Waarom stoppen pabo-studenten of startende leerkrachten ermee?
Geplaatst op 10 december 2023
Pabo-studenten en startende leraren: hoe de uitval afneemt, maar zorgen blijven
De afgelopen jaren is het aantal pabo-studenten dat voortijdig met de opleiding stopt gedaald. Ook onder startende leraren in het primair onderwijs neemt de uitval af. Toch blijven de zorgen over het behoud van leraren groot. Vooral in het licht van oplopende tekorten is het van belang om inzicht te krijgen in wie uitvalt, waarom dat gebeurt en wat scholen en opleidingen kunnen doen om deze uitval verder terug te dringen.
Minder uitval onder pabo-studenten
Sinds 2014 is er sprake van een dalende trend in de uitval van studenten op de pabo. In het studiejaar 2015/2016 stopte 13 procent van de voltijdstudenten na het eerste jaar, tegenover 21 procent het jaar daarvoor. De uitval onder deeltijdstudenten bleef met 28 tot 30 procent wel relatief hoog. Studenten met een mbo-vooropleiding, mannen en studenten met een niet-westerse migratieachtergrond vallen relatief vaker uit. Deze groepen verdienen extra aandacht in het beleid gericht op het terugdringen van studie-uitval.
Een aanzienlijk deel van de studenten die uitvalt, stapt over naar een andere hbo-opleiding, veelal buiten de onderwijssector. Na vijf jaar heeft 22 procent van het cohort 2010 een andere studie gevolgd. Anderen verlaten het hoger onderwijs helemaal. Toch is het diplomarendement van de pabo vergelijkbaar met dat van andere bacheloropleidingen: 65 procent van de studenten die na het eerste jaar doorgaan, haalt binnen vijf jaar een diploma.
Startende leraren blijven langer in het onderwijs
Ook onder startende leraren in het basisonderwijs is de uitval de laatste jaren gedaald. In 2013 verliet nog 24 procent het beroep na het eerste jaar, in 2017 was dit gedaald tot 8 procent. Na drie jaar is ongeveer 15 procent gestopt, en na vijf jaar is 12 procent van de afgestudeerden niet meer werkzaam in het onderwijs. Deze cijfers laten zien dat er verbetering is, maar dat het behoud van startende leraren nog steeds een aandachtspunt is.
Opvallend is dat uitvalpercentages van startende leraren in het primair onderwijs vergelijkbaar zijn met die in het voortgezet onderwijs. Vergelijkingen met andere sectoren, zoals de zorg of de politie, zijn lastig te maken door een gebrek aan gegevens. Wel is bekend dat ook in deze sectoren werkdruk een belangrijke reden is voor uitval.
Redenen voor uitval: vier centrale thema’s
De redenen waarom pabo-studenten en startende leraren uitvallen, zijn deels verschillend, maar kennen ook overeenkomsten. Bij pabo-studenten lijkt het vooral te gaan om overstap naar een andere studie of onvrede met het gekozen beroep. Bij startende leraren gaat het vaker om problemen in de werkcontext.
Vier categorieën van uitvalredenen bij startende leraren worden in de literatuur vaak onderscheiden:
- Persoonlijke omstandigheden: Gezondheidsproblemen of persoonlijke problemen zijn een veelgenoemde reden voor vertrek uit het onderwijs.
- Kenmerken van het beroep: Werkdruk, stress, een laag salaris en emotionele belasting worden regelmatig genoemd als reden om te stoppen.
- Kenmerken van de schoolorganisatie: Onduidelijke verwachtingen, weinig doorgroeimogelijkheden en gebrekkige communicatie spelen een rol.
- Sociale relaties binnen de school: Gebrek aan steun, feedback en positieve relaties met collega’s en leidinggevenden leiden tot gevoelens van isolatie.
Verschillen tussen groepen
Achtergrondkenmerken blijken ook van invloed te zijn op uitval. Zo zijn mannen een jaar na afstuderen vaker dan vrouwen werkzaam in het onderwijs, en is de kans op een baan groter voor afgestudeerden zonder migratieachtergrond. Ook speelt regio een rol: afgestudeerden in het westen van het land hebben vaker een baan in het onderwijs dan afgestudeerden in het noorden.
Voor deeltijdstudenten op de pabo geldt dat een meerderheid al een eerdere opleiding in het hoger onderwijs heeft gevolgd. Dit kan wijzen op heroriëntatie of een bewuste carrièreswitch. Alternatieve routes, zoals zij-instroom en de academische pabo, winnen aan populariteit en dragen bij aan de instroom in het beroep. Deze routes vragen echter ook om specifieke ondersteuning, bijvoorbeeld omdat deelnemers vaak minder pedagogisch-didactische bagage hebben.
