Welke initiatieven zijn er in het buitenland voor onderwijs aan hoger opgeleide vluchtelingen, die leiden tot werk op niveau?

Geplaatst op 26 oktober 2016

Samenvatting

Landelijk integratiebeleid in Europa is meestal niet specifiek gericht op hoger opgeleiden. Er is wel een aantal lokale initiatieven voor hoogopgeleiden, bijvoorbeeld van universiteiten. Hoe succesvol deze zijn is nog onduidelijk. Enkele succesfactoren voor integratiebeleid in het algemeen zijn wel bekend: goede procedures voor de erkenning van de opleidingen en een snelle start van taalcursussen, liefst gerelateerd aan het vakgebied en in combinatie met werkervaring opdoen.

Hoger opgeleide vluchtelingen hebben vaak moeite om een baan op hun niveau te vinden. De opleiding uit het eigen land wordt niet automatisch geaccepteerd. Om het eigen beroep te kunnen uitoefenen, is daarom bijscholing nodig.

Daarnaast moeten vluchtelingen zich de nieuwe taal eigen maken en wegwijs worden op de arbeidsmarkt. Vrijwel alle Europese landen hebben een integratieprogramma voor vluchtelingen waarbij arbeidsintegratie een onderdeel is. Maar het integratiebeleid verschilt per land.

Zo is het in Frankrijk en Engeland door regelgeving voor asielzoekers lastig om aan werk te komen. Denemarken en Zweden hebben relatief uitgebreide programma's. Vluchtelingen krijgen naast begeleiding naar werk ook psychologische ondersteuning en hulp bij het vinden van een woning.

Persoonlijke behoeften

In Denemarken ligt de nadruk op het zo snel mogelijk aan het werk krijgen van vluchtelingen of hen laten integreren in het onderwijs. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de gemeenten. Gemeenten zijn verplicht vluchtelingen een programma aan te bieden en vluchtelingen zijn verplicht het programma te volgen.

De programma's duren maximaal drie jaar en zijn afgestemd op de persoonlijke behoeften van het individu. Onderdeel van het programma kan zijn begeleiding en training, stages of kortdurende gesubsidieerde werkplekken, met als doel een lange termijn werkplek te vinden.

In Zweden krijgen alle vluchtelingen eveneens taallessen aangeboden en volledige toegang tot de arbeidsmarkt. Vluchtelingen volgen een verplicht introductieprogramma van maximaal 24 maanden en krijgen begeleiding bij het vinden van een baan. Vluchtelingen krijgen de eerste drie jaar gesubsidieerde 'step-in jobs' aangeboden in combinatie met taalcursussen.

Het Zweedse integratieprogramma is omvangrijk maar gaat gepaard met hoge kosten. De verschillende onderdelen van het programma zijn echter niet bewezen effectief. Op landelijk niveau zijn de programma's doorgaans niet gericht op hoogopgeleiden.

Maar soms bieden ze hoogopgeleiden meer intensieve of vakgerichte taalcursussen en persoonlijke begeleiding bij het vinden van een baan op niveau. Het is echter onduidelijk hoe dat in de praktijk uitwerkt.

Initiatieven voor hoger opgeleiden

Initiatieven voor hoogopgeleide vluchtelingen vinden vooral op lokaal niveau plaats, of zijn gericht op bepaalde beroepsgroepen. Zo hebben enkele universiteiten in België programma's voor vluchtelingen die de aansluiting met het onderwijs moeten verkleinen. Het betreft vooral taalcursussen, soms aangevuld met algemenere integratiecursussen.

In Canada zijn veel programma's ontwikkeld om de integratie van health professionals te bevorderen (niet noodzakelijk vluchtelingen). De programma's zijn gericht op activiteiten voorafgaand aan de immigratie, hercertificering en integratie op de werkplaats. Er is weinig informatie over de effectiviteit van deze programma's.

