Grammatica is leuk (deel 2)

Dolf Janson

Senior onderwijsadviseur en -ontwikkelaar bij Jansonadvies

  

info@jansonadvies.nl

  Geplaatst op 29 augustus 2018

Janson, D. (2018). Grammatica is leuk (deel 2) .
Geraadpleegd op 09-12-2018,
van https://wij-leren.nl/grammatica-samenhang-betekenis-twee.php

In het eerste deel van deze korte serie over betekenisgericht grammaticaonderwijs zagen we hoe peuters met twee woorden al onderscheid weten te maken tussen doenzinnen en zijnzinnen. Nu bouwen we daarop door en gaan we die zinnen al wat verder aankleden en onderzoeken. De artikelenserie vormen een drieluik. Lees hier deel 1 en deel 3.

Een korte peuterzin geeft de essentie van de boodschap weer. Vroeger, toen er nog telegrammen bestonden, zou je dat telegramstijl genoemd hebben. Het is de kunst van het weglaten, nog minder kan echt niet. De mededeling ‘deur dicht’ vertelt iets over een dichte deur. Het kan echter zowel een doenzin als een zijnzin zijn. Om te achterhalen wat de gebruiker van die zin hier bedoelt, een toestand of een handeling, is meer informatie nodig. Doet iemand de deur dicht, gaat hij vanzelf dicht of is er geen doorgang vanwege een dichte deur?

Rollen

Als ze zo’n korte zin willen aanvullen moet de leerling eerst kunnen benoemen wie of wat er actief is in die zin. Wie spelen er in de beschreven situatie een rol? Is dat alleen die deur, die iets doet (bijvoorbeeld dichtvallen), of waarvan een eigenschap wordt verteld, namelijk dicht zijn? Of zijn er anderen die iets met die deur (willen) doen of hebben gedaan? Dat kan allemaal, maar wat je kiest, is afhankelijk van wat je wilt beschrijven.

In de peuterzin ‘buurman maaien’ staat een werkwoord genoemd. Dat maakt dat het waarschijnlijk om een doenzin gaat. Het lijkt erop dat een buurman aan het maaien is. Maakt deze informatie de zin zo duidelijk genoeg of blijven er essentiële vragen over? Zo’n vraag zou hier kunnen zijn: wat maait die buurman eigenlijk?

In dat verband is het interessant om te laten onderzoeken hoeveel ‘rollen’ er bij zo’n werkwoord nodig zijn of erbij zouden passen. Dat begrip ‘rollen’ moet natuurlijk wel eerst met de leerlingen worden verkend. Ze kennen vast al wel rollen in een film, op toneel of in een musical, maar dat zijn altijd mensen, dieren of dingen die zich als mens gedragen. Moet dat in een zin ook? Nee, dus: dieren en dingen kunnen daarin een eigen rol spelen, zoals in het voorbeeld van die dichte deur.

Als het bestaan van rollen in een zin duidelijk is, kan het misschien nuttig zijn eerst te zoeken naar wie de hoofdrol speelt in een zin. Die hoofdrolspeler kunnen we dan een naam geven: die noemen we ‘onderwerp’. Om die rol draait het in elke zin, want die doet iets of die is iets. Ook dan is het weer verleidelijk om te vragen of dat in alle zinnen zo zou zijn: heeft echt elke zin een onderwerp? Laat kinderen maar eens met de ogen dicht in hun leesboek een paar willekeurige zinnen aanwijzen en die met een maatje daarop controleren. Ze herkennen dan al of het een doenzin of een zijnzin is. Dat helpt om die hoofdrolspeler te vinden. Herkennen ze daardoor nu wie of wat de hoofdrol speelt in die zin en dus ‘het onderwerp’ genoemd mag worden?

Onderzoek doen

Weer terug bij het zinnetje ‘buurman maaien’, is inmiddels duidelijk dat bij ‘maaien’ twee rollen nodig zijn: iemand die maait (of iets, in het geval van een robotmaaier) en iets dat gemaaid wordt. Daarna past de argeloze vraag ‘zouden bij andere werkwoorden ook altijd twee rollen horen?’ Daarop kun je na de nodige denk- en onderzoekstijd verder doorvragen: zouden er werkwoorden zijn met maar één rol of werkwoorden met wel drie rollen? Dit is ook typisch een opdracht om in groepjes van twee of drie leerlingen te laten uitzoeken en bespreken. Dat oefent de leerlingen om kritisch te zijn en niet met het eerste wat hen te binnen schiet genoegen te nemen.

