragment uit 'Nee, dan Finland! De kracht van ons onderwijs' van onderwijsjournalist en leraar Nederlands René Leverink.

Zoals iedereen die lesgeeft verbaast hij zich over de voortdurende kritiek op het onderwijs. Het is nooit goed of het deugt niet. Nee, dan Finland! Daar is alles beter. Is dat beeld terecht? Doen we onszelf niet tekort? Leraar René Leverink besloot zijn alter ego, onderwijsjournalist René Leverink, in te huren.

Samen gingen ze op zoek naar datgene wat de kracht van ons onderwijs bepaalt. Waar moeten we zuinig op zijn? Wat moeten we koesteren? Waar moet de onderwijsvernieuwing van afblijven? Hij sprak met allerlei betrokkenen; van politici, schrijvers, wetenschappers en leraren tot de leerlingen in zijn klas. Hun mening wordt getoetst aan de dagelijkse praktijk.

Leferink, R. (2018). Excellente leerlingen kunnen zich heel goed redden.
Geraadpleegd op 21-09-2018,
van https://wij-leren.nl/interview-roel-bosker-nee-dan-finland.php

Gerelateerd

Leeropbrengsten verhogen middels de Citotoetsen
Leeropbrengsten verhogen middels de Citotoetsen
De Citotoetsen komen er weer aan……
BCO Onderwijsadvies 
Differentiatie
Differentiatie - omgaan met verschillen tussen leerlingen
Arja Kerpel
Leeromgevingen
Leeromgevingen: rol leerkracht - didactische werkvormen - differentiatie
Arja Kerpel
Vakspecifiek verrijken
Uitdagend differentiëren in de les - vakspecifiek verrijken
René Leverink
Citoscore misverstanden
Meten is niet àlles weten
Teije de Vos
Creatief begaafd
Uitdagend onderwijs voor creatief begaafde leerlingen
Annemieke Top
Differentiatie methodiek
Differentiatie: Samenwerken in homogene en heterogene groepen
Annemieke Top
Leerstofjaarklassensysteem
Jij maakt het verschil voor je leerlingen
Dolf Janson
Schooladvies
Schooladvies zonder Cito toets - hoe gaat dat?
Marjolein Zwik
Beleid hoogbegaafdheid
Slim beleid - Beleid rond hoogbegaafdheid
Arja Kerpel
Differentiëren is te leren
Differentiëren is te leren
Helèn de Jong










Differentiatievormen
Leren leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs beter volgens convergente of divergente differentiatie?
Effect eindadvies basisschool
Eindadvies basisschool: wat doet dat met een kind?
Effect van RTTI®-model
Welk effect heeft het toepassen van het RTTI®-model op leerresultaten?
Factoren die de Cito-eindtoets beinvloeden
Welke factoren spelen een rol bij de resultaten van de Cito-eindtoets of de centrale eindtoets PO?
meerwaarde woordenschat citotoetsen
Heeft het toetsen van de woordenschat meerwaarde voor de woordenschatontwikkeling?
Samenstelling klas
Samenstelling van de klas en cognitieve en sociaal-emotionele uitkomsten
Prestaties loopbanen zorgleerlingen
Prestaties en loopbanen van zorgleerlingen
TEST
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Interview Roel Bosker



Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.