Van Brokkelbrein naar focus

Theo Compernolle

Consultant, coach, trainer bij Compernolle

 

  Geplaatst op 8 september 2023

Over aandacht, sociale media en het brein bij jongeren

Dit artikel is geschreven in samenwerking met Gertie Verreck.


In ’t kort 

Op school schenken we terecht aandacht aan het ontwikkelen van digitale vaardigheden (soms digitale geletterdheid genoemd). Maar het is onmogelijk om optimaal gebruik te maken van al die technologieën als je niet digitaal vrij bent. Appjes, berichten, online gaming, filmpjes delen … sociale media zijn fantastisch en bieden tal van kansen om te leren, informatie met elkaar te delen en met elkaar te verbinden. Zeker voor een adolescent. Maar sociale media verstoren vaak de noodzakelijke aandacht én echte pauzes tijdens onderwijs en huiswerk. Gevolg: een brokkelbrein en negatieve invloed op het leren. Hoe geraakt ons brein uit balans door het digitalemediagebruik en welke tips zijn er om die balans te herstellen?


Digivrij zijn om digivaardig en digiwijs te kunnen worden

Digivrij zijn is een noodzakelijke voorwaarde om digivaardig en digiwijs te kunnen worden (zie figuur 1). Als je niet digivrij bent, dan wordt je prachtige brein een brokkelbrein. Een brokkelbrein is niet in staat om langdurig en ononderbroken aandacht te geven aan één taak of zaak. Volgehouden aandacht of focus is absoluut noodzakelijk omdat ons denkbrein niet kan multitasken. Het kan slechts aan één zaak tegelijk aandacht geven. Bij onderbrekingen moet ons brein continu heen en weer schakelen tussen de taak en de onderbreking. Daardoor hebben we veel meer tijd nodig voor de taak, maken we meer fouten, onthouden we minder, zijn we minder creatief en ervaren we meer stress.


Figuur 1. Digivrijheid als fundament voor digivaardigheid en digiwijsheid van de 21e eeuw.

Zelf meester zijn 

Digivrij zijn betekent dat jij en niet de technologie bepaalt wanneer, waarvoor, waar, hoe lang je er gebruik van maakt. Het betekent dat niet je computer of mobieltje bepaalt waaraan je aandacht geeft, maar dat je zelf de meester bent van je aandacht, controle hebt over je smartphonegebruik en perfect ontspannen bent zonder verbinding met het internet.
Digivrij zijn helpt je om:

  • je aandacht te trainen om het beste uit je brein te halen;
  • je digitale vaardigheden goed in te zetten;
  • digiwijs te worden om met die vaardigheden de juiste dingen te doen. 

Niemand kan multitasken

Af en toe, op zelfgekozen momenten en voor een welbepaalde duur, is online gaan prima. Niet het altijd verbonden kunnen zijn, maar het altijd verbonden zijn, veroorzaakt problemen.
Enkele problemen veroorzaakt door altijd verbonden te zijn:

  • Het verleidt of dwingt ons om continu te multitasken, iets wat het denkende brein niet kan. Het brein moet daarom telkens omschakelen. Dat kost energie en vermindert de intellectuele productiviteit. Dat geeft problemen voor het leren, het geheugen en creativiteit en veroorzaakt fouten en stress.
  • Het veroorzaakt onnodige stress en negatieve emoties.
  • Het verpest of verarmt de pauzes en leidt tot slaaptekort, wat dan weer een slechte concentratie overdag tot gevolg heeft.
  • Het kan het sociaal contact verarmen.
  • Het zorgt voor gewenning aan de ‘quick fixes’ van je apps. Meteen doorklikken of swipen als iets niet meteen lukt, heeft een negatieve invloed op het doorzettingsvermogen, dat voor jongeren zo belangrijk is voor het leren en hun huiswerk.

Twee video’s waarin het probleem van multitasken wordt uitgelegd en die je in de klas kan gebruiken om een debat op gang te helpen: https://bit.ly/tijdvideo en https://bit.ly/nieuwsuurmultitask.

Jongeren: Overal en altijd online verbonden

Als we kijken naar adolescenten, dan is bij deze groep de vraag en drang om altijd verbonden te zijn, het grootst. Het succes van onze adolescenten hangt echter niet af van hun vermogen om informatie te consumeren en razendsnel met twee duimen door hun appjes heen en weer te schieten. Hun succes hangt wel samen met de bekwaamheid om met hun volle volgehouden aandacht informatie intelligent te verwerken, produceren en creëren. Dat lukt zeker niet door om de 5 à 15 minuten naar hun smartphone te grijpen.

Als jongeren zich voortdurend door hun smartphone laten onderbreken, krijgt hun denkende brein niet de volgehouden aandacht die het nodig heeft om na te denken. Hun archiverende brein krijgt dan ook niet de kans de informatie te verwerken en op te bergen. Hun primitiefreflexbrein krijgt dan echter veel te veel ruimte om te kiezen en te beslissen.

