Welke didactische benadering zet aan tot creatief denken?

Geplaatst op 30 juni 2017

Samenvatting

Creativiteit is een combinatie van divergent denken (het vermogen om met veel verschillende ideeën te komen) en convergent denken (tot een toepasbare probleemoplossing komen). Er zijn verscheidene pedagogisch-didactische aanpakken en materialen ontwikkeld, gericht op het bevorderen van creatief denken. Er is nog niet empirisch vastgesteld op welke wijze het onderwijs effectief kan bijdragen aan de ontwikkeling van creativiteit en welke didactische aanpakken daarbij de beste zijn.

Creatief denken is een van de 11 vaardigheden in het model voor 21e eeuwse vaardigheden van SLO en Kennisnet. Op de SLO-website over het ‘curriculum van de toekomst’ wordt creatief denken (en handelen) omschreven als het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare oplossingen voor bestaande vraagstukken te vinden.

Vakoverstijgend

Leraren besteden in wisselende mate aandacht aan creatief denken, maar het heeft nog geen duidelijke plaats in het curriculum van het basisonderwijs en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Als het daar al een plaats heeft, dan is het vooral in de kunstvakken en bij techniek. Echter, creativiteit is niet alleen relevant bij de kunstvakken, zoals meestal wordt gedacht, maar ook voor basisvakken als rekenen en Nederlandse taal. Creatief denken zou bovendien vakoverstijgend moeten zijn, maar daarvan is in de praktijk nog niet veel te zien.  

De onderwijspraktijk

Er zijn verschillende pedagogisch-didactische benaderingen en materialen waarvan verondersteld wordt dat het bijdraagt aan de ontwikkeling van creatief denken:

Een kindgerichte benadering – Deze zet aan tot het ontwikkelen van creatief denken, of is daar een voorwaarde voor. In Nederland kennen we het ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) waarin de leraar geen kennis overdraagt maar het kind op maat en ‘vraaggestuurd’ uitdaagt en stimuleert zijn talenten in te zetten om de wereld te leren kennen.

De rol van der leraar – Stimuleren van creatief denken vraagt van leraren dat ze naast didacticus en pedagoog ook regisseur/ontwerper, model, coach, medespeler en instructeur zijn. Leraren zijn begeleiders van de leerlingen. Ze stimuleren, sturen, helpen en ondersteunen leerlingen bij het zelf ter hand nemen van hun eigen leerproces.

Een uitdagende leeromgeving – Een leeromgeving waarin kinderen worden gestimuleerd om zelf oplossingen te bedenken, zou het sterkst bijdragen aan de ontwikkeling van creatief denken. Als activiteiten die dat bevorderen worden brainstormen, lateraal denken, vrij associëren en heuristiek genoemd. 

Materialen voor creatief denken zijn bijvoorbeeld Brainstormen met Marja en Moes, Creatieve vaardigheden (www.Onderwijsmaakjesamen.nl) en Outside de box. Voor hoogbegaafde kinderen zijn er leermiddelen als Leren leren, Creatief denken, en DenkTank (te raadplegen via Acadin: http://talentstimuleren.nl/thema/acadin/leermateriaal).

Onderzoekende houding

Bij Wetenschap en Techniek is veel aandacht voor het bevorderen van creatief denken. Een belangrijk doel van Wetenschap en Techniek is om bij leerlingen een onderzoekende houding te stimuleren. Kinderen worden uitgedaagd oplossingen te vinden voor technische problemen. Daarbij gaat het niet om het juiste antwoord, maar om de weg van probleem naar oplossing: verschillende mogelijke antwoorden bedenken en deze vervolgens uittesten. Ook dit is een combinatie van divergent en convergent denken. De rol van de leerkracht is de leerlingen bewust te maken van de opeenvolgende stappen bij het vinden van een oplossing. Dit onderwijs is volop in ontwikkeling, de effectiviteit is nog niet vastgesteld door middel van onderzoek.

