Is het waar dat meisjes meer risicomijdend zijn en meer moeite hebben met fouten durven maken dan jongens?

Geplaatst op 17 januari 2017

Samenvattig

Meisjes zijn in het onderwijs meer risicomijdend en hebben meer moeite met het maken van fouten dan jongens. Als meisjes denken dat een opdracht te moeilijk voor hen is, zijn ze eerder dan jongens geneigd om op te geven. Dit geldt het sterkst voor meisjes met een hoog IQ. Het besef van eigen talent en begaafdheid helpt meisjes niet om hun faalangst te overwinnen, integendeel. Anderzijds werken meisjes, meer dan jongens, planmatig en gedisciplineerd aan hun schoolwerk. Als ze een positieve terugkoppeling krijgen op deze inzet, raken ze minder snel ontmoedigd door tegenslagen. Opvoeders en leraren kunnen meisjes helpen door ze te prijzen voor hun inzet, niet voor hun talenten.

In een serie experimenten heeft de Amerikaanse psychologe Carol Dweck aangetoond dat meisjes en jongens verschillend reageren op het maken van fouten. In een inmiddels klassiek experiment gaf ze kinderen in de basisschoolleeftijd een reken/wiskundetaak die te moeilijk was voor hen. Meisjes gaven sneller op dan jongens, vooral de relatief intelligente meisjes. Intelligente jongens daarentegen deden juist extra hun best en probeerden steeds opnieuw de taak goed uit te voeren.

Voorzichtig

Dit verschil tussen jongens en meisjes blijft ook op latere leeftijd bestaan. Vrouwelijke economiestudenten aan de Harvard University laten zich sneller dan mannen ontmoedigen door tegenvallende studieresultaten. Het gevolg is dat ze eerder met hun studie stoppen. Dit terwijl de vrouwelijke studenten aan de studie begonnen met een hoger gemiddeld examencijfer voor wiskunde dan mannelijke studenten.
Ook in de beroepsloopbaan zien we een vergelijkbaar verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen solliciteren over het algemeen pas als ze voldoen aan alle vereisten voor de functie. Mannen zijn minder voorzichtig. Ze solliciteren ook als ze beschikken over slechts een deel van de gevraagde kwalificaties. De verklaring voor dit verschil tussen de sexen is dat mannen minder bang zijn om afgewezen te worden. Vrouwen noemen deze angst veel vaker als reden om niet te solliciteren (22%) dan mannen (13%).

Omgaan met faalangst

Faalangst hoeft niet een probleem te zijn. Het kan zowel positief als negatief uitwerken. In de praktijk zien we twee manieren waarop leerlingen falen proberen te vermijden.

  1. Sommige leerlingen worden door hun faalangst aangezet om extra hard te werken (overstrivers).
  2. Anderen doen juist minder hun best, ze stellen het werken aan een opdracht uit of besteden er weinig tijd aan. Ze vermijden dus de confrontatie met de taak en beschermen zodoende hun zelfbeeld (self-protectors).

Daarnaast zijn er ook leerlingen die niet gevoelig zijn voor faalangst, op geen van de beide genoemde manieren. Zij zijn óf erg op succes gericht óf accepteren op voorhand dat ze niet zullen slagen. Meisjes werken planmatiger maar zijn aan de andere kant faalangstiger.

Verklaring voor de verschillen

De verklaring voor de verschillen tussen jongens en meisjes in het vermijden van fouten maken, is niet dat hun prestaties of talent verschillen. Meisjes die moeilijke opgaven uit de weg gaan, zijn net zo intelligent als de jongens die deze opgaven als een uitdaging zien.
Waaraan jongens en meisjes hun prestaties toeschrijven is waarschijnlijk bepalender. Meisjes hebben vaker het idee dat hun prestaties worden bepaald door hun talent, terwijl jongens erop vertrouwen dat meer inzet leidt tot betere prestaties. Hoe komt dit? Mogelijk heeft het met opvoeding en socialisatie te maken. Goede prestaties van meisjes worden door de opvoeder vaker geprezen door hun positieve eigenschappen te benoemen. Meisjes krijgen te horen dat ze 'braaf' of 'slim' zijn. Omdat jongens vaak wat moeilijker aan te sturen zijn, krijgen zij vaker feedback op hun inzet. 'Doe je best', 'let op' of juist: 'Goed gedaan!'
Het gevolg is dat meisjes (en vrouwen) sneller ontmoedigd raken door tegenslagen dan jongens (en mannen). Als een opdracht niet lukt of als onvoldoende wordt beoordeeld, concluderen ze dat ze tekort schieten in intelligentie of vaardigheid. Hierdoor kunnen ze gaan twijfelen aan hun eigen ambities. 'Kan ik het wel aan om havo te kiezen?' 'Ben ik wel goed genoeg voor deze baan?'