Hoe werkt het brein van de adolescent? Over de olifant, berijder en oase

We leggen de werking van het brein uit aan de hand van de metafoor van de olifant, de berijder en de oase. Het gaat om een samenspel tussen het reflexbrein (de olifant), het denkbrein (de berijder) en het archiverende brein (de oase). Die metafoor is uitgewerkt in het boek Van brokkelbrein naar focus.

Stel je een grote olifant voor, met daarbovenop een berijder die de olifant aanstuurt. De berijder en de olifant hebben elkaar nodig om ergens te komen. De berijder zorgt voor de route, de olifant voor de beweging en ze zoeken af en toe een oase op om uit te rusten.

De olifant - Reflexbrein

De olifant zorgt voor de beweging, voor snel reageren en staat symbool voor ons reflexbrein (o.a. onbewuste emoties, heuristieken en cognitieve bias). De olifant wil bij voorkeur onmiddellijk plezier en bevrediging beleven, en dat zorgt voor actie. Bijvoorbeeld: het is het reflexbrein dat reflexmatig (huis)werk onderbreekt voor de ‘ping’ van onze telefoon. Wanneer de olifant eenmaal een aantal keren hetzelfde pad heeft gelopen, kan hij de route vinden zonder bewuste aansturing of al te veel energie van de berijder.


Figuur 2. Hoe werkt ons brein? De olifant, berijder en oase als metafoor. GF Shutterstock 

Uit: Van brokkelbrein naar focus

De berijder - Denkbrein

De berijder van de olifant plant het doel en de route en geeft richting aan de olifant. De berijder probeert de olifant in toom te houden wanneer de olifant naar iets lekkers toe wil in de plaats van naar het doel. Omdat de jonge olifant enorm gericht is op het lekkers, een onmiddellijke beloning van bijvoorbeeld het appje, kost dit heel veel gerichte en bewuste aandacht van de berijder. Bijvoorbeeld: als een jongere zijn smartphone niet wil gebruiken tijdens het huiswerk, dan kost dat echt moeite in het begin als hij dat niet gewend is, nog niet digivrij is. Die duizenden kilo’s van een olifant in toom houden (wegblijven van je smartphone) kost een volwassene al heel erg veel energie, laat staan een adolescent.

De oase – Archiverend brein

De oase is een ruststop tijdens de reis van de berijder en de olifant. De olifant en de berijder kunnen even bijkomen. Beide breinsystemen, het denkende brein en het reflexbrein, zijn zo veel mogelijk in rust om te herstellen. Ondertussen ordenen en herordenen de dienaren van de oase de bagage zodat er nog plaats is voor een nieuw vrachtje: het archiverende brein kan zijn verbindende, archiverende werk doen.

Hoe minder het denkbrein actief is, hoe actiever het archiverende brein is. Na de rust kan de uitgeruste berijder de olifant weer beter beteugelen. Bijvoorbeeld: het is voor het archiverende brein van een leerling veel beter om tussen het huiswerk door even een wandeling met de hond maken, dan te instagrammen.

Deze metafoor werkt heel handig als je leerlingen wat wil leren over de gebruiksaanwijzing van hun eigen brein. Bij het geven van workshops over de thema’s van ons boek zijn we verrast dat deze metafoor ook zo herkenbaar is voor leerkrachten. Heel dikwijls zeggen ze: 'Ik heb zelf een brokkelbrein.' Inderdaad, de metafoor geldt ook voor een volwassen brein, maar het geldt in de overtreffende trap voor het brein van een adolescent.

Aan de slag. Hoe versterk je de focus en hoe voorkom je een brokkelbrein bij jongeren?

1. Help de berijder (het denkende brein) met focussen. Twee tips om het denkende brein te helpen:

  • Versterk de breinkennis van leerlingen en geef de boodschap dat focus en aandacht te trainen is. Het brein is enorm plastisch en ontwikkelbaar! Zorg als docent voor metacognitie in je les. Laat leerlingen kennismaken met de gebruiksaanwijzing van het uitdagende adolescentenbrein. Breinkennis helpt de leerling om zijn brein te leren managen.
  • Minimaliseer in je lessen de wisselkosten. Taakwisselen vraagt enorm veel van het brein. En vergeet niet: élke interruptie vergt een energievretende omschakeling van je brein. Zorg daarom voor aandachtblokken zonder interrupties tijdens de les.

2. Leg de olifant (het reflexbrein van je leerling) aan de teugels. Twee tips om het reflexbrein aan banden te leggen:

  • Voorkom verleiding. Zorg ervoor dat ‘de olifant’ niet continu door zijn snelle reflexen wordt afgeleid van de geplande taak. Zorg dus voor een adequaat smartphonebeleid in de klas en het liefst in de hele school.
  • Zorg zelf wel voor voldoende dopamineshots tijdens de lessen. Maak het leuk(er) zodat de aandacht makkelijker vast te houden is.