Er zijn dus allerlei ontwikkelingen met betrekking tot creatief denken in de onderwijspraktijk. Empirisch is nog niet vastgesteld of ze bijdragen aan de (verdere) ontwikkeling van creatief denken.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Gerda Geerdink en Anne Luc van der Vegt (kennismakelaars Kennisrotonde)
Vraagsteller: Politicus
Geraadpleegde expert: Marieke Huisman (Kohnstamm Instituut)

Vraag

Is uit de literatuur bekend welke didactische benadering aanzet tot, en bijdraagt aan de ontwikkeling van creatief denken bij kinderen

Kort antwoord

Creativiteit definiëren we als een combinatie van divergent denken (het vermogen om veel verschillende ideeën te bedenken) en convergent denken (probleemoplossing). Er zijn verscheidene instrumenten ontwikkeld voor het meten van creatief denken.
Hoewel er al sinds jaren wordt gewezen op het belang en de aspecten van creatief denken, heeft het nog niet een duidelijke plaats gekregen in het curriculum van het funderend onderwijs. Dat blijkt uit zowel Nederlands als internationaal onderzoek; leraren besteden er in wisselende mate aandacht aan maar worden niet centraal gestuurd.

Dit ligt niet aan het ontbreken van materiaal. Er zijn verscheidene pedagogisch-didactische aanpakken en materialen ontwikkeld, gericht op het bevorderen van creatief denken. Empirisch onderzoek waarmee de effecten op de ontwikkeling van kinderen worden aangetoond, hebben we echter niet aangetroffen.

Toelichting antwoord

Wat is creatief denken?

Voor we antwoord kunnen geven op de gestelde vraag, moeten we omschrijven wat we precies bedoelen met ‘creatief denken’. In een eerder antwoord van de Kennisrotonde (2016a) over het meten van creatief denken wordt uitgegaan van de definitie van de psycholoog J.P. Guilford (1967). Hij noemde creativiteit een combinatie van divergent en convergent denken. Deze begrippen worden als volgt omschreven:

Divergent denken is gericht op het ontwikkelen van ideeën, bijvoorbeeld om een nieuw product of een nieuwe werkwijze te ontwikkelen. Van belang is dat ook gereflecteerd wordt op de verschillende fasen van een creatief proces. Bij divergent denken gaat het om een flexibele denkwijze waarbij ideeën uit verschillende cognitieve categorieën worden gecombineerd.

Convergent denken is een meer systematische aanpak om tot creatieve oplossingen te komen. Bij een vraagstuk of probleem wordt gezocht naar één of enkele oplossingen. Bij convergente creativiteit richt het denken zich op één cognitieve categorie. Er is meer controle bij convergent denken dan bij divergent denken.

Een definitie die hierbij aansluit, vinden we in een andere gezaghebbende bron, het Britse rapport All our futures, opgesteld door de National Advisory Committee on Creative and Cultural Education. Daarin wordt creatief denken omschreven als een ‘Imaginative activity fashioned so as to produce outcomes that are both original and of value’ (NACCCE, 1999). De ‘imaginative activity’ past bij divergent denken, het begrip ‘value’ bij het oplossingsgerichte convergente denken.

In Nederland is de definitie van SLO en Kennisnet relevant. Creatief denken is één van de 11 vaardigheden in het nieuwe model voor 21e eeuwse vaardigheden. Op de SLO-website over het ‘curriculum van de toekomst’ wordt creatief denken (en handelen) omschreven als het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden. Hierbij horen de vaardigheden en houdingsaspecten als het kennen en hanteren van creatieve technieken, het denken buiten gebaande paden, nieuwe samenhangen kunnen zien, het durven nemen van (verantwoorde) risico’s, fouten kunnen zien als leermogelijkheden en het beschikken over een ondernemende en onderzoekende houding.

Naast het vernieuwende aspect moet er volgens SLO ook aandacht zijn voor toepasbaarheid en bruikbaarheid in een specifieke context. Hiermee sluit SLO aan op de definities van Guilford en NACCCE.

Belangrijk is ook de vraag bij welke onderwijsinhouden creatief denken relevant is. Vaak wordt bij creativiteit in de eerste plaats gedacht aan de kunstvakken. Volgens NACCCE is dat echter een te beperkte opvatting. Creativiteit moet niet verward worden met artisticiteit. Natuurlijk speelt creativiteit een belangrijke rol bij de kunstvakken, maar niet alleen bij die vakken. Creatief denken is ook relevant voor basisvakken zoals rekenen en Nederlandse taal.