Lerarentekort vraagt om duurzaam behoud
Het belang van het behouden van afgestudeerde pabo-studenten voor het onderwijs kan niet genoeg worden benadrukt. De verwachting is dat het primair onderwijs in 2024 een tekort van circa 2000 leraren kent. Zonder ingrijpen loopt dit tekort op tot meer dan 8000 in 2029. De groeiende deelname aan de pabo en de populariteit van alternatieve routes helpen om het tekort enigszins op te vangen, maar uitval onder starters beperkt dit effect.
Tegelijkertijd hebben pabo-afgestudeerden momenteel een gunstige arbeidsmarktpositie. Zo’n 90 procent van de afgestudeerden uit 2018 heeft een half jaar na afstuderen een baan in het onderwijs. Dat is hoger dan bij afgestudeerden van andere lerarenopleidingen. Bovendien hebben zij relatief vaak een vast of regulier contract.
Wat helpt om uitval te voorkomen?
Er is toenemend bewijs dat begeleiding van starters het verschil kan maken. Inductieprogramma’s, waarin startende leraren worden begeleid in hun eerste jaren, verkleinen de kans op uitval en vergroten de tevredenheid over het werk. Ook een veilige schoolcultuur, goede communicatie, heldere verwachtingen en mogelijkheden tot doorgroei dragen bij aan het behoud van startende leraren.
Beleid zou zich dan ook moeten richten op:
- Gerichte begeleiding van risicogroepen, zoals mbo-instromers en studenten met een migratieachtergrond;
- Versterking van het inductiebeleid op scholen, met aandacht voor feedback, intervisie en professionele ontwikkeling;
- Regionale samenwerking, bijvoorbeeld in regio’s met hoge vacaturedruk, om afgestudeerden aan het onderwijs te binden;
- Behouden van alternatieve instromers door maatwerk in begeleiding en erkenning van eerder verworven competenties.
Conclusie
Hoewel de uitval onder pabo-studenten en startende leraren de afgelopen jaren is afgenomen, blijft het behoud van deze groepen cruciaal om het lerarentekort in het primair onderwijs het hoofd te bieden. De oorzaken van uitval zijn complex en liggen deels op het persoonlijke vlak, deels in de beroepscontext. Gericht beleid en schoolpraktijken die inzetten op begeleiding, communicatie en ontwikkelmogelijkheden zijn noodzakelijk om nieuwe leraren voor het onderwijs te behouden – en zo te zorgen voor continuïteit en kwaliteit in de klas.
Geraadpleegde bronnen
- Borman, G. D., & Maritza Dowling, N. (2008). Teacher attrition and retention: A meta-analytic and narrative review of the research. Review of Educational Research, 78(3), 367–409.
- De Vos, K., Fontein, P., & Vrielink, S. (2019). Loopbaanmonitor Onderwijs. Tilburg: CentERdata.
- Den Brok, P., Wubbels, T., & Van Tartwijk, J. (2017). Exploring beginning teachers’ attrition in the Netherlands. Teachers and Teaching: Theory and Practice, 23(8), 881-895.
- Ingersoll, R. M., & Strong, M. (2011). The Impact of Induction and Mentoring Programs for Beginning Teachers: A Critical Review of the Research. Review of Educational Research, 81(2), 201-233.
- Inspectie van het Onderwijs. (2017). Sectorbeeld Onderwijs. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
- Inspectie van het Onderwijs. (2019). Maatwerk voor aankomende leraren: Onderzoek naar maatwerk in deeltijd lerarenopleidingen. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
- Onderwijs in Cijfers. (2019a). Prognoses arbeidsmarkt po. Geraadpleegd op 5 februari 2020 via
- Onderwijs in Cijfers. (2019b). Uitval startende leraren primair onderwijs. Geraadpleegd op 5 februari 2020.
- Smith, T. M., & Ingersoll, R. M. (2004). What Are the Effects of Induction and Mentoring on Beginning Teacher Turnover? American Educational Research Journal, 41(3), 681-714.
- Van den Berg, D. & Scheeren, J. (2019). Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2019: De arbeidsmarkt in beeld. Den Haag: Arbeidsmarktplatform PO.
[1] De meest recente cijfers over uitval tijdens de pabo, direct na het afstuderen van de pabo, en binnen vijf jaar na het afstuderen van de pabo staan in verschillende Nederlandse rapportages die gaan over verschillende onderzoeksgroepen. Het Sectorbeeld Onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs (2017) richt zich op het onderwijs op de pabo en uitval hierbinnen. De raming van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat over leraren onder de 30 jaar die instromen in het po, zowel afgestudeerden als leraren die nog in opleiding zijn (Onderwijs in Cijfers, 2019). De Loopbaanmonitor Onderwijs (De Vos e.a., 2019) kijkt alleen naar leraren die instromen in het po nadat ze zijn afgestudeerd aan de pabo. Er wordt in de genoemde rapportages geen onderscheid gemaakt tussen de reguliere pabo en de academische pabo; uitvalcijfers vallen alle onder pabo (en niet onder eerstegraads lerarenopleiding). Verder bevatten in de genoemde rapportages geen cijfers over de uitval onder zij-instromers.