3. Zorg voor oasemomenten en gun pauzes aan de olifant en de berijder.

Ons brein en zeker dat van leerlingen heeft ontfocusmomenten en niksen nodig. Zorg dus voor rust, hersteltijd bijvoorbeeld in de vorm van micropauzes tijdens je lessen. Train samen met je leerlingen die goede leergewoontes aan zowel tijdens de les als voor studeren thuis. Het BCL-instituut stelt hierover een gratis boekje ter beschikking voor ouders (zie kader: Meer lezen?).

Zes breinprincipes die je kan gebruiken in de klas

Focus en aandacht zijn hoofdthema’s in het boek Van brokkelbrein naar focus. Focus is ook een van de breinprincipes die het BCL Instituut (www.bclinstituut.nl) onderscheidt naast emotie, herhalen, creatie, voortbouwen, zintuiglijk rijk. De zes breinprincipes zijn gebaseerd op de neurowetenschappen en versterken het plezier, de motivatie en rendement tijdens lessen.

Focus: Bescherm en train de aandacht van leerlingen

Leren zonder ononderbroken aandacht is onmogelijk. Een leerling die aandachtig oplet, kan informatie beter verwerken en beter onthouden. Hersenen kunnen maar aan een ding tegelijk aandacht besteden. Aandacht en tussen de bedrijven door berichten van vrienden beantwoorden, gaan niet samen. Tip: wees een rolmodel en zorg dat er van je afgekeken kan worden. Leerlingen leren door af te kijken. Wil je niet dat je leerling op zijn mobiel zit? Vertoon dan zelf ook voorbeeldgedrag. Zorg ervoor dat je telefoon zelf tijdens lessen ook ‘uit beeld is’, maar bijvoorbeeld ook als je door de gang van de school loopt. Een helder smartphonebeleid op school zorgt ervoor dat er van alle leerkrachten afgekeken kan worden.

Emotie: Maak het spannend en wees een dopaminedealer

Je leerling leert en onthoudt makkelijker met positieve emoties. Speel in op het beloningsysteem van de leerling. Er ligt immers een potentieel pleziertje in het verschiet (voor de olifant).

Tip: bouw competitie in je lessen in.
Het inbouwen van een competitie-element vinden leerlingen vaak leuk, de dopamine stroomt als het ware! Hoeveel Franse woordjes kent elke leerling aan het einde van de les? Of: hoe lang lukt het leerlingen de aandacht vast te houden? Vergeleken met andere leeftijdsgroepen zijn adolescenten gevoeliger voor status en beloning.

Herhaal om niet te vergeten en vergeet niet om te spreiden

Proefondervindelijk is bewezen dat ergens in uitblinken vooral een kwestie is van oefenen en herhalen. Door herhaling worden bestaande breinnetwerken steeds sterker en steviger. Maar stampen en nog eens stampen maakt leren saai. Het brein is dan snel afgeleid. Gelukkig zijn daar oplossingen voor.

Tip: herhaal gespreid en afwisselend.
Wat is de ideale formule voor herhalen? Herhaal na 10 minuten, na 1 uur, na 1 dag, na 1 week na 1 maand en na 6 maanden. Om de lesstof langer te onthouden, is het effectiever deze pas na een tijd opnieuw te herhalen. Na zes weken zijn netwerken in de hersenen zo stevig geworden dat je het geleerde niet meer snel vergeet. En zorg voor afwisseling. Herkennen is geen kennen. Omdat de olifant snel afgeleid raakt als het saai wordt, is het goed om variatie aan te brengen in de herhaling. Met die variatie geef je je leerlingen zelf af en toe wat dopamine.

Creatie: Actief aan de slag en dieper laten nadenken

Ons brein vindt het prettig om zelf te puzzelen en te creëren. Ook hier komt dopamine bij vrij. Het is dus belangrijk om leerlingen te laten puzzelen, verbanden te laten leggen, informatie te combineren met andere informatie, de betekenis te laten creëren. Creatie bevordert ook het zelfvertrouwen en zelfstandigheid.

Tip: oefen en zet proeftesten in.
Stimuleer leerlingen om proeftesten te doen. Of nog beter, laat ze een proeftest voor elkaar maken. Laat ze eens wat moeilijke, uitdagende toetsvragen bedenken over de geleerde stof en aan elkaar stellen. De leerling denkt daardoor dieper na dan bij alleen de stof lezen. Breinnetwerken worden zo uitgebreider.

Voortbouwen: Activeer voorkennis en associaties

Het brein is een grote associatiemachine of patronenzoeker. De hersenen associëren voortduren met datgene dat al is opgeslagen. Kn j dt ng stds lzn ls k ht p dz mnr pschrf? Ongelooflijk maar het brein heeft vaak maar een deel van de informatie nodig om iets goed te kunnen onthouden. Kortom: wil je jouw leerlingen helpen om effectiever te leren? Activeer dan de voorkennis. Tip: gebruik ezelsbruggetjes, geheugensteuntjes, rijmpjes en metaforen. Laat leerlingen iets geks bedenken bij de lesstof: een plaatje, een gek persoon, een rijm of een liedje … zo kunnen ze de meest lastige en saaie stof nog onthouden.