In zowel de internationale als Nederlandse literatuur wordt eveneens vermeld dat ‘creatief denken’ in het onderwijs ‘vakoverstijgend’ zou moeten zijn. Het gaat om 21e eeuwse vaardigheden als algemene te realiseren doelen in het onderwijs (Thijs, Fisser, & Van der Hoeven, 2014). Ook in het rapport van de NACCCE wordt benadrukt dat het in het onderwijs moet gaan om transdisciplinaire creativiteit, toepasbaar in alle vakken.

Eerder is door de Kennisrotonde (2016a) antwoord gegeven op de vraag of creativiteit meetbaar is. Voor details verwijzen we door naar dat antwoord, waarin een overzicht wordt gegeven van instrumenten voor het meten van divergent denken, van convergent denken en voor de combinatie van beide. Samen met het ontwikkelen van een didactische aanpak wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een beoordelingsinstrument voor het meten van ontwikkeling van creatief denken. In 2017 is daarvoor het internationale project ‘Creatief vermogen en kritisch denken’ gestart, bedoeld om zowel beproefde didactische werkwijzen op te leveren als een beoordelingsinstrument.

Het betreft een ontwikkelingsgericht onderzoeksproject waarin een praktische ‘toolkit’ voor leraren wordt ontwikkeld. Leraren worden geschoold in het werken met de toolkit en gaan daarmee aan de slag. Met het te ontwikkelen beoordelingsinstrument wordt beoogd vast te stellen of leerlingen door de ontwikkelde didactische benadering creatief denken ontwikkelen. Er doen veel Europese landen mee, vanuit Nederland is het Kohnstamm Instituut partner.

Samenvattend: de definitie van Guilford, die creatief denken ziet als combinatie van divergent denken en convergent denken, is nog steeds bruikbaar. Latere definities, zoals van NACCCE en SLO sluiten hier inhoudelijk goed bij aan. Bij creatief denken gaat het vakoverstijgende kennis en vaardigheden. Creativiteit kan worden gemeten, hiervoor zijn verscheidene instrumenten ontwikkeld.

Creatief denken in voorschrijvende curriculumdocumenten van het funderend onderwijs

Er is internationaal brede overeenstemming over het belang van creatief denken en de aandacht die het zou moeten krijgen in het onderwijs (Barak, 2009; European Parliament and the Council, 2006; Sweller, 2009; Thijs, Fisser, & Van der Hoeven, 2014; Wyse & Ferrari, 2014). De aandacht die het heeft in de documenten die sturend zijn voor de curricula van het onderwijs, is nog zeer beperkt.

In Nederland heeft SLO in opdracht van het Ministerie van OC&W geïnventariseerd hoe creatief denken als een van de 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs verwerkt is (Thijs, Fisser, & Van der Hoeven, 2014). SLO heeft daarvoor de kerndoelen, de referentieniveaus en enkele methodes geanalyseerd van het basisonderwijs en van de onderbouw van het algemeen vormend voortgezet onderwijs. De conclusie is dat er in de doorzochte documenten weinig aandacht is voor deze vaardigheden. Creatief denken als onderdeel van de 21e  eeuwse vaardigheden, wordt in de geanalyseerde documenten nauwelijks genoemd. Het komt enigszins aan de orde bij wereldoriëntatie en in beperkte mate bij Nederlandse taal. Het hangt dus in hoge mate van de leraren af of zij de ruimte die er wel is, aangrijpen om in te zetten op het ontwikkelen van creatief denken.

Als onderdeel van deze inventarisatie is aan 1600 leraren gevraagd of zij aandacht besteden aan 21e eeuwse vaardigheden in hun lespraktijk. Creatief denken is daarbij niet apart bevraagd. Leraren zeggen wisselend, van soms tot regelmatig, aandacht te besteden aan 21e eeuwse vaardigheden; in het basisonderwijs meer dan in het voortgezet onderwijs.

