Zorgleerlingen vergeleken in het reguliere en speciale basisonderwijs

Geplaatst op 3 januari 2018

Samenvatting

Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen lager dan leerlingen in het basisonderwijs zonder ondersteuningsbehoefte en hoger dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs (sbo). Zorgleerlingen lopen deze achterstand niet in; de geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is voor de drie groepen vergelijkbaar. Met twee uitzonderingen: bij technisch lezen ontwikkelen leerlingen in het sbo zich sneller dan de andere twee groepen, bij begrijpend lezen blijft de leerwinst bij zorgleerlingen in het basisonderwijs wat achter.

De sociaal-emotionele ontwikkeling van zorgleerlingen in het basisonderwijs respectievelijk in het sbo verschilt weinig. Ze scoren vergelijkbaar op welbevinden en op sociaal gedrag. Leerlingen in het sbo scoren echter een fractie hoger op werkhouding en motivatie dan leerlingen in het  basisonderwijs. En ze hebben meer cognitief zelfvertrouwen.

Om in kaart te brengen hoe zorgleerlingen zich sinds de invoering van Passend onderwijs ontwikkelen binnen het basisonderwijs, dan wel in het speciaal basisonderwijs maken we gebruik van het recent afgeronde cohort-onderzoek Cool-speciaal en het Cool-cohortonderzoek in het basisonderwijs.

Cognitieve prestaties

Op alle toetsen voor rekenen/wiskunde, begrijpend lezen, woordenschat en technisch lezen halen leerlingen in het speciaal basisonderwijs lagere scores dan zorgleerlingen in het basisonderwijs. Die laatsten scoren weer lager dan reguliere basisschoolleerlingen. Zorgleerlingen hebben dus een leerachterstand ten opzichte van leerlingen zonder ondersteuningsbehoefte en die is groter voor zorgleerlingen in het sbo dan in het basisonderwijs. Deze verschillen zien we zowel bij negenjarigen als bij twaalfjarigen.

Vervolgens is de vraag hoe de twee groepen zorgleerlingen (in basisonderwijs respectievelijk sbo) zich hebben ontwikkeld tussen hun negende en twaalfde jaar. Dat verschilt voor de verschillende vaardigheden:

  • Voor rekenen/wiskunde en woordenschat vertonen zorgleerlingen in het basisonderwijs en leerlingen in het speciaal basisonderwijs evenveel leerwinst.
  • Bij technisch lezen boeken de leerlingen in het speciaal basisonderwijs meer leerwinst dan de zorgleerlingen in het basisonderwijs.
  • Bij begrijpend lezen boeken zorgleerlingen in het basisonderwijs minder vooruitgang dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Voor de vergelijking van leerlingen op sociaal-emotionele ontwikkeling kijken we naar sociaal gedrag, werkhouding, ‘cognitief zelfvertrouwen’, en naar motivatie en welbevinden. Verschillen tussen zorgleerlingen in het basisonderwijs en leerlingen in het speciaal basisonderwijs op deze aspecten zijn klein. Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren vergelijkbaar met leerlingen in het speciaal basisonderwijs op welbevinden en op sociaal gedrag. Ze scoren echter een fractie lager op werkhouding en motivatie dan leerlingen in het speciaal basisonderwijs, en lager op cognitief zelfvertrouwen.

Enkele kanttekeningen

Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte die binnen het basisonderwijs worden opgevangen, kennen een minder zware en complexe problematiek dan leerlingen in het speciaal basisonderwijs. Dit moet worden meegewogen wanneer we gemiddelde scores van beide groepen vergelijken.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Edith van Eck
Vraagsteller: directeur samenwerkingsverband
Geraadpleegde experts: Guuske Ledoux en Jaap Roeleveld (Kohnstamm Instituut)

Vraag

Hoe ontwikkelen leerlingen met een ondersteuningsbehoefte zich in het reguliere basisonderwijs in taal, lezen, rekenen en sociaal-emotioneel, vergeleken met leerlingen in het speciaal basisonderwijs?