Succesfactoren

Een aantal factoren blijkt succesvol voor integratiebeleid, maar zijn echter niet specifiek voor hoger opgeleiden. De belangrijkste factoren zijn:

  • Zorg voor goede kwalificatie van ervaring en opleidingen.
    De erkenningsprocedure in Noorwegen is volgens de OESO een goed praktijkvoorbeeld. De procedure bevat academische assessments, huiswerkopdrachten, informeel leren en het werkverleden in kaart brengen. Kwalificaties uit het land van oorsprong kunnen dan wel of niet erkend worden als gelijkwaardig aan een Noors diploma.
  • Snelle start van taalonderwijs en afgestemd op de persoon.
    Dit bevordert de integratiemogelijkheden. Het verder ontwikkelen van de taal zou in combinatie moeten plaatsvinden met het opdoen van werkervaring.
  • Een individueel integratieplan.
    Het is belangrijk dat verschillende elementen van integratie in samenhang en volgorde worden aangeboden, zoals taalonderwijs, assessment en Erkennen Verworden Competenties (EVC), beroepsvorming, werkervaring en het aanbieden van een baan.
  • Werkervaring.
    Gesubsidieerde werkplekken als in Zweden en Denemarken zijn goede praktijkvoorbeelden. Vluchtelingen krijgen in deeltijd de mogelijkheid werkervaring op te doen en parallel de taalvaardigheden verder te ontwikkelen.u

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Ruud van der Aa, Jo Scheeren en Janneke Wildschut
Vraagsteller: Onderwijsadviseur

Vraag

Welke initiatieven zijn er in het buitenland voor onderwijs aan hoger opgeleide vluchtelingen die leiden tot werk op niveau (MBO/HBO/WO) en hoe effectief zijn deze initiatieven?

Kort antwoord

Landelijk integratiebeleid in Europa is doorgaans gericht op de hele groep vluchtelingen, en niet specifiek op hoogopgeleiden. Wel zijn er enkele landen die de ambitie hebben om gepersonaliseerde begeleiding te bieden, maar het is onduidelijk wat dat in de praktijk betekent voor hoogopgeleiden. Daarnaast zijn er enkele lokale initiatieven bedoeld voor hoogopgeleiden, bijvoorbeeld van universiteiten.

De informatie over deze lokale initiatieven is echter versnipperd waardoor een compleet overzicht moeilijk te geven is. Evaluaties van dergelijke initiatieven of studies naar de effecten zijn zeer beperkt voor handen. In het algemeen zijn veelgenoemde succesfactoren voor integratiebeleid: goede procedures voor de erkenning van de opleidingen en een snelle start van taalcursussen, liefst gerelateerd aan het vakgebied en in combinatie met het opdoen van werkervaring.

Toelichting antwoord

Problematiek

Hoger opgeleide vluchtelingen hebben vaak moeite om een baan op hun niveau te vinden waardoor potentieel verloren gaat. Ze vinden een baan onder hun niveau of komen helemaal niet aan het werk. De opleiding die ze in hun eigen land hebben gevolgd wordt niet automatisch geaccepteerd waardoor bijscholing vereist is om het eigen beroep te kunnen uitoefenen.

Daarnaast moeten vluchtelingen zich de nieuwe taal eigen maken en wegwijs worden op de arbeidsmarkt. Vrijwel alle Europese landen hebben een integratieprogramma voor vluchtelingen waarbij arbeidsintegratie een onderdeel is maar voorbeelden van initiatieven gericht op hoger opgeleiden zijn schaars.

Landelijk beleid

In Europa zijn diverse beleidsmaatregelen en initiatieven ontplooid in de verschillende landen zonder dat duidelijk is welke keuzen effectief zijn en welke niet. De initiatieven komen voort uit een consensus dat een vlotte integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt bepalend is voor lange termijn impact op de lokale economie en bovendien de verdere sociale integratie bevordert.

In een recente studie is het integratiebeleid op de arbeidsmarkt voor vluchtelingen in negen Europese landen met elkaar vergeleken (BertelsmannStiftung (2016)). In Frankrijk en Engeland wordt een vrij restrictief beleid gevoerd waarbij het door regelgeving voor asielzoekers lastig is om aan het werk te komen. Daarnaast is de begeleiding bij het integratieproces beperkt; het creëren van werkplekken bijvoorbeeld volgt alleen uit enkele particuliere initiatieven.

Zo is het in Frankrijk lastig om aan de eisen van een werkvergunning te voldoen en worden ze bovendien vaak niet toegekend. In Engeland mogen asielzoekers alleen aan het werk op plekken die zijn opgenomen in de Shortage Occupation List. Het aantal plekken is beperkt en sluiten doorgaans niet aan op de opleiding en ervaring van de asielzoekers.

