Grammatica is leuk! (deel 3)

Dolf Janson

Senior onderwijsadviseur en -ontwikkelaar bij Jansonadvies

  

info@jansonadvies.nl

  Geplaatst op 29 augustus 2018

Janson, D. (2018). Grammatica is leuk! (3).
Geraadpleegd op 16-11-2018,
van https://wij-leren.nl/grammatica-samenhang-betekenis-drie.php

In de eerste aflevering hebben we aan de hand van peuterzinnen doenzinnen en zijnzinnen onderscheiden. In het tweede deel gingen we daarop verder en ontdekten dat er verschillende rollen in zo’n zin kunnen voorkomen, waaronder die van de hoofdrolspeler, het onderwerp.
In dit laatste deel van de serie over grammaticaonderwijs maken we zinnen nog verder af. We gaan nu na onder welke omstandigheden gebeurt wat de zin beschrijft.

In deel 2 stond de zin ‘Zij gaf hem een ijsje’. Dan weet je wel wat er gebeurt, maar niets over de omstandigheden waaronder dit gebeurt. Die omstandigheden zijn belangrijk om een tekst te kunnen volgen en om je te kunnen voorstellen wat die woorden beschrijven. We onderscheiden twee soorten omstandigheden: het decor en het drama.

Decor

De beschrijving van wat we het decor noemen, vertelt de feiten. Waar gebeurt het, wanneer gebeurt het, hoe lang duurt het, en meer van zulke vooral feitelijke informatie. Dat past bij die naam, want op het toneel is het decor ook de tastbare en aan de situatie gekoppelde achtergrond waarvoor het verhaal zich afspeelt. Als we naar die zin over dat ijsje kijken, is de vraag of dat thuis gebeurde, op straat bij een karretje, in een ijssalon, of bij het vriesvak in de supermarkt. Alleen al dat gegeven geeft kleur aan die zin.
Door leerlingen verschillende mogelijkheden te laten bedenken en hen die stuk voor stuk te laten toepassen in diezelfde zin, kunnen ze samen met een maatje nagaan welk effect die plaatsbepaling heeft op de sfeer in de zin. Dan wordt misschien al wat meer duidelijk of dat ijsje is gekocht of gekregen. Door leerlingen zelf enkele van die kale zinnen te laten bedenken en die vervolgens met allerlei decor te laten aankleden, krijgen zij gevoel voor het nut van zulke informatie.

Op onderzoek

In het verlengde hiervan zouden ze kunnen nagaan wat zij uit het hoofd weten van het decor van het biebboek dat ze aan het lezen zijn. Nadat ze dit even kort genoteerd hebben (waar, nu of vroeger, jaargetijde, enz.) gaan ze op zoek naar de woorden die hen deze informatie verteld hebben. Tonden die woorden al direct aan het begin, of verderop nadat ze al een stuk gelezen hadden? Hoe prettig was dat, als je nu terugkijkt? Daarmee komen ze op het spoor van kenmerken van een goede of prettige tekst.

Zulke decorinformatie kunnen ze vervolgens zelf weer in een eigen tekst uitproberen. Is het fijn als je dat decor al direct beschrijft, of kun je het spannend maken door nog niet alles bekend te maken? Dat is een mooi onderwerp om uit te proberen in kleine groepjes en te vergelijken met elkaar. Dan zal blijken dat er niet een manier het beste is. De manier waarop je dat decor beschrijft, hangt ook af van je bedoeling als schrijver. In een meer informatieve tekst, een nieuwsbericht of een aankondiging van een feest, is het duidelijk vermelden van decorinformatie wel heel handig, zo zullen ze al vergelijkend en kritisch lezend ontdekken.

Drama 

Het tweede onderdeel van de omstandigheden die een zin meer betekenis kan geven, noemen we ‘drama’. Die informatie is niet zo feitelijk, of niet zo openlijk, maar wel sfeerbepalend. Daaruit spreken bedoelingen, oorzaken en gevolgen, gevoelens, zoals voorkeuren of irritaties, stemmingen en meer subjectieve waarnemingen.