Wyse en Ferrari (2014) hebben een vergelijkbare inventarisatie gedaan in 27 EU landen en het Verenigd Koninkrijk, gefocust op creatief denken. Zij maakten gebruik van een eerdere inventarisatie van de Europese Commissie (Creativity and Innovation in Compulsory Education in the EU27, 2010). Uit hun studie blijkt dat creatief denken in de curricula van de onderzochte landen in zeer wisselende mate expliciet aandacht krijgt. In Nederland en Polen het minst, in het Verenigd Koninkrijk en Estland het meest. Voor zover creativiteit een plaats heeft in het curriculum, geldt dat vooral voor de kunstvakken en bij techniek. Lewis (2008) geeft aan dat dit wellicht te maken heeft met de grotere vrijheid die er in deze vakken zit omdat leeropbrengsten minder centraal gemeten worden. Van het ideaal dat creativiteit een vakoverstijgende plaats heeft, is in de praktijk dus nog niet veel te zien.  

Samenvattend: creatief denken heeft nog geen duidelijke plaats in de documenten die sturend zijn voor de inrichting van de curricula van het funderend onderwijs. Dat blijkt uit zowel Nederlands als internationaal onderzoek.

Creatief denken in de onderwijspraktijk

In de onderwijspraktijk vinden we aandacht voor creatief denken bij verschillende pedagogisch-didactische benaderingen en materialen. Er is veel ontwikkeld en ook in praktijk gebracht waarvan verondersteld wordt dat het aanzet tot creatief denken of voorwaarde is voor het ontwikkelen van creatief denken bij kinderen (zie ook Van Schijndel, Franse, & Raijmakers, 2010). We gaan in op enkele relevante aandachtsgebieden en ontwikkelingen.

Kindgerichte benadering – Breed gedeeld is de opvatting dat een kindgerichte benadering in het onderwijs aanzet tot het ontwikkelen van creatief denken, dan wel een voorwaarde daarvoor is. In het al eerder genoemde rapport van de NACCCE (zie Wyse & Ferrari, 2014) wordt benadrukt dat het onderwijs kindgecentreerd moet zijn. Daarbij wordt verwezen naar het Engelse nationaal curriculum voor het basisonderwijs in de vorige eeuw. Niet de vakken maar voor kinderen betekenisvolle thema’s zoals wonen, familie, en de speeltuin stuurden de inhoud van het onderwijs. In Nederland kennen we – vergelijkbaar – het ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) (www.ogo-academie.nl). OGO gaat ervan uit dat de leraar geen kennis overdraagt maar het kind op maat en ‘vraaggestuurd’ uitdaagt en stimuleert zijn talenten in te zetten om de wereld te leren kennen. Passende leerervaringen zouden bijdragen aan de ontwikkeling van creatief denken (Thijs, Fisser, & Van der Hoeven, 2014).

Rol van der leraar – Door de Kennisrotonde (2016b) is een overzicht gegeven van de docentrollen die belangrijk zijn om leerlingen goed voor te bereiden op de 21ste eeuw. Stimuleren van creatief denken bij leerlingen vraagt van leraren dat ze naast didacticus en pedagoog ook regisseur/ontwerper, model, coach, medespeler en instructeur zijn. Leraren zijn begeleiders van de leerlingen. Ze stimuleren, sturen, helpen en ondersteunen leerlingen bij het zelf ter hand nemen van hun eigen leerproces.

Uitdagende leeromgeving – In een voorbeeldmatig leerplankader van de SLO (Curriculum van de toekomst, 2015) wordt gesteld dat het creatief denken zich het sterkst ontwikkelt als de leeromgeving uitdagend is; onderwijs dat kinderen stimuleert om zelf oplossingen te bedenken. Leeractiviteiten zouden moeten aanzetten tot zelf initiatieven nemen, tot onderzoeken en ondernemen. Leerlingen moeten de kans krijgen buiten de gebaande paden te denken, van perspectief te kunnen wisselen en creatieve technieken kunnen toepassen. Ook het mogen maken van fouten wordt van belang geacht. Als activiteiten die dat bevorderen worden brainstormen, lateraal denken, vrij associëren en heuristiek genoemd (Barak, 2009). Van deze activiteiten maakte Barak gebruik bij een cursus voor leraren opgezet om bij hen het creatief denken te stimuleren. Naar eigen perceptie waren de deelnemende leraren creatiever gaan denken. 