Zintuiglijk rijk: Zet zoveel mogelijk zintuigen in

Leerervaringen waar meer zintuigen bij betrokken zijn, zijn intenser en worden beter onthouden. Door auditieve informatie (horen), visuele informatie (zien), geuren (ruiken), fysieke informatie (bewegen) en kinetische informatie (voelen) te combineren, wordt het leren sterker. Hoe meer zintuigen, hoe beter.

Tip: move it!
Bewegen is goed voor de conditie, maar ook voor de cognitie. Bewegen zorgt voor nieuwe verbindingen tussen hersencellen, je hart pompt meer bloed naar je brein en dat zorgt voor zuurstof: arbeidsvitaminen voor het brein! Beweeg dus in de klas en stimuleer het bewegen. Petje op, petje af of even rekken en strekken.

Waarom het zo moeilijk is om jongeren los te weken van hun schermpjes

Misschien vraag je je af, zoals veel leerkrachten en ouders: hoe komt het toch dat onze adolescenten hun schermgedrag zo moeilijk kunnen veranderen? Sommigen zijn eerlijker en vragen: ‘Hoe komt het dat ikzelf mijn schermgedrag zo slecht onder controle krijg?’ of zelfs ‘Hoe kan ik mijn kinderen leren hoe ze hun olifant de baas moeten blijven, als ik het zelf niet eens kan?’ 

Altijd verbonden kunnen zijn, is een zegen. Altijd verbonden zijn, is een ramp voor leren en onthouden. 

De olifant ontwikkelt zich sneller dan zijn jonge berijder

Het denkbrein van jongeren ontwikkelt trager dan hun reflexbrein. Heel wat ingebouwde mechanismen en reflexen van ons reflexbrein zijn al bij de geboorte aanwezig of jong aangeleerd, omdat ze van bij het begin van ons leven essentieel zijn om te overleven. Voor de sturende vaardigheden (ook executieve functies genoemd) die het denkende brein moet leren is veel tijd en veel oefening nodig. Het reflexbrein, en in het bijzonder het beloningssysteem (zie hierna), ligt van bij de start vóór op het denkende brein. Het reflexbrein gaat dus heel dikwijls op de loop met onze adolescent omdat de controlerende functies van het denkende brein nog onvoldoende ontwikkeld zijn. Dat betekent dat de adolescente berijder van de olifant een bijrijder nodig heeft. Hoe jonger de adolescent, hoe strakker de bijrijder zelf de teugel in handen moet houden.

Doelgericht denken, plannen en prioriteiten stellen, emotionele en morele regulering en gedragsregulering functioneert bij jongeren met hoogten en laagten. Nu eens als een volwassene, dan weer als een kind. Hun emoties, empathie, conflicten, schermgebruik, risicogedrag, seksueel gedrag en motivatie gaan mee in die rollercoaster.

Wat het voor adolescenten allemaal nog spannender maakt, is dat de geslachtshormonen de hersenen en vooral het beloningssysteem gevoeliger maken. Dat geldt niet alleen voor materiële beloningen maar ook voor sociale beloningen. Er is dus een hele tijd een desynchronisatie in het voordeel van de impulsen van het reflexbrein die gericht zijn op onmiddellijke beloning. Dat kan leiden tot heel ‘onnadenkend’ gedrag. Het is ook letterlijk ‘on-nadenkend’ omdat het denkbrein nog niet voldoende ontwikkeld is om het reflexbrein voor te zijn, te kanaliseren of te stoppen.

Het is belangrijk daarmee rekening te houden als we jongeren met de riskante aspecten van technologie willen leren omgaan. Bij jonge adolescenten zal de begrenzing veel meer, strenger en kordater van buiten opgelegd moeten worden. Zo kunnen ze zich die duidelijke normen eigen maken. Oudere adolescenten kunnen meer en meer leren hoe ze zelf hun technologie de baas kunnen blijven, ook zonder druk van buitenaf.

De 4 g’s: genot, gevaar, de groep en gewoonten

Iedereen, en dus ook onze adolescenten lopen het risico verslaafd te raken aan apps doordat gewoontes vooral gevormd worden door de onmiddellijke gevolgen ervan. Een sprekend voorbeeld is de manier waarop regelmatig tandenpoetsen een gewoonte werd. Tandartsen hebben jarenlang geprobeerd de bevolking te overtuigen van het belang van dagelijks tandenpoetsen, met als rationeel argument dat je dan langer van gezonde tanden zal genieten. Tevergeefs. Tot iemand het geniale idee kreeg om munt aan de tandpasta toe te voegen. Dat kreeg iedereen aan het tandenpoetsen. De onmiddellijke beloning van een lekkere frisse mond en adem kreeg voor elkaar wat alle mogelijke rationele argumenten voor het belang op lange termijn niet konden.