Het gaat dan niet zozeer om ‘het goede antwoord’, maar vooral om de manier waarop ze dat hebben uitgezocht en de argumenten die ze daarbij gebruiken. De namen ‘lijdend voorwerp’ en ‘meewerkend voorwerp’ zijn in deze fase niet aan de orde. Het gaat er nu immers vooral om dat de leerlingen de betekenis herkennen die zulke rollen toevoegen aan een zin.

Dit aspect is weer genoeg reden om met allerlei zinnen te experimenteren. Voorbeeld: kun je met een werkwoord waar drie rollen bij passen ook een goede (informatieve) zin maken waarin je maar één rol noemt? En waardoor komt dat? (Voorbeeld: Kalid geeft liever dan dat hij wat krijgt. “Ik heb al genoeg”, zegt hij dan.)

Toepassingen

De ervaringen die leerlingen hiermee opdoen zijn direct toepasbaar bij het lezen van teksten. Sta tijdens het voorlezen regelmatig even hardop stil bij de rollen in een zin. Ga hardop denkend na wat de betekenis daarvan is voor het verloop van het verhaal of voor de informatiewaarde van een informatieve tekst. Daardoor ervaren de leerlingen dat zij tijdens het lezen zichzelf ook zoiets kunnen afvragen. Dat geldt zeker als zinnen minder duidelijk zijn of als er regelmatig verwijswoorden in voorkomen.

Voorbeeld: Ze gaf hem een ijsje. Daar was hij heel blij mee.

In zo’n constructie moet duidelijk zijn dat die ‘hem’ en die ‘hij’ dezelfde persoon zijn. ‘Hem’ speelt eerst de rol van ontvanger en is vervolgens als ‘hij’ de hoofdrolspeler die blij is. Dat betekent tegelijk herkennen dat er eerst sprake is van een doenzin en direct daarna (en daardoor!) van een zijnzin. Dit door en met de leerlingen analyseren en onder woorden brengen maakt duidelijk hoe zinnen samen een verhaal vertellen. Om zulke rolwisselingen te doorzien kan het helpen als ze die rollen uitspelen, of met poppen uitbeelden. In dit voorbeeld is er een verteller, maar wat die beschrijft kunnen twee anderen (met een ‘ijsje’) ondertussen laten zien.

Dit inzicht kan vervolgens ook worden ingezet bij het zelf schrijven of verbeteren van eigen teksten. Sommige leerlingen zullen het best ingewikkeld vinden om dat zelf al zo toe te passen. Dan helpt het als je een nog niet gecorrigeerde tekst van een leerling (met diens toestemming) projecteert en gebruikt om na te gaan hoe daarin die rollen helpen het verhaal te herkennen. In tweetallen mogen ze dan suggesties doen om het nog beter of mooier te maken.

Door teksten regelmatig op deze manier te laten analyseren en bespreken, ontstaat er steeds meer gevoel voor wat ertoe doet in zo’n tekst. Zinnen vormen dan niet meer een losse stapel, maar krijgen samenhang en daarmee ontstaat een verhaal. Dit is een belangrijke reden om op school met grammatica bezig te zijn. Die namen van die zinsdelen zijn dan bijzaak, de betekenis en daardoor de functie ervan, is wat ertoe doet.