Kort antwoord

Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen lager dan leerlingen zonder ondersteuningsbehoefte in het basisonderwijs en hoger dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs. Zorgleerlingen lopen deze achterstand niet in; de geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is voor de drie groepen vergelijkbaar. Met twee uitzonderingen: bij technisch lezen ontwikkelen leerlingen in het sbo zich sneller dan de andere twee groepen, bij begrijpend lezen blijft de leerwinst bij zorgleerlingen in het basisonderwijs wat achter.

De sociaal-emotionele ontwikkeling van zorgleerlingen in het basisonderwijs respectievelijk in het sbo verschilt weinig. Ze scoren vergelijkbaar op welbevinden en op sociaal gedrag. Leerlingen in het sbo scoren echter een fractie hoger op werkhouding en motivatie dan leerlingen in het speciaal basisonderwijs, en hebben meer cognitief zelfvertrouwen. 

Toelichting antwoord

Intro

In 2003 verrichtte Jepma een uitgebreid onderzoek naar de loopbanen van leerlingen met een ondersteuningsbehoefte1 in basisonderwijs respectievelijk het speciaal basisonderwijs (sbo). Hij maakte paren van een leerling uit het speciaal basisonderwijs en een leerling die met ondersteuning in het reguliere basisonderwijs was gebleven, die vergelijkbaar waren op taal- en rekenprestaties, IQ en indicatoren voor gedrag.  Vervolgens heeft hij onderzocht hoe de ontwikkeling van die vergelijkbare leerlingen is verlopen.

Hij veronderstelde dat de cognitieve ontwikkeling van zorgleerlingen voorspoediger zou verlopen in het basisonderwijs dan in het sbo. Verder verwachtte hij dat de non-cognitieve ontwikkeling juist positiever zou verlopen bij leerlingen in het sbo.
Het onderzoek liet zien dat de taal- en rekenontwikkeling conform zijn veronderstelling positiever verliep in het reguliere basisonderwijs. Het verwachte positieve effect van het sbo op de gedragsontwikkeling van de leerlingen werd niet gevonden. Deze verliep in beide onderwijsvormen identiek (Jepma, 2003).

Het onderwijs en in het bijzonder het onderwijs aan leerlingen met een ondersteuningsbehoefte heeft met de invoering van ‘Passend Onderwijs’ ingrijpende ontwikkelingen doorgemaakt. Doel van dit beleid is er voor te zorgen dat leerlingen die op school extra ondersteuning nodig hebben, van welke aard ook, onderwijs krijgen dat past bij hun behoeften. Dat kan binnen het regulier onderwijs zijn, maar ook in het speciaal onderwijs. Hiervoor zijn nieuwe vormen van sturing bedacht, die er onder meer voor moeten zorgen dat onderwijsondersteuning flexibeler ingezet kan worden, dat bureaucratie vermindert, dat leraren deskundiger worden, en dat scholen, schoolbesturen en gemeenten samenwerken om de goede ondersteuning te kunnen bieden.

Vraagsteller wil weten of de bevindingen van Jepma’s onderzoek nog steeds van toepassing zijn: Hoe ontwikkelen zorgleerlingen (leerlingen met een ondersteuningsbehoefte) in het reguliere basisonderwijs zich in taal, lezen, rekenen en sociaal-emotioneel, vergeleken met leerlingen in het speciaal basisonderwijs?

Achtergrond

Het streven naar integratie van leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen, leerlingen met een ondersteuningsbehoefte, wordt onder meer gevoed door de gedachte dat dit gunstiger kan zijn voor hun ontwikkeling. Verschillende onderzoeken (Peetsma, Vergeer, Roeleveld, & Karsten, 2001; Jepma, 2003, 2005) hebben laten zien dat zorgleerlingen die in het reguliere basisonderwijs blijven, beter presteren op taal en rekenen dan vergelijkbare risicoleerlingen die zijn verwezen naar het speciaal basisonderwijs. Jepma schreef die betere taal- en rekenprestaties toe aan de grotere prestatiegerichtheid in het reguliere basisonderwijs ten tijde van zijn onderzoek; er worden vaker minimumdoelen nagestreefd, leervorderingen worden preciezer geregistreerd en er wordt een sterker belang gehecht aan cognitieve prestaties (Jepma, 2003).