Het principe van onmiddellijke beloning is bijzonder nuttig bij de opvoeding. Echter, de onmiddellijke behoeftebevrediging die jongeren continu van hun schermpjes krijgen, heeft een enorme aanzuigende kracht. Daardoor wordt het een slechte gewoonte en soms een verslaving om iedere vijf minuten naar hun scherm te grijpen.

Er zijn drie categorieën van invloeden die het onze adolescenten moeilijk maken om hun schermgedrag te veranderen:

  1. De normale ontwikkeling van adolescenten: het denkbrein van adolescenten ontwikkelt trager dan hun reflexbrein. Zoals bij iedereen wordt ook bij jongeren gewoontegedrag gevormd door de onmiddellijke gevolgen ervan.
  2. Aangeboren tendensen van het mensenbrein: in ons boek Van brokkelbrein naar focus hebben we de tendensen van ons brein samengevat onder de 4 G’s: Genot, Gevaar, de Groep en Gewoonten.
  3. Enkele van de rijkste technologiebedrijven investeren miljarden om de controle over hun olifant uit de handen van onze jongeren te rukken en zelf vast te houden. 

Als een jongere zijn smartphone niet wil gebruiken tijdens het huiswerk, dan kost dat echt moeite in het begin als hij nog niet digivrij is.

Genot: Onmiddellijk genot trekt sterker aan dan latere tevredenheid

Naast het denkbrein, het reflexbrein en het archiverende brein heeft ons brein ook nog een beloningsen motivatienetwerk. In het prille begin van het onderzoek hierover werd dat het ‘pleziercentrum’ genoemd omdat ratten die via een electrode dat centrum zelf konden prikkelen, daarmee doorgingen tot ze helemaal uitgeput raakten. Dat komt doordat dit systeem dopamine produceert die het plezierige, alerte gevoel veroorzaakt. De afgifte van dopamine wordt niet alleen gestimuleerd door een elektrische stroom op de juiste plek, maar ook door eten, drinken, geld, een zoen, seks, alcohol en andere drugs. De bron van het plezier1 maakt niets uit voor onze hersenen. Telkens als een adolescent reageert op een bericht of signaal van de telefoon, krijgt hij een kleine, heel kortdurende dopaminekick in de hersenen. Wanneer hij zich ten volle concentreert op een enkele taak, krijgt hij die dopaminekicks niet meer. Hij mist die dan, mist het gevoel van alertheid dat deze veroorzaken en ervaart verveling.

Focussen vergt een volgehouden inspanning. Wanneer je een taak goed afgewerkt hebt, voel je je tevreden en dat gevoel duurt veel langer. Je kan het zelfs jaren later nog voelen als je terugdenkt aan je mooie prestatie. Het probleem is echter dat het onmiddellijke korte plezier het gemakkelijk wint van de hoop op latere langdurige tevredenheid. Je gaat voor de korte kick, waardoor je niet het moeilijkere werk doet dat tot tevredenheid leidt. Met dat onbevredigd gevoel ga je nog meer op zoek naar snelle kicks. Je raakt dan gevangen in wat soms een hedonistische tredmolen genoemd wordt.

Bovendien kan door conditionering alles wat samen met de oorspronkelijke beloning wordt gepresenteerd een prettige reactie uitlokken, zelfs al is de beloning niet aanwezig. Dat gebeurt bijvoorbeeld met het geluid van je telefoon of wanneer verveling de kop opsteekt. Deze prikkels zorgen ervoor dat wat je ook aan het doen bent, je het laat liggen en je telefoon pakt. Een belangrijke huiswerkopdracht, een gesprek, een gezinsactiviteit zal deze pavlovreflex om online te gaan dus niet tegenhouden. We kunnen deze geconditioneerde reflex wel weer afleren door de tegenovergestelde gewenste gewoonte aan te leren, zoals geluidjes afzetten, telefoon op niet-storen zetten, telefoon buiten handbereik leggen enzovoort. Op school werken telefoontassen goed (waarbij de mobiel onbereikbaar is tijdens de les).

Houd er wel rekening mee dat voor veel jongeren hun mobieltje een fopspeenfunctie heeft. Hierdoor worden ze in het begin van de ontwenning juist onrustiger en minder geconcentreerd als ze hun telefoon niet binnen handbereik hebben. Ze zijn dan wel fysisch van hun stoorzender gescheiden, maar psychologisch nog niet. Daarnaast kun je denken aan het inzetten van aandachtsrituelen. Bijvoorbeeld, twee minuten met je hoofd op je armen liggen (in plaats van op je mobiel) zorgt tijdens huiswerk - maar ook in de les - voor nieuwe energie.

Groep: Mensen zijn erg afhankelijk van de ‘stam’ waartoe ze behoren

De mens heeft een fundamentele behoefte om bij zijn stam te horen om te overleven. Het is perfect normaal om te verlangen naar samenhorigheid, om aanvaard te willen worden door anderen die je belangrijk acht. Niemand wil afgewezen worden. De reacties van je ‘stam’ zijn van levensbelang. Als je je als adolescent onzeker of angstig voelt, zal je heel sterk reageren met intense angstgevoelens bij zelfs de kleinste afwijzing. Dan heb je angst om uitgesloten te worden, vooral op sociale media, waar iemand je kan ‘ontvrienden’ met een enkele klik (FOBE, fear of being excluded). In plaats van je dan los te maken van je sociale media, ga je nog dwangmatiger checken, tevergeefs op zoek naar nog meer aanvaarding. Het risico op afwijzing wordt dan nog groter. Kortom, een pijnlijke vicieuze cirkel.