Om diezelfde zin maar weer als voorbeeld te nemen, kan alleen al de toevoeging ‘lekker’ bij ijsje bij de lezer een gevoel of een denkbeeldige smaak oproepen. Bovendien is het niet duidelijk wie dat ijsje lekker vindt: zij die het geeft, hij die het ontvangt of de verteller die het ziet gebeuren. Dit soort onduidelijkheden zorgen voor drama in het verhaal. Tenminste, als de schrijver zich dat bewust is en daarmee in de volgende zinnen verder speelt.

Oefenen helpt

Door leerlingen dit soort effecten bewust te maken en te laten uitproberen, zullen ze, zeker als ze dat in twee- of drietallen doen, steeds meer ingangen ontdekken om drama in een zin toe te voegen. Door vervolgens samen te proberen deze fragmentjes drama-informatie in de volgende zinnen voort te zetten, groeit het drama uit tot een mooi verhaal. Dit zal zeker niet in een keer perfect gaan. Door zinnen en stukjes tekst die zo zijn ontstaan te laten vergelijken en variaties daarop te laten bedenken, zullen ze merken dat enkele woorden al effect hebben op de dramatische betekenis van zinnen. Die woorden roepen beelden op: je voelt of ziet het als het ware.

Het bewust en effectief toepassen van ‘drama’ in een tekst, vraagt meer oefening en dus meer tijd. Door ervoor te zorgen dat teksten die ze uitproberen een functie
krijgen, blijft het oefenen betekenisvol. Dit uitproberen zal eerst met kleinere teksten gebeuren, zoals met eigen (gefotografeerde) stripverhalen of door met een kleine groepje via WhatsApp een verhaal te laten ontstaan.
Die functie kan ook het maken van voorleesverhalen voor een jongere groep zijn, en zelfs het met elkaar maken van een echt boek. Dat laatste is tegenwoordig met print-on-demand zonder investeringen uit te voeren.

Dieplezen

Ook het vergelijken van teksten van dezelfde schrijver of juist van verschillende schrijvers met eenzelfde soort onderwerp, biedt mogelijkheden om grip te krijgen op die magie van drama in een tekst. Het herhaald lezen van dezelfde tekst, ook wel close reading of dieplezen genoemd, kan daarbij helpen. Na een eerste keer ‘gewoon’ lezen kunnen ze in een tweede lezing op zoek gaan naar woorden die iets zeggen over wat de spelers in het verhaal voelen of willen of … Ook kan het bij bepaalde teksten interessant zijn om te ontdekken wat de verteller vindt van wat er gebeurt. Is de schrijver objectief of merk je iets van een mening? Dat vraagt wel een derde keer lezen.

Conclusie

Zo blijkt een op betekenis gerichte benadering van grammatica effect te hebben op zowel schrijven als lezen en, in het verlengde daarvan, ook op de woordenschat en het mondeling taalgebruik. Namen van zinsdelen zijn daarvoor niet nodig. Wel is het nodig dat leerlingen door uitproberen en nabespreken die onderdelen van zinnen gaan herkennen. Na die zinskern met rollen en een handeling of een kenmerk zijn het vooral die omstandigheden die leiden tot veel activiteit.

Daarnaast zullen de leerlingen ontdekken wat de rol van de persoonsvorm is, namelijk een soort verbinding tussen de hoofdrolspeler en de rest van de zin. Het gaat altijd om een koppeling met de handeling of met het kenmerk van die hoofdrolspeler. Tegelijk laat die persoonsvorm zowel iets zien/horen van het aantal hoofdrolspelers (een of meer dan een) als van de tijd (nu of eerder). Als leerlingen hieraan de persoonsvorm herkennen, dan zijn ze al voor de helft klaar met het leren van de spelling van die persoonsvorm. Alles bij elkaar blijkt zo bezig zijn met grammatica echt leuk, maar ook erg nuttig.