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Anne Luc van der Vegt
Vraagsteller: medewerker kindercircus

Vraag

Is het waar dat meisjes in het onderwijs a) meer risicomijdend zijn en b) meer moeite hebben met het durven maken van fouten dan jongens?

Samenvatting

Meisjes zijn in het onderwijs meer risicomijdend en hebben meer moeite met het maken van fouten dan jongens. Dit is aangetoond in verscheidene studies. Als meisjes denken dat een opdracht te moeilijk voor hen is, zijn ze eerder dan jongens geneigd om op te geven. Dit geldt het sterkst voor meisjes met een hoog IQ. Het besef van eigen talent en begaafdheid helpt meisjes niet om hun faalangst te overwinnen, integendeel.

Anderzijds werken meisjes, meer dan jongens, planmatig en gedisciplineerd aan hun schoolwerk. Als ze een positieve terugkoppeling krijgen op deze inzet, verkleint dat de kans dat ze ontmoedigd raken door tegenslagen. Opvoeders en leraren kunnen meisjes helpen door ze te prijzen voor hun inzet, niet voor hun talenten.

Toelichting antwoord

Meisjes maken liever geen fouten

In een serie experimenten heeft de Amerikaanse psychologe Carol Dweck (1975, 1982, 1985) aangetoond dat meisjes en jongens verschillend reageren op het maken van fouten. In een inmiddels klassiek experiment gaf ze kinderen in de basisschoolleeftijd een reken/wiskundetaak die te moeilijk was voor hen. Meisjes gaven sneller op dan jongens, vooral de relatief intelligente meisjes. Intelligente jongens daarentegen deden juist extra hun best, en probeerden steeds opnieuw om de taak goed uit te voeren.

Dit verschil tussen jongens en meisjes is blijft ook op latere leeftijd bestaan. Vrouwelijke economie-studenten aan de Harvard University laten zich sneller dan mannen ontmoedigen door tegenvallende studieresultaten. Het gevolg is dat ze eerder met hun studie stoppen (Goldin, 2013). Dit terwijl de vrouwelijke studenten aan de studie begonnen met een hoger gemiddeld examencijfer voor wiskunde dan mannelijke studenten.
Ook in  de beroepsloopbaan zien we een vergelijkbaar verschil tussen mannen en vrouwen. Volgens een veel geciteerde studie van Hewlett Packard solliciteren vrouwen over het algemeen pas als ze voldoen aan alle vereisten voor de functie. Mannen zijn minder voorzichtig. Ze solliciteren ook als ze beschikken over slechts een deel van de gevraagde kwalificaties. De verklaring voor dit verschil tussen de sexen is dat mannen minder bang zijn om afgewezen te worden. Vrouwen noemen deze angst veel vaker als reden om niet te solliciteren (22%) dan mannen (13%) (Mohr, 2014).

Omgaan met faalangst

Faalangst hoeft niet een probleem te zijn. Het kan zowel positief als negatief uitwerken. In de praktijk zien we twee manieren waarop leerlingen falen proberen te vermijden.

  1. Sommige leerlingen worden door hun faalangst aangezet om extra hard te werken (overstrivers).
  2. Anderen doen juist minder hun best, ze stellen het werken aan een opdracht uit of besteden er weinig tijd aan. Ze vermijden dus de confrontatie met de taak en beschermen zodoende hun zelfbeeld (self-protectors).

Daarnaast zijn er ook leerlingen die niet gevoelig zijn voor faalangst, op geen van de beide genoemde manieren. Zij zijn óf erg op succes gericht óf accepteren op voorhand dat ze niet zullen slagen (learned helplessness) (Martin & Marsh, 2003).
In een vervolgstudie van Martin (2010) worden de verschillen onderzocht tussen jongens en meisjes wat betreft hun motivatie voor school. Daaruit blijkt dat meisjes enerzijds planmatiger werken maar anderzijds meer faalangstig te zijn.

