Onderwijs2032
Onderwijs2032 professionalisering Stellingen #2032 Curriculum geen visie Time-out 2032 Platform #onderwijs2032 Vreemde talen onderwijs Overdenkingen Schnabel I Nationaal curriculum
Algemeen
Schoolorganisatie Formatieve assessment Nederlands onderwijsstelsel Leren zichtbaar maken Onderwijsverslag 2013-2014 Schooladvies 10 vragen bij OGW Brede school Schoolopbrengsten essentie Condities buitenschoolse opvang Effect eindadvies basisschool Essential Schools Leerweg mbo Adaptieve software Meritocratie en scholen Leerstofjaarklassensysteem is failliet! Teamgrootte mbo In zeven stappen naar zinvol leren Innovatieve scholen Leeropbrengsten gebruiken Kindgericht onderwijs Kleine scholen Doorstroom mbo-hbo Normjaartaak Onderwijs idealisten Onderwijskansenbeleid Onderwijssysteem en creativiteit Onderwijsverslag 2012/2013 OGW in 4 niveaus Pijnpunten basisonderwijs Samenlevingsgerichte school Onderwijstijdschrift JSW Effecten brede scholen Bouwstenen verandercapaciteit Werkdrukbeleving Opgestapelde veranderingen Implementatie wet OKE Onderwijsakkoord 2013
bestuur
Functioneren LCTI Invloed sturingsdynamiek VO/MBO Luisterend bestuur
LVS
Begrip door zelftoetsen Functionele toetsvragen Update Citonormen Cito hernormering Citoscore hanteren Citoscore misverstanden Cito spelling toets 1 DTT niet formatief Formatief toetsen Formatief evalueren Leerwinst formatief toetsen Leren van toetsen GAS methodiek De inspectie gaat mank Toetsing en motivatie Kwaliteit toetsen Leerlingvolgsysteem Leren van data Toetsuitslag interpreteren Objectief beoordelen Omdenken met data Computer Adaptieve Oefentoetsen Toetsvormen Schoolvaardigheidstoets spelling Formatief toetsen po Cito spelling toets 2 Minder standaardtesten Teaching to the test Een sober leerlingvolgsysteem Testen voor het LVS Toetsen en hulp(middelen) Waarde cito-toets Naar een goede toets Update normeringen Volgen van de ontwikkeling Voorwaarden formatieve toetsing Wegcijferen door toetsen Referentieniveaus po
LVS - DLE
Uitleg DLE DLE geschiedenis DLE kritiek weerlegd
LVS - Eindtoets
Centrale eindtoets Onderwijsinspectie eindtoets Gevolgen verplichte eindtoets Eindtoets overbodig Route 8 en IEP eindtoets Gelijke kansen Verplichting Eindtoets ongewenst Eindtoets Engels
LVS - Kleuters
Groep 1 en 2 niet toetsen Kleuters en inspectie Kleuters toetsen Kleuters zonder cito Stop de kleutertest
LVS - leestoetsen
Voorbereiden op toetsen Leesrijpheid toetsen Leesrijpheid deel 1 Leesrijpheid deel 2 Leesrijpheid deel 3 Data analyse Grip op leesbegrip Woordenschattoets
Ouders
Ouderbeleid achterstandsleerlingen Ouderparticipatie nieuwe leren Ouderbetrokkenheid schoolbeleid po Participerende ouders Studiekeuze vmbo
profiel
Dalton kernwaarden Identiteit school Marktgerichte school Open dag school School met pit School profileren Schoolprofilering Website verbeteren Schoolinterieur Social media school
Professionalisering
High impact learning (3) -urgentie High impact learning (2) Zeven bouwstenen van high impact learning Effectiviteit van grote docententeams High impact learning (1)
Onderwijskwaliteit
Lerarenvaardigheden in gepersonaliseerd onderwijs Onderwijstijd Brede vorming Groepsgrootte Schoolgrootte Excelleren Onderwijsachterstandenbeleid Kwaliteit in de klas Ontwikkeling kwaliteitszorg Kwaliteitszorg onderzoek Kwaliteitszorg po Meetinstrument gepersonaliseerd leren Onderwijskwaliteit po 2009 2012 Educational governance Sturen kwaliteit po Opbrengstgericht werken Overladenheid Perspectieven kwaliteit Publicatie eindtoets Welke rapportvormen geven goed inzicht? Streven naar kwaliteit po Onderwijsontwikkeling Visitatie onderwijs 2 Visitatie onderwijs 1
Sociaal
Sociale context scholen
