Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD

Geplaatst op 1 juni 2016

Kinderen met ADHD

Elke leraar in het basisonderwijs wordt geconfronteerd met het onderwijs aan kinderen met Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD), omdat gemiddeld elke klas ten minste een kind met ADHD heeft. Kinderen met ADHD worden gekenmerkt door onoplettendheid, impulsiviteit en hyperactiviteit en zijn minder actief betrokken bij leeractiviteiten in de klas en meer in gedrag dat afbreuk doen aan het leren (storend gedrag). ADHD-gerelateerd probleemgedrag beïnvloedt klasactiviteiten en werkklimaat voor zowel docenten en klasgenoten. Hoewel een groot deel van het onderzoek gericht is op de behandeling van ADHD op medicatie, is onderzoek naar de effectiviteit van niet-farmacologische interventies in de klas, zoals gedragsverandering, bemiddeling door vakgenoten en zelfregulerende interventies aan het groeien in de afgelopen twee decennia en de resultaten zijn veelbelovend.

Onderzoek naar effectiviteit van interventies

Echter, tot op heden is er geen algemeen en systematisch literatuuronderzoek beschikbaar dat zich richt op de effectiviteit van deze interventies op leergedrag en storend gedrag bij kinderen met ADHD en hun klasgenoten. Het doel van dit literatuuronderzoek is om een uitgebreid en systematisch overzicht te maken van de literatuur over de effectiviteit van niet-farmacologische interventies in klassen met kinderen met ADHD, en hun klasgenoten, met betrekking tot leergedrag en storend gedrag door toepassing van een kwantitatieve (meta-analyse) aanpak. De evaluatie zal inzicht geven in welke klasinterventies het meest effectief en evidence-based zijn. De uitkomsten zullen worden verspreid in psychologie en pedagogisch georiënteerde onderwijskringen, om hiaten in de kennis van de leerkrachten op te vullen voor wat betreft strategieën voor de behandeling van ADHD en zal begeleiding bieden bij het beleid van (voortgezette) opleiding van leerkrachten.

Samenvatting onderzoek: Klasseninterventies helpen gedrag van kind met ADHD te verbeteren

Leraren kunnen het drukke en afgeleide gedrag van kinderen met ADHD verminderen door gericht in te grijpen, zo blijkt uit een grootschalige literatuurstudie van de Rijksuniversiteit Groningen, afdeling Psychologie. Het beste werkt een klasseninterventie waarbij gewenst gedrag wordt beloond in combinatie met corrigeren van ongewenst gedrag. Bovendien helpt het om deze kinderen te leren hun eigen gedrag te beoordelen of hoe ze een taak moeten aanpakken. Hun klasgenoten hebben ook baat bij deze aanpak.

Welke interventies hebben effect?

Drie verschillende soorten klasseninterventies die allemaal effectief zijn, komen in het onderzoek naar voren. 

Antecedent-gebaseerde interventie.

De eerste interventie verandert de omgeving waarin wordt geleerd, zoals de inrichting van de klas, taak of instructie. Dit heet de antecedent-gebaseerde interventie. Voorbeelden zijn de plaats van het kind in de klas, samenwerkend leren of instructie met behulp van de computer. 

Consequent-gebaseerde interventie

Een tweede interventie is de consequent-gebaseerde interventie. De basis daarvan is beloning van gewenst gedrag, door bijvoorbeeld complimenten of prijzen te geven. Vaak is is het ook nodig om ongewenst gedrag te corrigeren met terechtwijzingen of door punten af te trekken.

Zelfregulatie

Zelfregulatie is de derde interventie. Daarbij leren leerlingen manieren om hun eigen gedrag en taakaanpak zelf te regelen. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze een opdracht in stapjes kunnen opdelen (zelfinstructie) en te beoordelen hoe goed ze hebben gewerkt bij een taakje (zelfmonitoring). De tweede en derde interventie hebben het sterkste effect.
Interventies geschikt voor de hele groep

Reguliere klassen

Het onderzoek – dat vooral over het primair onderwijs ging – wijst bovendien uit dat de interventies het effectiefst zijn in reguliere klassen. Dat is volgens de onderzoekers gunstig omdat meer kinderen met ADHD in het gewone onderwijs terecht zullen komen, vanwege passend onderwijs. Bijkomend voordeel is dat deze interventies ook goed zijn voor de andere leerlingen in de klas. Leerkrachten hebben vaak het idee dat het niet eerlijk is voor de andere kinderen als ze ADHD-kinderen speciale aandacht geven. Maar deze interventies zijn niet alleen bedoeld voor het kind met ADHD, maar geschikt voor de hele groep.

