Concentratieproblemen - analyse en suggesties

Machiel Karels

Directeur Wij-leren.nl | onderwijsadviseur bij De lerende school

  

machiel@delerendeschool.nl

  Geplaatst op 1 juni 2014

Karels, M. (2014). Concentratieproblemen - analyse en suggesties.
Geraadpleegd op 16-10-2018,
van https://wij-leren.nl/concentratieproblemen-tips.php

A. Analyse concentratieproblemen

1. Vaststelling van een concentratieprobleem (hulpmiddel: observatieformulier)

Concentratiebelemmeringen

2. Is er misschien sprake van concentratiebelemmeringen?
 
2.1. Liggen er oorzaken in de leerkracht?
2.1.1mijn manier van lesgeven is te chaotisch, te eenzijdig, te druk?
2.1.2 ben ik zelf een storende factor: praat ik door de werkende klas?
2.1.3 stel ik te hoge eisen aan de leerling (te lang concentratie verwachten)?
2.1.4 leg ik te veel druk op de leerling?
2.2. Liggen er oorzaken in de leerling?
2.2.1 is er sprake van ziekte? (al dan niet tijdelijk niet in orde)
2.2.2 zijn er emotionele problemen? (piekeren over thuis of school)
2.2.3 is er sprake van faalangst? (concentratie op wat er fout gaat)
2.2.4 is er sprake van leerproblemen? (snápt het kind het echt niet)
2.2.5 is er sprake van hoogbegaafdheid? (weet het al, hoeft niet te concentreren)
2.2.6 zijn er motivatieproblemen? (geen zin om te concentreren)
2.3. Liggen er oorzaken in de leerstof?
2.3.1 te saaie leerstof (bijv. alleen maar tekst)
2.3.2 te drukke leerstof (te bont, plaatjes door tekst, verschillende lettertypes)
2.4. Liggen er oorzaken in de omgeving?
2.4.1 is er te veel onnodig lawaai in de omgeving (onnodige leerruis)
2.4.2 zit het kind op een verkeerde plaats in de klas (afleidende prikkels)
2.4.3 ligt er te veel rommel op het tafeltje? (pennenbak, speeltjes e.d.)
2.4.4 is de verlichting in de klas goed? (te donker, te licht)
2.4.5 is de temperatuur in de klas goed? (+ 20 graden)
2.4.6 wordt de klas goed geventileerd? (zuurstofgebrek)

Concentratiestoornissen

3. Is er misschien sprake van concentratiestoornissen?
3.1. Is er sprake van onvoldoende aandachtsduur (kan wel concentreren, maar te kort)
3.2. Is er sprake van afleidbaarheid (kan niet concentreren: reageert overal op)
3.3. Werkt het kind inefficiënt (gebruik verkeerde concentratievorm: te oppervlakkig)
3.4. Werkt het kind inefficiënt (gebruik verkeerde concentratievorm: te precies)

B. Wat kan ik doen bij concentratieproblemen?

Praktische tips en wetenswaardigheden.
De nummering in de eerste kolom is analoog aan het “schema analyse concentratieproblemen”.

Algemeen

• Houdt rekening met de leeftijd en de mogelijkheden van het kind.
• Iedereen is niet altijd even productief. Er mogen momenten zijn van dalende productie.
• Zelfs de beste hulp kan niet alle problemen oplossen. Stel je doelen niet te hoog, dan voorkom je tegenvallende resultaten.
• Het streven moet zijn om het kind weer terug te krijgen in het gebruikelijke patroon binnen de groep. Maak het kind zo mogelijk niet blijvend afhankelijk van ondersteuning.