Materialen voor creatief denken – Afgezien van de (beperkte) aandacht die creatief denken krijgt in de schoolmethodes zijn er aparte materialen voor creatieve denk technieken ontwikkeld zoals ‘Brainstormen met Marja en Moes’, ‘Creatieve vaardigheden’ (www.Onderwijsmaakjesamen.nl) en ‘Outside de box’. Voor hoogbegaafde kinderen zijn eveneens materialen ontwikkeld waarvan verondersteld wordt dat het aanzet tot onder andere creatief denken. Het gaat om leermiddelen als ‘Leren leren’, ‘Creatief denken’, en ’DenkTank’.

Een terrein waarop recentelijk in Nederland hard gewerkt is aan het bevorderen van creatief denken is Wetenschap en Techniek. Een belangrijk doel van Wetenschap en Techniek is om bij leerlingen een onderzoekende houding te stimuleren. Kinderen maken kennis met het oplossen van problemen en het doen van uitvindingen. Creatief denken wordt daarbij als belangrijke bouwsteen gezien (Lewis, 2008). In het onderwijs worden leerlingen uitgedaagd oplossingen te vinden voor technische problemen. Daarbij gaat het niet om het juiste antwoord, maar om de weg van probleem naar oplossing: verschillende mogelijke antwoorden bedenken en deze vervolgens uittesten (Gustafson et al., 1999; 2000). Ook dit is een combinatie van divergent en convergent denken. De rol van de leerkracht is de leerlingen bewust te maken van de opeenvolgende stappen bij het vinden van een oplossing. Dit onderwijs is volop in ontwikkeling, de effectiviteit is nog niet vastgesteld door middel van onderzoek.

In de periode van 2006 tot 2016 is door zeven Nederlandse universiteit gewerkt aan het programma Talentenkracht, een onderzoeksprogramma naar het ontwikkelen van talenten bij (heel) jonge kinderen op het gebied van Wetenschap en Techniek. Uitgangspunt zijn onderzoeksresultaten die laten zien dat kinderen al heel jong op een wetenschappelijke manier kunnen leren redeneren (Verhoeven, 2015). De leerkracht faciliteert dit, bijvoorbeeld door de juiste, prikkelende vragen te stellen. Ook van het programma Talentenkracht kunnen we echter nog niet vaststellen wat de opbrengsten zijn. Het accent lag in dit programma op ontwikkeling en minder op empirisch onderzoek.

Bovenstaande opsomming maakt duidelijk dat er allerlei ontwikkelingen zijn te melden met betrekking tot creatief denken in de onderwijspraktijk. Helaas is nog niet duidelijk hoe effectief deze zijn. Dragen ze werkelijk bij aan de ontwikkeling van de leerling? Het antwoord daarop kunnen we nog niet geven.

Samenvattend stellen we vast: a) er zijn pedagogisch-didactische aanpak en materialen ontwikkeld, gericht op het bevorderen van creatief denken, b) empirisch onderzoek waarmee de effecten hiervan op de ontwikkeling van creatief denken bij kinderen worden aangetoond, hebben we niet aangetroffen. Er is nog niet empirisch vastgesteld of het onderwijs kan bijdragen aan de ontwikkeling van creativiteit en welke didactische aanpakken daarbij het meest effectief zijn.

Geraadpleegde bronnen

  • Ananiadou, K., & Claro, M. (2009). 21st Century skills and competences for new millennium learners in OECD countries. Organization for Economic Cooperation and Development. EDU Working paper no. 41. Verkregen op 27 september 2013 via http://search.oecd.org/officialdocuments/publicdisplaydocumentpdf/?cote=EDU/ WKP(2009)20&docLanguage=En.
  • Barak, M. (2009), Idea focusing versus idea generating: a course for teachers on inventive problemsolving. Innovations in Education and Teaching International, Vol. 46, No. 4, pp. 345-356.
  • Croom, B. & Stair, K. (2005). Getting from Q to A: Effective questioning for effective learning. The Agricultural Education Magazine, 78(1), 12-14.