Landen die relatief uitgebreide programma’s hebben zijn Denemarken en Zweden. In deze landen krijgen vluchtelingen een totaalpakket aangeboden waarin naast begeleiding naar werk ook psychologische ondersteuning en hulp bij het vinden van een woning wordt geboden.
In Denemarken ligt de nadruk op het zo snel mogelijk aan het werk krijgen van vluchtelingen of laten integreren in het onderwijs.

De verantwoordelijkheid voor het integreren van de vluchtelingen op de arbeidsmarkt ligt bij de gemeenten. Gemeenten zijn verplicht vluchtelingen een programma aan te beiden en vluchtelingen zijn verplicht het programma te volgen. De programma’s duren maximaal drie jaar en zijn afgestemd op de persoonlijke behoeften van het individu.

Onderdeel van het programma kan zijn begeleiding en training, stages of kortdurende gesubsidieerde werkplekken, met als doel een lange termijn werkplek te vinden.

In Zweden krijgen alle vluchtelingen eveneens taallessen aangeboden en volledige toegang tot de arbeidsmarkt. Vluchtelingen volgen een verplicht introductieprogramma van maximaal 24 maanden. Een onderdeel van het programma is de begeleiding vanuit verschillende organisaties bij het vinden van een baan. In Zweden bestaat voor iedereen die een tijd niet heeft gewerkt de mogelijkheid om gesubsidieerd aan het werk te gaan.

Deze step-in jobs worden gedurende de eerste drie jaar aan vluchtelingen aangeboden in combinatie met taalcursussen. Het Zweedse integratieprogramma is omvangrijk te noemen maar gaat gepaard met hoge kosten terwijl de verschillende onderdelen van het programma niet bewezen effectief zijn. Zie voor een uitgebreide beschrijving van het integratiebeleid in Zweden het rapport van de OECD (OECD (2016))

Op landelijk niveau zijn de programma’s doorgaans niet gericht op hoogopgeleiden maar geven programma’s soms wel de ruimte om hoog opgeleiden meer intensieve of vakgerichte taalcursussen aan te bieden en persoonlijke begeleiding bij het vinden van een baan op niveau. Het is echter onduidelijk hoe dat in de praktijk uitwerkt.

Aangezien in veel landen de verantwoordelijkheid voor de uitvoer van het beleid bij lokale autoriteiten ligt is ontbreekt het overzicht van wat er in de praktijk gebeurt, zo blijkt bijvoorbeeld uit een evaluatie van het Zweedse beleid door de OECD (OECD (2014)).

Initiatieven voor hoger opgeleiden

Vluchtelingen zijn naar verhouding vaak werkzaam in banen waarvoor geen kwalificaties vereist zijn (Burkert (2014)). In veel Europese landen is ervaring niet voldoende maar is een diploma vereist en aantoonbaar voldoende kennis van de taal. Tegelijkertijd is erkenning van het diploma behaald in het land van afkomst geen vanzelfsprekend.

Hoog opgeleide vluchtelingen hebben daardoor extra moeite om aan een baan op hun niveau te komen. Om deze reden is in enkele landen de discussie gestart of programma’s juist gericht moeten zijn op hoger gekwalificeerde werknemers, of juist ondersteuning moeten bieden aan de meer kwetsbare individuen (BertelsmannStiftung (2016)).

Initiatieven die gericht zijn op de integratie van hoogopgeleide vluchtelingen vinden vooral op lokaal niveau plaats, of zijn gericht op bepaalde beroepsgroepen. Deze initiatieven zijn nauwelijks terug te vinden in de wetenschappelijke of grijze literatuur. Enkele voorbeelden die we hebben gevonden beschrijven we hieronder:

  • Enkele universiteiten in België hebben programma’s voor vluchtelingen ontwikkeld die de aansluiting met het onderwijs moeten verkleinen1 2. Het betreft vooral taalcursussen, soms aangevuld met algemenere integratiecursussen
  • In Canada zijn veel programma’s ontwikkeld om de integratie van health professionals te bevorderen (niet noodzakelijk vluchtelingen). De programma’s zijn gericht op activiteiten voorafgaand aan de immigratie, hercertificering en integratie op de   werkplaats. Een review laat zien dat er veel informatie beschikbaar is over de programma’s maar dat er weinig informatie is over de effectiviteit ervan (Covell (2016).