Dit artikel is geplaatst in Meer Taal  (5) 2 (januari 2018)

Janson, D. (2018). Grammatica is leuk (deel 2) .
Geraadpleegd op 09-12-2018,
van https://wij-leren.nl/grammatica-samenhang-betekenis-twee.php

Gerelateerd

NT2 Onderwijs
NT2 Onderwijs
Anderstalige leerlingen in uw klas wegwijs maken in de Nederlandse taal
Bazalt | HCO | RPCZ 
6-daagse opleiding tot taalcoördinator
6-daagse opleiding tot taalcoördinator
Coördinator, coach en deskundige binnen het taal-leesonderwijs
Medilex Onderwijs 
Een andere grammatica-aanpak
Hoe nuttig zijn grammaticalessen?
Dolf Janson
Taal en omgeving
Taal is niet los te verkrijgen
Sieneke Goorhuis
Leren denken
Leren denken als basis voor succes op school
Dolf Janson
Lezen en schrijven
Een lessenserie geïntegreerd literatuur-, lees- en schrijfonderwijs
Gerdineke van Silfhout
Taalontwikkeling
Taalontwikkeling: door taal worden kinderen mensen
Steven Pont
Taalgericht onderwijs
Taal in alle vakken - De sleutel naar taalgericht onderwijs
Gerdineke van Silfhout
Goed taal- en leesonderwijs
Vijf onderwijskundige voorwaarden voor goed taal- en leesonderwijs
Jos Cöp
Taalonderwijs betekenisvol en effectief
Taal, daar draait het om!
Bea Pompert
Grammatica in samenhang aanbieden (1)
Grammatica is leuk! (deel 1)
Dolf Janson
Grammatica in samenhang aanbieden (deel 3)
Grammatica is leuk! (deel 3)
Dolf Janson
Uitdagend en functioneel taalonderwijs
Uitdagend en functioneel taalonderwijs
Machiel Karels










App voor mbo studenten theorie-praktijk
Is een app helpend voor mbo-studenten tijdens hun stage?
Leerstijlen
Wat is een goede didactische aanpak voor het leren van een vreemde taal?
Effectiviteit van NT2 onderwijs
NT2 onderwijs in s(b)o en regulier basisonderwijs
Effect geanimeerde prentenboeken op taalontwikkeling
Hebben geanimeerde prentenboeken effect op risicoleerlingen?
Handschrift- en leesproblemen
Welke samenhang is er tussen handschrift- en leesproblemen?
Invloed van nederlandse taal op de woordenschatontwikkeling
Nederlandse taal en woordenschatontwikkeling
Leesprestaties verhogen door modeling en leesstrategieën
Gaan leesprestaties omhoog door modeling en leesstrategie-onderwijs?
Is muziekonderwijs een hulpmiddel bij taal?
Kan muziek(onderwijs) kinderen met taalontwikkelingsstoornissen helpen?
Passend leesonderwijs groep drie
Goede lezers: hoe hou je hen gemotiveerd?
Schrijfmateriaal
Met welk schrijfmateriaal kunnen kinderen het beste leren schrijven?
NT2-stimuleren taalontwikkeling
Hoe stimuleer je effectief de taalontwikkeling van kinderen die Nederlands als tweede taal (NT2) spreken?
Invloed taalvaardigheid op doorstromen
Doorstromen naar het hbo: heeft taalvaardigheid invloed?
Tweetalig onderwijs en schoolprestaties
In hoeverre heeft tweetalig onderwijs invloed op de vakspecifieke kennis en vaardigheden van de leerlingen?
Verschillen taalverwerving vluchtelingkinderen
Mondelinge tweedetaalverwerving bij vluchtelingenkinderen
Vreemde taal snel of langzaam aanleren?
Hoe leer je het beste een vreemde taal aan: snel en intensief of langzaamaan?
meerwaarde woordenschat citotoetsen
Heeft het toetsen van de woordenschat meerwaarde voor de woordenschatontwikkeling?
Zinsontleding van invloed op taalbeheersing?
Helpt zinsontleding leerlingen goed hun taal te beheersen?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
Woordenschat leesbegrip
Rol van de woordenschat bij de ontwikkeling van begrijpend lezen
Taallijn peuters kleuters
Het effect van Taallijn bij peuters en kleuters
ICT-vroege geletterdheid
Kenmerken van ICT-rijke leeromgevingen voor vroege geletterdheid
Beginnende geletterdheid
Leergedrag kleuters legt belangrijke basis voor het leren lezen
Toetsvormen
Reviewstudie: verbinding tussen leerdoelen, instructie en toetsen in taalonderwijs
Interactief taalonderwijs
Interactief taalonderwijs voor achterstandsleerlingen
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Grammatica in samenhang aanbieden (2)



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.