Marketeers en appontwikkelaars spelen ook in op dat angstgevoel. Adolescenten willen in hun sociale omgeving op de hoogte blijven van wat anderen zoal doen. De normale behoefte aan samenhorigheid, gecombineerd met onze natuurlijke nieuwsgierigheid kan ook ontsporen in een overdreven angst om iets te missen (FOMO, fear of missing out). In de eindeloze informatiestroom zal je altijd wel iets missen. Als je onzeker bent, versterkt dat je angst. Je wilt voortdurend online zijn en weten wat anderen doen. Dat is voor veel volwassenen niet anders, maar adolescenten zijn er gevoeliger voor. Marketeers en appontwikkelaars spelen dan ook sluw in op die normale onzekerheid van adolescenten om hen aan hun producten te kluisteren. Een bijzonder groepsaspect is status.

Normale ijdelheid speelt bij jongeren zeker ook een rol in de competitie om er mooier en sympathieker uit te zien dan anderen, spannender dingen te doen, een mooiere kat te hebben, een leuker dansje te maken, interessantere vrolijke vrienden te hebben, op een hoger niveau te gamen enz. Ze verzamelen duimpjes, sterretjes, likes, commentaren om hun status te verhogen, wat thuishoort bij onze aangeboren statusgevoeligheid. Bij veel volwassenen speelt status evenzeer. Echter, het is een belangrijk kenmerk van adolescenten dat ze, mede door de opstoot van geslachtshormonen, een grotere gevoeligheid hebben voor die sociale context en hun status. Je kan hierop inspelen door jongeren de kans te geven om te scoren op verschillende domeinen op status en prestige (bv. leren, sporten, technologiegebruik, muziek, toneel, creativiteit). Uit ons onderzoek over stress op de middelbare school bleek overigens lang geleden ook al dat scholen met een wat competitieve sfeer door de kinderen positiever werden ervaren dan scholen waar competitiviteit zoveel mogelijk vermeden werd.

Nieuwsgierigheid en risicogedrag evolueren van wild naar gewild

De grote nieuwsgierigheid van adolescenten is een hele mooie eigenschap die we bij de opvoeding kunnen gebruiken, prikkelen en in stand houden. We bevorderen de ontwikkeling van hun brein door hen zoveel mogelijk en zo gevarieerd mogelijke ervaringen te laten opdoen. We kunnen hen stimuleren om kennis te maken met volwassenen, leeftijdsgenoten, hobby’s, situaties, sporten waar ze spontaan zelf niet aan denken. ‘Probeer het toch maar eens met een beetje druk’ is een prima aanpak. Dat hun nieuwsgierigheid hen ook in riskante situaties kan brengen, hoort erbij. De grotere invloed van het beloningsysteem leidt ertoe dat adolescenten meer dan jongere kinderen en volwassenen op zoek gaan naar de kick van intense opwindende ervaringen. Dat beloningscircuit reageert gevoeliger door de vrij plotse toename van de geslachtshormonen. Wees gerust, alhoewel in de onderzoeksliteratuur en de media nogal sterk de nadruk wordt gelegd op gedragsproblemen van adolescenten, blijkt de groep die langdurig ernstige problemen stelt heel beperkt.

Na een piek halfweg de adolescentie vermindert het delinquent gedrag heel snel. Het grootste risico dat dit fout loopt, is aan het begin van de adolescentie. Dat is de periode waar de sturende vaardigheden nog onvoldoende ontwikkeld zijn. In die periode krijgen we dan vooral het zogenaamde reactieve, impulsieve risicogedrag. Naarmate de adolescent ouder wordt, wordt het impulsieve gedrag meer getemperd door de groeiende sturende vaardigheden en zien we meer doelgericht, voorbereid, gepland en gemotiveerd risicogedrag. Het nemen van risico’s wordt ook beïnvloed door het verlies van of nood aan status en met de perceptie van de sociale context. We moeten er ook rekening mee houden dat risicogedrag meer optreedt in de aanwezigheid van leeftijdgenoten en onder druk van leeftijdgenoten. Het loont de moeite om activiteiten in pro-sociale omgevingen zoveel mogelijk te stimuleren.

Technologiebedrijven leveren een genadeloze strijd om aandacht

De digitale media maken het onze jongeren veel moeilijker om hun aandacht te houden bij wat voor henzelf en hun toekomst belangrijk is. Het is noodzakelijk dat ouders en leerkrachten deze maatschappelijke context kennen omdat sommige digitale media bijzonder machtige en sluwe tegenstanders zijn in de strijd om de aandacht van onze jongeren. Het is ook nuttig om aan de jongeren zelf uit te leggen welke technieken de sociale media gebruiken om hun aandacht af te leiden van wat voor de jongere zelf belangrijk is, onder andere leren en studeren.