Over de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn de bevindingen minder eenduidig. Jepma vond geen verschillen in sociaal-emotionele ontwikkeling van zorgleerlingen in het regulier respectievelijk in het speciaal basisonderwijs, iets wat hij wel had verwacht. Zowel het sociaal gedrag, de werkhouding als het zelfvertrouwen ontwikkelden zich gedurende de basisschooltijd niet verschillend voor vergelijkbare zorgleerlingen die in het basisonderwijs dan wel het speciaal basisonderwijs worden opgevangen.  Onderzoek van Peetsma e.a. (2001) laat zien dat leerlingen die naar het speciaal basisonderwijs werden verwezen er na een aantal jaren in sociaal-emotioneel opzicht wel beter voor stonden dan de niet-verwezen zorgleerlingen. Ook Sontag e.a (2007) rapporteren een gunstiger ontwikkeling van de emotionele beleving en gevoelens van competentie bij zorgleerlingen on het speciaal basisonderwijs.

Hoe zit het nu? Recent onderzoek naar loopbanen van zorgleerlingen in het basisonderwijs

Om in kaart te brengen hoe leerlingen met een ondersteuningsbehoefte zich binnen de huidige kaders ontwikkelen binnen het basisonderwijs, dan wel het speciaal basisonderwijs kunnen we helaas niet beschikken over data van een zorgvuldig speciaal voor deze onderzoeksvraag samengestelde onderzoeksgroep van gematchte leerlingparen.  Wel kunnen we gebruik maken van gegeven uit het recent afgeronde cohort-onderzoek, Cool-speciaal. In Cool-speciaal zijn de loopbanen van leerlingen in het speciaal onderwijs en in het speciaal basisonderwijs gevolgd. Doordat dezelfde instrumenten worden gebruikt als in het Cool-cohortonderzoek in het basisonderwijs, is het mogelijk de resultaten van leerlingen in het speciaal basisonderwijs zitten te vergelijken met leerlingen in het reguliere basisonderwijs, met en zonder zorgindicatie.

Over welke leerlingen gaat het, en zijn ze vergelijkbaar?

Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zijn leerlingen met problemen (leer- en/of sociaal-emotionele en/of gedragsproblemen) of beperkingen (van lichamelijke, zintuiglijke of psychische aard) die het volgen van onderwijs bemoeilijken en bij wie specifieke aanpassingen in het onderwijsaanbod en/of speciale zorg nodig zijn.

Een probleem bij het vergelijken van zorgleerlingen in regulier onderwijs  en speciaal basisonderwijs is dat zij op een belangrijk punt verschillen, namelijk dat er redenen zijn om hen al dan niet te verwijzen naar het speciaal basisonderwijs.  Uit het Cool-speciaal onderzoek blijkt dat leerlingen ‘met specifieke onderwijsbehoeften’ die binnen het reguliere onderwijs worden opgevangen, een minder zware en minder complexe problematiek kennen dan leerlingen die worden verwezen naar het speciaal basisonderwijs (zie bijv. Ledoux e.a., 2012). Bij de interpretatie van de hierna besproken bevindingen is het van belang dit in het achterhoofd te houden.

In het regulier onderwijs gaat het, anders dan in het speciaal (basis)onderwijs, niet alleen om leerlingen bij wie uit een specifiek onderzoek is gebleken dat zij zijn aangewezen op/in aanmerking komen voor speciale hulp. Het gaat om de brede groep leerlingen die in de onderzoeksliteratuur meestal omschreven wordt als de leerlingen met special educational needs (specifieke onderwijsbehoeften). Deze leerlingen zijn geïdentificeerd met behulp van het zogenoemde zorgprofiel. In het Cool- cohortonderzoek is aan de leerkrachten in het basisonderwijs is gevraagd welke leerlingen zij als ‘zorgleerling’ beschouwen. Daarbij is de volgende ‘steundefinitie’ gegeven: “een zorgleerling is een leerling die een specifiek probleem of een specifieke beperking heeft, en/of voor wie speciale zorg of aandacht nodig is, en/of voor wie een individueel handelingsplan is opgesteld.”