2.1 Oorzaken in de leerkracht?

• Maak gebruik van aandachttrekkers. Lok tijdens de voordracht reacties uit van de leerlingen: een plotselinge vraag of opmerking, een geluid of een beweging, een blik. Het effect kan zijn dat de leerlingen (weer) goed gaan luisteren. Dit werkt (tijdelijk) goed.
• Een goede voordracht (enthousiast, levendig; stemgebruik: stemverheffing, stemafwisseling; lengte: wees bondig) doet makkelijker concentreren.
• Een goede instructie voorkomt veel vragen en daarmee veel storingen. Zulke storingen zijn echt storend voor concentratiezwakke kinderen.
• Goede regels en afspraken beperken het aantal storingen.
• Houdt de aandacht bij de klas (dus niet intussen correctiewerk of kopiëren). Een goede observatie (“Hij heeft ogen in zijn rug”) voorkomt storingen.
• Zijn er toch storingen, handel ze dan zo snel mogelijk af. Blijf gewoon doorpraten, maar fixeer intussen de ‘dader’. Dat verstoort nauwelijks en is meestal voldoende.
• Een andere mogelijkheid van reageren op een storing: geef de storende leerling een beurt. Zo worden twee doelen bereikt: de leerling concentreert zich weer en er wordt niet gestoord.
• Een andere mogelijkheid van reageren op een storing is het prijzen van de buurman, die wel goed doorwerkt. Dit werkt op een positieve wijze.
• Soms is het goed om (kleine) storingen te negeren. De terechtwijzing geeft meer storing dan de storing zelf.
• Breng structuur aan in de les. De leerling zal zich, bij inzicht in de structuur, makkelijker op de afzonderlijke onderdelen kunnen concentreren.
• Wissel concentratievereisende lessen af met ‘even iets anders’. Zing bijvoorbeeld even een paar liedjes, of laat ze ‘even gaan’. Daarna is de concentratie weer fris.
• Het inbrengen van iets nieuws, het laten beleven van iets ongewoons, het in het vooruitzicht stellen van iets verrassends, werkt concentratiebevorderend. Deze mogelijkheden zijn echter beperkt. Kan wel goed gebruikt worden ter afwisseling.
• Probeer er voor te zorgen dat de leerling plezier heeft in het onderwerp, de taak, de methode. Het pedagogisch klimaat moet positief zijn: het creëren van een plezierig totaalkader bevordert de concentratie. Ook het omgekeerde is waar: met kwaadwillige honden is het slecht hazen vangen.
• Laat de leerling zoveel mogelijk zelf doen en organiseren.
• Kies zo mogelijk werkvormen die ook het motorische een kans geven.
• Creëer een sfeer waarin het kind zich competent voelt.
• Onderwijs dat cognitief gericht is, dus op leren kennen, en dat aanknoopt bij wat het kind al weet en begrijpt (zijn intellectuele bagage), mag op concentratie van het kind rekenen.
• Maak de zin duidelijk van het te maken werk.

2.2 Oorzaken in de leerling?

• Informeer regelmatig in een individueel praatje naar de kinderen. Zo komen we vaak dingen te weten die mogelijk van invloed zijn op de concentratie van het kind.
• Herstellende kinderen hebben vaak een tijdelijk concentratieverlies.
• Medicijngebruik kan bij kinderen tijdelijk concentratieverlies geven.
• Een goed functionerend gezin (goede voeding, rust, reinheid, regelmaat) zijn positief voor het concentratievermogen. Het omgekeerde is ook waar.
• Een goed functionerend (cognitief) Leerling Volg Systeem geeft inzicht in hiaten en daarmee samenhangende spanningsvelden van het kind.
• Zintuiglijke problemen (buisjes in de oren, slechte ogen) hebben ook invloed op het concentratievermogen van het kind.
• Een pedagogisch Leerling Volg Systeem kan nuttige informatie geven om concentratiebelemmerende factoren op te sporen.