Samenwerken
Lerende netwerken Duobanen
Differentiatie
DifferentiŽren is te leren
Leiding geven
Balans in basisbehoeften Schoolleider als hitteschild HRM schoolprestaties Visie en kernwaarden Leiderschap tonen Leiderschapsstijlen Leidinggeven autonomie Pedagogisch leiderschap Luisteren bij leiderschap Sturen door luisteren Responsief leiderschap AOC Schoolleider als regisseur Positie schoolleider Stakeholders Teamontwikkeling Onderwijskundig leiderschap
Onderwijssysteem
Uitgangspunt van leren 21st century skills Persoonlijk leren Doorstroom groene beroepskolom Resultaten arbeidsmarkt Continurooster Kleuterverlenging Zittenblijven of versnellen Onderwijsstelsels Keuze vervolgopleiding mbo Gemeentelijke beleid Invloed kwartiertjesrooster op taakgerichtheid leerlingen Leerplan in beeld Methode als vertrekpunt voor gepersonaliseerd leren nieuwe leren po Leerlingpopulatie en resultaten Vier centrale functies onderwijs Schoolkenmerken cognitieve prestatie Loslaten leerstofjaarklassensysteem effect op ontwikkeling Adaptief onderwijs Onderwijswaarden
Burgerschap
Burgerschapsonderwijs
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief 2017 - 1 - 11
Schoolontwikkeling
Duurzaam onderwijs Beleid zwakpresterende school po Duurzame schoolontwikkeling Lokale Educatie Agenda LEA Organiseren gepersonaliseerd leren Gepersonaliseerd leren Kwaliteitszorg po Kwaliteitszorg innovatie Leernetwerken po Leeromgeving De lerende school Onderwijs- en schoolontwikkeling Ontwikkelen van wijsheid Vaardigheden gepersonaliseerd onderwijs zichtbaar in lespraktijk
Beroepsonderwijs
Ondernemerschapsvaardigheden in mbo-opleiding Aansluiting overgangen po/vo en vmbo/mbo Werken en leren Eindexamencijfer vmbo voorspeller schoolsucces havo? Formatieve beoordeling docenten Motivatie schoolprestaties Verpleegkundig onderwijs evalueren Ontwikkeling vakmanschap Publieke waarde MBO Groene mbo duurzaamheid
Problemen
Onderwijsachterstandenbeleid periode 2005 2009 Onderwijsachterstanden OAB Onderwijsachterstanden 1988 2002 Onderwijsachterstandenbeleid vve/po
VO en MBO
Mentoraat groepsgrootte werkbeleving docenten effecten studenten mbo WetenschapsoriŽntatie LoopbaanoriŽntatie in VO Integratie wiskunde Passend Onderwijs IMPROVE methode metadenken Nederlands leerprestaties Motivatie leerlingen Motivatie onderwijs in groepen Motivatie onderbouw vo Professionele leergemeenschappen Professionele leergemeenschappen Schoolkeuze havo/vwo Management en organisatie Motivatie verhogen TIME Wiskundige denktactiviteit Leren van teksten Heterogene brugklas
VVE
Aansluiting VVE en schoolloopbaan Beleid onderwijsachterstanden PO Onderwijsachterstandenbeleid Effecten vroegschoolse educatie Gemeenten schoolbesturen Effectiviteitskenmerken Doelgroepkinderen
Passend onderwijs
Onderwijszorgroute Clusteren van leerlingen Integratie Downsyndroom Vroegtijdig verwijzen Handelingsgericht passend onderwijs Instrumenten passend onderwijs Integratie onder Rugzak beleid OPP en IQ Rugzakbeleid LGF Luc Stevens over passend onderwijs Onafhankelijkheid CvI s Kwaliteit met NSCCT Ontwikkeling voorwaarden Ontwikkelingsperspectief OPP als groeimodel Regionale Expertise Centra Passend onderwijs Brede school en integratie Integratieklas ZML Kengetallen vervolgmeting Inzet klassenassistent Leerkracht en Passend Onderwijs Passend onderwijs VO Regionale ontwikkeling Ruimte voor leraren Zorgstructuren po/vo Aanpak po/vo Bureaucratie leerlingenzorg Weer Samen Naar School Toelaatbaarheid
Engels
Tweetalig onderwijs TTO schoolprestaties
Arbeidsvoorwaarden
Functiemix en salaris
ICT
digitale geletterdheid mediawijsheid computervaardigheden praktijkonderwijs tijd- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren

 

Wat is het effect van de vroege doorstroom door de 1 januari grens van leerlingen naar groep 3 voor hun schoolloopbaan?

Geplaatst op 14 december 2016

Samenvatting

Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere scores op reken- en taaltoetsen dan leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect. Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven, waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.

Tot 1985 gold 1 oktober als grens waarop kleuters wel of niet mochten doorstromen naar de eerste klas van de lagere school (groep 3 in het basisonderwijs). Sinds de invoering van het basisonderwijs is die datum geen formeel criterium meer bij de beslissing over de overgang naar de volgende groep.

In de praktijk houden veel scholen nog 1 oktober als grens aan. Vaak gaan daar de leerlingen die geboren zijn tussen 1 oktober en 31 december (de zogenoemde herfstkinderen) na tweeënhalf jaar naar groep 3 (verlengde kleuterbouw). Andere scholen houden de grens van 31 december aan. Daar stroomt een deel van deze herfstkinderen al na ruim anderhalf jaar door naar groep 3 (versnelde doorstroom). Er zijn ook andere kinderen, niet geboren tussen 1 oktober en 31 december, die een extra jaar in groep 2 blijven als de leerkracht hen nog niet rijp vindt voor groep 3.

Kleuterbouwverlenging, als kinderen dus 2,5 jaar over groep 1 en 2 doen, wordt ook als een vorm van zittenblijven beschouwd. Over het nut en effect van zittenblijven in het algemeen bestaan zeer grote twijfels – zie ook een eerdere vraag aan de Kennisrotonde. Voor de goede orde: deze uitkomsten gelden dus voor de groep zittenblijvers als geheel, ook voor de leerlingen die in groep 3 tot en met 8 blijven zitten.

Taal en rekenen

Specifiek naar kleuterbouwverlenging is minder onderzoek gedaan. Het is een fenomeen dat in veel andere landen ook niet bestaat. Onderzoek dat wel is gedaan naar kleuterbouwverlenging wijst uit dat niet alleen herfstkinderen maar ook kinderen van laag opgeleide ouders, jongens en vooral allochtone leerlingen relatief vaak tot de groep kleuterbouwverlengers horen. Daarnaast blijkt dat deze leerlingen vóór de eventuele overgang naar groep 3 lager op taal en rekenen scoren dan leerlingen die naar groep 3 doorstromen. En de kleuterbouwverlengers scoren slechter op andere aspecten: een minder positieve werkhouding, grotere afhankelijkheid van leerkracht, sterkere mate van onderpresteren volgens de leerkracht en ze zijn vaker een zorgleerling.

Herfstkinderen

In de groep met kleuterbouwverlenging is de verwijzing naar speciaal onderwijs beduidend hoger. Kleuterbouwverlengers blijven daarentegen in de rest van de groepen minder vaak zitten dan de doorstromers. Let wel, het gaat hier steeds om de resultaten van alle kleuterbouwverlengers, dus ook de niet-herfstkinderen die in groep 2 blijven zitten.

Specifiek naar de herfstkinderen die in de kleuterbouw zijn blijven zitten, is nog minder onderzoek gedaan. Uit de enige empirische studie hierover blijkt dat in groep 4 de toetsscores op taal en rekenen voor kleuterbouwverlengers hoger dan verwacht liggen op basis van hun aanvangsscores. Ze doen het dus relatief beter dan vergelijkbare leerlingen die versneld zijn doorgestroomd.

Echter in groep 6 en 8 is dit positieve verschil voor de kleuterbouwverlengers verdwenen. Kleuterbouwverlengers komen bij de verschillende toetsen ongeveer uit op de scores die op basis van hun geschatte aanvangsscores mochten worden verwacht. De conclusie is dus dat herfstkinderen gemiddeld genomen geen profijt lijken te hebben wanneer ze verlengen in de kleuterbouw. Evenmin profiteren ze van versneld doorstromen naar groep 3.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Sjerp van der Ploeg
Vraagsteller: lid schoolbestuur primair onderwijs

Vraag

Wat is het effect van het vroege doorstromen van leerlingen naar groep 3 door de 1 januari grens (i.p.v. 1 oktober) voor de toekomstige schoolloopbaan (PO en VO) van deze jonge leerlingen?