Cognitieve prestaties van zorgleerlingen in het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs

In het Cool-speciaal-onderzoek wordt de ontwikkeling van leerlingen die in 2001 zijn geboren, onderzocht. Het gaat om de ontwikkeling tussen twee metingen, op ongeveer negenjarige respectievelijk twaalfjarige leeftijd.  We beschikken over toetsscores op rekenen/wiskunde, begrijpend lezen, woordenschat en technisch lezen. In een recent rapport van Cool-speciaal (Ledoux e.a., 2015) worden leerlingen in het basisonderwijs met en zonder ondersteuningsbehoefte, in het speciaal basisonderwijs en in het speciaal onderwijs onderzocht. We maken gebruik van de gegevens over drie groepen, leerlingen in het sbo, en leerlingen in het basisonderwijs met en zonder ondersteuningsbehoefte.

Voor alle toetsen geldt dat leerlingen in het speciaal basisonderwijs in absolute zin lagere scores halen dan zorgleerlingen in het basisonderwijs en dat die weer lager scoren dan reguliere basisschoolleerlingen voor rekenen, woordenschat en lezen. Zorgleerlingen hebben zowel op negen- als op twaalfjarige leeftijd een leerachterstand ten opzichte van leerlingen zonder ondersteuningsbehoefte en die is groter voor zorgleerlingen in het sbo dan in het basisonderwijs.

Vervolgens is de vraag hoe de twee groepen zorgleerlingen (in het basisonderwijs respectievelijk het speciaal basisonderwijs) zich hebben ontwikkeld tussen hun negende en twaalfde jaar. Dat verschilt voor de verschillende vaardigheden:

  • Voor rekenen/wiskunde en woordenschat vertonen zorgleerlingen in het basisonderwijs en leerlingen in het speciaal basisonderwijs evenveel leerwinst.
  • Bij technisch lezen boeken de leerlingen in het speciaal basisonderwijs meer leerwinst dan de zorgleerlingen in het basisonderwijs; zij lopen dus een deel van hun achterstand op de twee groepen leerlingen in het basisonderwijs in.
  • Bij begrijpend lezen boeken zorgleerlingen in het basisonderwijs minder vooruitgang dan de zorgleerlingen in het speciaal basisonderwijs.

Samenvattend

In het speciaal basisonderwijs scoren zorgleerlingen het laagst op de cognitieve toetsen, lager dan zorgleerlingen in het basisonderwijs en leerlingen zonder ondersteuningsbehoefte in het basisonderwijs. Ze hebben weliswaar de laagste absolute scores, maar ze boeken tussen hun negende en hun twaalfde jaar evenveel leerwinst als de andere twee groepen basisschoolleerlingen en bij technisch lezen ontwikkelen ze zich sneller dan die twee andere groepen.

Van leerlingen met een ondersteuningsbehoefte die in het basisonderwijs zitten, liggen de toetsscores voor rekenen/wiskunde, woordenschat, en technische en begrijpend lezen in tussen die van de overige leerlingen in het bo en de leerlingen in het speciaal basisonderwijs. De geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is vergelijkbaar met die voor de andere twee groepen, met één uitzondering. Deze leerlingen ontwikkelen zich wat langzamer voor begrijpend lezen.

Sociaal-emotionele ontwikkeling van zorgleerlingen in het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs

Voor de vergelijking van leerlingen op sociaal-emotionele ontwikkeling kijken we naar dezelfde aspecten als in het onderzoek van Jepma, sociaal gedrag, werkhouding, ‘cognitief zelfvertrouwen’, en naar motivatie en welbevinden. De eerste twee zijn beoordeeld door de leerkracht, de overige zijn gebaseerd op een leerlingvragenlijst. De gegevens van negenjarigen en twaalfjarigen zijn samengenomen.