  • Guilford, J. P. (1967). The nature of human intelligence. New York: McGraw-Hill.
  • Gustafson, B. J., Rowell, P. M., & Guilbert, S. M. (2000). Elementary children’s awareness of strategies for testing structural strength: A three year study. Journal of Technology Education, 11(2), 5–22.
  • Gustafson, B. J., Rowell, P. M., & Rose, D. P. (1999). Elementary children’s conceptions of structural stability: A three year study. Journal of Technology education, 11(1), 27–44.
  • Lewis, T. (2008). Creativity in technology education: Providing children with glimpses of their creative potential. International Journal of Technology and Design Education, 19, 255-268. http://keviniste.pbworks.com/w/file/fetch/68242266/Creativity%20Technology.pdf
  • National Advisory Committee on Creatieve and Cultural Education (1999) All our futures: Creativity Culture and Education. London: Department for Education and Amployment.
  • Sweller, J. 2009. Cognitive bases of human creativity. Educational Psychology Review, 21(1), 11-19.
  • Thijs, A., Fisser, P., & Hoeven, M. van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs. Enschede: SLO. http://www.slo.nl/organisatie/recentepublicaties/curriculum-funderend-onderwijs
  • Van Schijndel, T. J. P., Franse, R. K., and Raijmakers, M. E. J. (2010). The Exploratory Behavior Scale: Assessing young visitors’ hands-on behavior in science museums. Science Education, 94, 794–809. Link
  • Verhoeven, L. (2015). Zie talent niet als gave, maar als proces. Didactief, 45(6), 4-5.
  • Wyse, D., & Ferrari, A. (2014). Creativity and education: Comparing the national curricula of the states of the European Union and the United Kingdom. British Educational Research Journal 41(1), 30-47.

Gerelateerd

Digitale geletterdheid
Digitale geletterdheid
Je leerlingen wegwijs maken in een digitale wereld
Medilex Onderwijs 
Opleiding OICT-er
Opleiding OICT-er
opleiding tot onderwijskundig ICT-er
Timpaan Onderwijs 
Leeromgevingen
Leeromgevingen: rol leerkracht - didactische werkvormen - differentiatie
Arja Kerpel
Creativiteit bevorderen
Creativiteit in je klas
Dick van der Wateren
Leren denken
Leren denken als basis voor succes op school
Dolf Janson
(Creatieve) denkvaardigheden stimuleren
De vergeten gave van creativiteit
Martine Blonk - Meulenkamp
Systeemdenken en denkgewoonten
Systeemdenken in de klas - Systeemdenken en denkgewoonten
Jan Jutten
Creativiteit bevorderen
Creativiteit in je klas
Dick van der Wateren










creatief denken stimuleren
Welke didactische benadering zet aan tot creatief denken?
Digitale geletterdheid in het praktijkonderwijs
Hoe ontwikkel je digitale geletterdheid in het praktijkonderwijs?
Welke ICT-vaardigheden zijn nodig voor leerlingen van het praktijkonderwijs?
Programmeren
Wat weten we over de effecten van programmeeronderwijs op programmeervaardigheden van leerlingen tot 12 jaar?
Kritisch denkvermogen stimuleren
Hoe stimuleer je kritisch denkvermogen?
Creativiteitsontwikkeling
Welke factoren geven inzicht in de ontwikkeling van het creatief denken van leerlingen?
Programmeeronderwijs stimuleert vaardigheden
Stimuleert programmeerles probleemoplossingsvaardigheden?
Project-based-learning (PBL)
Hoe vergroot project-based-learning vaardigheden van vo-leerlingen?
relatie frans-spaans en dyslexie in vo
Heeft het leren van Frans of Spaans invloed op dyslexie?
Verbeteren van informatievaardigheden vmbo-leerlingen
Hoe verbeter je informatievaardigheden van vmbo-leerlingen?
Beoordeling eigen leren
Zelfbeoordeling en zelfregulatie bij het leren problemen op te lossen
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.