Aandacht doet verkopen 

We komen uit een periode die we kunnen omschrijven als een ‘informatie-economie’. Dankzij de uitvinding van het internet en performante zoekmachines konden we ons voor het eerst om het even waar, op om het even welk tijdstip verbinden met om het even welke bron van informatie. Later werd het web gecommercialiseerd en kwam het accent meer en meer te liggen op het verkopen van diensten en producten. We zijn zo geëvolueerd naar wat de Nobelprijswinnaar Herbert Simon een ‘aandachteconomie’ noemt. De cruciale vragen voor bedrijven zijn: ‘Hoe kan ik als een van de duizenden bedrijven de aandacht trekken van miljoenen potentiële kopers naar mijn webpagina’s en mijn advertenties? Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn pagina’s en advertenties hoog scoren in de zoekmachines?’

Aandacht is een schaars goed

Onze aandacht is als een grondstof. Je kan hem maar één keer gebruiken, voor het ene of het andere. Als je aan iets aandacht geeft, dan kan je niet terzelfdertijd aandacht geven aan iets anders. Ouders, leerkrachten, bedrijven en digitale media strijden om de aandacht van onze jongeren. Sociale media zijn computertechnologieën die gebruikmaken van het internet en die de communicatie, het delen van informatie bevorderen door het uitbouwen van virtuele netwerken en gemeenschappen. Veel moderne gamingplatformen werden dus ook sociale media.

Als ze onze aandacht eenmaal te pakken krijgen, kunnen ze miljarden verdienen met de soms heel persoonlijke informatie die ze uit ons clickgedrag kunnen afleiden. Omdat ze dat in het geheim doen (bv. onzichtbare trackers op websites, cookies in onze browsers), omdat we niet weten wat ze precies over ons weten en ze het zo goed als onmogelijk maken om dat te weten te komen, hebben wetenschappers dit ook wel een ‘spionage-economie’ genoemd. Een bijkomend probleem is dat hun artificiële intelligentie ontdekte dat informatie die negatieve emoties oproept (bv. angst, boosheid en zelfs haat) meer de aandacht trekt en meer clicks oplevert. Omdat sites niet alleen geld kunnen verdienen met wat ze verkopen, maar ook per click, verzinnen sommige de meest grove leugens en waanzinnige complottheorieën, die jammer genoeg ook overstromen naar de reële wereld. Ze veroorzaken daar soms ernstige problemen.

De ping van je mobiel of een onverwachte pop-up van je scherm verstoort je concentratie twee minuten, ook al doe je niets met die notificatie.

‘Antisociale’ media

Die ‘antisociale’ media zijn in feite geen echte media omdat ze, in tegenstelling tot de klassieke media, alle verantwoordelijkheid voor hun leugenachtige inhoud afwijzen. Ze willen enkel zoveel mogelijk gratis data verzamelen over hun gebruikers en hun relaties, om die te verkopen aan hun echte klanten: adverteerders (die er geld mee kunnen verdienen) of andere organisaties (zoals politieke organisaties die er stemmen mee verzamelen). Zolang het maar geld opbrengt, blijven ze hun apps zo verslavend mogelijk maken en mogen mensen met slechte bedoelingen hun informatiekanalen manipuleren, nepaccounts en neppagina’s en nepnetwerken maken om nepnieuws te verspreiden.

Het bovenstaande is geen paranoia, complottheorie of morele paniek. De marketeers van deze bedrijven beschrijven namelijk zelf al sinds vele jaren in hun publicaties hoe ze kennis putten uit de psychologische en sociale wetenschappen om hun apps zo verslavend mogelijk te maken. De verslaving aan en de verspreiding van negatieve en nepinformatie is geen ongewilde nevenwerking maar is de bedoeling van deze bedrijven, ook al zijn ze op de hoogte van de negatieve invloed ervan op het welzijn van jongeren.

Het is nochtans mogelijk om echte ‘sociale media’ te ontwikkelen met een socialer, ethischer businessmodel, die ons niet overal volgen, die niet in het geheim privéinformatie verzamelen en die de trackers op allerlei websites beletten ons overal te volgen. Zij kunnen ook winst maken, zij het minder. Heel veel problemen zouden opgelost zijn als de overheid de 'antisociale' media zou dwingen om geen accounts toe te staan zonder controle van de identiteit van de gebruiker, om onze privacy beter te respecteren en om heel transparant te zijn over de informatie die ze verzamelen: wat, hoe, waarvoor en door wie die gebruikt wordt.