Succesfactoren

Beleidsmaatregelen zijn veelal ingevoerd zonder dat ze bewezen effectief zijn en er zijn weinig evaluatiestudies beschikbaar. Wat effectief is voor hoger opgeleiden is al helemaal onduidelijk. Op basis van twee overzichtsstudies zijn enkele lessen/succesfactoren voor integratiebeleid opgesteld (Europees Parlement (2016) en BertelsmannStiftung (2016)). Deze zijn echter niet specifiek voor hoger opgeleiden. De belangrijkste factoren zijn:

  • Zorg voor goede kwalificatie van ervaring en opleidingen
    De OECD noemt de erkenningsprocedure in Noorwegen een goed praktijkvoorbeeld (Labour market integration, strategies and good practices). De procedure bevat academische assessments, huiswerkopdrachten en het in kaart brengen van het werkverleden en informeel leren. Het resultaat is een beslissing over het wel of niet erkennen van de kwalificaties uit het land van oorsprong als gelijkwaardig aan een Noors diploma.
  • Snelle start van taalonderwijs en afgestemd op persoon
    Een snelle start van het taalonderwijs bevordert de integratiemogelijkheden. Het is daarom van belang dat al voor asielzoekers de mogelijkheid bestaat de lokale taal te leren. Vluchtelingen uit verschillende landen, met verschillende professionele achtergronden en verschillende perspectieven zouden taalonderwijs moeten krijgen dat is afgestemd op hun persoonlijke situatie. Het verder ontwikkelen van de taal zou in combinatie moeten plaats vinden met het opdoen van werkervaring.
  • Een individueel integratieplan
    Het wordt belangrijk geacht dat de verschillende elementen van integratie in samenhang en volgorde worden aangeboden zoals taalonderwijs, assessment en EVC, beroepsvorming, werkervaring en het aanbieden van een baan.
  • Werkervaring
    De OECD noemt de mogelijkheden om gesubsidieerd aan het werk te gaan in Zweden en Denemarken goede praktijkvoorbeelden. Deze werkplekken zijn bedoeld om vluchtelingen op deeltijdbasis de mogelijkheid te geven om werkervaring op te doen en parallel de taalvaardigheden verder te ontwikkelen.

Tot slot

Aangegeven is dat initiatieven die gericht zijn op de integratie van hoogopgeleide vluchtelingen  vooral op lokaal niveau plaatsvinden, of gericht zijn op bepaalde beroepsgroepen. Documentatie over deze initiatieven is nauwelijks te vinden in de wetenschappelijke, noch in de grijze literatuur.

Bovendien is er nauwelijks iets bekend over de effectiviteit van de initiatieven. Het ontbreekt aan evaluaties van praktijken. Een beter overzicht van initiatieven vereist een gericht en uitgebreid onderzoek waarbij idealiter voor ieder land experts geraadpleegd worden en initiatieven worden geraadpleegd

1Zie https://www.uantwerpen.be/en/education/international/international-students/refugees/
2 Zie http://www.vub.ac.be/en/welcome-student-refugees-programme

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

Masterclass Betrokkenheid
Masterclass Betrokkenheid
Marzano’s bewezen effectieve strategieën voor betrokken leerlingen
Bazalt | HCO | RPCZ 
Ontwikkeling van kleuters
Ontwikkeling van kleuters

Medilex Onderwijs 
Vluchtelingen begeleiding
Vluchtelingkinderen in de Klas
Hélène van Oudheusden
Getraumatiseerde kinderen
Connectie in plaats van correctie - kinderen met trauma
Willem de Jong
Vluchtelingenkinderen
Ontwrichte kinderen in het onderwijs
Willem de Jong










effect van (terug)verwijzing op welbevinden lln
(Terug)verwijzing: wat doet switchen met een kind?
Effecten van formatief evalueren
Wat zijn de effecten van formatief evalueren?
Integratie vluchtelingen
Welk onderwijs leidt tot werk op niveau voor hoger opgeleide vluchtelingen?
Tweelingen
Wat is beter voor tweelingen: in verschillende klassen of bij elkaar?
Motivatie verhogen TIME
Verbetering motivatie en studieloopbaan in het mbo met TIME – OnderwijsBewijs
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.