Verklaring voor de verschillen tussen meisjes en jongens

De verklaring voor de verschillen tussen jongens en meisjes in het vermijden van fouten maken is niet dat hun prestaties of talent verschillen. Meisjes die moeilijke opgaven uit de weg gaan, zijn net zo intelligent als de jongens die deze opgaven als een uitdaging zien.
Bepalender is waarschijnlijk: waaraan schrijven jongens en meisjes hun prestaties toe? Meisjes hebben vaker het idee dat hun prestaties worden bepaald door hun talent, terwijl jongens erop vertrouwen dat meer inzet leidt tot betere prestaties. Hoe komt dit? Mogelijk heeft het met opvoeding en socialisatie te maken (Halvorson, 2011). Goede prestaties van meisjes worden door opvoeder vaker geprezen door hun positieve eigenschappen te benoemen. Meisjes krijgen te horen dat ze ‘braaf’ of ‘slim’ zijn. Omdat jongens vaak wat moeilijker aan te sturen zijn, krijgen zij vaker feedback op hun inzet. ‘Doe je best’, ‘let op’  of juist: ‘Goed gedaan!’
Het gevolg is dat meisjes (en vrouwen) sneller ontmoedigd raken door tegenslagen dan jongens (en mannen). Als een opdracht niet lukt of als onvoldoende wordt beoordeeld, concluderen ze dat ze tekort schieten in intelligentie of vaardigheid. Hierdoor kunnen ze gaan twijfelen aan hun eigen ambities. “Kan ik het wel aan om havo te kiezen?” “Ben ik wel goed genoeg voor deze baan?”

Geraadpleegde bronnen

  • De Castella, K., Byrne, D. & Covington, M. (2013) Unmotivated or Motivated to fail? A Cross-Cultural study of Achievement Motivation, Fear of Failure and Student Disengagement. Journal of Educational Psychology, Vol 105, No. 3, p. 861-880.
  • Dweck, C. S. (1975). The role of expectations and attributions in the alleviation of learned helplessness. Journal of Personality and Social Psychology, 31, 674–685. doi:10.1037/h0077149
  • Dweck, C. S. (1985). Intrinsic motivation, perceived control, and self- evaluation maintenance: An achievement goal analysis. Research on Motivation in Education, 2, 289–305.
  • Dweck, C. S., & Wortman, C. B. (1982). Learned helplessness, anxiety, and achievement motivation: Neglected parallels in cognitive, affective, and coping responses. In H. W. Krohne & L. Laux (Eds.), Achievement, stress, and anxiety (pp. 93–125). New York, NY: Hemisphere.
  • Goldin, C (2016) Will more of our daughters grow up to be economists? Akron Beacon Journal, 16 mei, 2016.
  • Halvorson, H.G. (2011) The Trouble With Bright Girls. Psychology Today. 2011, Jan. 27.
  • Martin, A. J. (2010). Girls, engagement, motivation and personal potential. [Paper presented at the Alliance of Girls’ Schools Event]. Ipswich, Australia.
  • Martin, A.J. & Marsh, H.W. (2003) Fear of Failure: Friend or Foe. Australian Psychologist, Vol. 38, No. 1, p. 31-38.
  • Mohr, T.S. (2014) Why Women Don’t Apply for Jobs Unless They’re 100% Qualified. Harvard Business Review, 2014 August 25.

Gerelateerd

Masterclass Betrokkenheid
Masterclass Betrokkenheid
Marzanoĺs bewezen effectieve strategieŰn voor betrokken leerlingen
Bazalt | HCO | RPCZ 
Faalangstreductietrainer PO
Faalangstreductietrainer PO
Faalangst bij basisschoolleerlingen effectief leren herkennen en reduceren
Medilex Onderwijs 
Hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid - kenmerken - gedrag - tips aanpak
Arja Kerpel
Examenvrees
Eindexamenvrees: Een mislukking is nog geen ramp!
Ivo Mijland
Gedragsproblemen in de klas
Gedragsproblemen in de klas
Arja Kerpel
Onderpresteren
Onderpresteren op de basisschool
Arja Kerpel
Mindset
Mindset, de weg naar een succesvol leven
Arja Kerpel
Mindsets op school
Mindsets op school - Samenvattende recensie
Arja Kerpel










Meisjes risicomijdend?
Zijn meisjes meer risicomijdend dan jongens?
Falen en succes
Van faalervaring naar leerervaring: Zijn reacties van leerlingen op lage cijfers te be´nvloeden?
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.