Verschillen tussen leerlingen met een ondersteuningsbehoefte in het basisonderwijs en leerlingen in het speciaal basisonderwijs op deze aspecten van sociaal-emotionele ontwikkeling zijn klein. Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren vergelijkbaar met leerlingen in het speciaal basisonderwijs op welbevinden en op sociaal gedrag. Ze scoren echter een fractie lager op werkhouding en motivatie dan leerlingen in het speciaal basisonderwijs, en lager op cognitief zelfvertrouwen. 

Conclusie

Cognitief

De scores van zorgleerlingen in het basisonderwijs op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen, liggen in tussen die van leerlingen zonder ondersteuningsbehoefte in het basisonderwijs en de leerlingen in het speciaal basisonderwijs; deze laatste groep haalt de laagste scores. Deze verschillen zien we zowel bij negenjarigen als bij twaalfjarigen.

De geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is in grote lijnen vergelijkbaar voor de drie groepen. Met twee uitzonderingen: leerlingen in het speciaal basisonderwijs boeken in die drie jaar meer leerwinst dan de andere groepen bij technische lezen, en zorgleerlingen in het basisonderwijs ontwikkelen zich relatief langzamer bij begrijpend lezen.

In het algemeen blijken zorgleerlingen zich dus cognitief goed te ontwikkelen, zowel binnen het basisonderwijs als in het speciaal basisonderwijs; ze boeken evenveel leerwinst als de leerlingen zonder ondersteuningsbehoefte in het basisonderwijs. Maar hun achterstand lopen ze in de meeste gevallen niet in.

Sociaal-emotioneel

Verschillen tussen leerlingen met een ondersteuningsbehoefte in het basisonderwijs en leerlingen in het speciaal basisonderwijs op deze aspecten van sociaal-emotionele ontwikkeling zijn er nauwelijks en waar ze er zijn, gaat het om kleine verschillen in het voordeel van leerlingen in het speciaal basisonderwijs.

Enkele kanttekeningen

Eerder gaven we al aan dat leerlingen met een ondersteuningsbehoefte die binnen het basisonderwijs kunnen worden opgevangen veelal een minder zware en complexe problematiek kennen dan leerlingen die in aanmerking komen voor verwijzing naar het speciaal basisonderwijs. Dit moet worden meegewogen wanneer we gemiddelde scores van beide groepen vergelijken.

En dit speelt ook wanneer we de bevindingen uit COOL-speciaal vergelijken met die van Jepma. Hij heeft alleen leerlingen uit het sbo opgenomen in de onderzoeksgroep voor wie hij een qua IQ, prestaties en problematiek vergelijkbare zorgleerling binnen het reguliere basisonderwijs kon vinden. Dat is gelukt voor ongeveer de helft van de sbo-leerlingen. Verondersteld kan worden dat deze groep niet de gemiddelde maar de ‘betere’ sbo-leerling betreft. In Cool-speciaal gaat het om gemiddelde van de hele groep sbo-leerlingen.

Dat de bevindingen over de ontwikkeling van zorgleerlingen in het sbo positiever zijn dan die van Jepma, terwijl ze betrekking hebben op  een groep waarin ook leerlingen met een zwaardere problematiek zijn opgenomen, zou erop kunnen wijzen dat de scholen beter in staat zijn tegemoet te komen aan de ondersteuningsbehoeften van deze leerlingen. Of dat komt door toenemende focus op prestaties, het gebruik van toetsen en leerlingvolgsystemen, een strenger toezicht van de inspectie- maatregelen die Jepma in 2003 suggereerde- of door ander beleid kunnen we op basis van de beschikbare gegevens niet bevestigen.