2.3 Oorzaken in de leerstof?

• Stem de leerstof af op de mogelijkheden van de leerling

2.4 Oorzaken in de omgeving?

• Kleedt het lokaal niet te druk aan: overal bonte platen bemoeilijk de concentratie
• Zorg voor vooral voor rustig beeld aan de bordzijde van het lokaal.
• Beperk door middel van afspraken het geloop en beweeg in de klas
• De plaats bij het bureau geeft wel mogelijkheden voor extra contact. maar is ook een plaats vol afleiding voor een concentratiezwak kind.
• Maak afspraken over wat er op het tafeltje mag staan/liggen. Omvallende pennenbakken kunnen soms zorgen voor veel storing; een leuke knuffel op tafel doet het kind soms helemaal wegzakken.
• Is de verlichting goed geregeld, en wordt deze ook gebruikt. Soms zijn er duistere hoeken in de klas.
• Is er een goede zonwering? Als een kind in het zonnetje zit, daalt zijn concentratievermogen met sprongen.
• Wordt er goed geventileerd in de klas. Beslagen ramen en ‘luchtjes’ zijn niet concentratiebevorderend.

3 Concentratiestoornissen, algemeen

• Accepteer de leerling zoals hij is: met zijn sterke en zijn zwakke kanten. Toon begrip en sympathie. Een goede relatie is een onmisbaar fundament voor hulpverlening. (3)
• Heb geduld met het kind tijdens het hulpprogramma. Tijdelijke inzinkingen horen erbij. Dat moet het kind zelf ook accepteren. (3)
• Laat het kind ervaren dat je vertrouwen hebt in zijn mogelijkheden om het beter te gaan doen. Dat vertrouwen werkt aanstekelijk. (3)
• Stel kleine doelen en bouw zo aan ‘succeservaringen’. Het verandert de werkhouding en vormt zo een katalysator voor verder succes. (3)
• Verdeel de stof in stukjes en laat het concentratiezwakke kind de taak in brokken maken. (3)
• Maak met het kind een stappenplan van taken of bewerkingen en noteer dat op een kaartje. Dit kan het kind veel houvast geven. (3)

3.1 Onvoldoende aandachtsduur

• Wat is een normale aandachtsduur bij taken en opdrachten? Zesjarig: 10 minuten, tienjarig: 20 minuten, veertienjarig: 30 minuten. Gebruik van deze grove maat voorkomt het overvragen en ondervragen van leerlingen.
• Wat is een normale aandachtsduur bij spel? Bij een vijfjarige geldt al een tijd van 90 minuten.
• De aandachtsduur ontwikkelt zich geleidelijk, met perioden van versnelde groei op de leeftijd van vier, zes en twaalf jaar.
• Maak gebruik van beloningssystemen om zo de concentratie op te rekken.
• Een goed hulpmiddel hierbij is een zandloper. Het geeft (vooral het jongere) kind een duidelijk visueel beeld van het tijdsaspect van opletten en werken. Er zijn verschillende maten zandlopers: 1 minuut, 5 minuten, 10 minuten, 15 minuten etc.
• Een wekker kan nuttig zijn, maar heeft als nadeel dat het stoort voor andere kinderen. Een handklokje uit groep 4/5 kan altijd goede diensten bewijzen.
• Zwak opnemen leidt tot zwak onthouden. Laat het concentratiezwakke kind daarom af en toe herhalen.

3.2 Afleidbaarheid

• Afleidbaarheid als aandachtstekort, verkeerde aandachtsgewoonte is via een handelingsplan aan te pakken. Als de afleidbaarheid een symptoom is van iets anders (bijv. ADHD, thuisproblemen), dan moet deze oorzaak ook worden aangepakt, anders doen we alleen aan symptoombestrijding.
• Zorg dat de leeromgeving de afleidbaarheid niet nodeloos in de hand werkt of versterkt. (zie de vele tips bij punt 2)
• Desnoods kan een prikkelarme werkplek worden gecreëerd. Heel nuttig, maar kijk uit voor het isoleren van een kind van de groep (een uitzonderingspositie). De bedoeling is om het kind langzaam te doen wennen aan de prikkels, totdat hij kan werken op zijn gewone plaats. Geef de leerling een rustig plaatsje in een rustig deel van de klas. De leerling moet zo weinig mogelijk van zijn medeleerlingen zien. Een plaats bij het raam, bij een deur, bij een open kast , vermijden. Hem niet tegen een opzichtige wand laten aankijken.
• Desnoods kan een scherm worden geplaatst, of een stemhokje gemaakt.