Meer hierover lezen:
Dolf Janson (2018). Op zoek naar letters – de andere spelling- en grammaticadidactiek. Zie: www.janson.academy/publicaties

Dit artikel verscheen in Meer Taal 5 (3) – mei 2018

Janson, D. (2018). Grammatica is leuk! (3).
Geraadpleegd op 16-11-2018,
van https://wij-leren.nl/grammatica-samenhang-betekenis-drie.php

Gerelateerd

6-daagse opleiding tot taalcoördinator
6-daagse opleiding tot taalcoördinator
Coördinator, coach en deskundige binnen het taal-leesonderwijs
Medilex Onderwijs 
Taalaudit
Taalaudit
Laat het taal- en leesonderwijs van uw school analyseren
BCO Onderwijsadvies 
NT2 Onderwijs
NT2 Onderwijs
Anderstalige leerlingen in uw klas wegwijs maken in de Nederlandse taal
Bazalt | HCO | RPCZ 
Een andere grammatica-aanpak
Hoe nuttig zijn grammaticalessen?
Dolf Janson
Taal en omgeving
Taal is niet los te verkrijgen
Sieneke Goorhuis
Leren denken
Leren denken als basis voor succes op school
Dolf Janson
Lezen en schrijven
Een lessenserie geïntegreerd literatuur-, lees- en schrijfonderwijs
Gerdineke van Silfhout
Taalontwikkeling
Taalontwikkeling: door taal worden kinderen mensen
Steven Pont
Taalgericht onderwijs
Taal in alle vakken - De sleutel naar taalgericht onderwijs
Gerdineke van Silfhout
Goed taal- en leesonderwijs
Vijf onderwijskundige voorwaarden voor goed taal- en leesonderwijs
Jos Cöp
Taalonderwijs betekenisvol en effectief
Taal, daar draait het om!
Bea Pompert
Grammatica in samenhang aanbieden (1)
Grammatica is leuk! (deel 1)
Dolf Janson
Grammatica in samenhang aanbieden (2)
Grammatica is leuk (deel 2)
Dolf Janson
Uitdagend en functioneel taalonderwijs
Uitdagend en functioneel taalonderwijs
Machiel Karels










Leerstijlen
Wat is een goede didactische aanpak voor het leren van een vreemde taal?
Effectiviteit van NT2 onderwijs
NT2 onderwijs in s(b)o en regulier basisonderwijs
Effect geanimeerde prentenboeken op taalontwikkeling
Hebben geanimeerde prentenboeken effect op risicoleerlingen?
Handschrift- en leesproblemen
Welke samenhang is er tussen handschrift- en leesproblemen?
Invloed van nederlandse taal op de woordenschatontwikkeling
Nederlandse taal en woordenschatontwikkeling
Leesprestaties verhogen door modeling en leesstrategieën
Gaan leesprestaties omhoog door modeling en leesstrategie-onderwijs?
Is muziekonderwijs een hulpmiddel bij taal?
Kan muziek(onderwijs) kinderen met taalontwikkelingsstoornissen helpen?
Schrijfmateriaal
Met welk schrijfmateriaal kunnen kinderen het beste leren schrijven?
NT2-stimuleren taalontwikkeling
Hoe stimuleer je effectief de taalontwikkeling van kinderen die Nederlands als tweede taal (NT2) spreken?
Invloed taalvaardigheid op doorstromen
Doorstromen naar het hbo: heeft taalvaardigheid invloed?
Tweetalig onderwijs en schoolprestaties
In hoeverre heeft tweetalig onderwijs invloed op de vakspecifieke kennis en vaardigheden van de leerlingen?
Verschillen taalverwerving vluchtelingkinderen
Mondelinge tweedetaalverwerving bij vluchtelingenkinderen
Vreemde taal snel of langzaam aanleren?
Hoe leer je het beste een vreemde taal aan: snel en intensief of langzaamaan?
meerwaarde woordenschat citotoetsen
Heeft het toetsen van de woordenschat meerwaarde voor de woordenschatontwikkeling?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
Woordenschat leesbegrip
Rol van de woordenschat bij de ontwikkeling van begrijpend lezen
Taallijn peuters kleuters
Het effect van Taallijn bij peuters en kleuters
ICT-vroege geletterdheid
Kenmerken van ICT-rijke leeromgevingen voor vroege geletterdheid
Beginnende geletterdheid
Leergedrag kleuters legt belangrijke basis voor het leren lezen
Toetsvormen
Reviewstudie: verbinding tussen leerdoelen, instructie en toetsen in taalonderwijs
Interactief taalonderwijs
Interactief taalonderwijs voor achterstandsleerlingen
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Grammatica in samenhang aanbieden (deel 3)



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.