Geraadpleegde bronnen

  • Jepma, IJ. (2003). De schoolloopbaan van risicoleerlingen in het primair onderwijs. Amsterdam: Thela Thesis.
  • Jepma, IJ. (2005). Risicoleerlingen: In het regulier basisonderwijs beter af dan in het speciaal basisonderwijs. Vernieuwing, 64(2), 24-25.
  • Ledoux, G., Roeleveld, J., Langen, A. van & Smeets, E. (2012) COOL-Speciaal. Inhoudelijk rapport. Amsterdam / Nijmegen: Kohnstamm Instituut / ITS
  • Ledoux, G., Langen, A. van, Regtvoort, A., Smeets, E., Roeleveld, J., Paas, T. (2015). Onderwijsloopbanen, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. COOL Speciaal, tweede meting. Amsterdam/Nijmegen: Kohnstamm Instituut/ITS
  • Peetsma, T., Vergeer, M., Roeleveld, J., & Karsten, S. (2001). Inclusion in Education: comparing pupils’ development in special and regular education. Educational
  • Review, 53 (2), 125-135.
  • Smeets, E., Veen, I. van der, Derriks, M., & Roeleveld, J. (2007). Zorgleerlingen en leerlingenzorg op de basisschool. SCO-Kohnstamminstituut-Amsterdam/ITS-Radboud Universiteit Nijmegen, 1–214. Verkregen op 19 april 2017 van  http://its.ruhosting.nl/publicaties/pdf/r1778.pdf
  • Sontag, L., Kroesbergen, E., Leseman, P., & Steensel, R. van (2007). De werking van de Leerlinggebonden Financiering in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Tilburg: IVA.

1 Conform het COOL-onderzoek gebruiken we in deze tekst voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften meestal de term zorgleerling, omdat dat een kortere en leesbaarder aanduiding is.

Gerelateerd

HGPD versterkt Passend Onderwijs
HGPD versterkt Passend Onderwijs
Van zorgleerling naar kansleerling met HGPD
BCO Onderwijsadvies 
Hoogbegaafdheid scan
Hoogbegaafdheid scan
inzicht in de sterke en zwakke kanten van je passend onderwijs aan begaafde kinderen
Timpaan Onderwijs 
Zorg voor het kind
Zorg voor het kind: passend onderwijs - onderwijsbehoeften
Arja Kerpel
Passend onderwijs
Passend onderwijs op een basisschool - ondersteuningsplicht
Arja Kerpel
Zorg voor het kind
Zorg voor het kind: passend onderwijs - onderwijsbehoeften
Arja Kerpel
Integratieklas ZML
Passend Onderwijs: beweging van onderop
Peter de Vries
Leerkracht en Passend Onderwijs
Zorgen voor of zorgen over passend onderwijs?
Kees van Overveld
Instrumenten passend onderwijs
Instrumenten voor begeleiden in passend onderwijs
Helèn de Jong
Luc Stevens over passend onderwijs
Luc Stevens: Passend onderwijs bevestigt oude structuren
Machiel Karels










Vroegtijdig verwijzen
Vroege verwijzingen naar s(ba)o: zijn deze leerlingen beter af?
effect van (terug)verwijzing op welbevinden lln
(Terug)verwijzing: wat doet switchen met een kind?
Effectiviteit van NT2 onderwijs
NT2 onderwijs in s(b)o en regulier basisonderwijs
Leerlingen met ASS
Hoe kan het V(S)O bijdragen een passend toekomstperspectief bij leerlingen met ASS?
Zorgleerlingen vergeleken in bo en sbo
Zorgleerlingen vergeleken in het reguliere en speciale basisonderwijs
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Instructievormen sbo
Toegesneden instructievormen bij rekenonderwijs op (speciaal) basisonderwijs
Kengetallen vervolgmeting
Passend Onderwijs – kengetallen vervolgmeting
Aanpak po/vo
Verschillen in aanpak Passend Onderwijs basis- en middelbare scholen
Passend Onderwijs
MBO voortvarend aan de slag met Passend Onderwijs
Passende professionalisering
Passend onderwijs vraagt om passende professionalisering
Regionale ontwikkeling
Regionale ontwikkeling van Passend Onderwijs
Ontwikkeling voorwaarden
Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs
Hulpstructuur rond leraar
Hulpstructuur rond de leraar bij Passend Onderwijs
Pedagogisch didactisch handelen
Pedagogisch-didactisch handelen en Passend Onderwijs
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.