3.3 Inefficiënt werken

• Geef veel informatie over de juiste werkwijze.
• Laat het kind zelf kiezen uit verschillende werkwijzen. Dit geeft medeverantwoordelijkheid.
• Geef aparte hulp of oefeningen bij complexe aanpakken.
• Het model van ‘probleemoplossen’ kan hierbij goede diensten bewijzen:
• De opgave goed lezen. Begrijp je het? Verwoorden.
• Doelomschrijving. Wat moet ik bereiken? wat is nodig hiervoor?
• Plannen: Hoe bereik ik het doel? Wat voor aanpak? Welke middelen heb ik?
• Dan pas uitvoering van de taak.
• Afsluiting en evaluatie. Is het zo goed? Terugkoppelen.
• Let op de zgn. zelfafleiding: beenschommelen, schuiven, brommen, neuriën, etc. Dit is verlies van concentratie-energie.
• Concentratieoefeningen: memory, puzzelachtige spelletjes, denkopgaven, geheugentaken, taal- en woordspelletjes, kijk- en luisteroefeningen.
• N.B. Velen twijfelen aan het werkelijke effect van deze oefeningen: de verkeerde vormen worden geoefend; de oefeningen staan te ver van de klassenpraktijk vandaan, ze zijn te algemeen van aard.

Karels, M. (2014). Concentratieproblemen - analyse en suggesties.
Geraadpleegd op 16-10-2018,
van https://wij-leren.nl/concentratieproblemen-tips.php

Gerelateerd

Executieve functies in het PO
Executieve functies in het PO
Executieve functies kennen, herkennen en stimuleren
BCO Onderwijsadvies 
Marzano's Model voor Effectief Lesgeven
Marzano's Model voor Effectief Lesgeven
key-note van Robert Marzano
Bazalt | HCO | RPCZ 
ADHD uitleg
ADHD - symptomen - kenmerken - diagnose - behandeling
Arja Kerpel
Gedragsproblemen
Indicaties van gedragsproblemen en werkhoudingproblemen
Machiel Karels
ADD tips
ADD - Hoe ga je er mee om in de klas
Anton Horeweg
ADHD tips
ADHD - tips voor de leerkracht
Anton Horeweg
Mindfulness oefeningen
Mindfulness in de Klas
Hélène van Oudheusden
Aandacht in leerproces
Aandacht verdient aandacht! Want aandacht verdiept het leerproces
Anne van Hees
Mindfulness in de klas
Spelen in stilte- mindfulness in de klas
Marleen Legemaat
Mindfulness ineffectief
Mindfulness veelbelovend of ineffectief
Casper Hulshof










betrokkenheid van leerlingen bij innovatieprocessen
Betrokkenheid van leerlingen bij innovatie vergroot motivatie?
Invloed van digitaal lesmateriaal
Wat is de invloed van digitaal lesmateriaal op kinderen met gedragsproblemen?
Continurooster
Wat is het effect van een continurooster in het basisonderwijs op de leerresultaten en schoolwelbevinden van leerlingen?
Games voor leerlingen met concentratieproblemen
Helpt afwisseling van quizvragen met games leerlingen met gedrags- en concentratieproblemen om hun leerrendement te verhogen?
Hyperfocus
Hyperfocus en de executieve functie ‘vastgehouden aandacht’
Invloed kwartiertjesrooster op taakgerichtheid leerlingen
Wat is de invloed van het ‘kwartiertjesrooster’ op de taakgerichtheid van leerlingen?
Kritisch denkvermogen stimuleren
Hoe stimuleer je kritisch denkvermogen?
Leanprincipes in het basisonderwijs
Versterken leanprincipes het eigenaarschap van leerlingen BO?
Leerlingen betrekken bij schoolbeleid werkt positief?
Leerlingen betrekken bij schoolbeleid: heeft dat positief effect?
Interventies adhd
Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD
Taakspel vso cluster 4
Taakspel in het voortgezet speciaal onderwijs cluster 4
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Concentratieproblemen



Inschrijven nieuwsbrief



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.