Kort antwoord

Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere toetsscores op reken- en taaltoetsen dan qua aanvangsniveau vergelijkbare leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Leerlingen die versneld doorstromen, behalen op de wat langere termijn dus gemiddeld genomen dezelfde toetsscores voor rekenen en taal als qua aanvangsniveau vergelijkbare leerlingen die de verlengde kleuterbouw hebben doorlopen. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.

Toelichting antwoord

Tot 1985 gold 1 oktober als grens waarop kleuters wel of niet mochten doorstromen naar de eerste klas van de lagere school (groep 3 in het basisonderwijs). Sinds de invoering van het basisonderwijs is die datum geen formeel criterium meer bij het beslissen over de overgang naar de volgende groep.

Conform de Wet op het Primair Onderwijs moet een kind de basisschool in acht jaar kunnen doorlopen en moet een langer of korter verblijf in een kleutergroep gebaseerd zijn op de voortgang in de ontwikkeling van dat individuele kind. De Inspectie van het Onderwijs houdt daar toezicht op.

In de praktijk houden veel scholen nog 1 oktober als grens aan. Vaak gaan daar de leerlingen die geboren zijn tussen 1 oktober en 31 december (de zogenaamde herfstkinderen) en die voor het eerst naar school gaan wanneer ze vier jaar worden, na tweeënhalf jaar naar groep 3 (verlengde kleuterbouw). Op andere scholen stroomt een deel van deze kinderen al na ruim anderhalf jaar door naar groep 3 (versnelde doorstroom). De vraag is wat de effecten zijn van deze versnelde doorstroom voor herfstkinderen ten opzichte van verlengde kleuterbouw op de onderwijsloopbaan van deze kinderen.

Wanneer herfstkinderen tweeëneenhalf jaar over groep 1 en 2 doen duiden we dat dus ook aan met kleuterbouwverlenging. Kleuterbouwverlening wordt vervolgens ook weer als een vorm van zittenblijven beschouwd. Wanneer we de wetenschappelijke literatuur bekijken is het zaak de diverse begrippen nauwkeurig te onderscheiden. In feite gaat het om drie deelverzamelingen van leerlingen.

Leerlingen kunnen in de hele basisschoolperiode blijven zitten. Ze doen dan een schooljaar over. Als leerlingen in kleuterbouw ‘blijven zitten’ wordt dat aangeduid met kleuterbouwverlening. Er zijn meer kleuterbouwverlengers dan alleen de herfstkinderen. Ook andere leerlingen in groep 2 (die dus voor 1 oktober of na 1 januari zijn geboren) waarover de leerkracht van mening is dat die nog niet rijp zijn voor de overstap naar groep 3, kunnen nog een extra jaar in groep 2 blijven. En niet alle herfstkinderen (dus tussen 1 oktober en 1 januari geboren) zijn kleuterbouwverlengers. Sommigen van hen stromen reeds na anderhalf jaar door naar groep 3. Het ‘bijzondere’ aan herfstkinderen is vooral dat er geen regulier of standaardsysteem voor doorstroom is waardoor gesproken kan worden van versnelling of vertraging. Kleuterbouwverlenging en versnelde doorstroom zijn bij hen dus keerzijden van dezelfde medaille.

Kleuterbouwverlenging wordt in het algemeen dus gezien als een vorm van zittenblijven. Over het nut en effect van zittenblijven in het algemeen bestaan zeer grote twijfels. In een eerdere recente beantwoorde vraag voor de kennisrotonde, waar de resultaten van diverse recente (internationale en nationale) onderzoeken zijn samengevat, wordt dat als volgt verwoord: “Zittenblijven in het primair onderwijs heeft in het algemeen geen positief effect op de (cognitieve) leerprestaties, ook niet op langere termijn. Onderzoek naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen laat zowel positieve als negatieve gevolgen zien. De gevonden positieve gevolgen op korte termijn zijn op langere termijn weer verdwenen. Het versnellen van (hoog)begaafde leerlingen lijkt een positief effect te hebben op de cognitieve ontwikkeling, ook op langere termijn. Er zijn geen significant negatieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling gevonden.”. Voor de goede orde: deze uitkomsten gelden dus voor groep zittenblijvers als geheel, ook voor de leerlingen die in groep 3 tot en met 8 blijven zitten.

Specifiek naar kleuterbouwverlenging is minder onderzoek gedaan. Het is een fenomeen dat in veel andere landen ook niet bestaat (Mulder, e.a. 2016). Uit specifiek onderzoek naar kleuterbouwverlening van Roeleveld en Van der Veen (2007) en Mulder e.a. (2016) blijkt dat niet alleen herfstkinderen maar ook allochtone leerlingen, kinderen van laag opgeleide ouders en jongens relatief vaak tot de groep kleuterbouwverlengers horen. Mulder e.a. rapporteren dat er vooral bij allochtone leerlingen substantieel vaker sprake is van kleuterbouwverlenging Daarnaast blijkt dat deze leerlingen vóór de eventuele overgang naar groep 3 lager op taal en rekenen scoren dan leerlingen die naar groep 3 doorstromen. Als laatste blijkt dat de kleuterbouwverlengers ook slechter scoren op andere aspecten: een minder positieve werkhouding, grotere afhankelijkheid van leerkracht, sterkere mate van onderpresteren volgens de leerkracht en vaker een zorgleerling.

Roeleveld en van der Veen (2007) hebben op basis van cohortanalyse verschillen tussen kleuterbouwverlengers en andere leerlingen in kaart gebracht,. Zij constateren dat in de groep met kleuterbouwverlenging de verwijzing naar speciaal onderwijs beduidend hoger is terwijl kleuterbouwverlengers in de rest van de groepen minder vaak blijven zitten dan de doorstromers. Let wel, het gaat hier steeds om de resultaten van alle kleuterbouwverlengers, dus ook de niet-herfstkinderen die in groep 2 blijven zitten.

Specifiek naar de herfstkinderen die in de kleuterbouw zijn blijven zitten, is nòg minder onderzoek gedaan. De enige empirische studie die op dit vraagstuk nog enig licht werpt, is het eerder genoemde en aangehaalde onderzoek van Roeleveld en Van der Veen (2007). Zij maken een vergelijking tussen kleuterbouwverlengers en doorstromers in groep 2 maar houden daarbij rekening met het verschil in achtergrondkenmerken en hun aanvangsniveau. Daarmee benaderen ze het mogelijke effect van de kleuterbouwverlenging (en het gespiegelde effect van versnelde doorstroom) voor de herfstkinderen eigenlijk het beste.

Daaruit blijkt dat in groep 4 de toetsscores op taal en rekenen voor kleuterbouwverlengers hoger dan verwacht liggen op basis van hun aanvangsscores. Ze doen het dus relatief beter dan vergelijkbare leerlingen die versneld zijn doorgestroomd. Echter in groep 6 en 8 is dit positieve verschil voor de kleuterbouwverlengers verdwenen. Kleuterbouwverlengers komen bij de verschillende toetsen ongeveer uit op de scores die op basis van hun geschatte aanvangsscores hadden mogen worden verwacht. De verlengde kleuterbouw blijkt dus geen bijdrage te leveren aan hogere toetsscores in groep 6 en 8. De conclusie is dus dat herfstkinderen gemiddeld genomen geen profijt lijken te hebben wanneer ze verlengen in de kleuterbouw en evenmin profijt lijken te hebben wanneer ze versneld doorstromen naar groep 3.

Geraadpleegde bronnen

  • Alten, D. van en C. Teurlings. 2016. Antwoord op vraag over effecten van zittenblijven en versnellen in het primair onderwijs. Den Haag: NRO Kennisrotonde. Verkregen 10 december 2016 via  https://www.nro.nl/wp-content/uploads/2016/10/095-Antwoordformulier-Zittenblijven-en-Versnellen.pdf
  • Driessen, G., B. Leest, L. Mulder, T. Paas en T. Verrijt. 2014. Zittenblijven in het Nederlandse basisonderwijs:een probleem? Nijmegen: ITS.
  • Mulder, L., B. Leest, A. Veen, I. Bollen, J. Huizinga en G. Damstra. 2016. Doorstroom van kleuters Achtergrondrapportage bij de brochure voor scholen en besturen. Nijmegen/Amsterdam/Utrecht: ITS/Kohnstamm Instituut/Oberon
  • Paas, T., L. Mulder, L., en J Roeleveld. 2012. Zittenblijvers en verwezen leerlingen in het Cohortonderzoek COOL5-18. Nijmegen: ITS.
  • Roeleveld J., en  I. Veen, van der. 2007. Kleuterbouwverlenging in Nederland: omvang, kenmerken en effecten. Pedagogische Studiën, 84, 448-462.
  • Smeets, J., en W. Resing, W. 2013. Overgang van najaarsleerling naar groep 3 nader onderzocht. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 52 (9), 442-453.

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.