Persoonlijke aanpak

Op welke manier een leraar ingrijpt, hangt af van de kenmerken van het kind en de functie van zijn of haar ADHD-gerelateerd gedrag. Als de taken bijvoorbeeld te moeilijk zijn, dan zijn antecedent-gebaseerde interventies (bijvoorbeeld de instructies of de moeilijkheid van de taak aanpassen) wellicht handig. Zelfregulatie is waarschijnlijk geschikter voor oudere kinderen of kinderen met minder ernstige ADHD-symptomen omdat daar ingewikkelder vaardigheden voor nodig zijn. Het is dus van belang om goed te bekijken wat een specifiek kind nodig heeft. Kinderen met ADHD die medicijnen slikken, profiteren mogelijk meer van klasseninterventies dan degenen zonder medicatie. De interventies hebben voor hen dus een nog groter voordeel.

Kennis leerkrachten

Leerkrachten hebben vaak niet genoeg kennis en vaardigheden om kinderen met ADHD goed te helpen. De onderzoekers pleiten er dan ook voor om leerkrachten te trainen in de genoemde effectieve klasseninterventies. Bij lastige gevallen hebben zij ondersteuning nodig van een psycholoog of orthopedagoog. De training komt niet alleen de ADHD-kinderen ten goede, maar ook de andere leerlingen en de leerkrachten zelf omdat zij meer vertrouwen krijgen in hoe ze met deze kinderen omgaan.

Details van het onderzoek

  
NWO-projectnummer:  411-12-241
Titel onderzoeksproject:  Do what works: classroom interventions for children with ADHD symptoms
Looptijd:16-07-2013 tot 15-07-2014

Projectleider(s)

Naam Instelling E-mail
Prof. dr. O.M. Tucha Rijksuniversiteit Groningen o.m.tucha@rug.nl

Projectuitvoerder(s)

Naam Instelling E-mail
Mw. G.F. Gaastra Msc Rijksuniversiteit Groningen g.f.gaastra@rug.nl

Relevante links(s)

[Bron: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)]











Gerelateerd

Cijfers geven
Welk effect heeft cijfers geven op de motivatie?
E-portfolio’s
Dragen e-portfolio’s in het basisonderwijs bij aan meer leerwinst, metacognitie en zelfsturing?
Cyberpesten en andere digitaal ongewenst gedrag
Wat zijn effectieve interventies om digitaal ongewenst gedrag in het onderwijs tegen te gaan?
Eigenaarschap leerlingen vo
Hoe kunnen docenten het eigenaarschap van leerlingen (vo) versterken?
Gunstige lestijden vmbo
Wat zijn gunstige lestijden voor vmbo-leerlingen?
Invloed kwartiertjesrooster op taakgerichtheid leerlingen
Wat is de invloed van het ‘kwartiertjesrooster’ op de taakgerichtheid van leerlingen?
Strategieën voor zelfregulering
Hoe kunnen leerlingen de regie over hun eigen leerproces voeren?
Reflectieopdrachten en zelfregulatie
Een reflectieopdracht: is dit een struikelblok voor vmbo-leerlingen?
Scaffoldingstechnieken
Toepasbaarheid van scaffoldingstechnieken bij zelfregulatievaardigheden
Gedrag en schoolprestaties
Invloed van antisociaal gedrag en prosociaal gedrag op schoolprestaties
IMPROVE methode metadenken
De metadenkende leerling: effecten van de IMPROVE-methode
Invloed leeromgeving vo
Invloed van leeromgeving op motivatie, zelfregulering en prestaties van potentieel excellente studenten
Motivatie onderwijs in groepen
Motivatie bij onderwijs in groepen in beroepsonderwijs
Beginnende geletterdheid
Leergedrag kleuters legt belangrijke basis voor het leren lezen
Zelfgestuurd leren
Reviewstudie: metacognitie en zelfgestuurd leren
Interventies adhd
Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD
Taakspel vso cluster 4
Taakspel in het voortgezet speciaal onderwijs cluster 4
Studeren adolescenten
Zelfcontrole en zelfregulering bij studeren tijdens de adolescentie
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Interventies adhd



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.