Conclusie: Faciliteer en versterk het denkbrein van je leerlingen

We zijn ervan overtuigd dat met de kennis over hoe ons brein werkt, hoe we verslaafd kunnen raken aan onze schermpjes en hoe we gemanipuleerd worden door de ‘antisociale’ media, we onze adolescenten beter kunnen helpen om zich te bevrijden van hun schermpjes. Op die manier kunnen ze met volgehouden ononderbroken aandacht het beste uit hun brein halen. De bedoeling is zeker niet dat ze door het leven gaan zonder schermen. Het doel is dat ze zich digivrij ontwikkelen mét hun mooie technologieën, niet als de slaven maar als de meesters ervan. Wat kan je als leerkracht doen?

  • Help de berijder (het denkende brein) met focussen.
  • Leg de olifant (het reflexbrein van je leerling) aan de teugels.
  • Zorg voor oasemomenten.
  • Maak gebruik van de 6 breinprincipes die het plezier en rendement tijdens lessen versterken:
    -Maak je programma spannend en uitdagend.
    -Zet de leerlingen actief aan het werk, laat hen ongehinderd dieper nadenken.
    -Zet zoveel mogelijk zintuigen in en laat kinderen en jongeren bewegen.
    -Maak het nuttig, voorstelbaar en realistisch.
    -Herhaal, spreid, oefen dezelfde boodschap, maar op verschillende momenten en steeds een beetje anders.
    -Sluit aan op voorkennis, maak gebruik van helpende associaties en reflecteer.
  • Vergeet vooral niet dat hun archiverende brein al die stof verwerkt en opslaat in de oase. Dit is als hun denkbrein pauzeert, weg van alle schermpjes en het liefste nog gecombineerd met bewegen.

Meer lezen ven deze auteurs?

Voor leerkrachten en scholen:

  • Dirksen, G., Compernolle, T., & Verreck, G. (2021). Van Brokkelbrein naar focus. Een praktijkgids voor docenten over de uitdagingen rondom aandacht, social media en het brein. Amsterdam: Synaps.
  • Dirksen, G., De Boer, M., Möller, H., & Willemse, J. (2014). Breindidactiek. Amsterdam: Synaps.

Voor iedereen:

  • Compernolle, T. ( 2014). Ontketen je brein. Tielt/ Amsterdam: Lannoo Compernolle, T. (2018). Zo haal je meer uit je brein. Tielt/Amsterdam: Lannoo.

Voor ouders:

Referenties van boeken en artikels waarop dit artikel en het boek Van brokkelbrein naar focus gebaseerd zijn, kan je vinden via https://bit.ly/TCreferenties
Sommige digitale media zijn machtige en sluwe tegenstanders in de strijd om de aandacht van onze jongeren. 

1Het gaat hier om plezier in de zin van het Engelse woord fun: een kort aangenaam gevoel, genot. Dat is iets anders de bevredigendere, langdurigere ‘vreugde’ (joy) en tevredenheid, die veel dichter staan bij een geluksgevoel. De dopaminekick is heel kort en leidt niet tot bevrediging. Daarom stopt het zoeken naar opwinding niet vanzelf. Op die manier verhindert het zoeken naar ‘genot’, het diepere gevoel van tevredenheid en geluk. Zo kan het ook in de weg staan van leren en alle activiteiten die op termijn wel een gevoel van tevredenheid geven, maar op korte termijn geen kick geven.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Gerelateerd

Cursus
Meisjescoach
Meisjescoach
Stimuleer de persoonlijke ontwikkeling van meiden
Medilex Onderwijs 
Flexibel puberbrein
Flexibel Puberbrein .
Yvonne van Sark
Invloed gebruik digitale media op taakgerichtheid en luisterhouding
Invloed van digitaal mediagebruik door kinderen op taakgerichtheid, luisterhouding, concentratie en verantwoording voor het eigen leerproces
redactie
Digitale leermiddelen in het onderwijs
Digitaal of analoog, het maakt wat uit!
Wendy Brasz en Myra den Haan
Schermen-schermtijd verminderen
Meer of minder schermen op school?
Ruben du Burck
Van brokkelbrein naar focus
Van brokkelbrein naar focus
Marleen Legemaat
Ontketen het brein van je kind
Ontketen het brein van je kind
Marleen Legemaat
Digitale dementie
Digitale dementie - Manfred Spitzer
Machiel Karels
Smartphones in de klas voortdurende discussie
Smartphones in de klas: voortdurende discussie met dezelfde argumenten
Wilfred Rubens

Wij-leren.nl Academie

Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Brain based teaching in een video van één minuut uitgelegd
Brain based teaching in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Hoe werken de hersenen bij iemand die verslaafd is?
Hoe werken de hersenen bij iemand die verslaafd is?
redactie
Wanneer ben je verslaafd? En hoe kom je er vanaf? Tjipcast 023
Wanneer ben je verslaafd? En hoe kom je er vanaf? Tjipcast 023
redactie
Fragment uit Tjipcast 027: Wat is verslaving?
Fragment uit Tjipcast 027: Wat is verslaving?
redactie
Puberbrein in een video van één minuut uitgelegd
Puberbrein in een video van één minuut uitgelegd
redactie
[extra-breed-algemeen-kolom2]



brain based teaching
puberbrein

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest